REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE HARDENBERG 2008 E.V. De raad van de gemeente Hardenberg, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Hardenberg van 15 april 2008 inzake het reïntegratiebeleid voor de komende jaren; gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 7, 8 en 10, tweede lid van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers; gelet op de EG-verordening Werkgelegenheidssteun (nr. 2204/2002, Pb EG 2002, L 337/3) en de EG-verordening de minimasteun (nr. 69/2001, Pb EG 2001, L 10/30), alsmede de Beleidsaanbeveling van belang voor het opstellen van de reïntegratieverordening in het kader van de Wet Werk en Bijstand (Verzamelcirculaire SZW, april 2004); besluit vast te stellen de: Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2008 e.v. HOOFDSTUK1:ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en bijstand (WWB); het college: het college van burgemeester en wethouders; arbeidsinschakeling: het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder a van de wet; dienstbetrekking: een arbeidsovereenkomst ingevolge het Burgerlijk Wetboek of een aanstelling door of vanwege de overheid; jongere: de inwoner van de gemeente in de leeftijdscategorie van 16 tot en met 26 jaar, die niet meer aan het reguliere onderwijs deelneemt; klant: de persoon welke algemene bijstand ontvangt, een uitkering krachtens de Ioaz, Ioaw of de Anw ontvangt of als niet uitkeringsgerechtigde (NUG) kan worden aangemerkt; sociale activering: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie; trajectplan: een ontwikkelingsplan, toegesneden op de persoonlijke omstandigheden van de klant waarin opgenomen zijn: klantgegevens, klantprofiel, zoekprofiel, doel van het traject, in te schakelen organisaties en afspraken over ontwikkeltijd, begeleidingstijd en voortgangsrapportage; werknemer: de persoon die in een dienstbetrekking werkzaam is; werkgever: de persoon tot wie een werknemer in dienstbetrekking staat. Artikel2Opdracht college 1.Het college besluit over het aanbieden van een voorziening, waaronder begrepen sociale activering en vrijwilligerswerk, gericht op arbeidsinschakeling aan personen als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub a WWB, voor zover zij jonger zijn dan 65 jaar, waarbij het bepaalde in artikel 7 lid 3 WWB onverminderd van toepassing is. Artikel 40, eerste lid van de wet is van overeenkomstige toepassing. 2.In aanvulling op het vorige lid wordt de groep jongeren van 16 en 17 jaar toegevoegd. 3.Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van een cliënt, het meest doelmatig is met het oog op arbeidsinschakeling. 4.Bij het aanbieden van voorzieningen als bedoeld in lid 1 heeft het college aandacht voor een evenwichtige aanpak van klanten als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub a WWB en voor evenwicht in de aanpak van doelgroepen binnen deze categorieën. 5.Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan ondersteuning en voorzieningen. 6.Het college bevordert de beschikbaarheid van flankerende voorzieningen die belemmeringen voor toetreding tot de arbeidsmarkt kunnen opheffen. 7.De voorzieningen die de gemeente in het kader van ondersteuning bij arbeidsinschakeling voor een persoon uit de doelgroep inzet, worden vastgelegd in een trajectplan, welke als bijlage bij de beschikking wordt gevoegd. 8.Het college kan, in overeenstemming met het Uitvoeringsinstituut Werknemersvoorzieningen (UWV), voorzieningen als bedoeld in deze verordening aanbieden aan personen aan wie het UWV een uitkering verstrekt. Artikel3Budget - en subsidieplafonds 1.Het college kan bij uitvoeringsbesluit een of meer budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld budgetplafond vormt een weigeringgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. 2.Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. Artikel4Aanspraak op en doel van ondersteuning 1.Personen behorende tot de doelgroep hebben aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op de kortste weg naar duurzame arbeid. Het college bepaalt hoe deze aanspraak wordt ingevuld. 2.Het college doet een aanbod, gericht op ondersteuning bij het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid, dat past binnen de criteria die gesteld zijn in deze verordening en het door het college vast te stellen uitvoeringsplan reïntegratie. 3.Geen aanspraak op ondersteuning bestaat indien er sprake is van een voorliggende voorziening welke naar de mening van burgemeester en wethouders in voldoende mate bijdraagt aan de reïntegratie van de aanvrager. HOOFDSTUK2:VOORZIENINGEN Artikel5Prioritaire doelgroepen 1.Elke uitkeringsgerechtigde, Anw-er of nugger, die op grond van in artikel 11 van deze verordening genoemde nadere regels en/of uitvoeringsplan behoort tot een prioritaire doelgroep, krijgt binnen drie maanden na inschrijving als werkloos werkzoekende bij het Centrum voor Werk en Inkomen een traject aangeboden. 2.Het eerste lid is niet van toepassing indien het college heeft bepaald dat voor deze persoon een tijdelijke en volledige ontheffing van de arbeidsverplichting geldt. 3.Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in het eerste lid. Artikel6Algemene bepalingen over voorzieningen 1.De voorzieningen die worden aangeboden zijn gericht op het (laten) begeleiden bij het zoeken naar en verwerven van arbeid, alsmede bij het wegnemen van belemmeringen voor de arbeidsinschakeling. 2.het college kan in ieder geval de volgende voorzieningen aanbieden: werkervaringsplaats scholing sociale activering vrijwilligerswerk detacheringbaan loonkostensubsidie 3.Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorzieningen nadere verplichtingen en regels stellen. 4.Voor zover de belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie wordt binnen 6 maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. 5.Het college betrekt bij deze beoordeling: De kracht en bekwaamheden van belanghebbende. De bijdrage op vergroting kans op de arbeidsmarkt. De scholingswens van de belanghebbende; HOOFDSTUK3:ONDERSTEUNENDE VOORZIENINGEN Artikel7Inkomstenvrijlating Het college verleent ter uitvoering van artikel 31 lid 2 sub o WWB gedurende ten hoogste zes maanden, een vrijlating van inkomsten ter hoogte van 25 % van deze inkomsten tot het maximum genoemd in artikel 31 lid 2 sub o WWB, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling. Artikel8Premies 1.Het college kan aan uitkeringsgerechtigden een activeringspremie toekennen. 2.Deze premie wordt verstrekt in de volgende gevallen: Het aanvaarden van algemeen geaccepteerde duurzame arbeid; Het verrichten van deeltijdarbeid; Het verrichten van vrijwilligerswerk; Het behalen van een vooraf bepaald resultaat in een traject. 3.Het college stelt nadere regels over de doelgroepen en de hoogte van de premies. 4.Het college kan aan een werkgever een premie toekennen, indien een werknemer reguliere arbeid aanvaardt bij die werkgever. Artikel8a 1.Het college verstrekt aan degene die algemene bijstand ontvangt en onbeloonde additionele werkzaamheden verricht conform artikel 10a, zesde lid van de wet een premie van telkens € 150,-. 2.Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes maanden beoordeeld. 3.De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden. 4.Onverminderd het eerste lid komen ook personen als bedoeld in artikel 7, derde lid van de wet voor een premie in aanmerking indien zij aan alle voorwaarden voldoen. Artikel8b 1.Indien de belanghebbende 18 maanden of meer additionele werkzaamheden heeft verricht wordt van degene in opdracht van wie hij deze werkzaamheden uitvoert een halfjaarlijkse bijdrage verlangd. 2.De bijdrage bedraagt 50% van de in artikel 8a lid 1 bedoelde premie. 3.De bijdrage wordt enkel verlangt voor zover aan de belanghebbende de premie bedoeld in artikel 8a is uitgekeerd. Artikel9Overige vergoedingen Het college kan een vergoeding verstrekken voor kosten die gemaakt zijn in het kader van de arbeidsinschakeling. Artikel10Wet Inschakeling Werkzoekenden en Besluit in- en doorstroombanen 1.Het college draagt zorg voor de uitvoering van dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 4 van de Wet Inschakeling Werkzoekenden (WIW), zoals dit luidde op 31 december 2003, en stimuleert de uitstroom. 2.Het college draagt zorg voor de subsidiëring van de dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 6 van het besluit in - en doorstroombanen(ID), zoals dit luidde op 31 december 2003 en voor de subsidiëring van de arbeidsovereenkomsten zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid van de WIW, zoals dit luidde op 31 december 2003 en stimuleert de uitstroom. De hoogte van de subsidie wordt door het college vastgesteld. 3.De dienstbetrekkingen en arbeidsovereenkomsten genoemd in het eerste en tweede lid, zijn vanaf het moment van inwerkingtreding van de Wwb voorzieningen in de zin van de Wwb. Het college kan nadere voorwaarden stellen aan de subsidieverstrekking. 4.Nadat aldus op enig moment de subsidiëring van alle op 31december 2003 bestaande banen zal zijn beëindigd, houdt dit artikel op te bestaan. HOOFDSTUK3AREGELINGEN IN VERBAND MET DE WIJZIGINGEN IN DE WWB EN INTREKKING VAN DE WIJ PER 1 JANUARI 2012 Artikel10aWijziging betekenis begrippen 1.Waar in deze verordening de begrippen 'alleenstaande', 'alleenstaande ouder' en 'gezin' worden gebrukt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet. 2.Waar in deze verordening wordt gesproken van 'gehuwde(n)' of 'gehuwdennorm' hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als 'gezin', bedoeld in artikel 4, respectievelijk 'gezinsnorm', bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet. Artikel10bAfwijkende bepalingen voor jongeren In afwijking van hetgeen in deze verordening is bepaald, kunnen de volgende voorzieningen bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b van de wet niet worden ingezet voor de arbeidsinschakeling van belanghebbenden jonger dan 27 jaar: onbeloonde additionele arbeid als bedoeld in artikel 10a van de wet; de voorzieningen bedoeld in artikel 31, vijfde lid van de wet. HOOFDSTUK4:AANVULLENDE BEPALINGEN Artikel11Nadere regels Het bepaalde in de artikelen 5 en 8 wordt uitgewerkt in door het College vast te stellen uitvoeringsplan reïntegratie en/of nadere regels. Artikel12Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen in begunstigende zin afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel13Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: "Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Hardenberg 2008 e.v.". Artikel14Onvoorziene omstandigheden In die gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel15Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op die van de bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.