Subsidieverordening godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs in het openbaar onderwijs SUBSIDIEVERORDENING GODSDIENSTONDERWIJS EN LEVENSBESCHOUWELIJK VORMINGSONDERWIJS IN HET OPENBAAR ONDERWIJS Artikel1:Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: W.P.O.: Wet op het Primair Onderwijs. W.V.O.: Wet op het Voortgezet Onderwijs. godsdienstonderwijs: het onderwijs in kennis, godsdienstgeschiedenis en cultuurgeschiedenis van een in de Nederlandse samenleving voorkomende godsdienst, overeenkomstig het bepaalde in artikel 50 van de W.P.O. levensbeschouwelijk vormingsonderwijs: het onderwijs op het gebied van geestelijke en zedelijke vorming, dat niet godsdienstig is gefundeerd, doch overeenstemt met een in Nederland voorkomende levensbeschouwing, overeenkomstig het bepaalde in artikel 50 van de W.P.O. en de artikelen 46, 47 en 171 van de W.V.O. Het vormingsonderwijs beoogt de leerlingen: respect bij te brengen voor andere opvattingen, geloofs- en levensovertuigingen; in aanraking te brengen met vragen over mens en wereld, normen en waarden, vrijheden en verantwoordelijkheden. G.V.O.: godsdienstonderwijs en/of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs. instelling: één der navolgende instanties die verantwoordelijkheid neemt voor het verzorgen van G.V.O. op één of meer basisscholen en/of scholen voor voortgezet onderwijs: een kerkelijke gemeente; een plaatselijke kerk; een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid als bedoeld in artikel 51 van de W.P.O. dan wel artikel 46 van de W.V.O., die zich blijkens de statuten het geven van G.V.O. ten doel stelt. leraar: de leerkracht, aangewezen door een instelling om op een basisschool G.V.O. te verzorgen. school: een zelfstandige onderwijsinstelling of nevenvestiging van een onderwijsinstelling voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs, gevestigd op het grondgebied van de gemeente Hardenberg. Artikel2:Doelgroep De subsidiëring van het G.V.O. is bedoeld voor leerlingen van: de groepen 3 t/m 8 van openbare basisscholen; de klassen 1 en 2 van openbare scholen voor voortgezet onderwijs. Artikel3:Voorwaarden 1.Het onderwijs wordt gegeven in het schoolgebouw waar de desbetreffende doelgroep normaliter les ontvangt. 2.Het schoolbestuur stelt ten behoeve van G.V.O. kosteloos verwarmde en verlichte lesruimte beschikbaar. 3.G.V.O. wordt gegeven aan de leerlingen uit de in artikel 2 genoemde doelgroepen, van wie de ouders, voogden of verzorgers daartoe de wens te kennen hebben gegeven. Artikel4:Verantwoordelijkheid inhoud G.V.O. en aanwijzingen leraar 1.De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het G.V.O., de keuze van de leermiddelen, alsmede de pedagogisch/ didactische wijze waarop het wordt gegeven, berust bij de instelling die de leraar voor G.V.O. heeft aangewezen. 2.De instelling verplicht zich er voor zorg te dragen, dat het onderwijs wordt gegeven op pedagogisch-didactisch verantwoorde wijze. 3.De leraar gedraagt zich naar de aanwijzingen, die door de directeur van de school worden gegeven. Tevens verstrekt hij de directeur van de school alle verlangde inlichtingen voor zover deze in relatie staan met de werkzaamheden van de leraar. 4.De leraar onthoudt zich van het voeren van propaganda, hetzij voor enige richting in het onderwijs, hetzij voor enige geestelijke, maatschappelijke of politieke stroming. 5.Tevens onthoudt hij zich van uitlatingen of handelingen die krenkend kunnen zijn voor de levensbeschouwing van anderen. 6.Het G.V.O. wordt in de Nederlandse taal gegeven. Artikel5:Verlening subsidie 1.Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van de bepalingen van deze verordening, desgevraagd aan een instelling die G.V.O. verzorgt op één of meer openbare scholen voor basisonderwijs en/of voortgezet onderwijs in deze gemeente een subsidie verlenen met betrekking tot de kosten, verbonden aan het geven van G.V.O. 2.De in lid 1 genoemde subsidie strekt ter tegemoetkoming in de kosten van de salarissen voor leraren G.V.O., reiskosten en uitgaven voor onderwijsleermiddelen. 3.De subsidie wordt toegekend aan een instelling als bedoeld in artikel 1, lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.