← Nederland

Beleidsregels Verhaal WWB (Olst-Wijhe)

Beleidsregels Verhaal WWBHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Olst-Wijhe, gelet op de Wet werk en bijstand (WWB), Overwegende dat op grond van de artikelen 61 en 62 WWB het college bevoegd is de kosten van bijstand te verhalen, besluit: vast te stellen de Beleidsregels Verhaal WWB Hoofdstuk1Algemeen Artikel1.Verhaal van bijstand Burgemeester en wethouders maken gebruik van de bevoegdheid tot het verhalen van kosten van bijstand: tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van de het Burgerlijk Wetboek: op degene die bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht jegens zijn echtgenoot, of minderjarig kind niet of niet behoorlijk nakomt en op het minderjarige kind dat zijn onderhoudsplicht jegens zijn ouders niet of niet behoorlijk nakomt; tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van de het Burgerlijk Wetboek: op degene die zijn onderhoudsplicht na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt; tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van de het Burgerlijk Wetboek: op degene die zijn onderhoudsplicht op grond van artikel 395a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek niet of niet behoorlijk nakomt jegens zijn meerderjarig kind aan wie bijzondere bijstand is verleend; op degene aan wie de persoon die bijstand ontvangt of heeft ontvangen een schenking heeft gedaan voorzover bij het besluit op de bijstandsaanvraag met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden indien de schenking niet had plaatsgevonden, tenzij gelet op alle omstandigheden aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van bijstandsverlening redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien op de nalatenschap van de persoon indien; 1° aan die persoon ten onrechte bijstand is verleend indien sprake is van een situatie als beschreven in de beleidsregels terugvordering 4 onder a en e en voorzover voor het overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden; 2° bijstand is verleend in de vorm van geldlening of als gevolg van borgtocht. Behoudens in de gevallen als bedoeld in onderdeel e, ten tweede, worden kosten van bijstand die meer dan vijf jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot verhaal zijn gemaakt, niet verhaald. Artikel2Beperking Buiten de gevallen aangegeven in beleidsregel 1 vindt geen verhaal plaats. Hoofdstuk2Geheel of gedeeltelijk afzien van het nemen van een verhaalsbesluit Artikel3Afzien van het nemen van een verhaalsbesluit Burgemeester en wethouders zien af van het nemen van een verhaalsbesluit indien: het op te leggen verhaalsbedrag lager is dan € 45,00 per maand daarvoor gelet op de omstandigheden van degene op wie verhaal wordt gezocht of degene die de bijstand ontvangt of heeft ontvangen, dringende redenen aanwezig zijn. Hoofdstuk3Kwijtschelding Artikel4Kwijtschelding wegens schuldenproblematiek In afwijking van beleidsregel 1 kunnen burgemeester en wethouders, op verzoekvan degene op wie verhaald wordt, besluiten gedeeltelijk af te zien van verhaalvan kosten van bijstand voorzover het betreft verschuldigde verhaalsbedragendie op het moment van het besluit opeisbaar zijn, indien: redelijkerwijs te voorzien is dat degene op wie wordt verhaald niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en de vordering van de gemeente wegens verhaal van bijstand ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang. Artikel5Inwerkingtreding van het besluit tot afzien van verhaal wegens schuldenproblematiek Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van verhaal treedt niet in werking voordat een schuldregeling als bedoeld in beleidsregel 4 onder b. tot stand is gekomen. Artikel6Intrekking van het besluit tot afzien van verhaal wegens schuldenproblematiek Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van verhaal wordt ingetrokken of ten nadele van de belanghebbende gewijzigd indien: niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling is tot stand gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in de beleidsregel 4 genoemde voorwaarden a, b en c; de belanghebbende zijn schuld aan de gemeente niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. Hoofdstuk4Beoordeling van mate van onderhoudsplicht Artikel7Beoordeling onderhoudsplicht Bij de beoordeling van het bestaan van het verhaalsrecht als bedoeld in artikel 1 onder a, b en c en de omvang van het te verhalen bedrag wordt rekening gehouden met de maatstaven die gelden en de omstandigheden die vanbelang zijn in het geval dat de rechter dient te beslissen over de vraag of en, zoja, tot welk bedrag een uitkering tot levensonderhoud na echtscheiding,scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafelen bed zou moeten worden toegekend. Hoofdstuk5Verhalen van rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud Artikel8Verhaal op grond van rechterlijke uitspraak 1.Indien een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud verschuldigd krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die uitvoerbaar is, niet wordt nagekomen, wordt verhaald in overeenstemming met deze uitspraak; 2.Het besluit tot verhaal wordt in dat geval bij brief medegedeeld aan degene op wie wordt verhaald, met de aanmaning het verschuldigde binnen dertig dagen na verzending van de brief te voldoen; 3.Indien aan de aanmaning geen gevolg wordt gegeven vordert de gemeente het verschuldigde met uitsluiting van degene die de bijstand ontvangt; 4.Het besluit tot verhaal levert een executoriale titel op, die op kosten van de schuldenaar wordt betekend en met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tenuitvoergelegd. Artikel9Wijziging door de rechter vastgestelde onderhoudsbijdrage De gemeente verzoekt de rechter het verhaalsbedrag in afwijking van een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud verschuldigd krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek vast te stellen, indien de rechter: deze uitspraak zou kunnen wijzigen op de gronden genoemd in de artikelen 157 en 401 van dat boek; geen rekening heeft kunnen houden met alle voor de betrokken beslissing in aanmerking komende gegevens en omstandigheden betreffende beide partijen. Hoofdstuk6Het verhaalsbesluit Artikel10Het verhaalsbesluit Een besluit tot verhaal op grond van beleidsregel 1 wordt door het college aan degene op wie verhaal wordt gezocht medegedeeld. Het besluit vermeldt het bedrag of de bedragen waarvan, evenals de termijn of termijnen waarbinnen, betaling wordt verlangd. Bij verhaal op de nalatenschap kan de mededeling worden gericht tot de langstlevende echtgenoot of een der erfgenamen die geacht kan worden bij de afwikkeling van de nalatenschap te zijn betrokken. Hoofdstuk7Verhaal in rechte Artikel11Verhaal in rechte Indien de belanghebbende niet uit eigen beweging bereid is de verlangde gelden aan de gemeente te betalen dan wel niet of niet tijdig tot betaling daarvan overgaat, besluiten burgemeester en wethouders tot verhaal in rechte. Burgemeester en wethouders zien af van verhaal in rechte indien het te verhalen bedrag een bedrag van € 2000,00 niet te boven gaat. Hoofdstuk8Heronderzoek Artikel12Onderzoek naar draagkracht Tenminste één keer per twee jaar verrichten burgemeester en wethouders onderzoek naar de draagkracht voor het voldoen van een verhaalsbijdrage. Indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven wordt als gevolg van dit onderzoek de betalingsverplichting gewijzigd vastgesteld. Er wordt niet overgegaan tot het gewijzigd vaststellen van een betalingsverplichting indien de draagkracht niet meer blijkt te zijn vermeerderd ten opzichte van het vorige onderzoek dan met € 45,00 per maand of blijkt te zijn verminderd dan met een bedrag van € 25,00 per maand. Hoofdstuk9Invordering Artikel13Vereenvoudigd derdenbeslag Indien de belanghebbende niet bereid blijkt de door de rechter vastgestelde bijdrage voor levensonderhoud of de op verzoek van de gemeente vastgestelde bijdrage te voldoen dan wordt die uitspraak tenuitvoergelegd door middel van executoriaal beslag overeenkomstig de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hoofdstuk10Overige bepalingen Artikel14Inwerkingtreding en werkingsduur Deze beleidsregels treden in werking vanaf 1 januari 2010. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders gehouden op 8 december 2009. Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1. Verhaal van bijstand Artikel 2 Beperking Hoofdstuk 2 Geheel of gedeeltelijk afzien van het nemen van een verhaalsbesluit Artikel 3 Afzien van het nemen van een verhaalsbesluit Hoofdstuk 3 Kwijtschelding Artikel 4 Kwijtschelding wegens schuldenproblematiek Artikel 5 Inwerkingtreding van het besluit tot afzien van verhaal wegens schuldenproblematiek Artikel 6 Intrekking van het besluit tot afzien van verhaal wegens schuldenproblematiek Hoofdstuk 4 Beoordeling van mate van onderhoudsplicht Artikel 7 Beoordeling onderhoudsplicht Hoofdstuk 5 Verhalen van rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud Artikel 8 Verhaal op grond van rechterlijke uitspraak Artikel 9 Wijziging door de rechter vastgestelde onderhoudsbijdrage Hoofdstuk 6 Het verhaalsbesluit Artikel 10 Het verhaalsbesluit Hoofdstuk 7 Verhaal in rechte Artikel 11 Verhaal in rechte Hoofdstuk 8 Heronderzoek Artikel 12 Onderzoek naar draagkracht Hoofdstuk 9 Invordering Artikel 13 Vereenvoudigd derdenbeslag Hoofdstuk 10 Overige bepalingen Artikel 14 Inwerkingtreding en werkingsduur

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.