2013-41 Verordening op de heffing en invordering van ligplaatsgelden 2014De Raad van de gemeente Maassluis; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 december 2013 tot het vaststellen van de tarieven belastingen en heffingen 2014, zaaknummer Z-13-08617 registratienummer ADV-13-01997, gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van ligplaatsgelden 2014(Verordening ligplaatsgeld 2014) Artikel1Begripsomschrijvingen. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vaartuigen: alle soorten van drijvende lichamen, welke wegens hun drijfvermogen worden gebezigd dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen en/of goederen; onder vaartuigen worden mede begrepen hout-, werk- en aanlegvlotten, pontons, al dan niet dienende tot het dragen van daarop geplaatste werktuigen; kade: een oever van de haven, al dan niet voorzien van een kademuur, steenglooiing of andere oeververdediging; ligplaatsvergunning of vergunning: een beschikking strekkende tot toekenning van een recht van vaste ligplaats als bedoeld in artikel
- Artikel2Belastbaar feit. 1Onder de naam van ligplaatsgeld wordt een recht geheven wegens het hebben van een recht van vaste ligplaats voor vaartuigen aan een gemeentelijke openbare kade. 2Zodanig recht kan uitsluitend worden verleend aan een overeenkomstig deze verordening verleende ligplaatsvergunning. Artikel3Belastingplicht. Het recht bedoeld in artikel 2, wordt geheven van de houder van de vergunning. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief. Het recht wordt geheven per belastingjaar per strekkende meter van de ligplaats: indien de vergunning is verleend voor een kade van de buitenhaven € 146,99; indien de vergunning is verleend voor een kade van de binnenhaven, de Noordgeer of het Hellinggat € 135,
- De hiervoor genoemde bedragen zijn exclusief omzetbelasting. Artikel5Bepalingen betreffende de maatstaf en het tarief. 1Voor de berekening van het recht bedoeld in artikel 4, wordt een gedeelte als een volle eenheid aangemerkt. 2Telkens wanneer een ligplaats waarvoor een vergunning is verleend in de lengte wordt overschreden, waaronder wordt verstaan dat een op die ligplaats liggend vaartuig buiten de ligplaats uitsteekt langs een gedeelte van de gemeentelijke openbare kade waarlangs een recht van vaste ligplaats niet is verleend, is de houder van de vergunning verplicht hiervan kennis te geven aan de havenmeester en wel binnen zes uur nadat het vaartuig begonnen is van de ligplaats gebruik te maken. Ter zake van deze overschrijding is telkens een bijbetaling op het recht verschuldigd, welke, berekend naar de lengte van de overschrijding, per strekkende meter een tiende gedeelte van het recht bedraagt, dat ingevolge artikel 4 per jaar en per strekkende meter verschuldigd zou zijn. 3Bij de bepaling van de grootte van de overschrijding wordt het uitstekende deel van het vaartuig gemeten met inbegrip van het roer in midscheepse stand, de boegspriet, de berghouten of de zwaarden, zo een dezer onderdelen verder reikt dan het uiterste punt van scheepswand, scheepsboord of opbouw. Artikel6Belastingjaar. Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing. De rechten bedoeld in artikel 4 en artikel 5, lid 2, worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang. 1Het recht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel9Termijn van betaling. 1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel10Kwijtschelding. Bij de invordering van ligplaatsgelden wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van ligplaatsgelden. Artikel12Inwerkingtreding en citeertitel. 1De ‘Verordening ligplaatsgeld 2013’ van 18 december 2012 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking op 1 januari
- 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- 4Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening ligplaatsgeld 2014’. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Maassluis, gehouden op 17 december 2013.de griffier, de voorzitter,mr. R. van der Hoek, drs. J.A. KarssenGemeenteblad 2013-41