(2003)van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is de mogelijkheid dat ook een medewerker van de vergunninghouder in aanmerking kan komen voor overschrijving van de vergunning niet opgenomen. De Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH) toont zich voorstander van de mogelijkheid dat ook een medewerker van de vergunninghouder de kans moet krijgen om in aanmerking te komen voor overschrijving van de vergunning. Daarnaast adviseert de CVAH bij brief van 23 juni 2005 aan de gemeenten om naast overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid, ook (gedeeltelijke) beëindiging van de detailhandelsactiviteiten op te nemen als reden voor overschrijving van de standplaatsvergunning. Tenslotte adviseert de CVAH bij brief van 23 juni 2005 de mogelijkheid op te nemen dat de plaats voor een vaste standplaats zonder meer kan worden overgeschreven op het kind van de vergunninghouder. Dit zonder de restrictie dat deze mogelijkheid enkel is weggelegd voor een kind van de vergunninghouder die tenminste drie jaar onafgebroken in loondienst van het marktbedrijf van vergunninghouder heeft gewerkt. Achtergrond is het verhogen van de investeringsbereidheid en daardoor mede de continuïteit op markten. Deze aanbevelingen zijn mede op advies van de marktcommissie overgenomen. Opgenomen is de mogelijkheid dat de standplaatsvergunning wordt overgeschreven voor de plaats op naam van de partner, kind, mede-eigenaar of medewerker. Er zijn gemeenten die bij overschrijving van de vergunning ook de anciënniteit overschrijven. Dit is niet de bedoeling geweest van dit artikel. De anciënniteit wordt niet overgedragen. De nieuwe vergunninghouder bouwt zijn eigen anciënniteit op, vanaf het moment dat de standplaats op zijn naam wordt overgeschreven. In het vijfde lid van artikel 7 is een hardheidsclausule opgenomen. Dit geeft het college de mogelijkheid om van het bepaalde in artikel 7 af te wijken als toepassing ervan onbedoeld en onvoorzien buitengewoon onbillijk uitwerkt. De toetsing dient altijd gericht te zijn op individuele en onvoorziene omstandigheden. Toepassing dient dus eerder hoge uitzondering dan regel te zijn. ARTIKEL
- TOEWIJZING DAGPLAATS. De vereiste vergunning wordt veelal mondeling verleend. Uiteraard dient, indien er voor de markt een branche-indeling is vastgesteld, daarmee bij het toewijzen van dagplaatsen rekening te worden gehouden. ARTIKEL
- INNEMEN VAN EEN STANDPLAATS MET EIGEN MATERIAAL/EISEN EIGEN MATERIAAL. Deze bepalingen zijn nieuw opgenomen. De bepalingen bevatten eisen die gesteld worden in verband met het gebruik van eigen materiaal. De eisen hebben betrekking op de inpasbaarheid en de veiligheid van het eigen materiaal. ARTIKEL
- Persoonlijk innemen dagplaats; bijstand Een dagplaats moet persoonlijk door de vergunninghouder worden ingenomen. De standplaatshouder die vergunning heeft voor een dagplaats bouwt met zijn aanwezigheid persoonlijk rechten op voor het verwerven van een vaste standplaats. Hij kan zich in tegenstelling tot een houder van een vaste standplaats (zie artikel 15) niet laten vervangen. De vergunninghouder voor een dagplaats kan zich tijdens de markt uiteraard doen bijstaan door een medevennoot of medewerker. ARTIKEL
- Innemen vaste standplaats. Artikel 15 gaat over de verplichting om de standplaats, behoudens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden minimaal elf keer per kwartaal te laten innemen. Dit om de continuïteit in de bezetting van de markt te waarborgen. Om een optimale bezetting te realiseren en voor de standplaatshouders een eigentijdse bedrijfsvoering mogelijk te maken, kan de standplaatshouder zich te allen tijde laten vervangen door een medewerker. De standplaatshouder heeft hiervoor geen toestemming van de gemeente nodig; hij hoeft de vervanger niet te laten registeren. Er worden aan de vervangers geen eisen gesteld voor wat betreft de relatie met de standplaatshouder persoonlijk dan wel met de onderneming van de standplaatshouder. Het aantal vervangers dat de standplaatshouder kan inschakelen is onbeperkt. In lid 6 is opgenomen dat de standplaats en standplaatsvergunning niet overdraagbaar zijn. De vergunninghouder mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. Dat betekent de vervanger de standplaats moet innemen met de kraam of verkoopwagen van de standplaatshouder die de vergunning op naam heeft. Er kan alleen van een huurkraam gebruik worden gemaakt als ook de standplaatshouder ter plekke kramen huurt. ARTIKEL
- Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden. Het is noodzakelijk dat de marktmeester tijdig op de hoogte is van het feit dat de standplaats op een bepaalde marktdag in het geheel niet wordt ingenomen. ARTIKEL
- Ontheffing aanwezigheidsplicht. In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college de vergunninghouder tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om de standplaats tenminste elf maal per dertien weken in te nemen of te doen innemen. Acht weken vakantie per jaar met een maximum aaneengesloten periode van vier weken sluit is gebruikelijk. De ontheffing van de aanwezigheidsplicht wegens ziekte is, teruggebracht naar een periode van één jaar. Indien de ziekte langer dan één jaar duurt en er gedurende dat jaar geen vervanging geregeld, dan zal terugkeer op de standplaats waarschijnlijk geen optie meer zijn. Het is in het belang van de markt als geheel, om de standplaats na de periode van één jaar opnieuw uit te kunnen geven. Een verplichting voor de vergunninghouder om een geneeskundige verklaring te overleggen is niet meer opgenomen omdat de beroepsorganisatie van artsen de leden ontraadt de informatievoorziening over hun patiënten te verstrekken. Overigens is er geen wettelijke basis op grond waarvan het college de vergunninghouder zou kunnen verplichten een geneeskundige keuring te ondergaan. Het college kan de vergunninghouder uiteraard wel aanbieden zich bijvoorbeeld door de GGD of arbodienst te laten onderzoeken om de ziekte aan te tonen. ARTIKELEN 19 TOT EN MET
- OVERIGE BEPALINGEN. Deze bepalingen hebben te maken met een ordelijk en veilig verloop van de markt. De meeste onderwerpen waren ook in de Marktverordening 1996 opgenomen, maar in dit reglement is de tekst aangepast aan de nieuwste inzichten. Vooral de veiligheidsvoorschriften zijn aangescherpt, evenals de bepaling over het stallen van rij- en voertuigen. ARTIKEL
- AFGELASTING MARKT. In de praktijk doen zich situaties voor dat de markt moet worden afgelast of voortijdig moet worden beëindigd. In artikel 25 is de bevoegdheid van het college om daartoe te besluiten expliciet opgenomen.