Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond (GGD Rotterdam-Rijnmond)HOOFDSTUKI BEGRIPSBEPALINGEN Artikel1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: ) ‘de regeling’: de Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond (GGD Rotterdam-Rijnmond); ) ‘het lichaam’; het openbaar lichaam bedoeld in artikel 2; ) ‘de gemeente’: een aan deze regeling deelnemende gemeente; ) ‘de wet’: de Wet publieke gezondheid; ) ‘directeur publieke gezondheid’: de functionaris als bedoeld in artikel 14 van de wet, met dien verstande dat de werkgeversfunctie hiervoor wordt ingevuld door de gemeente Rotterdam; ) ‘basistakenpakket’: de basistaken die door de gemeente Rotterdam in het kader van de wet standaard worden uitgevoerd voor alle gemeenten, met uitzondering van de taken op het gebied van de jeugdgezondheidszorg, indien en voor zover het algemeen bestuur heeft besloten hiervoor een aparte organisatie aan te wijzen; ) ‘begroting’: stukken die voor enig begrotingsjaar inzicht geven in de prijs, inhoud en omvang van elk afzonderlijk product dat als zodanig deel uitmaakt van het basistakenpakket, inclusief een meerjarenraming voor de drie jaren volgend op het desbetreffende begrotingsjaar; ) ‘rekening’: het stuk waarin de dienst over het afgelopen begrotingsjaar verantwoording aflegt over en verslag doet van de realisatie van de prestatieafspraken die gelden in het kader van het vastgestelde basistakenpakket. HOOFDSTUKII HET OPENBAAR LICHAAM Artikel2 1.Er is een openbaar lichaam genaamd Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond (GGD Rotterdam-Rijnmond). Het is gevestigd te Rotterdam. 2.Het rechtsgebied van het lichaam omvat het grondgebied van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen en Westvoorne. HOOFDSTUKIII DOELSTELLING EN TAKEN Doelstelling Artikel3 Het lichaam heeft tot doel: het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de bevolking of van specifieke groepen daarbinnen, in het rechtsgebied van het lichaam; het voorkómen en het vroegtijdig opsporen van ziekten onder de bevolking; alles wat met het bovenstaande in de ruimste zin verband houdt. Taken Artikel4 1.In het kader van de doelstelling heeft het lichaam de volgende taken: het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten inzake de uitvoering van volksgezondheidstaken, welke aan de gemeenten zijn opgedragen; het doen uitvoeren van de gemeentelijke taken bij of krachtens de wet, voor zover deze taken behoren tot het basistakenpakket; al die taken ten aanzien waarvan het algemeen bestuur unaniem heeft besloten dat deze tot het basistakenpakket dienen te worden gerekend. 2.Voor zover nodig en mogelijk voert het lichaam de hem toevertrouwde taken uit in samenwerking en overleg met plaatselijke en regionale diensten en instellingen die daarvoor in aanmerking komen. HOOFDSTUK IV HET ALGEMEEN BESTUUR Samenstelling Artikel5 1.Per gemeente wordt één lid en één plaatsvervangend lid aangewezen voor het algemeen bestuur. 2.Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden het dagelijks bestuur aan. Artikel6 De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor de duur van de zittingsperiode van het college. Bij de aanvang van elke zittingsperiode vindt de aanwijzing plaats in een van de eerste vergaderingen van de nieuwe benoemde colleges. De leden van het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de nieuw gekozen leden van het algemeen bestuur in functie treden. De leden van het algemeen bestuur treden af op het moment van verlies van het wethouderschap of van het voorzitterschap van het college. Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het algemeen bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden. De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur, alsmede de voorzitter van het college dat hen heeft aangewezen, schriftelijk op de hoogte. Onverminderd het bepaalde in artikel 13, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, behouden leden van het algemeen bestuur, die ontslag hebben genomen, hun lidmaatschap totdat onherroepelijk in hun opvolging is voorzien. Werkwijze Artikel7 Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel ten minste drie leden van het algemeen bestuur dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoeken. Artikel8 1.Het algemeen bestuur vergadert in het openbaar. De deuren worden gesloten wanneer een kwart van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd. 2.Bij het nemen van besluiten door het algemeen bestuur brengen de leden voor de gemeente die zij vertegenwoordigen ieder één stem uit, met uitzondering van de leden die een gemeente vertegenwoordigen met een inwonertal boven 50.000. Zij brengen voor elk volgend 50.000-tal, of gedeelte daarvan, één stem meer uit tot een maximum van elf stemmen per gemeente. 3.Voor de toepassing van het tweede lid gelden de bevolkingscijfers van de gemeenten per 1 januari van het voorgaande jaar. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers aangehouden. 4.In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan niet beraadslaagd worden noch een besluit worden genomen over: ) de vaststelling en wijziging van de begroting; ) de vaststelling van de rekening; ) het toetreden tot, het uittreden uit of het wijzigen of opheffen van de regeling; ) het oprichten van of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname daaraan; ) benoeming en ontslag van leden van het dagelijks bestuur. 5.In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan geen besluit worden genomen over het doen van een uitgave voordat de begroting of begrotingswijziging, waarbij deze uitgave is geraamd, is goedgekeurd. Artikel9 Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement, alsmede een wijziging hiervan, wordt aan de gemeenten toegezonden. Bevoegdheden Artikel10 Het algemeen bestuur besluit op voorstel van het dagelijks bestuur over de omvang en inhoud van het basistakenpakket en de tarieven die hieraan gekoppeld worden. Verder behoren alle andere bevoegdheden in het kader van deze regeling, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen, aan het algemeen bestuur. Inlichtingen en verantwoording Artikel11 1.Een lid van het algemeen bestuur geeft aan de raad van de gemeente welke hem heeft aangewezen, op de in die gemeente gebruikelijke wijze alle inlichtingen die door de raad, of een of meer leden daarvan, worden verlangd. Op gelijke wijze dient het lid het college van de desbetreffende gemeente inlichtingen te verschaffen. 2.Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad van de gemeente welke hem heeft aangewezen, op de in die gemeente gebruikelijke wijze ter verantwoording worden geroepen voor de wijze waarop het lid de gemeente in dat bestuur heeft vertegenwoordigd. 3.Indien een lid van het algemeen bestuur niet meer het vertrouwen geniet van de raad welke hem heeft aangewezen, kan deze hem als zodanig ontslaan. Artikel12 1.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de raden en de colleges van de gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raden en de colleges van de gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden of colleges worden verlangd. 3.Het reglement van orde van het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de twee vorige leden bepaalde. HOOFDSTUKV HET DAGELIJKS BESTUUR Samenstelling Artikel13 Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van het algemeen bestuur en maximaal zes leden, door en uit het algemeen bestuur aangewezen, met dien verstande dat het lid van het algemeen bestuur dat door de raad van de gemeente Rotterdam is aangewezen in ieder geval deel uitmaakt van het dagelijks bestuur en dat het dagelijks bestuur een afspiegeling vormt van de verschillende regio’s in het rechtsgebied van het openbaar lichaam. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 6, vierde lid, vindt het aanwijzen van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen, die door ontslag, overlijden of anderszins openvallen, plaats uiterlijk één maand na dat openvallen. De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur. Werkwijze Artikel14 Het dagelijks bestuur vergadert ten minste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt, of ten minste één lid van het dagelijks bestuur zulks schriftelijk onder opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt. In het laatste geval vindt de vergadering plaats binnen twee weken. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. Dit reglement, alsmede een wijziging hiervan, wordt aan het algemeen bestuur ter kennisneming overgelegd. Bevoegdheden Artikel15 1.Voor de vervulling van de in artikel 4 genoemde taken oefent het dagelijks bestuur de bevoegdheden uit die bij of krachtens de wet zijn toegekend aan de colleges van de gemeenten. 2.Voorts is dit bestuur belast met: een voortdurend toezicht op al wat het lichaam aangaat; het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd; het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur; het voorstaan van de belangen van het lichaam bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor het lichaam van belang is; het beheer van inkomsten en uitgaven van het lichaam; de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit. Artikel16 Het dagelijks bestuur oefent, voor zover het algemeen bestuur daartoe besluit en naar door dat bestuur te stellen regels, de aan het algemeen bestuur wettelijk toegekende of krachtens de regeling hem toevallende bevoegdheden uit, met uitzondering van: het vaststellen en wijzigen van de begroting; het vaststellen van de rekening; het toetreden tot, het uittreden uit of het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling overeenkomstig hoofdstuk XI van deze regeling; het oprichten van of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname daaraan. Van besluiten van het algemeen bestuur als bedoeld in het eerste lid doet het dagelijks bestuur onverwijld mededeling aan de gemeenten. Inlichtingen en verantwoording Artikel17 1.De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2.Zij geven gevraagd en ongevraagd aan het algemeen bestuur alle inlichtingen, die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig zijn, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet. 3.Zij geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet. 4.Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de leden een, twee en drie bepaalde. HOOFDSTUK VI DE VOORZITTER Artikel 18 Door en uit het algemeen bestuur wordt een voorzitter aangewezen. De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur beslist omtrent schorsing en ontslag van de voorzitter. Artikel19 1.De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen en van het dagelijks bestuur. 2.Hij tekent alle stukken die van het algemeen of van het dagelijks bestuur uitgaan. 3.Voorts is hij, naast het leiden van de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur, belast met: a.het terstond ter tafel brengen van alle tot het algemeen en/of het dagelijks bestuur gerichte brieven en andere stukken in de vergadering van het orgaan tot welks bevoegdheid het nemen van een beslissing omtrent de daarin behandelde zaak behoort; b.het daadwerkelijk doen uitvoeren van de besluiten van het dagelijks bestuur; c.het zo nodig instellen van een onderzoek, voordat bepaalde zaken ter overweging en beslissing worden voorgelegd aan het algemeen en/of het dagelijks bestuur. Artikel20 1.De voorzitter vertegenwoordigt het lichaam in en buiten rechte. 2.Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in een rechtsgeding waarbij het lichaam is betrokken, wordt het lichaam door een ander, door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van dit bestuur, vertegenwoordigd. HOOFDSTUKVII DE SECRETARIS Artikel21 1.De directeur publieke gezondheid fungeert als ambtelijk secretaris van het algemeen en het dagelijks bestuur. 2.De directeur publieke gezondheid wordt benoemd en ontslagen door het algemeen bestuur, in overeenstemming met het bestuur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en het college van de gemeente Rotterdam. 3.Bij door het algemeen bestuur vast te stellen reglement wordt nader geregeld op welke wijze het overleg als bedoeld in het tweede lid wordt vormgegeven. 4.De secretaris is in de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur aanwezig, tenzij het algemeen of het dagelijks bestuur anders beslist. 5.De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de secretaris mede-ondertekend. 6.De secretaris is belast met de zorg voor en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het lichaam, overeenkomstig door het algemeen bestuur vast te stellen regels en met inachtneming van de Archiefwet 1995. HOOFDSTUKVIII COMMISSIES Artikel22 1.Het algemeen bestuur kan commissies van advies instellen ten behoeve van de in artikel 4 genoemde taken. 2.Een lid van het dagelijks bestuur fungeert als voorzitter van de commissie. 3.De directeur publieke gezondheid fungeert als ambtelijk secretaris van de commissie. HOOFDSTUKIX FINANCIELE BEPALINGEN Begroting van het lichaam Artikel23 Het dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerp-begroting en een toelichting van baten en lasten op voor het volgende kalenderjaar. De begroting is zodanig ingericht dat daaruit blijkt welke kosten verband houden met de uitvoering van het basistakenpakket. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp-begroting acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, doch uiterlijk vóór 1 mei, toe aan de raden van de gemeenten. Indien het dagelijks bestuur een groei in het benodigd budget voorziet ten gevolge van veranderd beleid, dan wordt dit door het dagelijks bestuur in een separaat voorstel toegelicht. Het dagelijks bestuur legt dit separaat voorstel acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, voor aan de gemeenteraden. Voor de groei in het budget als bedoeld in het derde lid is een unaniem besluit nodig van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor zij dient. Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de begrotingswijzigingen binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli, aan gedeputeerde staten. Het dagelijks bestuur zendt begrotingswijzigingen acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling worden aangeboden, toe aan de raden van de gemeenten. Rekening van het lichaam Artikel24 Het dagelijks bestuur stelt elk jaar de rekening met een bijbehorend verslag van het voorgaande jaar op. Het algemeen bestuur stelt de rekening vast in het jaar volgend op het jaar waarop de rekening betrekking heeft. Het dagelijks bestuur zendt de rekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli, aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten. Verdeling van de kosten Artikel25 1.De kosten die worden gemaakt in verband met de uitvoering van het basistakenpakket alsmede de instandhouding van het openbaar lichaam, worden naar evenredigheid van het aantal inwoners verdeeld over de gemeenten. 2.Bij de toedeling als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van het aantal inwoners van iedere gemeente per 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor de begroting is opgesteld en op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. HOOFDSTUKX GESCHILLEN Artikel26 In geval van geschillen als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, zullen partijen trachten deze in eerste instantie op te lossen met behulp van mediation. HOOFDSTUKXI TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Toetreding Artikel27 Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van toetreding. Aan toetreding kunnen door de gemeenten bepaalde voorwaarden worden verbonden. Alle colleges van de gemeenten dienen in te stemmen met een besluit tot toetreding en de eventuele voorwaarden die hieraan worden verbonden. Onverminderd het bepaalde in artikel 29, derde lid, gaat toetreding in op de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop alle colleges van de gemeenten hebben ingestemd met het besluit tot toetreding, tenzij het algemeen bestuur met instemming van de gemeenten anders bepaalt. Uittreding Artikel28 Te allen tijde kan een gemeente besluiten uit deze regeling te treden. Uittreding dient te geschieden bij besluit van het college, waarbij een opzegtermijn van drie jaar wordt aangehouden. Dit besluit wordt ter kennis gebracht van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de berekeningswijze van de aan een uittredende gemeente toe te rekenen kosten bij uittreding en de wijze waarop deze door de uittredende gemeente worden betaald. Het algemeen bestuur stelt in overleg met de uittredende gemeente en in overeenstemming met de regels genoemd in het tweede lid van dit artikel, ten minste zes maanden voor het tijdstip van uittreding een regeling op met betrekking tot de gevolgen van de uittreding. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, geacht te bestaan. Wijziging Artikel29 Een voorstel aan de gemeenten tot wijziging van deze regeling kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door ten minste drie gemeenten. Alle colleges van de gemeenten dienen in te stemmen met een besluit tot wijziging van deze regeling. De wijziging van de regeling treedt niet eerder in werking dan nadat deze door de gemeenten bekend is gemaakt op de in iedere gemeente gebruikelijke wijze. Opheffing Artikel30 1.De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van alle gemeenten. 2.Het algemeen bestuur stelt, de raden van de gemeenten gehoord, een liquidatieplan vast en regelt de vereffening van het vermogen. 3.De organen van het lichaam blijven, zo nodig, na het tijdstip van de beëindiging in functie totdat de liquidatie is beëindigd. HOOFDSTUKXII OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Overgangsbepaling Artikel31 Het algemeen bestuur stelt ingevolge artikel 10 periodiek, één keer per vier jaar, het basistakenpakket vast. Voor dit besluit is ten minste een tweederde meerderheid van het aantal uit te brengen stemmen vereist. Inwerkingtreding Artikel32 1.De regeling vervangt de Gemeenschappelijke Regeling Openbare Gezondheidszorg Rotterdam-Rijnmond van 1 januari 2011. 2.Zij treedt in werking op 1 januari 2013. 3.Het college van de gemeente Rotterdam, de directeur publieke gezondheid namens deze, zorgt voor verzending van de regeling aan gedeputeerde staten. Artikel33 De toetredende gemeenten moeten uiterlijk een maand na de dag van het inwerkingtreden van de regeling de leden in het algemeen bestuur hebben aangewezen. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur na de inwerkingtreding van deze regeling. Slotbepaling Artikel34 De regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond (GGD Rotterdam-Rijnmond). Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 december 2012. De secretaris, De voorzitter, R.G.R. Jeene, plv. A. Aboutaleb Dit gemeenteblad is uitgegeven op 28 december 2012 en ligt op werkdagen van 8.30 tot 16.00 uur ter inzage bij het Kenniscentrum Bestuursdienst Rotterdam (KBR), locatie Stadswinkel Centrum, Coolsingel 40 (zijde Doelwater, tegenover hoofdbureau politie) (Zie ook: www.bds.rotterdam.nl – Gemeentebladen) Memorie van Toelichting bij de Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond (GGD Rotterdam-Rijnmond) Algemene toelichting De Gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond, hierna te noemen: de regeling, regelt de samenwerking tussen de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen en Westvoorne inzake de uitvoering van die taken waartoe de gemeenten verantwoordelijk zijn op grond van de Wet publieke gezondheid (Wpg). De gemeenten Bernisse, Brielle, Dirksland, Goedereede, Hellevoetsluis, Middelharnis, Oostflakkee, Spijkenisse en Westvoorne werkten tot 1 januari 2010 samen in de Gemeenschappelijke Regeling tot de instelling en instandhouding van een gemeenschappelijke gezondheidsdienst voor de Zuidhollandse Eilanden, die met ingang van 23 juni 1995 is ingesteld.. Deze gemeenten hebben in verband met de opheffing van de laatst genoemde regeling besloten toe te treden tot de (aangepaste) regeling van de GGD Rotterdam-Rijnmond. Ook de gemeente Rozenburg was deelnemer aan de (opgeheven) regeling, maar omdat deze gemeente heeft besloten om na de verkiezingen in het voorjaar van 2010 deelgemeente van de gemeente Rotterdam te worden, is Rozenburg met ingang van 2010 niet meer toegetreden als gemeente. Met ingang van 1 januari 2013 zijn de gemeenten Dirksland, Goedereede, Middelharnis en Oostflakkee opgegaan in de gemeente Goeree-Overflakkee. Wijziging van de regeling is, gelet op toedeling van taken in de Wpg, een collegebevoegdheid, zij het dat een collegebesluit in alle gevallen nog wel ter goedkeuring aan de raad dient te worden voorgelegd. De gemeentebesturen die deelnemen aan deze regeling achten het, gelet op de uitoefening van de soms nauw samenhangende taken in het kader van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, wenselijk om een groot deel van de Wpg-taken gezamenlijk te laten uitvoeren door de gemeente Rotterdam. Door de gezamenlijke uitvoering van de GGD-taken wordt de continuïteit gewaarborgd. Deze regeling roept een openbaar lichaam in het leven, met een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur inclusief voorzitter en een secretaris van het bestuur. Conform art. 14 Wpg wordt dit openbaar lichaam aangeduid als gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD Rotterdam-Rijnmond). Het openbaar lichaam heeft zelf geen personeel in dienst. Om de uitvoering van de Wpg te verzekeren maakt het openbaar lichaam gebruik van de diensten van de gemeente Rotterdam. De gemeente Rotterdam levert aan alle deelnemende gemeenten producten en diensten op het terrein van de publieke gezondheid in de meest brede zin van het woord. Een deel van die producten en diensten is voor alle gemeenten gelijk en vormt een zogenaamd ‘basistakenpakket’. Deze regeling regelt dat het algemeen bestuur van het openbaar lichaam beslist wat er in dat basistakenpakket zit, en tegen welke prijs dat aan de deelnemende gemeenten geleverd wordt. Indien een of meer deelnemende gemeenten andere producten of diensten van de gemeente Rotterdam af willen nemen, om zo tot lokaal maatwerk te komen, dan kunnen deze gemeenten daarvoor aparte overeenkomsten afsluiten met de gemeente Rotterdam. Gekozen is voor de vorm van een openbaar lichaam omdat deze vorm de mogelijkheid biedt om commissies met beslissingsbevoegdheid in het leven te roepen, die bijvoorbeeld over dan aan deze regeling toe te voegen taken beslissen. Daarnaast bezit een openbaar lichaam rechtspersoonlijkheid (waardoor bijvoorbeeld het sluiten van overeenkomsten mogelijk
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.