Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2013DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN; (GR 12.3328594); gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 oktober 2012; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet; HEEFT BESLOTEN: de Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2013 vast te stellen. Artikel 1Parkeerbelastingen Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven: een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel 2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: parkeren : het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; houder : degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet (Stbl. 1935, 554) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; parkeer-apparatuur : parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer voor het verlenen van diensten op het gebied van telefonische betaling bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan. artsenplaats : Een aan één of meerdere artsen specifiek toegewezen plaats volgens art. 3, lid 3 sub f van de parkeerverordening. Deze plaats wordt aangeduid door middel van het bord E09 uit bijlage I van het RVV 1990 met op het onderbord aangegeven het kenteken. GPP : Gehandicapten ParkeerPlaats, een aan een gehandicapte specifiek toegewezen plaats volgens art. 3, lid 3, sub g van de parkeerverordening.Deze plaats wordt aangeduid door middel van het bord E06 uit bijlage I van het RVV 1990 met op het onderbord aangegeven het kenteken. Artikel 3Belastingplicht 1.De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd. 2.Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 1, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat: indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd; indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. 3.De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4.De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel 4Tijdstip van ontstaan van de belastingschuld 1.De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren. 2.In afwijking van het bepaalde in het vorige lid is de belasting terstond verschuldigd na afloop van het parkeren indien wordt geheven door middel van het inbellen bij de centrale computer van het bedrijf waarmee de gemeente Groningen een overeenkomst heeft gesloten voor het verlenen van diensten op het gebied van telefonische betaling bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen. 3.De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel 5Tarief, tijdvak en maatstaf van heffing Het tarief, het tijdvak en de maatstaf van heffing zijn vermeld in de tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.