Maatregelenverordening WWB, BBZ 2004, IOAW en IOAZ 2013De raad van de gemeente Vlist gezien het voorstel van het K5- bestuur d.d. 4 december 2012; nummer K512/02079 gehoord de commissie ; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel b, artikel 9a, twaalfde lid en artikel 18, tweede lid van de Wet werk en bijstand; artikel 35, eerste lid, onderdeel b en artikel 20 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; en artikel 35, eerste lid, onderdeel b en artikel 20 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; besluit vast te stellen de volgende: Maatregelenverordening WWB, BBZ 2004, IOAW en IOAZ 2013 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijving 1.In deze verordening wordt verstaan onder: De wet: de Wet werk en bijstand (WWB), met inbegrip van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); Oneigenlijk gebruik: het ten onrechte ontvangen van bijstand, als gevolg van het door belanghebbende handelen in strijd met het doel en de strekking van de Wwb, Bbz 2004, IOAW en IOAZ; Voorziening: een voorziening bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a van de wet WWB; UWV: Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen; Wet Suwi: Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen; K5-bestuur: het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling K5; Benadelingsbedrag: het bruto bedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van een inlichtingenverplichting ten onrechte is verleend als bijstand op grond van de wet; Bijstand: algemene en bijzondere bijstand; Algemene bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de WWB dan wel de IOAW of IOAZ of Bbz; Bijzondere bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel d, van de WWB; Uitkering: bijstandsnorm in de zin van artikel 5, onder c van de WWB dan wel een uitkering in het kader van de IOAW of IOAZ; Verlaging: het verlagen van de bijstand of de bijzondere bijstand; Plan van Aanpak: een plan als bedoeld in artikel 44, vierde lid, onderdeel b en artikel 44a van de WWB; Belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 2.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de WWB, de Bbz 2004, de IOAW, IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel2Bestrijding misbruik en oneigenlijk gebruik 1.Het K5-bestuur draagt zorg voor de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de WWB, de Bbz 2004, de IOAW en de IOAZ. 2.Bij misbruik en oneigenlijk gebruik als bedoeld in het eerste lid, behoudens schending van de verplichtingen genoemd in artikel 17, eerste lid van de Wet werk en bijstand of artikel 30 c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen legt het K5-bestuur een maatregel op overeenkomstig deze Verordening. Artikel3Het verlagen van de uitkering 1.Als de belanghebbende naar het oordeel van het K5- bestuur een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan, dan wel de uit de WWB, IOAW, IOAZ voortvloeiende verplichtingen, -behoudens schending van de verplichtingen genoemd in artikel 17, eerste lid van de Wet werk en bijstand of artikel 30 c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen- , niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het K5- bestuur zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze verordening de bijstand verlaagd of de betaling van de bijstand opgeschort. 2.De verlaging wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert. Artikel4Berekeningsgrondslag 1.De verlaging wordt toegepast op de bijstandsnorm inclusief toeslagen en verlagingen. 2.In afwijking van het eerste lid kan de verlaging ook worden toegepast op de bijzondere bijstand indien aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 12 van de WWB. 3.In afwijking van lid 1 kan de verlaging ook worden toegepast op de bijzondere bijstand indien deze wordt verleend met toepassing van artikel 35 WWB voor een vergoeding van de kosten voor de eigen bijdrage rechtsbijstand. 4.Bij een zelfstandige wordt de verlaging uitgevoerd op de algemene bijstand voor het levensonderhoud en de in de jaarnorm opgenomen bijzondere bijstand voor hoge woonkosten en premie arbeidsongeschiktheidsverzekering. Artikel5Het besluit tot verlaging van de bijstand In het besluit tot verlaging wordt in ieder geval vermeld de reden van de verlaging, de duur van de verlaging, het percentage waarmee de bijstand wordt verlaagd en, indien van toepassing, gemotiveerd de reden om af te wijken van een standaardverlaging. Artikel6Afzien van verlaging van de bijstand 1.Het K5-bestuur ziet af van verlaging indien de gedraging meer dan een jaar vóór constatering van die gedraging door het K5-bestuur heeft plaatsgevonden. 2.Het K5-bestuur kan afzien van verlaging indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. 3.Indien het K5-bestuur afziet van verlaging op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan. Artikel7Ingangsdatum, tijdvak en recidive 1.Tenzij in de verordening anders is bepaald, gaat de verlaging in met ingang van de eerst- volgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot verlaging aan de belanghebbende is bekendgemaakt. De verlaging wordt toegepast op de voor die maand geldende bijstandsnorm. 2.In afwijking van het eerste lid kan de verlaging met terugwerkende kracht worden toegepast, voor zover de bijstand nog niet is uitbetaald. 3.Daar waar mogelijk is de periode van verlaging van de bijstand gekoppeld aan de periode gedurende welke de belanghebbende de aan hem opgelegde verplichtingen verwijtbaar niet nakomt. De duur van de verlaging geldt echter minimaal voor de termijnen die in de hoofdstukken 2 tot en met 4 vermeld staan. 4.In afwijking van het eerste lid wordt, voor zover het een zelfstandige betreft die een uitkering voor het levensonderhoud in de vorm van een geldlening op grond van het Bbz heeft ontvangen, de maatregel met terugwerkende kracht betrokken bij de definitieve vaststelling van die bijstand. 5.Indien de belanghebbende binnen een jaar nadat de verwijtbare gedraging zich heeft voorgedaan, wederom zijn verplichtingen verwijtbaar niet nakomt, worden de duur en de hoogte die in de hoofdstukken 2 tot en met 4 vermeld staan, verdubbeld. Artikel8Samenloop van gedragingen Indien een belanghebbende zich schuldig maakt aan verschillende gedragingen die het niet nakomen van een verplichting als genoemd in artikel 3, eerste lid, inhouden, worden beide van toepassing zijnde verlagingen als vermeld in hoofdstuk 2 en 3, gelijktijdig toegepast waarbij de verlaging ten hoogste 100% per maand bedraagt. Hoofdstuk2Geen of onvoldoende inspanning verrichten voor het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid Artikel9Categorieën Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting op grond van artikel 9 van de WWB niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.