Nadere regels uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen Nadere regels uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen (collegebesluit van18december 2012) Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht; gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat met betrekking tot het gehele vergunningengebied burgemeester en wethouders de bevoegdheid hebben, binnen het kader van de verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren, om nadere regels te stellen; overwegende dat de nadere regels per doelgroep aangeven waaraan men moet voldoen om in aanmerking te komen voor een parkeervergunning voor het parkeren op straat dan wel een garageplaats in de door de gemeente geëxploiteerde belanghebbendengarages; BESLUIT vast te stellen de volgende Nadere regelsuitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen Artikel 1Begripsbepaling In deze regels wordt verstaan onder: parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden en lossen van goederen, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeeltes, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van centrale parkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan, waarmee bij aanvang van het parkeren ter zake van het parkeren van een voertuig de parkeerbelasting kan worden voldaan; parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats ten aanzien waarvan het parkeren wordt geregeld door parkeerapparatuur; belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die: is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV1990; gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV1990, met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; van gemeentewege is gemarkeerd voor het parkeren door vergunninghouders; parkeervergunning: een door burgemeester en wethouders verleende vergunning, waarvoor parkeerbelasting wordt geheven, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen; bezoekersvergunning: een vergunning, afgegeven aan een bewoner van een bepaald (deel)rayon waarmee door bezoekers van bewoners tegen een gereduceerd tarief kan worden geparkeerd op de parkeerapparatuurplaatsen in het (deel)rayon waarin de bewoner woonachtig is; vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; noodzakelijke reserve: het percentage plaatsen dat per rayon gereserveerd dient te worden ten behoeve van artsenplaatsen, gehandicaptenplaatsen, fietsparkeervoorzieningen, tijdelijke onttrekkingen etc.; uitgiftequotum: het aantal maximaal uit te geven vergunningen per rayon; woonadres: kadastraal geregistreerde wooneenheid conform de Gemeentelijke Basis Administratie; gefiscaliseerd gebied: gebied waar de parkeerder parkeerbelasting moet betalen; binnenstad/gebied 1: het gebied omsloten door Westplein, Leidseveertunnel, spoorlijn Arnhem- Amersfoort, Daalsetunnel, Nieuwekade, Stadsbuitengracht, Moreelsepark, de denkbeeldige lijn tussen Moreelsepark zuidzijde en Mineurslaan, Mineurslaan, Croeselaan en Veemarktplein, met inbegrip van de hierbij genoemde straten; gebied 2: gebied dat ligt tussen de binnenstad en gebied 3 en waar betaald parkeren geldt tegen een lager tarief dan in gebied 1 en tegen een hoger tarief dan in gebied 3; gebied 3: gebied dat grenst aan gebied 2 en waar betaald parkeren geldt tegen een lager tarief dan in gebied 2; (parkeer)rayon: een gedeelte van de stad waar, ingevolge een aanwijzingsbesluit, betaald moet worden voor het parkeren; deelrayon: gedeelte van een rayon; overlooprayon: vergunninggebied dat als zodanig is aangewezen voor aanvragers die voor hun eigen rayon op de wachtlijst staan; overloopvergunning: een parkeervergunning voor bewoners, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op een parkeerapparatuurplaats in een overlooprayon; particulier autodelen: een auto-eigenaar stelt zijn auto beschikbaar aan meerdere mensen of gezinnen; autodate organisatie: een commerciële organisatie die op abonnement auto's ter beschikking stelt die op vaste plekken in de buurt geparkeerd staan. Artikel 2Parkeervergunning bewoner Een parkeervergunning kan op aanvraag worden verleend aan de (kenteken)houder van een voertuig die volgens de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) staat ingeschreven op een kadastraal geregistreerd woonadres in gefiscaliseerd gebied. Aanvrager wordt als houder van het voertuig aangemerkt als: het kenteken volgens de RDW op zijn/haar naam staat geregistreerd; het kenteken volgens de RDW op naam staat van de partner van de aanvrager en er sprake is van een huwelijk, geregistreerd partnerschap of notarieel bekrachtigd samenlevingscontract; het kenteken volgens de RDW op naam staat van een bedrijf of leasemaatschappij en de kentekenhouder een schriftelijke verklaring afgeeft waaruit blijkt dat aanvrager dagelijks bestuurder is van het voertuig. In de binnenstad (gebied 1) wordt per kadastraal geregistreerd woonadres maximaal één vergunning uitgegeven. Buiten de binnenstad (gebied 2 en 3) worden maximaal twee vergunningen per kadastraal geregistreerd woonadres uitgegeven. Een uitgangspunt bij het uitgeven van parkeervergunningen is dat vergunningaanvragen voor een eerste vergunning op adres voorrang hebben op aanvragen voor een tweede vergunning. In gebied 2 en 3 wordt 3% van het totaal aantal uit te geven vergunningen gereserveerd voor de uitgifte van een eerste vergunning op adres. Het aantal autoparkeerplaatsen waarover men redelijkerwijs geacht wordt te beschikken, wordt afgetrokken van het aantal parkeervergunningen waarvoor men in aanmerking komt met inachtneming van het volgende: als de aanvrager een woning huurt of koopt met eigen parkeergelegenheid of de mogelijkheid daartoe heeft (bijvoorbeeld een garageplaats) en deze plaats later verkoopt of onderverhuurt, wordt deze eigen parkeergelegenheid toch afgetrokken van het maximum aantal uit te geven vergunningen; als de parkeerruimte bij het kadaster als parkeergelegenheid geregistreerd staat, wordt de ruimte ook als parkeergelegenheid gerekend, ongeacht het daadwerkelijke gebruik van de ruimte. Vergunningen worden uitgegeven zolang het uitgiftequotum in het betreffende rayon niet wordt overschreden. Bij onvoldoende ruimte wordt een toegewezen vergunning op de wachtlijst geplaatst. Een vergunninghouder kan voor een vervangende auto maximaal drie keer per kalenderjaar een tijdelijke kentekenwijziging doorgeven voor maximaal vijf dagen per keer. De parkeervergunning is persoons- en adresgebonden: de vergunning kan niet worden meegenomen naar een nieuw adres of worden doorgegeven aan een nieuwe bewoner of huisgenoot. Artikel 3Bezoekersvergunning Een bezoekersvergunning kan worden verleend aan een bewoner die volgens de GBA staat ingeschreven op een kadastraal geregistreerd woonadres in gefiscaliseerd gebied. Per kadastraal geregistreerd woonadres wordt maximaal 1 bezoekersvergunning uitgegeven. De bezoekersvergunning kan alleen worden gebruikt voor het parkeren op parkeerautomatenplaatsen. Artikel 4Parkeervergunning particulier autodelen Bij particulier autodelen kunnen voor één auto meerdere parkeervergunningen voor verschillende rayons worden toegekend. Voor de parkeervergunning voor particulier autodelen gelden dezelfde voorwaarden als voor de parkeervergunning van een bewoner, met een aantal aanvullende criteria: het kenteken is geregistreerd op naam van degene die woonachtig is in het rayon met het hoogste parkeer-/vergunningtarief; de aanvragers staan ingeschreven bij de Vereniging Gedeeld Autogebruik; als het om een lease- of bedrijfsauto gaat, moet een verklaring worden overlegd van de kentekenhouder waarin staat dat de auto door alle aanvragers gebruikt wordt. Deze regeling geldt niet voor parkeergarages. Artikel 5Terminale Mantelzorg Om in aanmerking te komen voor een parkeervergunning in het kader van terminale mantelzorg dient een beroep te worden gedaan op de hardheidsclausule (zie artikel 10, veertiende lid). De vergunning wordt voor een maximumperiode van drie maanden uitgegeven. Er moet een verklaring van een medisch specialist worden overlegd, waarin wordt toegelicht dat het om een terminale patiënt gaat en de parkeervergunning noodzakelijk is voor het uitoefenen van mantelzorg ten aanzien van deze patiënt. Na aflopen van de vergunning moet een nieuwe verklaring van een medisch specialist worden overlegd om de vergunning met maximaal drie maanden te verlengen. De vergunning wordt uitgegeven op kenteken. Als meerdere personen van de vergunning gebruik maken, kan een vergunning worden uitgegeven op naam van de persoon die wordt verzorgd. Dan moet wel worden toegelicht waarom geen gebruik kan worden gemaakt van één auto. Bij toekenning van de vergunning wordt de aanvrager, ongeacht de ruimte in het rayon, niet op de wachtlijst geplaatst. Artikel 6Wijk- en buurtfeesten Voor niet-commerciële wijk- en buurtfeesten, georganiseerd in overleg met het wijkbureau, geldt een vrijstelling van parkeerplaatsgeld. Artikel 7Parkeervergunning bedrijf De aanvrager staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KvK). Om voor een eerste vergunning in aanmerking te komen heeft de aanvrager minimaal 1fte geregistreerd bij de KvK. De uitgifte van volgende vergunningen is gekoppeld aan het aantal fulltime medewerkers en het bruto vloeroppervlak (BVO) van het bedrijf. Eigen parkeergelegenheid wordt afgetrokken van het aantal parkeervergunningen waarvoor het bedrijf in aanmerking komt. Aantal fte + BVO (gebied 1) Aantal fte + BVO (gebied 2 en 3) Aantal uit te geven vergunningen bovenop de uitgegeven 1e vergunning Fte >= 2 Fte >= 2 1 Fte >= 10 en BVO >= 250 m2 Fte >= 5 en BVO >= 125 m2 2 Fte >= 20 en BVO >= 500 m2 Fte >= 10 en BVO >= 250 m2 3 Fte >= 30 en BVO >= 750 m2 Fte >= 15 en BVO >= 375 m2 4 per extra eenheid van 10 ft en 250 m2 bvo per extra eenheid van 5 fte en 125 m2 bvo 1 vergunning bovenop de reeds uitgegeven vergunningen Artikel 8Artsen/verloskundigen Voor artsen- en verloskundigenpraktijken gelden de algemene criteria voor parkeervergunningen voor bedrijven. Artsen- en verloskundigen kunnen een gereserveerde plaats aanvragen bij het praktijkadres, met daaraan gekoppeld een parkeervergunning (als het gefiscaliseerd gebied betreft). Artsen en verloskundigen die verbonden zijn aan een in Utrecht gevestigde praktijk kunnen in aanmerking komen voor een parkeervergunning voor hulpverleners als ze over een inschrijfbewijs van de Landelijke Huisartsen Vereniging of de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen beschikken en een deel van het patiëntenbestand woonachtig is in gefiscaliseerd gebied. Het kenteken van de auto waarvoor de vergunning wordt aangevraagd staat op naam van de aanvrager. Als het om een lease- of bedrijfsauto gaat, moet een verklaring worden overlegd van de kentekenhouder waaruit blijkt dat de aanvrager dagelijks bestuurder is van het betreffende voertuig. Artikel 9Parkeervergunning markten Marktstandplaatshouders kunnen in aanmerking komen voor een parkeervergunning. Bij aanvraag van een parkeervergunning moet een kopie van de inschrijving bij de KvK en de marktstandplaatsvergunning worden overlegd. Voor verschillende marktdagen worden verschillende parkeervergunningen uitgegeven. De quota voor de diverse parkeervergunningen voor markten komen overeen met het aantal marktstandplaatsen op de betreffende markten. Artikel 10Overig Per parkeerrayon worden quota bepaald voor parkeervergunningen voor bewoners, bedrijven en markten, die minimaal één keer per jaar worden vastgesteld. Bij het vaststellen van de uitgiftequota is de parkeerdruk bepalend. Als het maximum aantal uit te geven parkeervergunningen in het rayon is bereikt, wordt de aanvrager van de parkeervergunning in geval van toewijzing van de vergunning op de wachtlijst geplaatst. Bij plaatsing op de wachtlijst is de ontvangstdatum van de aanvraag bepalend. De wachtlijst met aanvragen voor een eerste vergunning heeft voorrang boven de wachtlijst met aanvragen voor een tweede vergunning. Een aanvrager kan tegelijkertijd op de wachtlijst voor een vergunning en voor een garageplaats staan Bij invoering betaald parkeren wordt bij gelijktijdige aanvraag van meerdere vergunningen degene die het langst staat ingeschreven op het woonadres als eerste vergunninghouder aangemerkt. Bij invoering betaald parkeren wordt de beschikbare ruimte verdeeld onder aanvragers van een eerste vergunning. De resterende ruimte wordt gebruikt voor uitgifte van tweede vergunningen. Bij fraude met een parkeervergunning wordt de vergunning ingetrokken en wordt de voormalige vergunninghouder een jaar uitgesloten van het opnieuw aanvragen van een vergunning. Aanvragen voor een parkeervergunning worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Na ontvangst van de aanvraag moet binnen acht weken een beschikking op de aanvraag worden genomen en verzonden. Deze periode kan met maximaal acht weken worden verlengd. De aanvrager wordt hierover schriftelijk geïnformeerd. Tegen de beschikking tot toekenning van een vergunning, plaatsing op de wachtlijst en afwijzing van de aanvraag kan bezwaar worden gemaakt bij burgemeester en wethouders van Utrecht ingevolge de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tegen het gemeentelijk besluit om een garageplaats al dan niet te verhuren, kan geen bezwaar worden gemaakt. In uitzonderlijke en schrijnende gevallen kan een beroep worden gedaan op de hardheidsclausule. Hiervan is in ieder geval sprake indien een vergunning wordt gevraagd vanwege terminale mantelzorg. Artikel 11Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Nadere regels uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen. Artikel 12Inwerkingtreding De beleidsregels Nadere regels uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen treden in werking met ingang van 1 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.