Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2013De raad van de gemeente IJsselstein; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 november 2012, nummer 2012/28546 Gelet op artikel 229 van de gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer, BESLUIT: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invorderingAfvalstoffenheffing en Reinigingsrechten
- (verordening Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten 2013) HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel1Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: een afvalstoffenheffing; reinigingsrechten. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof afval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. HoofdstukIIAfvalstoffenheffing Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde afvalstoffenheffing 1.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting, bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat, voor de belasting als bedoelt in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel, aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 2,-. 4.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. 5.Belastingbedragen van minder dan € 2,- worden niet geheven. 6.Het bepaalde in het vijfde lid vindt geen toepassing indien het totaal van de op één biljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 2,-. Artikel9Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijn twee maanden later. In afwijking van het eerste lid geldt dat betaling via automatische incasso in acht termijnen mogelijk is, mits wordt voldaan aan de daaraan verbonden en in het Incassoreglement van Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) opgenomen voorwaarden. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. HoofdstukIIIReinigingsrechten Artikel10Belastbaar feit Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel11Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel12Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel13Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel14Wijze van heffing De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel15Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. HoofdstukIVAanvullende bepalingen Artikel16Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen. Artikel17Inwerkingtreding en citeertitel De ‘verordening Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten 2012’ van 22 december 2011 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Deze verordening wordt aangehaald als ‘verordening Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten 2013’. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente IJsselstein, gehouden op 20 december
- de griffier, de voorzitter, J.A.M. Kleene drs. P.C. van den Brink Tarieventabel behorende bij de ‘verordening Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten 2013’ Algemeen De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. Hoofdstuk1Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing Hoofdstuk1.1Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing 1.1De belasting bedraagt per perceel per 1 januari van het belastingjaar, of indien 1.1 de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, 1.1 per maand €9,04 1.1per belastingjaar €108,48 2 indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door twee of meer personen wordt het overeenkomstig 1.1 berekende bedrag vermeerderd met per maand: € 8,37 per jaar met: € 100,44 Hoofdstuk1.2Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 1.1Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het op aanvraag 1.1 inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen buiten het regulier bekend gemaakte 1.1 inzamelschema voor grove huishoudelijke afvalstoffen om, per aanvraag € 21,80 Hoofdstuk2Maatstaven en tarieven overige reinigingsrechten 2.1 Het recht bedraagt voor: 2.1.1 het ledigen van beer - of zinkputten, septictanks, en het verwijderen van de daarin verzamelde afvalstoffen: 2.1.1.1 voor de eerste rit van de tankwagen € 56,80 2.1.1.2 voor de tweede en volgende rit € 37,70 2.1.2 het achterlaten van afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats, indien het betreft: 2.1.2.1 puin, bouw- en sloopafval, per m3 (maximaal 100 kg) € 56,80 2.1.2.2 grof afval, per m3 (maximaal 100 kg) € 23,20 2.1.2.3 brandbaar afval, per m3 € 23,20 2.1.2.4 snoeihout, per m3 (maximaal 100 kg) € 23,20 2.1.2.5 asbest, per kg € 0,56 2.1.2.6 een accu, per kg € 0,56 2.1.2.7 grond per m3 € 4,80 2.1.2.8 autobanden: van een personenauto, per stuk € 2,10 van een vrachtauto, per stuk € 33,25 van een trekker, per stuk € 43,90 2.1.3 het achterlaten van dode honden en katten op een daartoe van gemeentewege ingevolge de destructieverordening aangewezen verzamelplaats, 2.1.3.1 per kat € 3,60 2.1.3.2 per hond tot een schofthoogte van 35 centimeter € 4,85 2.1.3.3 per hond boven een schofthoogte van 35 centimeter € 10,95 2.1.4 het beschikbaar stellen, het gebruik en het ledigen van rolcontainers danwel het verwijderen van de daarin verzamelde afvalstoffen, uitgezonderd de aan maatschappelijke instellingen door de gemeente beschikbaar gestelde containers voor het inzamelen van oud papier, per container per keer € 23,15 Behoort bij raadsbesluit van 20 december
- de griffier, J.A.M. Kleene