De raad van de gemeente Hoogezand-Sappemeer; gelezen het voorstel van burgemeeste en wethouders d.d. 2 oktober 2012; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING 2013 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan, niet zijnde ongebouwd; b.gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; c.verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; d.water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater. e.directe afvoer: afvoer door middel van een fysieke aansluiting op de gemeentelijke riolering. f.indirecte afvoer: afvoer door middel van een niet-fysieke aansluiting op de gemeentelijke riolering. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b.de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven: a. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel van waaruit water direct of indirect wordt afgevoerd, verder te noemen: eigenarendeel; en b. van de gebruiker van een perceel, verder te noemen: gebruikersdeel. 2.Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3.Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b. ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten gebruikt worden door de rechtspersoon die eveneens het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van die gedeelten, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Vrijstelling Van de rioolheffing genoemd onder artikel 3, lid 1 onder b zijn uitgezonderd de gebruikers van percelen, bedoeld in artikel 6 lid 2 onder a en b. Artikel5Maatstaf van de heffing 1.Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. 2.Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 3.Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in het tweede kalenderjaar, voorafgaande aan het belastingjaar, naar het eigendom is toegevoerd of is opgepompt. 4.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 5.De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. 6.De leden 2 tot en met 5 van dit artikel zijn niet van toepassing op een perceel, dat in hoofdzaak dient als woning of waar geen sprake is van directe dan wel indirecte afvoer. Artikel6Belastingtarieven
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.