Besluit maatschappelijke ondersteuninggemeente Ten Boer 2013 Het college van de gemeente Ten Boer heeft op 27 november 2012 besloten het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Ten Boer 2013 vast te stellen en per 1 februari 2013 in werking te laten treden Hoofdstuk 1 - Kosten voor rekening aanvrager en eigen bijdragen Artikel 1 Indien de aanvrager een duurdere voorziening wil dan de goedkoopst compenserende komt het meerdere voor rekening van de aanvrager. Artikel 2 Een eigen bijdrage wordt geheven, dan wel verrekend bij de verstrekking van huishoudelijke hulp. Artikel 3 De maximale periodebijdrage wordt als volgt berekend: 3.1 voor de ongehuwde persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt € 18,60 per vier weken, met dien verstande dat indien zijn inkomen meer bedraagt dan € 23.208,- het bedrag van € 18,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en € 23.208,-; 3.2 voor de ongehuwde persoon die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt € 18,60 per vier weken, met dien verstande dat indien zijn inkomen meer bedraagt dan € 16.257,- het bedrag van € 18,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en € 16.257,-; 3.3 voor de gehuwde personen indien een van beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt of beiden die leeftijd nog niet hebben bereikt € 26,60 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke inkomen meer bedraagt dan € 28.733,-, het bedrag van € 26,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun gezamenlijke inkomen en € 28.733,-; 3.4 voor gehuwde personen die beiden de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt € 26,60 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke inkomen meer bedraagt dan € 22.676,- het bedrag van € 26,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun gezamenlijke inkomen en € 22.676,-. 3.5 bij de bepaling van de hoogte van de maximale periodebijdrage in een bepaald jaar, wordt rekening gehouden met het verzamelinkomen van de aanvrager en dat van zijn eventuele partner het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin aan een persoon maatschappelijke ondersteuning is verleend. Onder verzamelinkomen wordt in dit besluit verstaan: het inkomen bedoeld in artikel 4.2 lid 1 van het (landelijk) Besluit maatschappelijke ondersteuning. De gegevens over het verzamelinkomen worden ingewonnen bij de belastingdienst. Artikel 4 De eigen bijdrage wordt als volgt berekend: 4.1 de eigen bijdrage is gelijk aan de op basis van de artikelen 3.1 tot en met 3.4 berekende maximale periodebijdrage tenzij deze hoger is dan de kosten van de hulp. In dat geval is de eigen bijdrage gelijk aan de kosten van de hulp. 4.2 op de met toepassing van artikel 4.1 berekende eigen bijdrage wordt een korting van 33% toegepast. Hoofdstuk 2 - Nadere regels over het persoonsgebonden budget Artikel 5 5 . 1 Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. 5 . 2Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de budgethouder het persoonsgebonden budget niet rechtmatig en doelmatig zal besteden. 5 .3 De budgethouder is verplicht om gedurende de gebruiksduur de aangeschafte voorziening voldoende te laten onderhouden en, voor zover van toepassing, toereikend te verzekeren. In geval van een scootmobiel, fiets met hulpmotor of elektrische rolstoel is het verplicht om een all risk verzekering af te sluiten gedurende de gebruiksduur van het hulpmiddel. 5 . 4 Een sportrolstoel wordt uitsluitend verstrekt als persoonsgebonden budget. Het bedrag van dit persoonsgebonden budget bedraagt € 3.669,20, waarvan een bedrag van € 2.753,00 is bestemd voor de rolstoel en een bedrag van € 916,20 als bijdrage voor drie jaar te besteden aan onderhoud en reparatie van de sportrolstoel. 5 . 5 Binnen zes weken na aanschaf of na gereedmelding van de individuele voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget verstrekt is, dan wel binnen zes weken na afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing is, dan wel de bevoorschottingsperiode en zo die periode het kalenderjaar overschrijdt na afloop van elk kalenderjaar, wordt aan het college door de budgethouder, voor zover van toepassing, verstrekt: de factuur van de aangeschafte of onderhouden voorziening; een betalingsbewijs van de aangeschafte of onderhouden voorziening; een ingevuld verantwoordingsformulier over het gebruik van het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke verzorging. 5 . 6 In aansluiting op artikel 5.5 onder c dient bij de verantwoording over de laatste voorschotperiode van een kalenderjaar dan wel, in het kalenderjaar waarin het persoonsgebonden budget eindigt, de budgethouder een formulier toe te voegen waarop hij naam, adres en BTW-nummer van de zorgverlener of zorgverlenende instantie heeft aangetekend, alsmede het in dat kalenderjaar aan die zorgverlener of die zorgverlenende instantie betaalde bedrag. 5 .7 In afwijking op artikel 5.5 is de budgethouder aan wie maandelijks een voorschot wordt uitbetaald verplicht om binnen zes weken na het einde van ieder kwartaal verantwoording af te leggen. 5 . 8 Aan de hand van de in dit artikel bedoelde bescheiden beoordeelt het college of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen. 5 . 9 Over de volgende voorzieningen behoeft geen verantwoording te worden afgelegd: verhuiskostenvergoeding; individuele aanvullende vervoersvoorziening. Artikel 6 6 . 1 Ingeval het gebruik van de voorziening welke met een persoonsgebonden budget is aangeschaft, is beëindigd en de gebruiksduur van de voorziening niet geheel is verstreken, is de budgethouder verplicht de voorziening te retourneren dan wel de restwaarde, onder verrekening van eventueel ingebrachte eigen middelen, aan de gemeente te vergoeden. 6 . 2 In het verstrekkingenboek worden de afschrijvingstermijnen voor de verschillende voorzieningen vastgelegd. Hoofdstuk 3 - Huishoudelijke hulp Artikel 7 7 . 1 De huishoudelijke hulp wordt bij een persoonsgebonden budget (PGB) vastgesteld in uren. Het uurtarief bij een PGB voor huishoudelijke hulp bedraagt € 18,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.