Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Zwartewaterlnd 2013HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1.Begripsbepaling Voor de begripsbepaling wordt verwezen naar artikel 1 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning. HOOFDSTUK2DREMPELBEDRAG Artikel2.Drempelbedrag Een voorziening die minder dan € 250,-- kost, komt niet voor vergoeding vanuit de Wmo in aanmerking. HOOFDSTUK3EIGEN BJDRAGE EN EIGEN AANDEEL Artikel3Omvang van de eigen bijdrage en het eigen aandeel 3.1.1Het bedrag dat ongehuwde personen jonger dan 65 moeten betalen, bedraagt € 18,60 per vier weken. Dit bedrag wordt verhoogd met een dertiende gedeelte van 15% van het inkomen boven € 23.208,-- per jaar. 3.1.2Het bedrag dat ongehuwde personen van 65 jaar en ouder moeten betalen bedraagt € 18,-- per vier weken. Dit bedrag wordt verhoogd met een dertiende gedeelte van 15% van het inkomen boven € 16.257,--. 3.1.3Het bedrag dat gehuwde personen als een van beiden jonger is dan 65 jaar moeten betalen, bedraagt € 26,60 per vier weken. Dit bedrag wordt verhoogd met een dertiende gedeelte van 15% van het inkomen boven € 28.733,-- per jaar. 3.1.4Het bedrag dat gehuwde personen die beiden 65 jaar of ouder zijn, moeten betalen, bedraagt € 26,60 per vier weken. Dit bedrag wordt verhoogd met een dertiende gedeelte van 15% van het inkomen boven € 22.676,-- per jaar. 3.1.5De eigen bijdrage bedraagt maximaal de kostprijs van de voorziening. Artikel4Eigen bijdrage hulpmiddelen De eigen bijdrage voor hulpmiddelen worden gebaseerd op de eigen bijdrage waarde. In de Toelichting van dit Besluit is de maximale eigen bijdrage per 4 weken per hulpmiddel opgenomen. Artikel5Maximaal negenendertig perioden van vier weken Wanneer een voorziening bestaat uit een roerende zaak die in eigendom wordt verstrekt of uit een bouwkundige of woontechnische aanpassing van een woning of uit een vervoersvoorziening die in eigendom wordt verstrekt, wordt gedurende een periode van 39 maal vier weken (drie jaar) een eigen bijdrage in rekening gebracht dan wel bij de vaststelling van de hoogte van een financiële tegemoetkoming gedurende die periode een met toepassing van het artikel 2 vastgesteld bedrag in mindering gebracht. HOOFDSTUK4PERSOONSGEBONDEN BUDGET Artikel6Bedragen persoonsgebonden budget lid 1. De bedragen voor een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden bedragen: hulp bij het huishouden 1, € 16,47 per uur hulp bij het huishouden 2, € 18,53 per uur lid 2. De bedragen voor een persoonsgebonden budget voor een zaak, worden bepaald als tegenwaarde van de zaak die de aanvrager op dat moment ontvangen zou hebben als de zaak in natura zou zijn verstrekt. Was dat een niet nieuwe voorziening geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte afschrijvingstermijn, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Was de naturaverstrekking een nieuwe voorziening geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering. Artikel7Geen PGB Een PGB wordt door het college niet verstrekt Indien het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met het persoonsgeboden budget Indien de afgegeven indicatie voor hulp bij het huishouden drie maanden of korter is Indien er bezwaren van overwegende aard zijn Indien er sprake is van een progressief ziektebeeld HOOFDSTUK5HET ZICH LOKAAL VERPLAATSEN PER VERVOERMIDDEL Artikel8Bedragen vervoersvoorzieningen De maximale bedragen voor een vervoersvoorziening zijn: autokostenvergoeding: € 300,-- per jaar taxikostenvergoeding: € 2.928,-- per jaar rolstoeltaxikostenvergoeding € 3.787,-- per jaar Voor deze tegemoetkoming geldt geen eigen bijdrage. Artikel9Klanttarief collectief vervoer Wmo Lid 1. Voor het gebruik van het collectief vervoer (Regiotaxi NW Overijssel) ontvangt de klant een Wmo-vervoerspas van de vervoerder. Lid 2. De klant met een Wmo-vervoerspas betaalt een gereduceerd tarief per enkele reis per persoon. een instaptarief van € 0,86 een kilometertarief van € 0,14 Lid 3. De klant die een indicatie heeft gekregen en een Wmo-vervoerspas kan hiermee 1.500 kilometer reizen voor de tarieven genoemd onder lid 2 van dit artikel. HOOFDSTUK6WOONVOORZIENINGEN Artikel10Bedrag verhuiskostenvergoeding Lid 1. Het bedrag voor een verhuiskostenvergoeding bedraagt maximaal € 5.000,--. Dit bedrag wordt achteraf verantwoord door de aanvrager, waarna definitieve vaststelling van het bedrag plaatsvindt. Lid 2. Het bedrag waarboven het primaat van de verhuizing wordt gehanteerd bedraagt € 10.000,--. Artikel11Bedrag bezoekbaar maken van de woning Het bedrag dat in het kader van het zogenaamde bezoekbaar maken maximaal wordt verstrekt bedraagt maximaal € 9.000,--. Het meerdere wordt aangemerkt als eigen aandeel. Artikel12Terugbetaling meerwaarde woning Indien iemand binnen 10 jaar nadat zijn woning is aangepast, verhuist, dient een evenredig deel terug te worden betaald aan het college. Het college beoordeelt of er in betreffende situatie tot terugvordering wordt overgegaan. Door de verkoper dient hiervan melding te worden gemaakt bij het college binnen 6 weken na de verkoop. Het college beslist op basis van taxatierapporten of er wordt teruggevorderd en welk bedrag. Afspraken worden gemaakt over de terugbetaling. HOOFDSTUK7VERPLAATSEN IN EN ROND DE WONING Artikel13Aanschaf en onderhoud sportrolstoel Het bedrag voor het aanschaffen en onderhouden van een sportrolstoel voor een periode van drie jaar bedraagt € 2.705,--. HOOFDSTUK8EIGEN RISICO Artikel14Eigen risico Bij schade aan een in bruikleen verstrekt hulpmiddel wordt een eigen risico gehanteerd van €150,-- per cliënt. HOOFDSTUK9INWERKINGTREDING, OVERGANGSRECHT EN CITEERTITEL Artikel15Inwerkingtreding Dit Financieel Besluit treedt in werking op 1e dag na zijn bekendmaking. Dit Financieel Besluit vervangt het Besluit maatschappelijke ondersteuning Zwartewaterland 2012’. Artikel16Citeertitel Dit Financieel Besluit wordt aangehaald als ‘Besluit maatschappelijke ondersteuning Zwartewaterland 2013’. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwartewaterland op 22 januari 2013. de secretaris, de burgemeester mr. D. Leentjes ing. E.J. Bilder TOELICHTING BEHORENDE BIJ HET BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ZWARTEWATERLAND Hoodstuk 1 ALGEMENE BEPALINGENNaast de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwartewaterland (verder te noemen Verordening) is er ook een Besluit maatschappelijke ondersteuning (verder te noemen Besluit). In dit Besluit zijn de bedragen bij elkaar gebracht die door het college van burgemeester en wethouders op basis van de door de gemeenteraad vastgestelde Verordening moeten worden vastgesteld. Deze bedragen zijn in dit Besluit bijeengebracht. Dit is van belang omdat bedragen tenminste één maal per jaar gewijzigd worden doordat zij trendmatig worden aangepast. Opname in de verordening zou betekenen dat de Verordening jaarlijks vanwege trendmatige verhogingen door de Raad moet worden vastgesteld. Daarnaast zijn alle regels waarvoor de Verordening een delegatiebepaling voor het college van burgemeester en wethouders bevat, in het Besluit ingevuld. Het eerste onderwerp dat in het Besluit aan de orde komt, is het persoonsgebonden budget. Van alle soorten voorzieningen waarvoor een persoongebonden budget mogelijk is, wordt in het Besluit uitgewerkt hoe het bedrag van het persoonsgebonden budget wordt samengesteld. Ook wordt aangegeven welke overwegende bezwaren de verstrekking van een persoonsgebonden budget in de weg staan. Vervolgens worden alle nog vast te stellen bedragen genoemd. Ook wordt concreet invulling gegeven aan het eigen bijdrage en het eigen aandeel. De Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwartewaterland 2013 is door de gemeenteraad vastgesteld op 6 december 2013. Artikel 1 BegripsbepalingIn artikel 1 is de begripsbepaling opgenomen. Verwezen wordt naar de begripsbepaling zoals weegegeven in artikel 1 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwartewaterland. HOODSTUK 2 DREMPELBEDRAGArtikel 2 DrempelbedragDoor de gemeenteraad is besloten op 8 november 2012 per Wmo-voorziening bij de aanvraag een drempelbedrag te hanteren van € 250,--. Voorzieningen die elk onder dit bedrag uitkomen, worden niet verstrekt. Aanvrager moet zelf in de aanschaf van de voorziening voorzien. HOOFDSTUK 3 EIGEN BIJDRAGE EN EIGEN AANDEELArtikel 3 Omvang van de eigen bijdrage en het eigen aandeelArtikel 15 van de Wmo kent de mogelijkheid voor het innen van een eigen bijdrage. Artikel 19 van de Wmo biedt de mogelijkheid de hoogte van de financiële tegemoetkoming af te stemmen op het inkomen van degene aan wie maatschappelijke ondersteuning wordt verleend: het zogeheten eigen aandeel. In de Verordening is geregeld dat het college verdere regels stelt over de eigen bijdrage en het eigen aandeel in het Besluit maatschappelijke ondersteuning. Lid 1 – 4. Het landelijk Besluit Maatschappelijke Ondersteuning geeft in artikel 4.1 welke bedragen de Minister als maximum voor de eigen bijdrage of het eigen aandeel laat gelden voor welke groepen. De in dit artikel genoemde inkomensnormen , komen overeen met de normen zoals deze in het landelijk Besluit Maatschappelijke Ondersteuning staan. Naast het inkomen geldt per 1 januari 2013 ook een vermogensinkomensbijtelling, waarbij het gaat om 8% van de grondslag sparen en beleggen. Geen eigen bijdrage wordt gevraagd indien aanvrager onder de 18 jaar is het een algemene voorziening betreft er sprake is van een collectieve voorziening het een woningaanpassing in algemene ruimten betreft het een financiële tegemoetkoming betreft het een verhuiskostenvergoeding betreft het om saneringskosten gaat het gaat om aanpassingen aan woonvoorzieningen en scootmobiels, driewielfietsen etc. het gaat om rolstoelen de maximale eigen bijdrage al betaald is situaties zoals omschreven in artikel 4.1, lid 7 en 8 van het landelijk Besluit binnen twee jaar geen (voorlopige) beschikking is verzonden Lid 5. De maximale eigen bijdrage mag niet meer zijn dan de kostprijs van de voorziening. Met de kostprijs wordt bedoeld wat de voorziening de gemeente gemiddeld per vier weken (zorgperiode) kost. De gemeente mag nooit meer eigen bijdrage vragen dan wat de voorziening de gemeente gemiddeld per vier weken kost. Artikel 4 Eigen bijdrage hulpmiddelenVoor hulpmiddelen wordt ook een eigen bijdrage gevraagd. Hiertoe wordt ook uitgegaan van het feit dat de eigen bijdrage niet meer mag zijn dan de kostprijs van het hulpmiddel. Om de kostprijs per vier weken te berekenen wordt door de gemeente gebruik gemaakt voor hulpmiddelen van de vervangingswaarde en een afschrijftermijn van zeven jaar. In de praktijk blijkt dat een scootmobiel bijvoorbeeld soms zijn looptijd van zeven jaar niet haalt en soms ook iets langer kan rijden. Voor de kostprijs wordt daarom niet gekeken naar de looptijd van een hulpmiddel, maar wordt uitgegaan van de gemiddelde kosten die de gemeente per vier weken. De gemeente heeft immers de verplichting om een hulpmiddel te blijven leveren ook als deze zijn looptijd van zeven jaar niet haalt. In onderstaande tabel is de maximale eigen bijdrage per vier weken opgenomen, gebaseerd op de eigen bijdrage waarde. De gebruiker betaalt een maximale eigen bijdrage naar aanleiding van zijn eigen inkomen voor het gebruik van een hulpmiddel (dat hij in bruikleen heeft) dat veilig is, verzekerd is en onderhouden en gerepareerd wordt. De gemeente geeft naar de klant in de beschikking aan wat maximaal betaald moet worden voor het gebruik van het hulpmiddel. Indien het inkomen het niet toelaat, hoeft geen eigen bijdrage betaald te worden. De eigen bijdrage wordt gedurende het gebruik van een voorziening geïnd. De eigen bijdrage stopt zodra geen gebruik meer wordt gemaakt van de voorziening. Tabel Eigen bijdrage waarde 2013 hulpmiddelen(geldt alleen voor artikelen die in bruikleen worden verstrekt of als uitgangspunt voor een PGB-verstrekking)Voorziening prijs 2013 incl. btw kosten onderhoud 2013 en verzekering Eigen bijdrage waarden Maximale eigen bijdrage per 4 weken (in euro’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.