De raad der gemeente Bloemendaal;gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 november 2012; gelet op artikel 5 van de Wmo: b e s l u i t:vast te stellen: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Bloemendaal 2013Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Bloemendaal 2013 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder: Algemeen gebruikelijk: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor personen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, algemeen verkrijgbaar is en niet – aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten; Algemene voorziening: een voorliggende voorziening die weliswaar niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet, maar die anderzijds door iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is; AWBZ: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; Belanghebbende: een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g onderdeel 4, 5 of 6 van de Wet, die voor zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een aanvraag laat doen; Beperkingen: moeilijkheden die een persoon heeft, als gevolg van ziekte of gebrek, met het uitvoeren van activiteiten, zoals benoemd in het International Classification of Functioning Disability and Health; Bezoekbaar maken: het kunnen bereiken van de woonruimte en de woonkamer en het kunnen bereiken en gebruiken van een toilet; Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget verschuldigd is; Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk kan worden gebruikt, zoals het collectief vervoer; Compensatieplicht: de plicht van het college om aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan met als doel een gelijkwaardige uitgangspositie te creëren ten opzichte van personen zonder beperking; Eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten: een door het college vast te stellen bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in natura, een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget betaald moet worden en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Bloemendaal van toepassing zijn; Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag voor aanschaf van een, door het college bepaalde, compenserende voorziening, al dan niet forfaitair of gemaximeerd; Gebruikelijke zorg: activiteiten in het kader van het leven van alledag waarvan verwacht wordt dat huisgenoten die ten behoeve van het voeren van het huishouden en ten behoeve van elkaar doen; Hoofdverblijf: de woning waar belanghebbende zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en op welk adres de belanghebbende in de gemeentelijke basisadministratie staat of op korte termijn zal worden ingeschreven; Individuele voorziening: een voorziening die naar haar aard is afgestemd op specifieke, met de persoon van de individuele belanghebbende samenhangende kenmerken; Leefeenheid: een eenheid bestaande uit: gehuwden of ongehuwden die al dan niet samen met één of meer minderjarige of meerderjarige (on)gehuwden duurzaam een huishouden voeren, dan wel een ongehuwde meerderjarige die met één of meer minderjarige of meerderjarige (on)gehuwden duurzaam een huishouden voert; Mantelzorger: een persoon die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wet; Meerkosten: kosten van een op grond van de Wet te verstrekken voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening; Persoon met beperkingen: de persoon die aantoonbare beperkingen heeft bij het uitvoeren van activiteiten op het gebied van het voeren van het huishouden, bij het normale gebruik van de woning, bij het verplaatsen in en om de woning, bij het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en/of bij het ontmoeten van medemensen en het op basis daarvan aangaan van sociale verbanden; Persoonsgebonden budget: een geldbedrag voor de aanschaf van een compenserende voorziening naar keuze, binnen de door het college gestelde voorwaarden en met in acht neming van een eventueel, uit een (medisch) advies volgend, pakket van eisen; Sociaal netwerk: het netwerk van personen, diensten en voorzieningen dat men om zich heen heeft en waarop men een beroep kan doen; Voorliggende voorziening: een voorziening die normaal in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft; Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt; Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo); Wettelijke voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan ingevolge de Wet, waarmee het probleem geheel of gedeeltelijk gecompenseerd kan worden; Woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot dag- en nachtverblijf van één of meer personen; Woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst. Artikel2Voorwaarden 1.Een individuele voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: a.de mogelijkheden van de belanghebbende zelf, zijn sociale netwerk en aanwezige algemene voorzieningen niet of onvoldoende de ondervonden beperkingen compenseren en/of niet in alle redelijkheid toegankelijk of bruikbaar zijn voor belanghebbende; b.deze noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van het voeren van het huishouden op te heffen of te verminderen; c.deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen bij het verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en/of bij het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aangaan, op te heffen of te verminderen; d.deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst compenserende voorziening kan worden aangemerkt. 2.Een individuele voorziening wordt geweigerd: a.voor zover de beperkingen kunnen worden opgeheven of voldoende verminderd door belanghebbende zelf, zijn sociale netwerk of aanwezige en beschikbare algemene voorzieningen; b.voor zover aan de zijde van belanghebbende geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd. c.indien de voorziening voor een persoon als belanghebbende algemeen gebruikelijk is; d.indien belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente of niet aantoonbaar op korte termijn in de gemeente woonachtig zal zijn; e.voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die belanghebbende voorafgaand aan het moment van beslissen op de aanvraag heeft gemaakt en door het college geen toestemming is verleend om vooruitlopend op het besluit, (een deel van) de voorziening te realiseren; f.indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze verordening, dan wel krachtens de hieraan voorafgaande Verordening voorzieningen gehandicapten is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan belanghebbende zijn toe te rekenen. Hoofdstuk2Verstrekking van voorzieningen, eigen bijdrage en eigen aandeel Artikel3Mogelijke verstrekkingswijzen Een individuele voorziening wordt verstrekt in natura, als (forfaitaire) financiële tegemoetkoming of als persoonsgebonden budget. Artikel4Persoonsgebonden budget 1.Een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individuele voorzieningen. 2.Een persoonsgebonden budget wordt geweigerd indien overwegende bezwaren bestaan, gelegen in de omstandigheden of de persoon. 3.De omvang van het persoonsgebonden budget wordt afgeleid van de tegenwaarde van de in de betreffende situatie te verstrekken voorziening in natura. 4.In afwijking van het bepaalde in lid 3 wordt de omvang van het persoongebonden budget lager vastgesteld voor hulp bij het huishouden die wordt geleverd door een persoon die niet werkzaam is voor een professionele zorgaanbieder. 5.De toekenning, de voorwaarden, de omvang en de looptijd van het te verstrekken persoonsgebonden budget worden in een beschikking opgenomen. 6.Aan de beschikking kan een programma van eisen worden toegevoegd waarin is aangegeven wat het resultaat is dat met de aangeschafte voorziening dient te worden bereikt. 7.Het college kan kwaliteitseisen aan de voorziening stellen. 8.Het persoongebonden budget wordt overgemaakt op een door belanghebbende opgegeven eigen rekeningnummer, tenzij hiertegen overwegende bezwaren bestaan. 9.Een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden dient aangewend te worden in de periode waarvoor dit is betaald. 10.Het college kan onderzoeken of het persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is. De budgethouder is verplicht de daarvoor noodzakelijke stukken op verzoek van het college per ommegaande te verstrekken. 11.Na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde bescheiden wordt door het college beoordeeld of aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug te vorderen of te verrekenen. Artikel5Eigen bijdrage en eigen aandeel 1.Bij het verstrekken van individuele voorzieningen op grond van de Wet is belanghebbende een eigen bijdrage of een eigen aandeel verschuldigd. 2.Het college legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Bloemendaal vast voor welke individuele voorzieningen belanghebbende geen eigen bijdrage of geen eigen aandeel verschuldigd is. 3.Het college legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Bloemendaal de duur en de omvang van de eigen bijdrage en het eigen aandeel vast. Hoofdstuk3.Huishouden voeren Artikel6Vormen van hulp bij het huishouden De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het voeren van een huishouden, te verstrekken voorziening kan bestaan uit: een algemene voorziening; hulp bij het huishouden in natura; een persoonsgebonden budget te besteden aan hulp bij het huishouden. Artikel7Primaat van de algemene voorziening hulp bij het huishouden Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g onderdeel 4, 5 en 6 van de Wet kan voor de in artikel 6, onder a vermelde voorziening in aanmerking komen indien: aantoonbare beperkingen, of problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg; het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken en de algemene hulp bij het huishouden dit adequaat kan oplossen. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6 van de Wet kan voor de in artikel 6, onder b en c vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht als: de in artikel 6, onder a genoemde voorziening een onvoldoende oplossing biedt, of; de in artikel 6, onder a genoemde voorziening niet beschikbaar is. Artikel8Gebruikelijke zorg In afwijking van het gestelde in artikel 7 komt een belanghebbende niet in aanmerking voor hulp bij het huishouden als tot de leefeenheid waar deze persoon deel van uitmaakt een of meer huisgenoten behoren die wel in staat zijn het huishoudelijk werk te verrichten. Artikel9Omvang van de hulp bij het huishouden De omvang van de hulp bij het huishouden wordt berekend in uren en uitgedrukt in klassen. Hoofdstuk4.Normaal gebruik van de woning Artikel10Vormen van woonvoorzieningen De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het normale gebruik van de woning, te verstrekken woonvoorziening kan bestaan uit: een algemene woonvoorziening; een woonvoorziening in natura; een persoonsgebonden budget te besteden aan een woonvoorziening; een (forfaitaire) financiële tegemoetkoming in de kosten van een woonvoorziening. Artikel11Primaat algemene woonvoorzieningen 1.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g onderdeel 5 en 6 van de Wet kan voor de in artikel 10, onder a vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen bij het normale gebruik van de woning een aanpassing aan de woning noodzakelijk maken en de algemene woonvoorziening dit adequaat kan oplossen. 2.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6 van de Wet kan voor de in artikel 10, onder b en c en d vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht als: a.de in artikel 10 onder a genoemde voorziening een onvoldoende oplossing biedt, of b.de in artikel 10 onder a genoemde voorziening niet beschikbaar is. Artikel12Beperkende voorwaarden vergoeding aanpassing woonwagen en woonschip 1.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g onderdeel 5 en 6 van de Wet kan, in geval van bewoning van een woonwagen, uitsluitend voor de in artikel 10 onder d genoemde voorziening in aanmerking komen indien: a.de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal 5 jaar is, en b.de standplaats niet binnen 5 jaar voor opheffing in aanmerking komt; c.de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een woonvoorziening bij de gemeente legaal op de standplaats staat; 2.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g onderdeel 5 en 6 van de Wet kan, in geval van bewoning van een woonschip uitsluitend voor de in artikel 10 onder d genoemde voorziening in aanmerking komen indien: a.de technische levensduur van het woonschip nog minimaal 5 jaar is; b.het woonschip nog minimaal 5 jaar op de ligplaats mag blijven liggen; c.het woonschip ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een woonvoorziening bij de gemeente legaal op de ligplaats ligt; Artikel13Soorten individuele woonvoorzieningen De in artikel 10 onder b en c en d genoemde voorzieningen kunnen bestaan uit: een forfaitaire tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten; een bouwkundige- of woontechnische woonvoorziening; een niet bouwkundige- of niet woontechnische woonvoorziening; een tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van een woonvoorziening; een tegemoetkoming in de kosten in verband met tijdelijke huisvesting; een tegemoetkoming in de kosten in verband met huurderving; een uitraasruimte. Artikel14Primaat van de verhuizing 1.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g onderdeel 5 en 6 van de Wet kan voor een tegemoetkoming voor verhuis- en herinrichtingskosten als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a in aanmerking komen wanneer aantoonbare beperkingen het normale gebruik van de woning belemmeren. 2.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g onderdeel 5 en 6 van de Wet kan voor een vergoeding voor woningaanpassing en voor woonvoorzieningen van niet-bouwkundige of woontechnische aard als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder b en c in aanmerking komen indien verhuizing naar een aangepaste of aanpasbare woning niet te realiseren is, niet de goedkoopst compenserende oplossing is of uit maatschappelijk oogpunt onaanvaardbaar is. 3.In afwijking van het bepaalde in lid 2 wordt het primaat van verhuizing niet toegepast voor zover de kosten van de te treffen woonvoorzieningen niet uitkomen boven het in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Bloemendaal genoemde bedrag. 4.Indien een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g onderdeel 5 en 6 van de Wet de aangepaste of aanpasbare woning niet accepteert wordt geen vergoeding verstrekt voor aanpassing van die huidige woning. Artikel15Woon- en verblijfsruimten waarvoor geen woonvoorziening wordt verstrekt De bepalingen uit dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op het treffen van voorzieningen: aan woonruimten die niet bedoeld zijn voor permanente zelfstandige bewoning. in gemeenschappelijke ruimten van woongebouwen voor ouderen en personen met beperkingen. aan woongebouwen voor ouderen en personen met beperkingen voor wat betreft voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden. Artikel16Aanpassen hoofdverblijf en bezoekbaar maken andere woonruimte 1.Een voorziening wordt alleen verstrekt, indien de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen. 2.Indien belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft in een erkende instelling op grond van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen kan, in afwijking van het eerste lid, uitsluitend een voorziening worden verstrekt voor het bezoekbaar maken van één woonruimte. 3.De aanvraag moet ingediend worden bij de gemeente waar de aan te passen woning staat. Artikel17Weigeringsgronden De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 13 wordt geweigerd indien: de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond en geen andere belangrijke reden aanwezig was; belanghebbende niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college; belanghebbende verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden, of naar een op grond van de Wet toegelaten erkende AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg; belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen, uitsluitend voor zover de aanvraag een verhuiskostenvergoeding betreft; de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; de aanvraag betrekking heeft op het treffen van voorzieningen van een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw. Artikel18Gemeenschappelijke ruimten Het college kan een financiële tegemoetkoming verstrekken voor het treffen van de volgende voorzieningen aan een gemeenschappelijke ruimte indien zonder deze woningaanpassing de woonruimte voor belanghebbende ontoegankelijk blijft: het verbreden van toegangsdeuren; het aanbrengen van elektrische deuropeners; de aanleg van een hellingbaan vanaf de openbare weg naar de toegang van het gebouw; drempelhulpen; het aanbrengen van een extra trapleuning. Artikel19Doelgroep financiële tegemoetkoming verhuis- en herinrichtingskosten Het college kan een forfaitaire financiële tegemoetkoming voor verhuis- en herinrichtingskosten als bedoeld in artikel 13 onder a, verstrekken aan: belanghebbende; een persoon, die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van belanghebbende de woonruimte heeft vrijgemaakt. Artikel20Financiële tegemoetkoming in verband met onderhoud, keuring en reparatie 1.Het college verstrekt slechts een financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie als bedoeld in artikel 13, onder d, indien de woonvoorziening is verstrekt in het kader van deze verordening, de Wet of de Wet voorzieningen gehandicapten. 2.Indien een persoonsgebonden budget is verstrekt wordt, gedurende de periode waarop het persoonsgebonden budget betrekking heeft, geen vergoeding in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie als bedoeld in artikel 13, onder d verstrekt. In het persoonsgebonden budget zijn deze kosten inbegrepen. Artikel21Terugbetaling financiële tegemoetkoming woningaanpassing Aan het verstrekken van een financiële tegemoetkoming voor een woningaanpassing die leidt tot een toename van de waarde van de woning kan het college de volgende verplichtingen verbinden: dat, wanneer de woning binnen tien jaar na gereedmelding van de werkzaamheden wordt verkocht, binnen een maand na het passeren van de akte hiervan melding wordt gedaan aan het college; dat de verstrekte financiële tegemoetkoming naar rato wordt terugbetaald zoals bepaald in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Bloemendaal. Hoofdstuk5.Het lokaal verplaatsen Artikel22Vormen van vervoersvoorzieningen De door het college te verstrekken voorziening, ter compensatie van beperkingen bij het zich lokaal verplaatsen, kan bestaan uit: een algemene voorziening waaronder een collectieve vervoersvoorziening; een vervoersvoorziening in natura; een persoonsgebonden budget te besteden aan een individuele vervoersvoorziening; een financiële tegemoetkoming in de kosten van een vervoersvoorziening. Artikel23Recht op een algemene vervoersvoorziening Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g onderdeel 5 en 6 van de Wet kan voor de in artikel 22, onder a vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen: het gebruik van het openbaar vervoer of het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken. Artikel24Het primaat van het collectief vervoer Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g onderdeel 5 en 6 van de Wet kan voor de in artikel 22, onder b, c en d vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht indien: aantoonbare beperkingen het gebruik van een algemene voorziening, waaronder een collectief vervoerssysteem als bedoeld in artikel 22, onder a, onmogelijk maken, dan wel een collectief vervoerssysteem als bedoeld in artikel 22, onder a niet aanwezig is. Artikel25Omvang in gebied en in kilometers 1.De te verstrekken vervoersvoorziening voorziet in de vervoersbehoefte in de directe woon- en leefomgeving met een omvang per jaar van in ieder geval 1500 kilometer. 2.In aanvulling op het eerste lid kan een vervoersvoorziening voor een bovenregionale verplaatsing uitsluitend verstrekt worden wanneer het vervoer betrekking heeft op een contact dat noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen. Artikel26Aanspraak op een vervoersvoorziening voor AWBZ-bewoners In geval een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g onderdeel 5 en 6 van de Wet het hoofdverblijf heeft in een erkende instelling op grond van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen wordt geen voorziening verstrekt voor het vervoer van en naar door de instelling georganiseerde (recreatieve) activiteiten en/of aangeboden voorzieningen. Hoofdstuk6.Verplaatsen in en om de woning en sportvoorziening Artikel27Vormen van rolstoelvoorzieningen De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het verplaatsen in en om de woning, dan wel voor sportbeoefening te verstrekken (rolstoel)voorziening inclusief onderhoud, reparatie en verzekering kan bestaan uit: een algemene voorziening waaronder een algemene rolstoelvoorziening; een rolstoelvoorziening in natura; een persoonsgebonden budget te besteden aan een rolstoelvoorziening; een forfaitaire financiële tegemoetkoming te besteden aan een sportvoorziening. Artikel28Incidenteel en dagelijks rolstoelgebruik en sportvoorziening 1.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder g, onderdeel 5 en 6 van de Wet kan voor de in artikel 27, onder a vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen incidenteel verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de AWBZ of een andere wettelijke regeling geen adequate oplossing bieden. 2.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder g, onderdeel 5 en 6 van de Wet kan voor de in artikel 27, onder b en c vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien: a.aantoonbare beperkingen het gebruik van een voorziening als bedoeld in artikel 27, onder a, onmogelijk maken dan wel; b.een voorziening als bedoeld in artikel 27, onder a niet aanwezig is. 3.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder g, onderdeel 5 en 6 van de Wet kan voor de in artikel 27, onder d vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen het sporten zonder sportvoorziening onmogelijk maken. Hoofdstuk7.Verkrijgen van voorzieningen Artikel29Aanvraag Een aanvraag moet schriftelijk of elektronisch worden ingediend bij de gemeente. Artikel30Inlichtingen, onderzoek en advies 1.Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang is voor de beoordeling van het recht op een voorziening, belanghebbende a.op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen; b.op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen. 2.Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen indien: a.het om een aanvraag gaat waarbij, naar het oordeel van het college, de beperkingen niet voldoende kunnen worden geobjectiveerd; b.hij dat overigens gewenst vindt. 3.Belanghebbende is verplicht aan het college of de door hem aangewezen adviesinstantie die gegevens te verschaffen of te doen verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag. 4.Bij de advisering zoals genoemd in het eerste lid wordt gebruik gemaakt van de systematiek zoals neergelegd in de International Classification of Functions, Disabilities and Impairments, de ICF classificatie. 5.Het college stemt de individuele voorzieningen samenhangend af op de situatie van de belanghebbende, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonskenmerken, de behoeften en omstandigheden van de belanghebbende, alsmede met de capaciteit van de belanghebbende om uit het oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien. Artikel31Wijzigingen in de situatie Degene aan wie op basis van deze verordening een voorziening is verstrekt, is verplicht aan het college mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op de aanspraak op een voorziening. Artikel32Intrekking en beëindigen van een voorziening 1.Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien: a.niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening; b.op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen. 2.Een besluit tot verlening van een (forfaitaire) financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget wordt ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor deze is verstrekt of wanneer niet is voldaan aan de verantwoordingsvereisten zoals vastgelegd in de gemeentelijke regelgeving. 3.Het college kan het recht op een voorziening verstrekt op grond van deze verordening beëindigen indien de omstandigheden dusdanig zijn gewijzigd dat de verstrekte voorziening niet langer adequaat en/of compenserend is. Artikel33Terugvordering In geval het besluit tot toekenning van een voorziening is ingetrokken, wordt een al uitbetaald(e) (forfaitaire) financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget teruggevorderd. In geval het besluit tot verstrekking van een voorziening in eigendom is ingetrokken, wordt de voorziening teruggevorderd. Indien mogelijk wordt een vordering verrekend met een toegekend maar nog niet uitbetaald persoonsgebonden budget. Artikel34Heronderzoeken Het college kan periodiek een heronderzoek ten aanzien van de rechtmatigheid van de verstrekte voorziening verrichten. Hoofdstuk8Slotbepalingen Artikel35Nadere regelgeving 1.Het college legt de hoogte van een (forfaitaire) financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget voor een voorziening vast in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Bloemendaal. 2.De wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld, wordt door het college vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Bloemendaal. 3.Het college is bevoegd in aanvulling op deze verordening nadere regels te stellen over de verantwoording, verstrekking, beëindiging, terugvordering en intrekking van voorzieningen. Artikel36Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel37Indexering Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Bloemendaal opgenomen en op deze verordening gebaseerde bedragen aanpassen conform de ontwikkelingen van de prijsindex voor gezinsconsumptie volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Artikel38Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.