Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2007Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2007 Besluit van de Raad Registernummer: MD/06-1438-3b De raad van de gemeente Zoeterwoude, gelezen het voorstel van burgemeester en wethoudersvan 12 oktober 2006, gelet op de bepalingen van de Gemeentewet, Besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2007 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder ‘jaar’ een kalenderjaar. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Artikel3Belastingplicht De precariobelasting wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel van degene te behoeve van wie die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond worden aan-getroffen. Artikel4Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: Voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd; Voorwerpen, waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeenge-komen; Voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven aan de hand van en naar de maatstaven en tarieven opgeno-men in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel8Aangifte De belastingplichtige die niet binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar is uitgenodigd tot het doen van aangifte of aan wie niet binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na het verstrijken van die zes maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een verzoek in te dienen te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte. Artikel9Voorlopige aanslag Na de aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel10Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang 1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de precario belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 226,89. 4.Belastingbedragen van minder dan € 453,78 worden niet geheven. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande lid gestelde termijnen. Artikel13Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting. Artikel14Inwerkingtreding en citeertitel 1.De 'Verordening precariobelasting 2006’ van 10 november 2005 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.De verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2007. 4.Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening precariobelasting 2007 van de Gemeente Zoeterwoude”. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 9 november 2006,de griffier, U.S. Cengizde voorzitter,mr. E.G.E.M. Bloemen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.