Verordening beperking drankverstrekkingDe raad van de gemeente Tilburg; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders; gehoorde de bevoegd inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid; gelet op artikel 18 (oud) (onderdeel w. wijziging van de Drank- en Horecawet, 1e Kamer, vergaderjaar 1999/2000, 25 969, nr. 40) van de Drank- en Horecawet; Besluit: vast te stellen de volgende Verordening tot beperking drankverstrekking. Artikel
- 1.Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen tijdsruimte, in een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet: bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet voor gebruik ter plaatse te verstrekken; bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet voor gebruik elders dan ter plaatse te verstrekken; 2.Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen tijdsruimte, bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet te verstrekken. Artikel
- a.De burgemeester gaat over tot het aanwijzen van de tijdsruimte bedoeld in artikel 1, eerste lid onder a en b respectievelijk tweede lid, als de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid dit vordert, respectievelijk dringend vordert. b.De burgemeester hoort voorafgaand aan een aanwijzing de hoofdofficier van justitie en de korpschef van politie. Artikel
- De burgemeester kan bepalen dat het in artikel 1 eerste lid, onder a en b respectievelijk tweede lid, gestelde verbod geldt voor de gehele gemeente danwel voor bepaalde delen van de gemeente. Artikel
- Overtreding van de artikelen 1, eerste lid, onder a en b respectievelijk tweede lid, gegeven voorschriften wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel
- Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening beperking drankverstrekking". Artikel
- Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van haar bekendmaking. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 22 mei 2000de voorzitter, de secretaris,Toelichting Verordening beperking drankverstrekking De Verordening beperking drankverstrekking maakt het mogelijk de verstrekking van alcoholhoudende dranken, al dan niet tijdelijk, te beperken. De verboden van artikel 1, eerste lid, onder a en b respectievelijk tweede lid kunnen worden geactiveerd voor een bepaalde tijdsperiode en onder bepaalde omstandigheden. Artikel 1 kan worden geactiveerd in geval van een bijzondere gebeurtenis die door de aard of de publiekstrekkende werking vanuit een oogpunt van openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of de volksgezondheid om een nadere ordening vraagt. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan (grootschalige) evenementen zoals bijvoorbeeld voetbalwedstrijden, optochten en kermissen, waarbij ongeregeldheden worden verwacht. Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid voor een bepaalde door hem aan te wijzen periode de mogelijkheden voor het verstrekken van alcoholhoudende drank vanuit inrichtingen en onder andere winkels te beperken. De frase 'anders dan om niet' ziet ook op situaties waarbij de betaling niet rechtstreeks gekoppeld is aan de verstrekking van alcoholhoudende drank. Alleen de verstrekking van alcoholhoudende drank, die gratis en geheel zonder commerci‰le bijbedoeling is, valt buiten de reikwijdte van dit onderdeel. De bepaling beoogt tevens te voorkomen dat het opgelegde verbod door bepaalde constructies wordt omzeild. Artikel 1, eerste lid, onder a, geeft de burgemeester de bevoegdheid om voor een bepaalde tijd de verstrekking van alcoholhoudende dranken in of vanuit inrichtingen te beperken. Voor slijterijen kan op grond van eerste lid, onder b, de verstrekking van sterk-alcoholhoudende dranken worden beperkt. Artikel 1, tweede lid geeft de burgemeester de algemene bevoegdheid het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende dranken te beperken. Dit geldt voor alle inrichtingen in de zin van de Drank- en Horecawet en ook voor alle overige inrichtingen zoals bijvoorbeeld winkels of bedrijfsgebouwen. De gronden voor de activering van het verbod van artikel 1 eerst lid, onder a en b en tweede lid zijn genoemd in artikel 2, onder a. Het verbod van artikel 1, tweede lid grijpt meer in het maatschappelijk verkeer in dan dat verbod van artikel 1, eerste lid, onder a en b. De burgemeester zal bij een aanwijzing rekening dienen te houden met eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. Dit is tot uitdrukking gebracht in de toevoeging 'dringend' in het laatste gedeelte van artikel 2, onder a. De bevoegdheid van artikel 2 sluit aan bij de burgemeestersbevoegdheden van artikel 174 Gemeentewet inzake het toezicht op openbare samenkomsten en vermakelijkheden en de uitvoering van verordeningen inzake dit toezicht. De omstandigheden waaronder van de bevoegdheid gebruik zal worden gemaakt vragen een snelle procedure en een orgaan dat hiervoor is geschikt. De raadplegingsprocedure van artikel 2, onder b, geeft waarborgen voor een goede oordeelsvorming dat een situatie die de activering van een verbod vordert zich inderdaad en in voldoende mate voordoet. Artikel 3 geeft de burgemeester de mogelijkheid te bepalen dat de verboden van artikel 1 niet gelden voor bepaalde gedeelten van de gemeente. De in artikel 4 genoemde strafmaat is gebaseerd op artikel 154 lid 1 van de Gemeentewet. Overtreding van het verbod van artikel 1 kan tevens een intrekkingsgrond opleveren voor de op basis van de Drank- en Horecawet verleende vergunningen. Met een overtreding van het in artikel 1 gestelde verbod zet men aldus de verleende Drank- en Horecawetvergunning op het spel. In de verordening is geanticipeerd op de mogelijkheden die het gewijzigde artikel 18 van de Drank- en Horecawet biedt. Het huidige artikel 18 biedt nog geen mogelijkheden voor het algemene alcoholverbod van artikel 1, tweede lid. De werking daarvan wordt gekoppeld aan de inwerkingtreding van de wijziging van artikel 18 van de Drank- en Horecawet.