← Nederland

Verordening cliëntenparticipatie gehandicaptenbeleid (Tilburg)

Verordening cliëntenparticipatie gehandicaptenbeleidDe raad van de gemeente Tilburg gezien het voorstel van burgemeester en wethouders; gezien de Wet voorzieningen gehandicapten; en gelet op regel 18 van de "Standaardregels" van de Verenigde Naties-resolutie 48/96 van 4 maart 1994 betreffende het bieden van gelijke kansen aan gehandicapten Besluit: vast te stellen de volgende Verordening cliëntenparticipatie gehandicaptenbeleid met toelichting Artikel1.Begrippen. In deze verordening wordt verstaan onder: Cliëntenparticipatie gehandicaptenbeleid: de gestructureerde wijze waarop de gemeente de zelforganisatie van belanghebbenden betrekt in de beleidsvorming, uitvoering en evaluatie van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en het integrale gemeentelijk gehandicaptenbeleid. Integraal gemeentelijk gehandicaptenbeleid: de samenhangende wijze waarop de gemeente in al haar beleid en verantwoordelijkheden, werkt aan de verbetering van de mogelijkheden tot gelijkwaardige maatschappelijke deelname van alle mensen met een functiebeperking of chronische aandoening. Platforms: de in deze gemeente actief zijnde zelforganisatie van mensen met een functiebeperking of chronische aandoening, onder de naam Tilburgs Overleg Gehandicaptenorganisaties (TOG); de Regionale Federatie van Ouderverenigingen Midden Brabant (RfvO) die zich bezig houdt met de behartiging van de belangen van mensen met een verstandelijke beperking. Artikel2.Doelstelling. 1.De cliëntenparticipatie heeft als oogmerk te bewerkstelligen dat belanghebbenden bij de Wvg en het integrale gemeentelijk gehandicaptenbeleid door zelforganisatie vanuit onafhankelijke positie optimaal betrokken zijn bij de voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het (mede) voor hen gevoerde gemeentelijk beleid. 2.Op die wijze bij te dragen aan de totstandkoming of verbetering van het integraal gemeentelijk gehandicaptenbeleid gericht op het realiseren van volwaardig burgerschap en op het bieden van gelijke mogelijkheden aan mensen met beperkingen. Artikel3.Beleidsterreinen. In het kader van de cliëntenparticipatie worden de platforms betrokken bij: het gemeentelijk beleid met betrekking tot de Wvg: voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid; het integrale gemeentelijk gehandicaptenbeleid, bestaande uit: voornemens, beleid of activiteiten van de gemeente gericht op het brengen van samenhang in het beleid op verschillende terreinen ten behoeve van mensen met verschillende functiebeperkingen en/of chronische aandoeningen. Artikel4.Werkwijze. 1.In het kader van cliëntenparticipatie vraagt het gemeentebestuur de platforms om advies. Platforms zijn ook gerechtigd uit eigener beweging advies uit te brengen aan het college van burgemeester en wethouders. 2.Burgemeester en wethouders vragen de platforms in ieder geval om advies bij de onderwerpen beschreven onder artikel 3.Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Dit houdt in ieder geval in: bij nieuw beleid worden de platforms in ieder geval betrokken bij het vaststellen van de hoofdlijnen van het beleid; bij evaluatie worden de platforms ieder geval betrokken bij het vaststellen van vragen die ten grondslag liggen aan evaluatie. 4.Indien het belang van de zaak daartoe aanleiding geeft, vindt bij de aanbieding van het advies overleg plaats tussen de platforms en de betrokken wethouders. 5.In het geval burgemeester en wethouders in een voorstel aan de gemeenteraad afwijken van het advies van de platforms, wordt dit bij het voorstel vermeld. In dat geval wordt tevens aangegeven op welke gronden van het advies van het platform is afgeweken. 6.De gemeente wijst een vaste contactambtenaar aan als aanspreekpunt voor de communicatie met elk der platforms. 7.Tussen de eerst verantwoordelijk wethouder en de platforms vindt minimaal 2 maal per jaar een structureel overleg plaats. 8.Daarnaast vindt minimaal 2 maal per jaar een overleg plaats tussen de contactambtenaar en vertegenwoordigers van de platforms. 9.Van overleg en afspraken met de platforms doet de gemeente binnen 4 weken schriftelijk verslag aan het platform. 10.Burgemeester en wethouders zorgen er voor dat aan de platforms de informatie wordt verstrekt die zij nodig hebben om naar behoren te kunnen functioneren. Het betreft hier alle informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering te begrijpen en om ontwikkelingen en wijzigingen te kunnen volgen. De informatie wordt desgevraagd in speciale leesvorm (braille of grootletterschrift) aangeleverd. Artikel5.Faciliteiten. Het gemeentebestuur stelt aan de platforms jaarlijks een subsidie ter beschikking waarmee het platforms in staat moeten worden geacht namens een brede achterban gemeenschappelijke belangen te behartigen. Voor niet reguliere activiteiten kan een projectsubsidie worden toegekend. Artikel6.Slotbepalingen In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet met betrekking tot cliëntenparticipatie beslissen burgemeester en wethouders in overleg met de platforms. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening cliëntenparticipatie gehandicaptenbeleid". Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 maart

  1. Artikelsgewijze toelichtingAanhef Regel 18 uit de Standaardregels van de Verenigde Naties betreffende het bieden van gelijke kansen voor gehandicapten behelst de rol van gehandicaptenorganisatie bij de vorming van het lokale beleid. Artikel 1 Begrippen 1.Clientenparticipatie gehandicaptenbeleid: * De clientenparticipatie komt wettelijk voort uit de Wvg. De wettekst omschrijft echter "dat de reikwijdte van de clientenparticipatie betrekking heeft op het integrale gemeentelijke gehandicaptenbeleid". Daarom wordt hier gekozen voor de bredere term "clientenparticipatie gehandicaptenbeleid". * De hier gekozen omschrijving benadrukt dat clientenparticipatie wordt vormgegeven door middel van overleg met de zelforganisaties van betrokkenen, de platforms. In lijn met standaardregels houdt dat een versterking van de rol van lokale platforms gehandicapten, chronisch zieken en ouderen in. Deze vorm van clientenparticipatie onderscheidt zich van andere, doordat naast de uitvoering ook de totstandkoming van beleid onderwerp is advisering is en doordat niet de gemeente mensen op persoonlijke titel uitnodigt, maar de zelforganisatie van betrokkenen onder eigen regie tot een inbreng komt. 2.Integraal gemeentelijk gehandicaptenbeleid: * In de wet is opgenomen dat de reikwijdte van de clientenparticipatie betrekking heeft op het integrale gemeentelijke gehandicaptenbeleid. * Om versnippering van beleid en doelgroepen te voorkomen zijn in dit kader ook de belangen en het beleid t.b.v. chronisch zieken expliciet verwoord. Artikel 3 Beleidsterreinen 1.Sommige zaken maken niet officieel deel uit van het beleidsvormingsproces Wvg, worden niet aan de gemeenteraad voorgelegd, zoals contracten met leveranciers, uitvoerders en indicatiestellers. Deze zaken kunnen echter voor mensen met een handicap of chronische aandoening wel grote consequenties hebben. Daarom zullen de platforms betrokken worden bij activiteiten in het kader van de voorbereiding van contracten met leveranciers van Wvg-voorzieningen en met indicatiestellers (bijvoorbeeld bij het opmaken van het bestek ten behoeve van een aanbesteding). Verder zullen de platforms betrokken worden bij het vaststellen van uitvoeringsregels voor zover deze een afwijking inhouden van het in de Verordening Wvg en het Verstrekkingenbesluit neergelegde beleid en vooruit lopen op een wijziging van die Verordening en/of van het Verstrekkingenbesluit. 2.Het integraal gehandicaptenbeleid omvat alle gemeentelijke beleidsterreinen. Het integraal gehandicapten beleid kijkt naar alle beleidsterreinen met als invalshoek de mogelijkheden en de leefsituatie van mensen met een handicap, chronische aandoening. Het gaat om het beleid op alle terreinen (in zoverre) dat invloed heeft op de mogelijkheden voor mensen met een functiebeperking en/of chronische aandoening, waaronder * onderwijs, media, cultuur, sport, openluchtrecreatie en toerisme; * sociale zaken en werkgelegenheid; * welzijn en volksgezondheid; * openbare orde en veiligheid; * ruimtelijke ordening en groen, verkeer en vervoer; * volkshuisvesting en bouwzaken; * informatievoorziening, personeel en organisatie Artikel 4 Werkwijze 1.De gemeente en het platform kunnen in een convenant verdere afspraken vastleggen over de wijze van advisering e.d. 2.Het is belangrijk te realiseren, dat het in de wettekst gebruikte begrip "tijdig" voor ambtenaren een ander begrip is dan voor een gebruikersvertegenwoordiger. Daarbij moet o.a. in ogenschouw genomen worden dat vertegenwoordigers over fundamentele vragen overleg met hun achterban nodig hebben. Goede communicatie over begrip "tijdig" tussen gemeente en de platforms daarom belangrijk. Kern van begrip "tijdig" is dat de platforms de mogelijkheid krijgt wezenlijke invloed uit te oefenen op het beleid. "Tijdig" heeft daarom vooral betrekking op het moment in het beleidsproces (van een eerste ambtelijk notitie tot een voorstel in de raad). Hoe eerder het platform in het proces betrokken is, des te groter kan haar invloed zijn (maar ook haar verantwoordelijkheid). Daarom zijn afspraken over het moment in het beleidsvormingsproces van het advies van belang. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 februari
  2. de voorzitter, de secretaris,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.