Levensfasebewust Personeelsbeleid gemeente WaalwijkLevensfasebewust Personeelsbeleid Inhoudsopgave MANAGEMENT SUMMARY2 1. INLEIDING 3 2. ANALYSE4 3. LEVENSFASEN 6 4. LEVENSFASEBEWUST PERSONEELSBELEID10 5. CONCLUSIE 13 6. AFSPRAKEN TER DOORONTWIKKELING VAN DEZE NOTITIE14 MANAGEMENT SUMMARY Hieronder in het kort de hoofdpunten uit deze nota: Levensfasebewust Personeelsbeleid is personeelsbeleid dat zich richt op de optimale en duurzame inzetbaarheid van medewerkers, rekening houdend met de verschillende levensfasen van medewerkers. Als gevolg van demografische ontwikkelingen (vergrijzing en ontgroening), veroudert de beroepsbevolking de komende jaren sterk en neemt de krapte op de arbeidsmarkt toe. De gemeente Waalwijk moet zich daarom inzetten om een interessante werkgever te zijn voor de ‘werknemer van de toekomst.’ Uitgangspunt van Levensfasebewust Personeelsbeleid is dat mensen op elke leeftijd inzetbaar en waardevol voor de organisatie zijn. Dat betekent dat Levensfasebewust Personeelsbeleid niet alleen gericht kan zijn op ouderen, maar dat zeker gekeken moet worden hoe we medewerkers uit alle leeftijdscategorieën enthousiast en geprikkeld houden. Van individuele werknemers wordt verwacht dat zij zich verantwoordelijk voelen voor hun eigen loopbaan en de nodige activiteiten zullen verrichten om hun inzetbaarheid te vergroten dan wel in stand te houden gedurende hun gehele loopbaan. De rol van de leidinggevende is om medewerkers te informeren en bij het coachen van medewerkers kennis te hebben van de kenmerken van de verschillende levensfasen en personeelsinstrumenten die ingezet kunnen worden om motivatie en inzetbaarheid te verbeteren. HRM faciliteert en adviseert rondom Levensfasebewust Personeelsbeleid. Algemene aanbevelingen in het kader van Levensfasebewust Personeelsbeleid zijn: Inzetbaarheid Het aanbieden van ontwikkelingsmogelijkheden Tijdig voeren FuBeo-gesprek Optimale uitvoering geven arbobeleid Mobiliteit Maak demotie bespreekbaar Meer nadruk leggen op flexibiliteit Invoeren taakroulatie Opleiding en Ontwikkeling Stel het Strategisch Opleidingsbeleid vast en ga daarmee aan de slag. Aanbeveling werk-privé Handhaaf de huidige werktijdenregeling Implementeer de telewerkregeling Vooral in de leeftijdscategorie 36-45 jaar is het ziekteverzuim hoger dan gemiddeld. Mogelijk kan het verzuim dalen wanneer meer rekening gehouden wordt met de balans tussen werk en privé. In het FuBeo-gesprek kan hier aandacht aan worden besteed. Het Levensfasebewust Personeelsbeleid kan worden ingedeeld aan de hand van een V-model: verkennen, vitaliseren, verlichten, vertrekken en voorlichten. Voorstel is om concrete acties in te zetten voor: werknemers in de topfase (40-55 jaar) om te bezien in hoeverre de horizontale en verticale mobiliteit vergroot kan worden. medewerkers in de doorstart- of stabilisatiefase (55+ jaar), met name gericht op preventie en heroriëntatie. 1. INLEIDING Aanleiding voor deze notitie is de nota ‘strategische organisatiemanagement’ van de gemeente Waalwijk. In deze nota is als aanbeveling opgenomen om het instrument Levensfasebewust Personeelsbeleid nader uit te werken. Levensfasebewust Personeelsbeleid wordt gedefinieerd als: beleid gericht op duurzame inzetbaarheid van alle medewerkers door rekening te houden met hun leeftijd en daarbij behorende kenmerken en behoeften. Dit wordt ook wel "active aging" genoemd oftewel beleid gericht op het actief / werkendouder worden. Er is sprake van personeelsbeleid gericht op de verschillende levensfases. De verwachting is dat door vergrijzing en ontgroening in de nabije toekomst het aantal mensen dat met pensioen gaat, niet gecompenseerd kan worden met het aantal starters op de arbeidsmarkt. Daardoor gaan we langer doorwerken dan we de laatste decennia gewend waren. Terwijl de een zegt “nou en....”, moet een ander daarvoor een (mentale) knop omzetten. Beiden vinden het echter belangrijk dat ze, zolang ze werken, dat steeds met plezier doen en dat hun werk gewaardeerd wordt. Vanuit die nieuwe werkelijkheid begon de gedachtevorming over wat uiteindelijk levensfasegericht personeelsmanagement is genoemd. Want feitelijk gaat het hier om het vraagstuk van blijvende inzetbaarheid, ook wel employability genoemd. Dat vraagstuk is op meerdere momenten in iemands loopbaan en in verschillende levensfasen aan de orde, zodat het gèèn exclusieve zaak is voor oudere medewerkers. In de volgende kolommen is schematisch weergegeven wat de meerwaarde is van Levensfasebewust Personeelsbeleid voor de organisatie en voor de medewerker. Organisatie Medewerker Gemotiveerde medewerkers Loopbaanontwikkeling mede in relatie bezien met de levensfasen Ontwikkeling en behoud van kennis, ervaring en competenties Eigen inbreng en ideeën Voorkomt vroegtijdige uitval en ziekteverzuim Ontwikkeling en behoud van kennis, ervaring en competenties Arbeidstevredenheid Ontwikkelingsmogelijkheden Employability en flexibiliteit Blijvende scholing Het is al met al een verbreding en verdieping in het denken over inzetbaarheid, loopbaanontwikkeling en mobiliteit en is daarmee sterk verbonden met de personeelsinstrumenten van Strategische Personeelsplanning en Strategisch Opleidingsbeleid. Belangrijk is het besef dat een medewerker verschillende behoeften en belangen heeft ten aanzien van het werk. Iedere levensfase brengt verschillende rollen met zich mee, zowel privé als zakelijk, terwijl ook de werkomgeving verandert. Denk bijvoorbeeld aan gevraagde competenties voor een functie, de functie-inhoud, de organisatorische context, de persoonlijke motivatie en interesses. Belangrijk is om in dialoog te blijven en van beide kanten in te spelen op veranderingen en ontwikkelingen. Aantrekkelijk werkgeverschap, het binden en boeien van medewerkers, is dus van noodzakelijk belang om deze veranderingen en ontwikkelingen het hoofd te bieden. Een kader hiervoor is Levensfasebewust Personeelsbeleid. Het is uitdrukkelijk geen nieuw personeelsbeleid maar HR beleid bekeken vanuit een specifieke invalshoek. 2. ANALYSE Als gevolg van demografische ontwikkelingen (vergrijzing en ontgroening), veroudert deberoepsbevolking de komende jaren sterk en neemt de krapte op de arbeidsmarkt toe. Na 2015 zal de beroepsbevolking gaan dalen. De verwachting is dat de beroepsbevolking in 2040 weer terug is op het niveau van 2000. Het aantal banen zal na 2015 echter stijgen tot boven de grootte van de beroepsbevolking. Ergens tussen 2015 en 2020 wordt daarom een fundamentele omslag verwacht, namelijk dat er meer werk zal zijn dan mensen om het werk uit te voeren. Het is belangrijk om inzicht te hebben in de ontwikkelingen die de toekomstigepersoneelsbehoefte beïnvloeden en vervolgens te bepalen wat de beste manier is om daarop te reageren. De krapte op de arbeidsmarkt is in dit kader een wezenlijke demografische ontwikkeling. Zowel overheden (waaronder gemeenten) als het bedrijfsleven, willen ook na 2015 hun vacatures kunnen invullen en azen op dezelfde mensen in een afnemende beroepsbevolking. Dit betekent voor de gemeenten dat er werk aan de winkel is om in te spelen op de wensen en eisen van de werknemer van de toekomst. Dit draagt immers bij aan een betere profilering van de gemeenten als werkgever. Daarbij dient een goed inzicht te worden verkregen in de benodigde werknemers op termijn. Strategische personeelsplanning is daarbij een onontbeerlijke tool. Er zijn verschillende ontwikkelingen die bepalend zijn voor de invulling van het toekomstige beleid: 1) de vergrijzing van het overheidspersoneel Gezien de leeftijdsopbouw van het overheidspersoneel krijgt de overheid in toenemende mate te maken met de noodzaak om in het personeelsbeleid rekening te houden met een oudere populatie. Van de werkzame groepsbevolking is in 2014 30% ouder dan 50 jaar. Door de vergrijzing van de beroepsbevolking zal ook het ziekteverzuim en de WAO-instroom relatief gezien stijgen. Uit onderzoek (TNO) blijkt dat slechts een klein deel van de ouderen last heeft van een slechte gezondheid in het werk met als gevolg uitval en verzuim, terwijl daar door managers heel anders over wordt gedacht. Werkende ouderen zijn minder vaak, maar wel langer ziek. De WAO-instroomkansen zijn wel hoger voor 50-plussers; 2) de veranderende functies in overheidsorganisaties In veel overheidsorganisaties is de inhoud van functies in de loop van de tijd veranderd,waarbij de functie-eisen en het vereiste opleidingsniveau zijn toegenomen. Te denken valt aan de gevolgen van technologische ontwikkelingen, waarbij werkzaamheden met betrekking tot registreren en verwerken van gegevens zijn komen te vervallen. Maar de functie-eisen voor degenen die deze systemen in leven houden of de gegevens daarvan gebruiken zijn toegenomen. Ook ten gevolge van toenemende uitbesteding van taken, veelal op een lager functieniveau, zijn de mogelijkheden voor de werkgever om werknemers op andere functies te plaatsen afgenomen; 3) de betaalbaarheid en noodzaak van uitstapregeling voor ouderen staan ter discussie Met het oog op de vergrijzing is een brede basis voor de financiering van collectieve uitgaven gewenst. Dit kan onder meer worden bereikt via een hogere participatiegraad van ouderen. De arbeidsparticipatie van oudere werknemers zal vanuit solidariteit met jongere werknemers en het mede leveren van een bijdrage voor het draagvlak (verhouding werkenden / niet-werkenden) bij een toenemende vergrijzing moeten toenemen; 4) verwachte toekomstige tekorten op de arbeidsmarkt Uit de rapportage van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) "vergrijzing en vervanging"(november 2004) blijkt dat in de nabije toekomst (ook) bij de overheid een grotevervangingsvraag zal optreden; 5) de routes om uit te stappen uit het arbeidsproces worden verder beperkt Zowel de mogelijkheden om via de WW (scherpere toetredingsvoorwaarden, scherper fiscaalregime bij oudere WW-ers en kortere uitkering), de WAO (scherpere toetredingsvoorwaarden en niet werken leidt tot lagere uitkering) als via vervroegde pensionering uit te stappen uit het arbeidsproces, worden beperkter. Tevens hebben sociale partners in het afgelopen decennium de "spilleeftijd" van de regeling van prepensioen verhoogd, wat een stimulerende werking heeft ten aanzien van langer doorwerken. Consequenties van deze ontwikkelingen voor het personeelsbeleid 1) door de vergrijzing moet meer rekening gehouden worden met oudere werknemers in het personeelsbeleid. Het personeelsbeleid moet worden aangepast aan het gegeven dat een relatief groter aandeel van de werknemers een ruimere werkervaring heeft. Dit kan consequenties hebben voor de manier van leidinggeven, voor het opleidingsprogramma maar ook voor de kosten- en de beloningsstructuur; 2) door de beperking van uitstapregelingen zijn verschillende ouderen gedwongen om langer door te werken. Dit betekent dat deze werknemers gemotiveerd moeten worden of blijven om de arbeidstaak te blijven verrichten en psychisch een ander referentiekader moeten krijgen. Dit vergt een verandering in het denken en handelen van zowel de werknemer als de werkgever. De werkgever moet ouderen anders en langer faciliteren om actief te kunnen blijven deelnemen aan het arbeidsproces. Naast de vergrijzing zorgt deze ontwikkeling voor een extra toename van ouderen in de beroepsbevolking; 3) het langer doorwerken van ouderen zal ook een oplossing worden voor personeelstekorten. Personeelstekorten kunnen in de toekomst niet alleen meer worden opgelost door inzet van jongeren maar daarvoor is ook nodig langer doorwerken en "zij-instromende mobiele ouderen"; 4) doorstroming binnen arbeidsorganisaties verbeteren Gezien de leeftijdsopbouw bij de overheid zijn de mogelijkheden voor jongeren om tijdig door te stromen in andere functies bij de overheid, passend bij hun loopbaanontwikkeling, vaak beperkt. Het beeld ontstaat bij jongeren dat teveel functies te lang door oudere werknemers worden bezet. Gezien deze ontwikkelingen, waar zowel werkgever als werknemer mee te maken krijgen, is het noodzakelijk nieuw beleid te maken. Van groot belang daarbij is dat zowel de werkgevers als de werknemers bewust zijn van de noodzaak van verandering. 3. LEVENSFASEN Uitgangspunt van Levensfasebewust Personeelsbeleid is dat mensen op elke leeftijd inzetbaar en waardevol voor de organisatie zijn. Dat betekent dat Levensfasebewust Personeelsbeleid niet alleen gericht kan zijn op ouderen, maar dat zeker gekeken moet worden hoe we medewerkers uit alle leeftijdscategorieën enthousiast en geprikkeld houden. In dat licht bezien is het niet verwonderlijk dat de inzetbaarheid van medewerkers niet zozeer aan leeftijd gebonden is, maar aan de levensfase waarin zij zich bevinden. We kunnen de volgende levensfases onderscheiden: - de oriëntatiefase (tot 30 jaar) - de specialisatie- en verdiepingsfase (30 – 40 jaar) - de topfase (40 – 55 jaar) - de doorstart of stabilisatiefase (55+) Leeftijdsopbouw gemeente Waalwijk Leeftijden < 30 jaar 30 – 40 40 – 55 55 – 59 > 60 jaar Gem.leeft. Directieteam 0 0 1 1 0 49 Concernstaf 0 0 5 1 0 47 Communicatie 0 5 3 0 0 38,5 Gebiedsger. Werken 0 1 3 3 0 48 Bureau Proj.Opdr. 0 0 0 0 1 60 Publiekszaken 2 7 17 5 7 47,7 Vergunning en handh. 1 17 12 4 1 41,9 Bedrijven 8 27 41 18 2 44,2 Financiën 1 2 22 4 1 48 Ruimte en economie 1 8 15 6 1 45,3 OBOR 6 7 19 3 1 42,7 Maatsch. Onderst. 1 4 13 4 1 46,7 Bestuur en Onderst. 2 8 13 6 2 45,2 POI 5 7 25 5 1 43,9 Griffie 0 0 2 1 0 48,6 Totaal Generaal 27 93 191 62 18 44,9 Niet iedereen doorloopt alle levensfases en niet iedereen bevindt zich op dezelfde leeftijd in dezelfde fase. Bij Levensfasebewust Personeelsbeleid gaat het daarom om maatwerk. Elke levensfase heeft zijn eigen kenmerken en daarmee ook zijn eigen kansen en risico’s voor de inzetbaarheid:Artikel Artikel Fase Kenmerken Mogelijke risico’s P-instrumenten Oriëntatiefase -veel leren over (samen)werken -fysiek goede conditie -doener, wil snel resultaat zien -verkennen van het eigen kunnen staat centraal -veel tijd en energie -zich volledig kunnen en willen richten op het werk/ de carrière -zoekt uitdaging en afwisseling in het werk -overbelasting leidt tot burn-out -onderbelasting leidt tot vertrek -leefstijl en ontbreken van persoonlijke effectiviteit leiden tot conflicten -introductie in werkwijze en mores -coachen/ begeleiden -feedback geven -leerplan -variatie in werk Specialisatie- en verdiepingsfase -aangaan van een duurzame relatie en gezin -wens voor flexibele arbeidsvoorwaarden -wens zich te ontwikkelen, carrière te maken en verantwoordelijkheid te dragen -prestatiedrang is hoog en breed inzetbaar -overbelasting/ onderbelasting leidt tot burn-out of overspanning -tijdelijke vermindering lichamelijke en psychische belastbaarheid -loopbaanplanning (interne mobiliteit) -flexibilisering arbeidstijden -kopen of verkopen van verlof -opleiding en scholing -mobiliteit Topfase -senioriteit in het werk -dubbele belasting door werk- en zorgtaken voor kinderen en/of ouders -invloed op eigen werk is van belang -potentie en energie voor horizontale- of verticale mobiliteit -motivatie en inzet zijn hoog -weet veel van weinig -kennis en kunde niet actueel -verlies motivatie -vermindering marktwaarde -verminderde lichamelijke- en psychische weerstand -mobiliteit -inspraak en regel- mogelijkheden -ruimte voor uitbouw expertise -voortzetting scholing -employability -aandacht voor gezond bewegen en voeden Doorstart- of stabilisatiefase -(her)oriëntatie op een andere belastbaarheid -invloed van (fysieke) veroudering en acceptatie -keuze voor stabiliteit, doorstart of afbouw -inzetbaarheid meer gericht op overdracht kennis en kunde -laag frequent verzuim, wel hoger langdurig verzuim -grote mantelzorgverplichtingen -verminderde fysieke belastbaarheid en verminderd herstelvermogen kunnen leiden tot overbelasting -verlies motivatie -verlies marktwaarde -screenen belastbaarheid -aanpassen belasting -ondersteuning heroriëntatie -ruimte voor overdracht kennis en kunde -gebruik van nieuw verworven vaardigheden -employability De levensfase waarin een medewerker verkeert, is mede bepalend voor de behoeften die iemand heeft. Daarnaast zijn er behoeften of aandachtspunten die in het kader van Levensfasebewust Personeelsbeleid voor alle medewerkers in iedere levensfase van belang zijn. Algemene aanbevelingen in het kader van Levensfasebewust Personeelsbeleid om inzetbaarheid en motivatie te vergroten of te behouden zijn: Inzetbaarheid 1.Het aanbieden van ontwikkelingsmogelijkheden Door tijdig naar een andere functie over te stappen of door blijvende ontwikkeling blijft de inzetbaarheid van de medewerker groeien. 2.Preventief omgaan met hulpmiddelen die psychische of fysieke overbelasting tegengaan Medewerkers regelmatig wijzen op gezond werken. Voorbeelden zijn een juiste manier van tillen en goede werkhouding achter de computer. 3.Tijdig voeren FuBeo-gesprek Hierdoor kan gemakkelijk worden ingespeeld worden op de behoeften van de medewerker. De medewerker kan dan concreet aangeven hoe hij het ervaart om de functie te bekleden en waar zijn behoeften liggen. 4.Optimale uitvoering geven arbo-beleid Door goed om te gaan met de uitkomsten van de RI&E en het arbobeleid optimaal uit te voeren kan er op een juiste manier worden omgegaan met de behoeften van de medewerker. Mobiliteit 1.Demotie is een stapje terug doen in de organisatie. Wanneer dit bespreekbaar wordt gemaakt binnen de cultuur van de organisatie, kan het medewerkers helpen om te kiezen voor demotie. 2.Meer nadruk leggen op flexibiliteit. Veel medewerkers hebben geen behoefte hebben aan veranderingen in takenpakket/functie. Zij willen de komende jaren in hun huidige functie blijven werken. Hierdoor bestaat de kans tot vastroesten en vermindering van inzetbaarheid. 3.Invoeren taakroulatie. Hierdoor blijft de medewerker uitgedaagd in zijn werkzaamheden. Medewerkers moeten regelmatig nieuwe dingen leren, om te voorkomen dat zij vastroesten. Opleiding en Ontwikkeling 1.Stel het Strategisch Opleidingsbeleid vast en ga daarmee aan de slag. Aanbeveling werk-privé 1.Het is aan te bevelen de huidige werktijdenregeling te handhaven. Een meerderheid van de werknemers is tevreden met de mogelijkheden die de gemeente Waalwijk biedt met betrekking tot flexibele werktijden. Implementeer de telewerkregeling in de organisatie. Vooral in de leeftijdscategorie 36-45 jaar is het ziekteverzuim hoger dan gemiddeld. Mogelijk kan het verzuim dalen wanneer meer rekening gehouden wordt met de balans tussen werk en privé. In het fubeo-gesprek kan hier aandacht aan worden besteed. Een aantal P-instrumenten dat binnen onze gemeente aankomend jaar actief wordt ingezet (of al ingezet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.