← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van begrafenisrechten 2013 (Schagen)

Verordening op de heffing en invordering van begrafenisrechten 2013De raad van de gemeente Schagen; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Schagen van 30 oktober 2012; gezien het advies van de commissie Algemene Zaken Middelen d.d. 13 november 2012; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; -BESLUIT – vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN BEGRAFENISRECHTEN 2013 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: Begraafplaats: de Algemene Begraafplaats. Particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen. Algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken. Eigen urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen. Urnennis: een nis, waarvoor voor bepaalde tijd het recht is verkregen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen. Een asbus: een bus ter berging van as van een overledene. Urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen. Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel5Belastingjaar 1.Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2.Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 3.3 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel6Wijze van heffing De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 3.2 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag. Andere rechten als die bedoeld in hoofdstuk 3.2 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.De rechten, als bedoeld in hoofdstuk 3.2 en 3.3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 3.2 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 3.2 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten als die bedoeld in hoofdstuk 3.2 en 3.3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel9Termijnen van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de eerste maand na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving. 2De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van begrafenisrechten wordt alleen kwijtschelding verleend van de rechten als bedoeld in hoofdstuk 3.2 van de tarieventabel. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de begrafenisrechten. Artikel12Inwerkingtreding en citeertitel De “Verordening begrafenisrechten 2006” van

  1. 8 en 10 november 2006 wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de rechten in die periode plaatsvindt. De datum van ingang van de heffing is 31 december
  2. De verordening kan worden aangehaald als de “Verordening begrafenisrechten 2013”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 november
  3. griffier voorzitter N.S. Voogd G. Westerink BijlageTarieventabelbehorende bij de Verordening begrafenisrechten 2013 Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten 2013 1.1 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een particulier graf wordt voor een periode van 20 jaar geheven € 1.470 1.2 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een urnengraf wordt voor een periode van 20 jaar geheven €368 1.3 Voor het verlenen van het recht op een urnennis wordt voor een periode van 20 jaar geheven €1.470 1.4 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een kindergraf wordt voor een periode van 20 jaar geheven € 490 1.5 Voor het verlengen van het uitsluitend recht als bedoeld in 1.1 met 10 jaar wordt een recht geheven gelijk aan de helft van het bedrag dat wordt geheven voor het uitsluitend recht € 735 1.6 Voor het verlengen van het uitsluitend recht als bedoeld in 1.2 met 10 jaar wordt een recht geheven gelijk aan de helft van het bedrag dat wordt geheven voor het verlenen van het uitsluitend recht € 184 1.7 Voor het verlenen van het recht bedoeld in 1.3 net 10 jaar wordt een recht geheven gelijk aan de helft van het bedrag dat wordt geheven voor het verlenen van dit recht. €735 1.8 Voor het verlenen van het uitsluitend recht als bedoeld in 1.4 met 10 jaar wordt een recht geheven gelijk aan de helft van het bedrag dat wordt geheven voor het uitsluitend recht € 245 Hoofdstuk 2 Begraven 2.1 Voor het begraven van een lijk van een persoon van 12 jaar of ouder wordt geheven € 877 2.2 Voor het begraven van een lijk van een kind beneden één jaar wordt geheven € 219 2.3 Voor het begraven van een lijk van een kind beneden 12 jaar wordt geheven € 525 Hoofdstuk 3 Grafbedekking en onderhoud 3.1 Voor het afgeven van een vergunning ter zake van het plaatsen of vernieuwen van de voorwerpen wordt geheven: 3.1.1 voor de aanleg van een grafkelder € 500 3.1.2 voor het plaatsen van gedenkstenen, zerken en kruisen, per graf € 184 3.2 Voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van de begraafplaats wordt geheven per jaar: 3.2.1 voor een eigen graf € 77 3.2.2 voor een urnengraf € 77 3.2.3 voor een urnennis € 77 3.3 De rechten als bedoeld in 3.2 kunnen worden afgekocht voor bepaalde tijd door voldoening van een bedrag bepaald volgens onderstaande tabel: voor 1 jaar: 1 maal het jaarlijks recht voor 2 jaar: 2 maal het jaarlijks recht voor 3 jaar: 3 maal het jaarlijks recht voor 4 jaar: 4 maal het jaarlijks recht voor 5 jaar: 5 maal het jaarlijks recht voor 6 jaar: 5,5 maal het jaarlijks recht voor 7 jaar: 6 maal het jaarlijks recht voor 8 jaar: 7 maal het jaarlijks recht voor 9 jaar: 8 maal het jaarlijks recht voor 10 jaar: 9 maal het jaarlijks recht voor 11 jaar: 9,5 maal het jaarlijks recht voor 12 jaar: 10 maal het jaarlijks recht voor 13 jaar: 11 maal het jaarlijks recht voor 14 jaar: 11 maal het jaarlijks recht voor 15 jaar: 12 maal het jaarlijks recht voor 16 jaar: 13 maal het jaarlijks recht voor 17 jaar: 13 maal het jaarlijks recht voor 18 jaar: 14 maal het jaarlijks recht voor 19 jaar:14,5 maal het jaarlijks recht voor 20 jaar: 15 maal het jaarlijks recht Hoofdstuk 4 Inschrijven en overboeken van eigen graven en urnennissen 4.1 Voor het inschrijven en overboeken van eigen graven in een daartoe bestemd register wordt geheven € 7,60 4.1.1 Voor het inschrijven en overboeken van eigen urnengraven in een daartoe bestemd register wordt geheven €7,60 4.1.2 Voor het inschrijven en overboeken van urnennissen in een daartoe bestemd register wordt geheven € 7,60 Hoofdstuk 5 Opgraven 5.1 Voor het opgraven van een lijk wordt geheven € 877 5.2 Voor het na opgraven weer begraven in hetzelfde graf wordt geheven € 428 5.3 Voor het na opgraven weer begraven in een ander graf wordt geheven: € 714 Hoofdstuk 6 Overige heffingen 6.1 Voor het luiden van de klok wordt geheven per kwartaal € 22 Behorende bij het raadsbesluit van 27 november 2012 tot vaststelling van de "Verordening begrafenisrechten 2013" De griffier van Schagen,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.