Verordening op de cliëntenparticipatie Wet werk en bijstandDe raad van de gemeente Tilburg; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 47 van de Wet werk en bijstand; Besluit: Vast te stellen de Verordening op de cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand luidende als volgt: Artikel1.Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet investeren in jongeren (WIJ) en de Wet Werk en bijstand, het college: het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, klanten: de jongere bedoeld in artikel 2 van de Wet investeren in jongeren en de personen bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet werk en bijstand, belangenorganisaties: organisaties van klanten of organisaties die mede de belangen van klanten kunnen behartigen waaronder begrepen organisaties van werkgevers en werknemers en professionele organisaties waarmee wordt samengewerkt in de keten werk, inkomen en zorg. Artikel2.Taak, doelstelling en bevoegdheden. 1.De cliëntenparticipatie als bedoeld in artikel 12 van de Wet investeren in jongeren en artikel 47 van de Wet werk en bijstand wordt opgedragen aan de Klantenraad Werk en Bijstand. 2.De Klantenraad Werk en Bijstand heeft tot doel om via overleg en advisering meerwaarde te bereiken in de kwaliteit van de dienstverlening bij de uitvoering van de wet. 3.De Klantenraad Werk en Bijstand heeft tot taak het gevraagd en ongevraagd adviseren van het college, de directeur van de sector Sociale Zaken en de raad van de gemeente over alle aangelegenheden die de voorbereiding, uitvoering, controle en evaluatie van het beleid en de uitvoering van de wet betreffen, waaronder begrepen de kwaliteit van de dienstverlening. 4.De Klantenraad Werk en Bijstand is niet bevoegd te adviseren over klachten, bezwaar- en beroepschriften en zaken die op individuele klanten betrekking hebben, met uitzondering van de hierbij te hanteren procedures en regels. 5.De Klantenraad Werk en Bijstand overlegt tenminste zes maal per jaar, zo mogelijk op locatie. Als het belang van het onderwerp dat vraagt, wordt een extra overleg belegd. Aan het overleg neemt desgevraagd een ambtelijk adviseur van de sector Sociale Zaken deel. Het overleg van de Klantenraad Werk en Bijstand is openbaar. 6.De Klantenraad Werk en Bijstand brengt gevraagd advies uit binnen vier weken na het eerstvolgende reguliere overleg van de Klantenraad Werk en Bijstand. 7.Als het college afwijkt van het advies van de Klantenraad Werk en Bijstand wordt dit in het voorstel gemeld onder vermelding van de gronden tot afwijking. 8.De leden van de Klantenraad Werk en Bijstand hebben voor het bijwonen van het (periodiek) overleg recht op een presentiegeld gebaseerd op het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel3.Samenstelling van de Klantenraad Werk en Bijstand. 1.De Klantenraad Werk en Bijstand telt tenminste negen en ten hoogste dertien leden. 2.De Klantenraad Werk en Bijstand wordt, met in acht name van het 1e lid samengesteld uit: minimaal drie tot maximaal zes klanten, minimaal drie tot maximaal zes vertegenwoordigers uit de geleding belangenorganisaties voor doelgroepen en minimaal drie tot maximaal zes vertegenwoordigers uit de geleding professionele organisaties waarmee wordt samengewerkt in de keten werk, inkomen en zorg, waaronder begrepen organisaties van werkgevers en werknemers. 3.De belangenorganisaties die vertegenwoordigers voor de Klantenraad Werk en Bijstand kunnen afvaardigen zijn vermeld in een door het college vast te stellen lijst van organisaties, welke lijst als bijlage bij de verordening is opgenomen. 4.Het college kan de lijst van organisaties wijzigen. Een voorstel tot wijziging van de lijst van organisaties wordt om advies voorgelegd aan de Klantenraad Werk en Bijstand. 5.De leden van de Klantenraad Werk en Bijstand verrichten hun werkzaamheden zonder last met hun achterban. Dit laat onverlet het waar nodig voeren van ruggespraak met hun achterban. 6.Bij ernstig disfunctioneren van een lid kan de Klantenraad Werk en Bijstand het vertrouwen opzeggen. Als overleg tussen de voorzitter en het betreffende lid onvoldoende resultaat heeft, stelt de voorzitter het functioneren aan de orde bij de afvaardigende organisatie. Als dit niet leidt tot een voor allen acceptabele oplossing kan de Klantenraad Werk en Bijstand het college verzoeken toepassing te geven aan het eerste lid van artikel vier van deze verordening. Artikel4Zittingsduur . De leden van de Klantenraad Werk en Bijstand worden door het college benoemd en ontslagen. De benoeming geldt voor de duur van vier jaar. Deze periode kan eenmalig met vier jaar worden verlengd. Wanneer een lid van de Klantenraad Werk en Bijstand duurzaam ophoudt klant of vertegenwoordiger van een van de aangewezen klantenorganisaties te zijn, eindigt van rechtswege het lidmaatschap van de Klantenraad Werk en Bijstand. De leden van de Klantenraad Werk en Bijstand kunnen te allen tijde als zodanig ontslag nemen. Artikel5.De voorzitter. Het periodiek overleg van de Klantenraad Werk en Bijstand wordt voorgezeten door een voorzitter. De voorzitter wordt door het college benoemd op persoonlijke titel op voordracht van de Klantenraad Werk en Bijstand. Bij afwezigheid van de voorzitter wijst de Klantenraad Werk en Bijstand uit zijn midden een vervanger aan. De voorzitter bepaalt in overleg met de Klantenraad de tijd en plaats van de vergaderingen. De voorzitter ondertekent de stukken die van de Klantenraad Werk en Bijstand uitgaan en draagt tevens zorg voor: het goed functioneren van het secretariaat van de Klantenraad Werk en Bijstand het tijdig aankondigen van het overleg en het opmaken van een verslag van gevoerd (periodiek) overleg en het tijdig opmaken van een jaarplan een jaarlijkse begroting en een (financieel) verantwoordingsverslag over het voorafgaande jaar. Artikel6.Het verstrekken van gegevens . Het college verstrekt aan de Klantenraad Werk en Bijstand tijdig alle inlichtingen en gegevens die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. Artikel7.Budget. 1.Het college stelt jaarlijks een vast budget beschikbaar voor de werkzaamheden van de Klantenraad Werk en Bijstand, inclusief secretariaat en presentiegeld. 2.Het college draagt zorg voor een goede facilitering van het secretariaat voor de Klantenraad Werk en Bijstand. Artikel8.Huishoudelijk reglement. De Klantenraad Werk en bijstand stelt een reglement vast waarin de onderwerpen worden geregeld die aan de Klantenraad Werk en Bijstand zijn opgedragen of overgelaten. Daarbij wordt in ieder geval geregeld de wijze waarop: periodiek overleg wordt gevoerd. onderwerpen voor de agenda worden aangemeld. het secretariaat wordt ingericht, waaronder het meldpunt voor de signalen en wensen van klanten en instellingen. jaarlijks het jaarplan, de begroting en de (financiële) verantwoording wordt ingevuld. klantenpanels, spreekuren, werkbijeenkomsten en/of conferenties met klanten of klantenorganisaties worden georganiseerd. de bekendheid van de Klantenraad Werk en Bijstand wordt vergroot. wordt voorzien in de voordracht voor het benoemen van de voorzitter. de werving en selectie plaats vindt voor de plaatsen voor klanten. sleutelfiguren bij activiteiten of overleg worden betrokken. Artikel9.Waarborg tegen benadeling. Het college draagt er zorg voor, dat de (gewezen) leden niet uit hoofde van hun lidmaatschap van de Klantenraad Werk en Bijstand worden benadeeld in hun positie naar het werkleer-aanbod, de inkomensvoorziening of uitkering door (medewerkers van) de sector Sociale Zaken. Artikel10.Slotbepalingen. 1.In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, voorziet het college na daartoe advies te hebben ingewonnen van de Klantenraad Werk en Bijstand. 2.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2005 dan wel op de eerste dag na afloop van de in artikel 22 van de Tijdelijke Referendumwet genoemde termijn van zes weken. 3.Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening op de cliënten- participatie WIJ en WWB”. Algemene toelichtingMet de verplichting in de Wet werk en bijstand tot het bij verordening vaststellen van regels over de cliëntenparticipatie wordt bewerkstelligd, dat de cliëntenparticipatie bij de gemeenten in lijn worden gebracht met de Wet SUWI (Structuur uitvoerings-organisaties werk en inkomen). In de Wet SUWI wordt gesteld, dat de cliënten-participatie onmisbaar is in een uitvoeringsstructuur waarin de cliënt centraal staat. De gemeente Tilburg heeft reeds jarenlang (vanaf 1995) de cliëntenparticipatie voor de bijstand opgedragen aan de Adviescommissie Algemene bijstandwet. De nieuwe wettelijke verplichting geeft aanleiding tot herprofilering van de samenstelling, bevoegdheden en werkwijze van de bestaande Adviescommissie. Het advies tot herprofilering is opgesteld door de huidige Adviescommissie Abw. In haar advies is verwerkt het resultaat van het gevoerde interactief overleg met leden van de raad, het platform sociale zekerheid Tilburg, het Tilburgs Overleg Gehandicapten-organisaties en de Vereniging Brabantse Uitkeringsgerechtigden Samen. Het advies is met in acht name van het wettelijk kader uitgewerkt in deze Verordening op de cliëntenparticipatie Wet werk en Bijstand. De verordening voorziet de cliënten-participatie bij de uitvoering van de Wet werk en bijstand van een beleidsmatig kader. Artikelsgewijze toelichting Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.