← Nederland

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive ISD-KNH 2013 (ISD Kop van Noord-Holland)

Hoofdstuk1Algemene bepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Artikel1Definities 1 recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid, van de Wet werk en bijstand; 2 bezit: waarde van de bezittingen waarover belanghebbende of diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, met uitzondering van: - het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Wet werk en bijstand - een positief saldo op bank- en spaarrekening dat gelijk is aan de toepasselijke bijstandsnorm over één maand; 3 verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid, van de Wet werk en bijstand; 4 bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm vermeerderd of verminderd met toeslagen op grond van de Toeslagenverordening en inclusief vakantiegeld. Toelichting Lid 2 De verordening kent een definitie van het begrip bezit. Het gaat daarbij om (de waarde van) alle bezittingen waarover een belanghebbende of diens gezinsleden beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken. Bezittingen kunnen zowel bestaan uit geld als op geld waardeerbare goederen. Bij het begrip bezit zoals dat in deze verordening wordt gebruikt, gaat het nadrukkelijk niet om vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Wwb. Eventueel aanwezige schulden spelen immers geen rol en worden dus ook niet op het bezit in mindering gebracht. Ook de vrijlatingen van artikel 34, tweede lid, van de Wwb zijn hier niet van toepassing. Van een belanghebbende die een recidiveboete opgelegd heeft gekregen mag verwacht worden dat hij de bezittingen gebruikt om de boete te betalen. Een uitzondering is gemaakt voor een bedrag gelijk aan de bijstandsuitkering voor één maand. Na de periode van drie maanden, zal belanghebbende nog middelen moeten hebben om de daarop volgende maand te overbruggen. Het bezit wordt vastgesteld in combinatie met de boeteoplegging. In de uitnodigingsbrief voor het boetegesprek wordt belanghebbende gevraagd om gegevens mee te nemen over zijn bezit. Als hij niet op het boetegesprek komt, kunnen de gegevens toegestuurd worden. Artikel2Ingangsdatum van verrekenen 1 De verrekening van de boete met de uitkering geschiedt met ingang van de eerste van de kalendermaand waarover nog geen betaling heeft plaats gevonden. 2 Het besluit waarmee de boete wordt opgelegd moet tenminste een week voor de datum waarop de uitkering gebruikelijk betaald wordt, zijn verzonden. Toelichting Met deze werkwijze wordt bereikt dat verrekening niet plaats vindt over een periode voor de datum van het boetebesluit. Belanghebbende kan zich enigszins voorbereiden op de verrekening. In de situatie dat het bezit (voor een deel) uit goederen bestaat en deze niet direct te gelde gemaakt kunnen worden, kan de ingangsdatum voor de verrekening op een latere datum worden bepaald. Er moet echter wel rekening mee gehouden worden dat de verrekening binnen 3 maanden na afgifte van het boetebesluit is voltooid. Na drie maanden is er immers geen bevoegdheid meer om de beslagvrije voet niet te passen en kan er nog slechts 10% van de uitkering worden ingehouden voor betaling van de boete. Artikel3Vrijlating van inkomsten Tijdens de periode van verrekening worden de middelen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de Wet werk en bijstand tot de middelen gerekend. Toelichting Wanneer een deel van de inkomsten op grond van de Wwb wordt vrijgelaten is de aanvullende uitkering hoger. De vrijlating van inkomsten loopt door tijdens de periode van verrekening. De hogere aanvullende uitkering wordt (deels) gebruikt voor verrekening, waardoor de betaling op de boete hoger is. Hoofdstuk2Verrekenen Artikel3Verrekenen bij voldoende bezit 1 Indien het bezit van een belanghebbende tenminste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het dagelijks bestuur de recidiveboete volledig met de bijstandsnorm. 2 Indien belanghebbende desgevraagd geen gegevens verstrekt over zijn bezit, wordt de recidiveboete eveneens in drie maanden volledig verrekend met de bijstandsnorm. Artikel4Verrekenen bij onvoldoende of geen bezit 1 Indien het bezit van een belanghebbende niet tenminste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt of lager is dan de recidiveboete, verrekent het dagelijks bestuur de recidiveboete volledig met de bijstandsnorm totdat een bedrag gelijk aan het bedrag van het bezit verrekend is. 2 Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent het bestuur de recidiveboete in de daarop volgende maanden met 20% van de bijstandsnorm. 3 Indien belanghebbende geen bezit heeft, verrekent het dagelijks bestuur de boete met 20% van de bijstandsnorm. 4 Indien de recidiveboete lager is dan € 340,-- en de lichte procedure is toegepast, verrekent het dagelijks bestuur de boete met 20% van de bijstandsnorm. Toelichting Lid 1 en 2 Het kan voorkomen dat het bedrag aan bezit niet hoog genoeg is voor volledige verrekening gedurende drie maanden. Zodra het bedrag aan bezit verrekend is, volgt - voor de resterende periode - de verrekening met 20%. Lid 4 Bij een boete van € 340,-- wordt er geen boetegesprek gevoerd. Er is dan ook geen moment waarop de gegevens over het bezit opgevraagd kunnen worden. Het bedrag van € 340,-- kan in alle gevallen verrekend worden met 20% van de bijstandsnorm. Uit praktische overwegingen is gekozen voor deze werkwijze. Er wordt dan dus gehandeld alsof er geen bezit is. Artikel5Eerder opgelegde bestuurlijke boetes De bepalingen van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing op de verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Wet werk en bijstand, indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete. Toelichting In artikel 60b, derde lid, van de Wwb is bepaald dat de bevoegdheid om te verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing is op eerder opgelegde bestuurlijke boetes voor zover op het moment van verrekening van de recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn betaald. Mocht het bestuur die eerdere, nog openstaande boetes gaan verrekenen, dan regelt artikel 5 dat de bepalingen in deze verordening van overeenkomstige toepassing zijn. Dit betekent dan dat met de ontvangen gelden wel eerst de oudste nog openstaande boete wordt afgelost. Hoofdstuk3Slotbepalingen Artikel6Hardheidsclausule Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening, vanwege dringende redenen met dien verstande dat er in ieder geval 10% van de bijstandsnorm zal moeten worden verrekend. Toelichting Het ontstaan van een vordering en het als gevolg daarvan opleggen van een boete heeft voor belanghebbenden die in een WSNP-traject zitten of waarvoor schuldhulpverlening is geregeld een extra negatief effect. De WSNP of schuldhulpverlening zal niet voortgezet kunnen worden door het ontstaan van de vordering. Het ontzien van deze belanghebbenden door standaard een lagere verrekening toe te passen, heeft geen effect. Het is echter denkbaar dat de verrekening zoals bepaald in deze verordening een ongewenst effect heeft op de situatie van belanghebbende. Niet alleen in situaties met schulden, maar ook in de situatie van ziekte of andere zeer ingrijpende gebeurtenissen in het leven van belanghebbende. Met de hardheidsclausule is er de mogelijkheid om in zeer bijzondere situaties af te wijken van de regels. Een verrekening van 10% zal echter in alle gevallen het minimum zijn. Artikel7Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie en is van toepassing met ingang van 1 januari 2013. Artikel8Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive ISD-KNH 2013 Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van 7 februari 2013

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.