Verordening bestrijding misbruik Wet werk en bijstand 2005De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp; gezien het voorstel van het college van 12 juli 2005; gelet op artikel 8a van de Wet werk en bijstand en artikel 212 van de Gemeentewetoverwegende dat het noodzakelijk is regels vast te stellen voor het bestrijden van het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet; besluit: vast te stellen de volgende “Verordening bestrijding misbruik Wet werk en bijstand 2005”; Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1: Begripsbepaling Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: Het College Het college van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Pijnacker-Nootdorp; De Wet: De Wet werk en bijstand; Bijstand: De bijstand zoals genoemd onder artikel 5 onder b van de wet; Verordening maatregelen: De verordening maatregelen 2005 gebaseerd op artikel 8, lid 1 onder b van de wet; Beleidsregels: Beleidsregels terugvordering, verhaal, invordering en krediethypotheek waarin nadere uitvoeringsregels zijn vastgesteld door het college aangaande terugvordering, verhaalinvordering en krediet Beleidsplan: Beleidsplan hoogwaardige handhaving 2004 waarin nadere beleidsregels zijn vastgesteld door het college aangaande preventie van misbruik, het vroegtijdig en volledig informeren en opsporen en sanctioneren van misbruik; Communicatieplan: Communicatieplan hoogwaardige handhaving 2004 waarin nadere beleidsregels zijn vastgesteld door het college aangaande het vroegtijdig en volledig informeren van gemeenten en cliënten; Controleplan: Controleplan 2004 waarin nadere beleidsregels zijn vastgesteld door het college aangaande de wijze van controle; Hoofdstuk 2: Beleidskader Artikel 2: Beleidsplan Het college stelt in het kader van de handhaving een beleidsplan vast voor de afdeling Sociale Zaken waarin de preventie van misbruik, het vroegtijdig en volledig informeren en het opsporen en sanctioneren van misbruik is geregeld. Artikel 3: Nadere regels Het college stelt nadere regels ten aanzien van preventie, bestrijding van misbruik en terugvordering, verhaal en invordering. Hoofdstuk 3: Preventie Artikel 4: Communicatie Het college stelt een communicatieplan vast voor de afdeling Sociale Zaken waarin de wijze van voorlichting en communicatie is geregeld. Artikel 5: Controle Het college stelt een controleplan vast voor de afdeling Sociale Zaken waarin de controle is geregeld bij de aanvraag, de wijze van heronderzoek ter controle van de rechtmatigheid van de uitkering alsmede de wijze van onderzoek bij de beëindiging van de uitkering. Hoofdstuk 4: Bestrijding van misbruik Artikel 6: Verlaging van de uitkering Indien belanghebbende onjuiste, onvolledige dan wel geen inlichtingen heeft verstrekt die van belang zijn of kunnen zijn voor de hoogte, de duur of de voortzetting van de bijstand, verlaagt het college de bijstand conform hetgeen hierover is bepaling in de Verordening Maatregelen 2004, onverminderd de mogelijkheden tot terugvordering van de eventueel ten onrechte ontvangen bijstand. Artikel 7: Aangifte Indien een gedraging van belanghebbende leidt tot een benadelingbedrag van € 6.000,- of meer, doet het college aangifte. Hoofdstuk 5: Terugvordering, verhaal en invordering Artikel 8: Uitvoering, terugvordering en verhaal Het college vordert de kosten van bijstand terug in de gevallen die in paragraaf 6.4 en 6.5 van de wet zijn aangegeven, voor zover zich daartegen geen andere regeling verzet. Het college stelt beleidsregels vast omtrent terugvordering, verhaal en invordering. Artikel 9: Afzien van terugvordering en verhaal Van terugvordering en verhaal kan worden afgezien indien daarvoor een dringende reden aanwezig is. Hoofdstuk 6: Verantwoording college Artikel 10: Rapportage Het college rapporteert jaarlijks over: het aantal gevallen waarin is vastgesteld dat bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend; in hoeveel gevallen hierbij sprake is geweest van leefvormfraude inclusief het aantal verrichte huisbezoeken; of, en zo ja in hoeveel gevallen tot terugvordering is besloten onderscheidenlijk in hoeveel gevallen, met redenen omkleed, is afgezien van terugvordering; of, en zo ja in hoeveel gevallen is ingevorderd en tot welk bedrag; in hoeveel gevallen toepassing is gegeven aan het gestelde in artikel 8 van de verordening; in hoeveel gevallen aangifte heeft plaatsgevonden. Hoofdstuk 7: Verantwoording college Artikel 11: Onvoorziene omstandigheden In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de uitkeringsgerechtigde afwijken van de bepalingen van de verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 12: Evaluatie Deze verordening wordt binnen 2 jaar na inwerkingtreding geëvalueerd. Artikel 13: Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.