Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2009De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp; gezien het voorstel van het college van 14 oktober 2008; gelet op artikel 226 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2009 Artikel 1 - Belastbaar feit Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel 2 - Belastingplicht Belastingplichtig is de houder van een hond. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel 3 - Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden; die door de ‘Stichting Hulphond Nederland’ als gehandicaptenhond aan een gehandicapte ter beschikking zijn gesteld; die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk inrichting is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden. Artikel 4 - Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Artikel 5 - Belastingtarieven De belasting bedraagt per belastingjaar: voor een eerste hond € 54,24 voor een tweede hond € 73,80 voor iedere hond boven het aantal van twee € 96,72 In afwijking in zoverre van het voorgaande lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland, € 133,32 per kennel. Het tweede lid blijft buiten toepassing indien belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijk aantal honden indien blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag. Artikel 6 - Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 - Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 - Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.