De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp; gezien het voorstel van het college van 15 augustus 2006; gelet op artikel 150 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken: Artikel 1 - Begripsomschrijvingen De verordening verstaat onder: inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid; inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven; beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Artikel 2 - Onderwerp van inspraak Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht. Geen inspraak wordt verleend: ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving; bij de voorbereiding van het uitwerken of wijzigingen van een plan als bedoeld in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en de voorbereiding van vrijstellingsbesluiten als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Artikel 3 - Inspraakgerechtigden Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. Artikel 4 - Inspraakprocedure Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen. Artikel 5 – Eindverslag Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. Het eindverslag bevat in elk geval: een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure; een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan. Indien de raad het bevoegde bestuursorgaan is, stuurt het college degenen die zienswijzen hebben ingebracht uiterlijk een week voor de behandeling in de raadscommissie het door het college vastgestelde ontwerp-eindverslag. Degenen die zienswijzen hebben ingebracht ontvangen het door het bevoegde bestuursorgaan vastgestelde eindverslag en een beschrijving van de vervolgprocedure. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar. De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn burgerjaarverslag. Artikel 6 - Intrekking oude verordening De Inspraakverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp, vastgesteld d.d. 2 januari 2002, wordt ingetrokken. Artikel 7 - Inwerkingtreding Deze verordening treedt op de eerste dag na de bekendmaking in werking. Artikel 8 - Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Inspraakverordening 2006’. Vastgesteld in de openbare vergadering van 5 oktober 2006 de griffier, de voorzitter, drs. H.J. van der Graaff, drs. F.H. Buddenberg TOELICHTING ALGEMENE TOELICHTING Op grond van de Gemeentewet is de raad verplicht een verordening vast te stellen met regels over de manier waarop ingezetenen en belanghebbenden kunnen worden betrokken bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid (Inspraakverordening). Ingezetenen zijn zij die zijn ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente. Belanghebbenden zijn degenen wiens belangen rechtstreeks bij het gemeentelijk beleid betrokken zijn. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat regels over de voorbereiding van besluiten. Deze regels zijn in de eerste plaats van toepassing als ingezetenen en belanghebbenden worden betrokken bij het gemeentelijk beleid. Het is echter mogelijk van die regels van de Awb af te wijken zoals u kunt lezen in het tweede lid van art. 4 van de Inspraakverordening. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1- Begripsomschrijvingen Ad a. Inspraak Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van het gemeentelijk beleid. Met inspraak wordt enerzijds aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over beleidsvoornemens naar voren te brengen. Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een belangrijk hulpmiddel in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke belangenafweging. De Gemeentewet gaat uit van inspraak waarbij geen gedachtewisseling met het bestuursorgaan is inbegrepen, wij achten echter gedachtewisseling met het bestuurorgaan van belang. Met deze door ons gekozen manier van inspraak, wordt een derde doel gediend, te weten het creëren van draagvlak voor beleidsvoornemens. Ad b. Inspraakprocedure De raad is verantwoordelijk voor het maken van een regeling voor inspraak. De procedure van de Awb is van toepassing, maar een andere procedure kan ook worden gevolgd (art. 4 Inspraakverordening). Het bestuursorgaan (raad, college of burgemeester) is verantwoordelijk voor de uitvoering, nadere regeling en organisatie van de inspraak. Ad c. Beleidsvoornemen Beleidsvoornemen is het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het gaat hierbij niet om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd. Artikel 2 - Onderwerp van inspraak Lid 1 Het eerste lid bepaalt dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluit of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Tot bestuursorgaan worden gerekend: raad, college en burgemeester. Elk bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemens aan inspraak onderwerpen. Het is ter volledige beoordeling van de gemeenteraad ten aanzien van welke beleidsvoornemens inspraak wordt verleend. Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als inspraak geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het eerste lid de mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van inspraak wordt geregeld. Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen is een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan dus bezwaar worden gemaakt. Lid 2 Het tweede lid bepaalt dat inspraak altijd wordt verleend indien een wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Wij hebben ervan afgezien dit op te nemen in de tekst van artikel 2 zelf, omdat in de eerste plaats bij een nieuwe wettelijke verplichting direct de verordening moet worden aangepast en in de tweede plaats het een dermate uitgebreide opsomming is dat de verordening hiermee onoverzichtelijk wordt. Wettelijke verplichtingen tot het bieden van inspraak bestaan thans bij: de voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma stedelijke vernieuwing (artikel 7 Wet stedelijke vernieuwing); de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (artikel 4.17, derde lid, Wet milieubeheer (WM)); de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een afvalstoffenverordening die afwijkt van artikel 10.21 WM (artikel 10.26, tweede lid, WM); het integraal gemeentelijk gehandicaptenbeleid (artikel 1a Wet voorzieningen gehandicapten); de plannen en beleidsverslagen gericht op de realisatie en de vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (artikel 42, eerste lid, onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.