Verordening Tegemoetkoming Wet kinderopvang gemeente Zutphen 2006De raad van de gemeente Zutphen, Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 oktober 2005 nr SAM/BA 11.551 inzake kinderopvang sociaal medische indicatie; Gelet op artikel 25 van de Wet kinderopvang en artikel 149 van de Gemeentewet, Overwegende dat het noodzakelijk is de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van kinderopvang voor de wettelijke doelgroepen en de niet-wettelijke doelgroep sociaal-medisch geïndiceerden bij verordening te regelen; Besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening Tegemoetkoming Wet kinderopvang gemeente Zutphen 2006 HOOFDSTUKIALGEMEEN §1.ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders; de wet: de Wet kinderopvang; subsidieplaats: kinderopvang gefinancierd door middel van een gemeentelijke subsidie en ouderbijdrage; sociaal medische indicatie: een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat kinderopvang om sociaal medische redenen noodzakelijk is; ouderbijdrage: een vast percentage van de kosten. HOOFDSTUKIITEGEMOETKOMING NIET WETTELIJKE DOELGROEP §2.NIET WETTELIJKE DOELGROEP SOCIAAL MEDISCH GEïNDICEERDEN Artikel2Doelgroep Sociaal medische indicatie a.De ouder die per 31 december 2005 gebruik maakt van een subsidieplaats kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie (KOSI) en die op grond van de wet Kinderopvang geen recht heeft op een tegemoetkoming in de kosten en waarvan het desbetreffende kind jonger is dan 2,5 jaar. b.De ouder die na 31 december 2005 gebruik gaat maken van kinderopvang en op grond van de wet Kinderopvang geen recht heeft op een tegemoetkoming in de kosten maar wel een sociaal medische indicatie heeft waaruit de noodzaak voor kinderopvang blijkt, afgegeven door een organisatie die beschikt over adequate deskundigheid. Het college kan besluiten extra medisch advies in te winnen. c.Kinderen die 2,5 jaar of ouder zijn komen in principe niet in aanmerking voor de kinderopvang. Ouders zullen in dat geval worden doorverwezen naar de peuterspeelzaal. Het college kan –in bijzondere situaties- besluiten hiervan af te wijken. Artikel3Aanvraag kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie De bijdrage in kosten van kinderopvang op grond van deze verordening wordt aangevraagd door middel van een - door het college vastgesteld- verwijzingsformulier. Het standaard-aanbod is 2 dagdelen. Op verzoek van de verwijzer kan het college besluiten hiervan, voor een bepaalde periode afwijken. Artikel4Hoogte van de gemeentelijke bijdrage en ouderbijdrage a.De hoogte van de bijdrage van de gemeente in de kosten van kinderopvang bedraagt maximaal 110% van de vastgestelde kostprijs per uur overeenkomstig het Besluit Tegemoetkoming Kinderopvang. b.De ouderbijdrage bestaat uit een vast bedrag per maand en wordt jaarlijks door het college vastgesteld. c.Ouders met een WWB-uitkering hebben geen eigen bijdrage. d.De ouderbijdrage wordt door de kinderopvangorganisatie geïnd en periodiek aan de gemeente overgemaakt. Artikel5Weigeringsgronden Het college weigert de bijdrage in de kosten van kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie indien: de aanvrager niet behoort tot de doelgroep in artikel 2a van deze paragraaf; de aanvrager reeds een tegemoetkoming op grond van een sociaal medische indicatie ontvangt, of kan ontvangen, of een tegemoetkoming anders dan van het Rijk ontvangt of kan ontvangen; Artikel6Subsidieplafond Het college kan een subsidieplafond instellen voor de tegemoetkoming van de niet-wettelijke doelgroep. HOODFSTUK III TEGEMOETKOMING WETTELIJKE DOELGROEP §3.AANVRAAG VAN DE TEGEMOETKOMING Artikel7Te verstrekken gegevens bij de aanvraag 1.Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat: naam, adres en sofi-nummer van de ouder; indien van toepassing: naam en sofi-nummer van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; naam, geboortedatum en sofi-nummer van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft; een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang; gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 22 van de wet; overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. 2.Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 3.Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. §4.VERLENING VAN DE TEGEMOETKOMING Artikel8Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming 1.Het college besluit over de aanvraag binnen vierweken na ontvangst van alle benodigde gegevens. 2.Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis. Artikel9Weigeringsgrond Het college weigert de tegemoetkoming indien de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 22 van de wet. Artikel10Ingangsdatum van de tegemoetkoming 1.De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag voor de tegemoetkoming door het college in ontvangst is genomen. 2.Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden. Artikel11De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend 1.De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een tegemoetkomingsjaar. 2.In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen. Artikel12Omvang van de kinderopvang 1.Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat door de ouder is aangevraagd. 2.In afwijking van het eerste lid verleent het college bij een ouder als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, van de wet de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is voor de combinatie van arbeid en zorg. Artikel13Inhoud van de beschikking Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat in ieder geval: de vaststelling tot welke van de gemeentelijke doelgroepen de ouder behoort; de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de tegemoetkoming betrekking heeft; de naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang plaatsvindt; de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend; de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend; de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald; de verplichtingen van de ouder. Artikel14De bevoorschotting van de tegemoetkoming 1.De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse termijnen uitbetaald. 2.Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van bevoorschotting. §5.VASTSTELLING VAN DE TEGEMOETKOMING Artikel15Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming 1.De ouder verstrekt binnen vierweken na afloop van de periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het college een overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze periode. 2.Het college stelt de tegemoetkoming binnen achtweken na ontvangst van het overzicht van de kosten vast. Artikel16Verrekening met de voorschotten De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vierweken betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. §6.VERPLICHTINGEN VAN DE OUDER Artikel17Inlichtingenplicht 1.De ouder of de partner doet het college onmiddellijk na het bekend worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van een lagere tegemoetkoming. 2.De ouder of partner verstrekt desgevraagd aan het college, binnen een door het college te stellen redelijke termijn, alle gegevens en inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente van belang zijn. §7.SLOTBEPALINGEN Artikel18Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.