Beleidsplan integrale schulddienstverlening gemeente Lochem 2013-2016Samenvatting Uitgangspunt bij het schrijven van de nota Bij het schrijven van de nota schulddienstverlening is afgesproken dat de gemeente Lochem aansluit bij de nota zoals die is opgesteld vanuit de Stadsbank Oost Nederland. Gecombineerd met de huidige beschikbare middelen heeft dit tot gevolg dat er een “magere” nota voorligt die primair is gericht op de organisatie en uitvoering van de schulddienstverlening door de Stadsbank. In de beleidsnota zijn wel verbindingen aangegeven naar de samenwerkingspartners en andere instanties die mede een rol spelen in het lokale netwerk van zorgverlening. De beschikbare financiële kaders noodzaken om nu te volstaan met deze beperkte invulling. Bij de kerntakendiscussie moet ook een nieuwe afweging gemaakt worden over de schulddienstverlening en de wijze waarop deze wordt voortgezet en “aangekleed”. Ook de decentralisaties zijn van invloed op de wijze waarop in samenhang met andere beleidsterreinen hieraan in 2013 invulling wordt gegeven. Wij kiezen nadrukkelijk voor een integrale benadering en werkwijze. Op dit moment is het echter niet mogelijk hieraan al een afgewogen invulling te geven. Visie De gemeente wil met schulddienstverlening de participatie van inwoners bevorderen en maatschappelijke kosten beperken. De gemeente biedt inwoners met problematische schulden in principe één kans om de schuldsituatie op te lossen of beheersbaar te maken. Het aanbod is breed toegankelijk en stelt het duurzaam vergroten van de zelfredzaamheid van de inwoner centraal. De gemeente voert de regie op het proces, de klant is primair zelf verantwoordelijk voor het slagen van het traject. De rol van de gemeente bij schuldhulpverlening Bij schulden gaat het om het betalingsprobleem tussen schuldeiser en schuldenaar. De gemeente is hierin geen partij en moet dat ook niet worden. De gemeente wil in dit conflict bemiddelen op voorwaarde dat beide partijen de verantwoordelijkheid nemen om het probleem op te lossen. De rol van de Stadsbank In deze visie blijft de verantwoordelijkheid voor het verloop van een dossier primair bij de klant en vervult de Stadsbank de rol van financieel-technisch dienstverlener in een relatie van wederkerigheid. Voor schuldenaren die (tijdelijk) niet in staat zijn om de eigen financiële huishouding zelf te voeren legt de gemeente de rol van hulpverlener neer bij een relevante ketenpartner. Uitvoering Wanneer schulden leiden tot ongewenste maatschappelijke effecten (woningontruiming, afsluiten van energievoorzieningen en water, geen geld voor eten en drinken), is ingrijpen door de gemeente legitiem. Inwoners die (tijdelijk) niets of weinig aan de eigen situatie kunnen doen bieden wij een fatsoenlijk vangnet. Hierbij gaat onze extra aandacht uit naar het voorkomen van overerving van armoede en schuldenproblematiek bij kinderen en jongeren. De uitvoering van schulddienstverlening baseren wij op de volgende uitgangspunten: Iedere inwoner met een inkomen uit werk of -uitkering kan zich melden; Er gelden strakke regels aan de poort om uitval tegen te gaan; De schuldenaar is primair probleemeigenaar; Het schuldenpakket, de motivatie en vaardigheden van de schuldenaar bepalen het maximaal haalbare; Een integrale aanpak voor het bereiken van een duurzaam effect; Aandacht voor preventie en nazorg om (opnieuw) ontstaan van schulden te voorkomen. Tijdige signalering voorkomt dat schulden problematisch worden waardoor mensen niet meer kunnen participeren. De contact momenten met inwoners willen wij benutten door op specifieke plekken zoals bijvoorbeeld Het Plein, het Wmo-loket en het Centrum jeugd en gezin (CJG), meer aandacht te besteden aan het voorkomen van schulden. Integrale schulddienstverlening vraagt nauwe afstemming met partners in de keten van zorg, welzijn, werk en veiligheid. Participatie in deze keten is niet exclusief voorbehouden aan professionele dienstverleners. Ook de inzet van vrijwilligers of het netwerk van de klant (familie, bekenden, vrijwilligers) is daarbij essentieel. Ontwikkeltraject Vanaf 1 juli 2012 geven wij uitvoering aan de werkwijze zoals beschreven in dit beleidsplan. Er worden nog verschillende stappen gezet om te komen tot een optimale werking van dit beleidsplan en daarmee een effectieve schulddienstverlening. Deze stappen hebben wij als volgt gerubriceerd: Uitwerking van het beleidsplan Doorontwikkeling van de schulddienstverlening In de interne organisatie In de samenwerking Uitwerking van het beleidsplan (zie 4.4.1.) Deze uitwerking heeft betrekking op de volgende onderdelen.
(2012). Hiernaast neemt een consulent van de Stadsbank één keer per 6 weken gedurende 1,5 uren deel aan het Lochemse Zorgoverleg. Deze deelname is van groot belang en wordt door alle deelnemende partijen aan het Zorgoverleg zeer gewaardeerd. De kosten voor deze zeer belangrijke deelname bedragen ongeveer € 1.710,- op jaarbasis. De doorontwikkeling van de schulddienstverlening zoals aangegeven onder 4.4.2 en de noodzaak tot vroegsignalering maakt een nieuwe afweging op de productafname van de Stadsbank en andere organisaties noodzakelijk. 5.3 Baten Uit onderzoek blijkt dat investeren in schulddienstverlening altijd loont. Een veel gehoorde stelling is dat elke euro die de gemeente investeert in schulddienstverlening levert gemiddeld een besparing van € 2,40 aan uitgaven op andere terreinen op. Theoretisch gezien levert dit voor Lochem - uitgaande van een jaarlijkse investering van € 113.000 - een besparing van ongeveer € 271.000 op andere terreinen op. Deze vertaling is echter niet 1-op-1 te maken voor Lochem. Diverse onderzoeken presenteren rondom de besparing van € 2,40 verschillende uitkomsten, maar komen wel allemaal tot de eenduidige conclusie: investeren in SDV loont. De positieve effecten van deze investering vertalen zich vooral in maatschappelijke winst en minder in een direct financieel voordeel voor de gemeente. De besparing heeft effect op: maatschappelijke welvaart, WWB gemeente en crediteuren. Bijlage 1: Het schulddienstverleningsproces Hieronder wordt schematisch het primaire proces weergegeven. Aanmelding en intake Schulddienstverlening begint met een goede analyse van het probleem. Vervolgens worden daar passende vormen van hulp- en dienstverlening bij gezocht. Dat gebeurt tijdens de intakefase, maar ook later in het traject is het zaak om continue te onderzoeken of de klant de juiste dienstverlening krijgt. Een schulddienstverlener ziet toe op goede en tijdige uitvoering van alle onderdelen van de schulddienstverlening. Ook zorgt hij voor afstemming van de schulddienstverlening met flankerende dienstverlening zoals re-integratie, verslavingszorg en psycho-sociale hulp. Schulddienstverlening begint meestal met een kort aanmeldgesprek tijdens de wekelijkse (inloop-) ochtend van de Stadsbank in het gemeentehuis van Lochem. De Stadsbank informeert de klant over de schulddienstverlening en zijn rechten en plichten. Daarnaast verwijst de Stadsbank de klant door voor een adviesgesprek, een uitgebreidere intake of naar een andere instantie. Bij aanmelding gaat de Stadsbank na of er sprake is van een crisissituatie waarbij directe actie nodig is. Tot slot stelt de Stadsbank de klant op de hoogte van de volgende stappen in het dienstverleningsproces en de verwachte wachttijd tot aanvang van de intake. Doel van de intake is: goed inzicht krijgen in de financiële situatie van de hulpvrager en de samenhang met immateriële problemen. Een intake resulteert in een plan van aanpak. Bij invoering van de wet vindt het eerste intakegesprek uiterlijk vier weken na aanmelding plaats. Bij een crisissituatie- bijvoorbeeld bij dreigende woningontruiming of afsluiting van energie- is de Stadsbank (uitvoerder voor de gemeente) verplicht om binnen drie werkdagen actie te ondernemen. Ook is de Stadsbank, als uitvoerder voor de gemeente, gehouden om binnen een redelijke termijn na indiening van de aanvraag een besluit te nemen over toelating tot schulddienstverlening. Als de gemeente, verantwoordelijk voor de uitvoering, niet binnen deze termijn een besluit neemt, kan zij (onder voorwaarden) een dwangsom verschuldigd zijn. Na afloop van de schulddienstverlening is het raadzaam om nog een tijdje de vinger aan de pols te houden, en te checken of de klant in staat is om schulden vrij of met beheersbare schulden te leven. Bijvoorbeeld door de klant uit te nodigen of door contact op te nemen met andere dienstverleners. Zo nodig kan de Stadsbank opnieuw dienstverlening aanbieden. Stabilisatie Soms volstaat een simpel advies waarmee de klant op eigen kracht zijn schulden te lijf kan gaan. In andere gevallen is het nodig om intensief aan de slag te gaan met de klant en om naast zijn gedrag ook de omstandigheden waarin hij verkeert aan te pakken. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van verslaving, werkloosheid, beëindigde relatie. De taak van de medewerker van de Stadsbank is niet om de problemen op te lossen. De schulddienstverlener heeft echter wel een actieve rol in de afstemming tussen de schulddienstverlening en flankerende trajecten. Door mensen te leren om met geld om te gaan, probeert de gemeente op een duurzame manier te voorkomen dat inkomsten en uitgaven uit balans raken. Bij een deel van de klanten is dat echter niet mogelijk. Mensen zijn niet altijd in staat om hun geld te beheren, bijvoorbeeld door psychische problemen, verstandelijke handicap, echtscheiding, verslaving of gebrek aan motivatie. Deze problemen kunnen van tijdelijke of structurele aard zijn. Om schuldeisers, derden en de klant niet verder te duperen, is het soms nodig om tijdelijk het stuur van de klant over te nemen. Budget beheer Budgetbeheer (ook wel`inkomensbeheer’) is daarvoor een geschikt instrument. Het inkomen van de schuldenaar wordt daarbij gestort op een rekening van de budgetbeheerder. De budgetbeheerder betaalt daarvan de vaste lasten, reserveert voor de aflossing van schulden en geeft de schuldenaar maand- of weekgeld voor de dagelijkse boodschappen. Bij beschermingsbewind, curatele en mentorschap- aan te vragen bij de rechtbank- wordt de verantwoordelijkheid van de klant nog verder ingeperkt. Een andere manier om schulden te voorkomen is het in evenwicht brengen van inkomsten en uitgaven. Bijvoorbeeld door de klant te wijzen op inkomensregelingen zoals bijzondere bijstand, zorgtoeslag of belastingteruggaaf. Daarnaast wordt onderzocht of besparingen mogelijk zijn op bepaalde uitgaven. De combinatie van deze producten wordt stabilisatie genoemd. Doel van het stabilisatietraject is om rust te creëren voor de klant, zodat de gemeente kan inzetten op gedragsverandering. In deze fase worden schulden (nog) niet opgelost. Een deel van de klanten blijft langdurig in de stabilisatiefase hangen; hanteerbaar maken van de schulden is dan het hoogst haalbare doel. Zo kan de schuldenaar zoveel mogelijk in zijn levensonderhoud blijven voorzien, maar blijft waarschijnlijk altijd enkele schulden houden. Oplossen van schulden Als schulden niet heel ernstig zijn, kunnen herfinanciering of een betalingsregeling uitkomst bieden. Daarmee worden de termijnen en hoogte van de aflossing aangepast ten gunste van de schuldenaar. Doel blijft: volledige aflossing van de schuld. Als de schulden wel problematisch zijn, wordt onderzocht of een schuldregeling haalbaar is. Bij een schuldregeling maken schuldeisers en schuldenaar afspraken over de hoogte en termijnen van de aflossing en gedeeltelijke kwijtschelding van de schuld. De Stadsbank heeft dan een bemiddelde rol. Een schuldregeling houdt meestal in dat de schuldenaar drie jaar lang leeft van een inkomen van ongeveer 90% van de bijstandsnorm. Alle inkomsten boven dit “vrij te laten bedrag” worden aangewend voor aflossing van de schulden. Wanneer na drie jaar de schuld op deze wijze nog niet volledig is afgelost, wordt de rest van de schuld kwijtgescholden. Sommige schulden, zoals boetes bij het CJIB, worden niet kwijtgescholden en moeten na het derde jaar alsnog worden afgelost. Bij een schuldregeling worden alle schuldeisers betrokken. Een belangrijk uitgangspunt is: alle schuldeisers krijgen eenzelfde percentage van hun vordering aangeboden. Er mogen dus- behoudens enkele uitzonderingen- geen schuldeisers worden bevoordeeld. Schuldsanering en schuldbemiddeling Er zijn twee soorten schuldregeling. Bij een schuldsanering verstrekt de Stadsbank een krediet waarmee in één keer de schulden deels worden afgekocht. De rest van de schulden worden kwijtgescholden. De schuldenaar heeft daarna nog maar één schuldeiser, namelijk de Stadsbank. Bij een schuldbemiddeling ontvangen de schuldeisers periodiek een deel van het door de schuldenaar gereserveerd bedrag. De schuldenaar behoudt dus meerdere schuldeisers. Moratorium Als er sprake is van een bedreigende situatie voor de schuldenaar, bijvoorbeeld bij naderende gedwongen woningontruiming, kan bij de rechter een zogeheten moratorium worden aangevraagd. Het moratorium geeft de schuldenaar en de schulddienstverlener zes maanden de tijd om samen met de schuldeisers tot een schuldregeling te komen. Soms lukt het niet om een schuldregeling te treffen doordat één of meer schuldeisers niet akkoord gaan met het aanbod. In dat geval kan een beroep worden gedaan op de rechter. Deze kan een onterecht weigerachtige schuldeiser over de streep trekken met een dwangakkoord. Als meerdere schuldeisers weigeren, kan de rechter de Wsnp van toepassing verklaren. Echter, de rechter doet dit niet automatisch na een mislukt minnelijke schuldregeling. Bijlage 2: Beleidsregels tot toelating tot schulddienstverlening Artikel1.Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem; Inwoner: ingezetene die op grond van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens bij de gemeente is ingeschreven; Schulddienstverlening: het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg; Verzoeker: persoon die zich tot het college heeft gewend voor schulddienstverlening. Artikel2.Doelgroep gemeentelijke schulddienstverlening Alle inwoners van de gemeente Lochem van 18 jaar en ouder kunnen zich tot het college wenden voor schulddienstverlening. Artikel3.Aanbod schulddienstverlening 1.Het college verleent aan de verzoeker schulddienstverlening indien het college schulddienstverlening noodzakelijk en mogelijk acht. De aanvraag wordt getoetst aan de uitgangspunten zoals neergelegd in het beleidsplan integrale schulddienstverlening gemeente Lochem 2012-
- 2.De vorm waarin de gemeente schulddienstverlening aanbiedt, is van meerdere factoren afhankelijk en kan dus per situatie verschillen. De factoren die een rol kunnen spelen zijn: a.Aard en omvang van de schulden; b.Psycho-sociale situatie van de verzoeker; c.Houding en gedrag van verzoeker; d.Fraude; d.Eerder gebruik van schulddienstverlening. Artikel4.Verplichtingen Verzoeker doet aan het college op verzoek of uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op schulddienstverlening, zowel bij de aanvraag als gedurende de looptijd van het schulddienstverleningstraject. Verzoeker is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is gedurende de aanvraagperiode en tijdens het schulddienstverleningstraject. De medewerking bestaat onder andere uit: Het nakomen van afspraken; Geen nieuwe schulden aangaan; Het zich houden aan de bepalingen van de schuldregelingsovereenkomst. Artikel5.Weigeren - beëindigen - hersteltermijn 1.Indien verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, leden 1 en 2, kan het college besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen. 2.Alvorens, ingevolge lid 1, te besluiten tot weigering van schulddienstverlening dan wel tot beëindiging van de aangeboden hulp, wordt verzoeker eenmaal een redelijke hersteltermijn geboden om alsnog, binnen de gestelde termijn, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. Artikel6.Beëindiginggronden 1.Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schulddienstverlening indien: a.De verzoeker niet langer voldoet aan het bepaalde onder artikel 2; b.Het schulddienstverleningstraject succesvol is afgerond; c.De verzoeker zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken ter voldoening van zijn schulden; d.Op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schulddienstverlening aan verzoeker is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen; e.Verzoeker zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schulddienstverleningstraject, misdraagt; f.De verzoeker in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; g.De geboden dienstverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is. Artikel7.Recidive – hernieuwde aanvraag 1.Indien minder dan 2 jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, -door verzoeker een traject schuldregeling succesvol is doorlopen (minnelijk), wordt een aanvraag schulddienstverlening geweigerd met uitzondering van het product Informatie, advies en doorverwijzing. 2.Indien minder dan 1 jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, -ingevolge artikel 5 lid 1 van deze beleidsregels een traject schulddienstverlening is geweigerd of beëindigd wegens schending van verplichtingen zoals omschreven in artikel 4 leden 1 en 2 of -schulddienstverlening is beëindigd op grond van artikel 6 sub c, d of e van deze beleidsregels, wordt een aanvraag schulddienstverlening geweigerd met uitzondering van het product Informatie, advies en doorverwijzing. 3.Indien minder dan 6 maanden voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, -een aanvraag tot schulddienstverlening door verzoeker is ingetrokken wordt een aanvraag schulddienstverlening geweigerd met uitzondering van het product Informatie, advies en doorverwijzing. Artikel8.Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden 1.Het college kan in zeer bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze regeling, indien onverkorte toepassing daarvan aanleiding geeft of zou leiden tot disproportionele onredelijkheid of onbillijkheid. 2.In gevallen waarin deze regeling niet voorzien, beslist het college. Artikel9.Inwerkingtreding Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 juli 2012 en wordt aangehaald als de regeling “Toelating tot schulddienstverlening gemeente Lochem”. Toelichting AlgemeenIn de Wet gemeentelijk schuldhulpverlening is vastgelegd dat het college regels opstelt met betrekking tot toelating, inlichtingenplicht, recidive, beëindiging en het stellen van voorwaarden. Door heldere spelregels te formuleren weet de burger wat de voorwaarden voor toelating tot schuldhulpverlening zijn en waaraan hij zich dient te houden. De gemeente weet op haar beurt welke verplichtingen zij aan de burger mag opleggen en wanneer zij de toegang tot schulddienstverlening kan weigeren of beëindigen. Hierbij speelt mee dat de gemeentelijke schulddienstverlening in werking trad op 1 juli 2012 en onder het regiem van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)valt. Het is dus van belang om de regels met betrekking tot de schulddienstverlening, het opleggen van verplichtingen en het weigeren van hulp goed vast te leggen. De gemeente heeft de Stadsbank gemandateerd om de beschikkingen namens het college af te geven. Eventuele bezwaar- en beroep zaken behandelt de gemeente zelf. Artikel
- BegripsbepalingenDit artikel spreekt voor zich. Artikel
- Doelgroep gemeentelijke schulddienstverleningSchulddienstverlening staat in beginsel open voor alle inwoners van 18 jaar en ouder, behalve voor zelfstandig ondernemers. Hiervoor is het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) en/of specifieke schulddienstverlening voor zelfstandigen van toepassing. Artikel
- Aanbod schulddienstverleningIn lid 1 is aangegeven dat het college schulddienstverlening verleent indien het college schuldhulpverlening noodzakelijk acht. Op deze manier wordt enerzijds recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt van de eigen verantwoordelijkheid. Daar waar de burger in staat moet worden geacht om de (dreigende) schuldenproblematiek zelf aan te pakken en te regelen, kan schulddienstverlening achterwege blijven. Artikel
- Verplichtingen Met dit artikel wordt de eigen verantwoordelijkheid van de hulpvrager voorop gesteld. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van mensen zelf om tijdig de benodigde informatie te geven (lid 1) en medewerking te verlening (lid 2). Dit zowel in de fase van aanvraag als gedurende de looptijd van een traject. Lid 2 noemt een aantal verplichtingen, dit is geen limitatieve opsomming. Artikel
- Weigeren - beëindigen - hersteltermijnIndien verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, leden 1 en 2, kan het college besluiten om schulddienstverlening te weigeren dan wel te beëindigen. Alvorens dat te doen wordt, conform lid 2, verzoeker een termijn geboden om alsnog, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. De termijn die aan verzoeker wordt gesteld is in dit artikel bewust niet benoemd. De termijn dient een redelijke te zijn. Wat redelijk is, hangt samen met het type verplichting. Komt verzoeker ook gedurende de herstelperiode zijn verplichting niet na, dan kan het college besluiten tot weigering of beëindiging van de schulddienstverlening. In het kader van eigen verantwoordelijkheid wordt deze hersteltermijn voldoende geacht. Artikel 5 is geformuleerd als een zogenaamde “kan”-bepaling. Het college heeft de bevoegdheid tot weigering of beëindiging, maar niet de verplichting. Dit geeft het college met name ruimte om van een weigering of beëindiging af te zien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Artikel
- BeëindiginggrondenIn dit artikel wordt beschreven wanneer schuldhulpverlening kan worden beëindigd. Het artikel laat de werking van artikel 5 onaangetast. Van de 7 gronden zoals benoemd, verdienen de gronden onder f. en g. bijzondere aandacht. Daar waar de gemeente Lochem een selectieve en gerichte toepassing van schulddienstverlening wil, kan dat betekenen dat schulddienstverlening wordt beëindigd indien de vorm van dienstverlening niet langer aansluit bij de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar. Zie in dat licht ook een duidelijke link met artikel 3 van deze beleidsregels. Artikel
- Recidive – hernieuwde aanvraagDit artikel formuleert de regels over de weigering van een aanbod schulddienstverlening in relatie tot eerdere trajecten en contacten schulddienstverlening. Op basis van het principe van eigen verantwoordelijkheid, wordt een nadrukkelijke grens gesteld aan het kunnen doen van hernieuwde aanvragen. Artikel
- Hardheidsclausule en onvoorziene omstandighedenDit artikel geeft ruimte aan het college om in bijzondere (lid 1) c.q. onvoorziene (lid 2) gevallen af te wijken van de regels zoals neergelegd in deze regeling. Artikel
- inwerkingtredingDeze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2012 en wordt aangehaald als de regeling “Toelating tot schulddienstverlening gemeente Lochem”. Bijlage 3: Schatting problematische schulden in Lochem en buurgemeenten. Uit een rekeningtool die het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft ontwikkeld, blijkt dat naar schatting 1313 gezinnen in Lochem tot de risicogroep behoren. Dit betekent dat 10% van de inwoners van Lochem een problematische schuld heeft. Dit percentage ligt iets lager dan bij de meeste buurgemeenten. Algemeen Gemeentecode 262 Gemeentenaam Lochem Risicogroep (aantal huishoudens) 1313 Risicogroep in % van alle huishoudens 10% Opbouw van risicogroep in gemeente Risicoladder Aantal huishoudens % van huishoudens in risicogroep 0 Geen problematische schulden 346 26,4% 1 Lichte problematische schuld 642 49,6% 2 Zware problematische schuld 163 12,4% 3 Zware structurele problematische schuld 152 11,6% Totaal 1313 100,0% Risicogroep in de buurgemeenten afgezet tegen het aantal huishoudens in die gemeente. Dit ligt op Bronckhorst na iets hoger dan in Lochem. gemeente Percentage van de bevolking Zutphen 13% Bronckhorst 10% Berkelland 11% Rijssen-Holten 12% Hof van Twente 11% Bijlage 4: Productafname door gemeente Lochem. In 2010 en 2011 zijn door Lochem de volgende standaardproducten bij de Stadsbank afgenomen. (exclusief de additionele producten inloopspreekuur en deelname lokaal zorgoverleg) Productcategorie Product 2010 2011 Indicatiestellingen 2.1.1 Reguliere indicatiestelling 51 64 2.1.2 Crisis-interventie - - 2.2.1 Kredietbeoordeling 18 14 Kredietverstrekking 4.1.1 Sociale lening 5 4 netto bedrag €7.980 € 5.750 gemiddeld bedrag €1.596 € 1.438 4.2.1 Herfinanciering lopende kredieten 1 1 netto bedrag €1.300 € 1.712 gemiddeld bedrag €1.300 € 1.712 Stabilisatie &Herstel 5.1.1 Opstart Budgetbeheer 26 38 financiële huishouding 5.1.2; 5.1.4 BBR Beheer - Basis, Totaal 76 85 waarvan zelfbetalers (5.1.6; 5.1.8) 10 9 5.1.5 Beëindiging Budgetbeheer 15 22 5.3.1 Meerderjarigenbewind 1 4 Minnelijk schuldregelen 6.0.1 Bemiddeling schuldregeling 16 28 6.1.2 Beheer betalingsregeling Jongeren - 1 Schuldbemiddelingen gerealiseerd 2 4 6.3.1 Beheer Standaard Schuldbemiddeling 6 7 6.4.1 Saneringskrediet - 1 netto bedrag - € 5.821 gemiddeld bedrag - € 5.821 6.5.2 Verklaring en verzoekschrift art. 285 FW 20 27 Bijlage 5: Mogelijke samenhang tussen ketenpartners en actoren in de SDV.