← Nederland

Beleid toezicht en handhaving industriële veiligheid Veilgheidsregio Midden- en West-Brabant (Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant)

Beleid toezicht en handhaving industriële veiligheid Veilgheidsregio Midden- en West-Brabant1 Inleiding De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (MWB) heeft wettelijke taken en verantwoordelijkhede

Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - 5, eerste lid Maatregelen treffen om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor mens en milieu te beperken Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o.

artikel 5.2 van de Wabo Br + + - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 5, tweede lid Preventiebeleid zware ongevallen (PBZO) Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o.

artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 5, derde lid Veiligheidsbeheerssysteem (VBS) invoeren Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o.

artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 5, vierde lid Herzien van het PBZO en VBS Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o.

artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 6, eerste lid Significante wijziging melden Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o.

artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 7, derde lid Uitwisselen van gegevens tussen inrichtingen met domino-effecten Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o.

artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 9 Actueel veiligheidsrapport (VR) moet aanwezig zijn Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - 10, eerste lid VR moet aangegeven inhoud hebben Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o.

artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 11, eerste lid Werkgever moet VR openbaar maken Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - 13, eerste lid Bij vergunningaanvraag VR met gegevens nodig voor voorbereiding rampenbestrijding Artikel 48 en 63 Wvr Br - - + Artikel 48 en 64, zesde lid Wvr, art. 1a, onder 1 Wed en art. 25, eerste lid Brzo Sr - - + 13, tweede lid VR completeren voordat (onderdeel) van inrichting in werking wordt gebracht Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o.

artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 13, derde lid VR herzien bij veranderingen inrichting Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o.

artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 14, eerste lid VR elke 5 jaar evalueren Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o.

artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Artikel 48 en 64, zesde lid Wvr, art. 1a, onder 1 Wed en art. 25, eerste lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + + 14, tweede lid Nieuw VR indienen bij nieuwe inzichten of ontwikkelingen en op verzoek bevoegd gezag Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o.

artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Artikel 48 en 64, zesde lid Wvr, art. 1a, onder 1 Wed en art. 25, eerste lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + + 16, vijfde lid Voldoen aan verzoek om aanvullende inlichtingen als VR onvolledig is Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o.

artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Artikel 48 en 64, zesde lid Wvr, art. 1a, onder 1 Wed en art. 25, eerste lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + + 17 VR in zevenvoud indienen; meer exemplaren op verzoek bevoegd gezag Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o.

artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 21, eerste lid Stoffenlijst bijhouden van de gevaarlijke stoffen die aanwezig zijn Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o.

artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Artikel 48 en 64, zesde lid Wvr, art. 1a, onder 1 Wed en art. 25, eerste lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + + 22, eerste lid Intern noodplan moet aanwezig zijn met inhoud die in bijlage IV is opgesomd Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 48en 63 Wvr Br + - + Art.

6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - 22, tweede lid Intern noodplan eens per drie jaar evalueren en zonodig herzien Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 48en 63 Wvr Br + - + Art.

6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - 22, derde lid Overleg met werknemers over noodplan Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - 22, vierde lid Intern noodplan moet door werkgever openbaar worden gemaakt Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - 23, eerste lid Inrichting niet in werking bij onvoldoende maatregelen ter bescherming van werknemers Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 23 en 25, vierde lid Brzo Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - 26 – 28 Kennisgeving doen, stoffenlijst opstellen en VR indienen (artikelen niet meer relevant) Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,

Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o.

artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 29 Bij regeling Minister SZW regels stellen over gegevens verstrekken na zwaar ongeval bepaalde artikelen uit de Rrzo op bais hiervan Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - Bijlage 2: Afwegingskader voor keuze bestuursdwang of dwangsom Last onder bestuursdwang Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Bestuursdwang is bij uitstek een herstelsanctie waarmee de gevolgen van een begane overtreding ongedaan worden gemaakt. Indien een verplichting om iets te doen niet is nagekomen, dan kan de veiligheidsregio met bestuursdwang de handeling alsnog verrichten (op kosten van de overtreder). Bestuursdwang kan echter ook worden gebruikt om een herhaling van een overtreding te voorkomen of het voortduren van de overtreding tegen te gaan. Bij dat laatste kan worden gedacht aan het sluiten en verzegelen van een installatie die niet voldoet aan de veiligheidsvoorschriften. Last onder dwangso Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Een last onder dwangsom is vooral geschikt om een herhaling van een overtreding te voorkomen en om een einde te doen maken aan het voortduren van een overtreding. Daarbij functioneert de dwangsom als financiële prikkel om het verboden gedrag niet te herhalen of om deze te beëindigen. De dwangsom kan echter ook worden gebruikt om de gevolgen van een overtreding ongedaan te maken. De financiële prikkel zal de overtreder ertoe moeten brengen om iets te doen. Samenloop Bestuursdwang en dwangsom mogen niet tegelijkertijd worden toegepast voor dezelfde overtreding (art. 5:6 Awb). Wel mogen ze na elkaar worden toegepast. Wanneer in eerste instantie een dwangsom is opgelegd en later blijkt dat dit geen effect sorteert, kan de last onder dwangsom worden ingetrokken en een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Uiteraard is het ook niet toegestaan om voor dezelfde overtreding tegelijkertijd meerdere lasten onder dwangsom of lasten onder bestuursdwang van kracht te laten zijn. Welk middel? In principe is het bestuursorgaan (bestuur veiligheidsregio) vrij in de keuze tussen een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. Wel hangt het van de situatie af welk middel het meest geschikt is. Zo heeft het toepassen van bestuursdwang als kenmerk dat onmiddellijk de illegale situatie wordt hersteld. Nadeel van bestuursdwang is dat de veiligheidsregio dit zelf moet uitvoeren en daarmee ook primair de kosten daarvan draagt (behoudens de mogelijkheid om de kosten te verhalen op draagkrachtige overtreders). Het karakter van een dwangsom is meer indirect; de overtreder verbeurt een bedrag wanneer hij niet voldoet aan de voorwaarden. Hierbij moet de financiële prikkel het werk doen. De wet schrijft wel voor dat voor het opleggen van een last onder dwangsom niet wordt gekozen indien het belang dat het betrokken voorschrift beoogt te beschermen zich daartegen verzet (art. 5:32 lid 2Awb). Hiermee wordt bijvoorbeeld gedoeld op een situatie waar de veiligheidsbelangen ernstig worden geschaad en op korte termijn herstel plaats dient te vinden. Dan is bestuursdwang een beter instrument om toe te passen. De Veiligheidsregio MWB maakt in beginsel (de meeste situaties) gebruik van het opleggen van een dwangsom. Alleen wanneer het belang van de veiligheid of de rampbestrijding meer gebaat is bij het toepassen van bestuursdwang is dat anders. De ervaring leert dat het inzetten van een dwangsom een zeer effectief middel is om overtredingen ongedaan temaken. Tot innen van een dwangsom komt het maar zelden, meestal is voor die tijd de overtreding ongedaan gemaakt. Spoedeisende bestuursdwang Bij een calamiteit of een directe (ernstige) bedreiging van de belangen van de veiligheid of rampbestrijding kan de veiligheidsregio direct optreden. Op het moment dat ernstige overtredingen worden geconstateerd door een toezichthouder moet een afweging worden gemaakt. Wanneer er sprake is van een zodanige gevaarlijke of bedreigende situatie waarbij de belangen van de veiligheid of rampbestrijding ernstig in het gedrang komen, zullen de werkzaamheden of een installatie direct worden stilgelegd. Dit is ter beoordeling van de toezichthouder ter plaatse en hangt geheel af van de omstandigheden. Het stilleggen van werkzaamheden of een installatie is in feite het uitvoeren van bestuursdwang, een sanctie dus. Dit kan alleen in zeer spoedeisende situaties waarin de bedreiging voor de veiligheidsbelangen of rampbestrijding dermate ernstig is dat direct opgetreden moet worden. De mogelijkheid om direct op te treden is vastgelegd in artikel 5:31, lid 2 Awb. De bedoeling van de wetgever is dat deze bevoegdheid met gepaste terughoudendheid wordt gebruikt. Het artikel schept de mogelijkheid direct op te treden, zonder dit besluit van te voren op schrift te stellen en zonder een termijn te gunnen. Hierbij geldt dat alleen díe maatregelen worden uitgevoerd die echt urgent nodig zijn. Wat kan wachten, kan via de normale procedure worden gerealiseerd. Ook wordt aan de overtreder de mogelijkheid geboden de maatregelen zelf uit te voeren, met daarbij de mededeling dat wanneer de overtreder niet direct maatregelen treft, de veiligheidsregio de overtreding zal herstellen en de kosten daarvan zal verhalen op de overtreder. In een stappenplan: Geef aan dat het bedrijf in overtreding is en dat onmiddellijk maatregelen moeten worden genomen om de belangen van de veiligheid of rampbestrijding veilig te stellen. Omschrijf duidelijk welke maatregelen moeten worden genomen. Dit kan zijn het stilleggen van bepaalde werkzaamheden of een installatie, daarnaast kunnen nog andere maatregelen urgent nodig zijn. Stel het bedrijf voor de keuze om die maatregelen meteen zelf uit te (laten) voeren, anders doet de veiligheidsregio dit. Geef daarbij aan dat de kosten van de maatregelen zullen worden verhaald op het bedrijf (de overtreder). Meld dat na het toepassen van de bestuursdwang daarvan achteraf zo spoedig mogelijk het bestuursdwangbesluit op schrift wordt gesteld en wordt toegestuurd. Tegen dit besluit kan bezwaar en beroep worden ingediend. Niet moet worden vergeten dat alleen in zeer spoedeisende gevallen deze bevoegdheden bestaan. In veel redelijk spoedeisende gevallen kan namelijk nog de normale procedure worden gevolgd, zonder of met een zeer korte begunstigingstermijn. Ook is van belang dat de toezichthouder, voordat hij spoedeisende bestuursdwang toepast, ruggenspraak heeft gehad met zijn manager. Ook kan het verstandig zijn af te stemmen met (een lid van) het bestuur. In de landelijke handhavingsstrategie Brzo worden de volgende voorbeelden genoemd van overtredingen die een onmiddellijk gevaar opleveren en met bestuursdwang zullen worden aangepakt: Ontbreken van veiligheidskritische (technische) maatregelen, of het onvoldoende functioneren van veiligheidskritische (technische) maatregelen Bewust gevaarzettend gedrag. Het bedrijven van processen terwijl de voor de beveiliging daarvan noodzakelijke apparatuur (strippers, fakkelsystemen, gasdetectoren, brandalarm- en -blussystemen) niet bedrijfsvaardig is. Het in bedrijf hebben van apparatuur & processen met gevaarlijke stoffen , waarvan de risico’s niet zijn geïdentificeerd. Het in bedrijf hebben van gevaarlijke apparatuur, waaraan wijzigingen zijn uitgevoerd, die niet in overeenstemming zijn met het ontwerp van de apparatuur, en die de veiligheid in gevaar brengen. Het in afwezigheid van een adequaat beheerssysteem overbruggen dan wel buiten werking stellen van noodzakelijke beveiligingen. Het werken met brandgevaarlijke stoffen, dampen en gassen, die met de omgevingslucht brandgevaarlijke mengsels kunnen vormen, waarbij niet wordt voldaan aan de ATEX regelgeving. Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Wettelijk kader industriële veiligheid 3 Toezichtstrategie 3.1 Prioriteiten voor het toezicht 3.2 Wijze van toezicht en frequentie 3.3 Toezicht op eisen bedrijfsbrandweeraanwijzing 3.3.1 Opleveringscontrole 3.3.2 Reguliere controle 3.3.3 Toezicht op de geoefendheid bedrijfsbrandweer 3.4 Toezicht op eisen Brzo 3.5 Signaaltoezicht 3.6 Incidenten, klachten en meldingen 4 Nalevingstrategie 4.1 Kernbepalingen en niet-kernbepalingen 4.2 Ernstige overtredingen en niet-ernstige overtredingen 4.3 Nalevingstrategie 4.3.1 Schema nalevingstrategie 4.3.2 Reacties op geconstateerde overtredingen 4.3.3 Strafrechtelijke aanpak 5 Organisatorische aspecten en bijlagen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.