Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Wet Werk en Bijstand 2013Verordening verrekeningbestuurlijke boete bij recidive Wet Werk en Bijstand2013 De raad van de gemeente Almere; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel i, van de Wet werk en bijstand; overwegende dat het verplicht is bij verordening regels te stellen met betrekking tot het verrekenen van een bestuurlijke boete indien niet wordt voldaan aan de informatieverplichting in de WWB; besluit vast te stellen: de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Wet Werk en Bijstand 2013 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijving 1.In deze verordening wordt verstaan onder: WWB: Wet werk en bijstand; IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Wet suwi: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; Awb: Algemene wet bestuursrecht; beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; bestuurlijke boete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a eerste lid WWB; recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in de artikelen 18a vijfde lid WWB; verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60 vierde lid WWB; bijstand: algemene bijstand als bedoeld in artikel 5 sub b WWB; inlichtingenverplichting: de inlichtingenverplichting als bedoeld in artikel 17, eerste lid WWB of artikel 30c, tweede en derde lid Wet suwi; belanghebbende: hij die niet of niet behoorlijk voldoet aan de inlichtingenverplichting; college: het college van burgemeester en wethouders 2.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de WWB, Awb en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hoofdstuk2Beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive Artikel2Verrekenen zonder inachtneming beslagvrije voet Het college kan de recidiveboete met de bijstand verrekenen zonder de beslagvrije voet in acht te nemen. Om te bepalen of de beslagvrije voet buiten werking gesteld dient te worden dient het volgende in acht te worden genomen: de ernst van de gedraging; de mate van verwijtbaarheid van de gedraging; De mate waarin de gedraging aan de belanghebbende kan worden verweten wordt beoordeeld naar de omstandigheden waarin belanghebbende verkeerde op het moment dat hij de inlichtingenverplichting had moeten nakomen; De ernst van de gedraging wordt afhankelijk gesteld van het netto bedrag dat ten onrechte is ontvangen. Hierbij geldt: Bedragen Duur verrekening zonder beslagvrije voet Tot € 5000,-- Niet Van – tot € 5.000,--/ € 10.000,- 1 maand Vanaf € 10.000,-- 2-3 maanden Bij de beoordeling van de mate waarin de gedraging aan belanghebbende kan worden verweten leiden de volgende criteria tot verminderde verwijtbaarheid: de belanghebbende verkeerde in onvoorziene en ongewenste omstandigheden, die niet tot het normale levenspatroon behoren en die hem weliswaar niet in de feitelijke onmogelijkheid brachten om aan de inlichtingenverplichting te voldoen, maar die emotioneel zo ontwrichtend waren dat hem niet volledig valt toe te rekenen dat de inlichtingen niet tijdig of volledig zijn verstrekt; de belanghebbende verkeerde in een zodanige geestelijke toestand dat hem niet volledig valt toe te rekenen dat de inlichtingen niet tijdig of volledig zijn verstrekt; overige omstandigheden van sociale, psychische of medische aard waardoor de overtreding de belanghebbende niet volledig is aan te rekenen. De verminderde verwijtbaarheid leidt er toe dat de duur van de verrekening zonder beslagvrije voet met 50% wordt verminderd. Indien de verminderde verwijtbaarheid er toe leidt dat er een halve maand dient te worden verrekend wordt uitgegaan van 50% van het netto normbedrag inclusief vakantietoeslag per maand. De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt vanaf het moment van de dagtekening van het besluit waarbij de bestuurlijke boete is opgelegd. Artikel3Verrekenen met bijstand met inachtneming beslagvrije voet 1.Indien aannemelijk is dat verrekening op de wijze als bedoeld in artikel 2 leidt tot huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin kan het college de recidiveboete verrekenen met inachtneming van de beslagvrije voet. 2.Het gestelde in het eerste lid is in ieder geval aannemelijk indien uit documenten blijkt dat de verhuurder of de bank een procedure tot ontruiming van de woning of de gedwongen verkoop van de woning gaat starten. Artikel4Eerder opgelegde bestuurlijke boete De artikelen 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de verrekening van de eerder opgelegde bestuurlijke boete indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete. Hoofdstuk3Slotbepalingen Artikel5Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 februari 2013. Artikel6Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WWB 2013. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 24 januari 2013 De raad voornoemd. De griffier, De vice-voorzitter, J.D Pruim W.A.T. van der Heijden
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.