Verordening op de heffing en invordering van leges 2009De raad van de gemeente Steenwijkerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 oktober 2008, nummer 2008/115; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN LEGES 2009. (Legesverordening Steenwijkerland 2009). Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; week: een aaneengesloten periode van zeven dagen; maand: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand; jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam “leges” worden rechten geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend. Artikel4Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: het verstrekken aan publiciteitsmedia van door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen raadsstukken, tenminste omvattende raadsagenda’s, raadsvoorstellen, besluitenlijsten, de productbegrotingen en de sectorplannen; stukken, waarvoor de verstrekking van belang is voor opinievorming met het oog op een goede democratische bestuursvoering; collectevergunningen als bedoeld in onderdeel 17.8.4 van de tarieventabel en vergunningen ingevolge artikel 3 van de Wet op de kansspelen aangevraagd en bestemd voor plaatselijke verenigingen, kerken en instituten met een charitatief karakter; het eenmalig verstrekken van een paspoort aan een naturalisandus/optant vanaf de leeftijd van 18 jaar. Meegenaturaliseerde /geopteerde kinderen van 0 tot 14 jaar worden gratis bijgeschreven in het nieuw aan te vragen paspoort. Alle kinderen van 14 jaar ontvangen éénmaal gratis een Nederlandse identiteitskaart van het rijk, aan te vragen vanaf 8 weken voor het bereiken van de leeftijd van 14 jaar. Meegenaturaliseerde/geopteerde kinderen vanaf 15 tot 18 jaar krijgen van de gemeente eenmalig gratis een Nederlandse identiteitskaart uitgereikt. Indien zij in plaats van een Nederlandse identiteitskaart een eigen paspoort willen, zijn ze het verschil in leges voor een paspoort en een Nederlandse identiteitskaart wel verschuldigd; diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald. Artikel5Tarieven 1.De leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen twee weken na de dagtekening van de kennisgeving. 2.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel8Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel9Teruggaaf Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges ter zake van een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verordening behorende tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges. Artikel11Inwerkingtreding en citeertitel 1.De “Legesverordening Steenwijkerland 2008” van 13 november 2007, nummer 2007/115f, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 2 september 2008, nummer 2008/84, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2009. 4.Deze verordening wordt aangehaald als “Legesverordening Steenwijkerland 2009”. De raad voornoemd, de griffier, R.G.H.P.Moonende voorzitter, drs. H.H. ApothekerTARIEVENTABEL behorende bij de “Legesverordening Steenwijkerland 2009”. Hoofdstuk 1 Algemeen Tarief 1.1 Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: 1.1.1 gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina € 5,75; 1.1.2 afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina € 0,55; 1.1.3 kaarten, tekeningen en lichtdrukken, al dan niet behorend bij de in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2 genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart, tekening of lichtdruk € 7,60; 1.1.4 een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen € 6,60; 1.1.5 stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina € 7,90. Hoofdstuk 2 Bestuursstukken Tarief 2.1 Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: 2.1.1 een afschrift van de gemeentebegroting € 114,90; 2.1.2 een afschrift van de begroting van het woningbedrijf € 17,50; 2.1.3 een afschrift van de gemeenterekening € 114,90; 2.1.4 een afschrift van de rekening van het woningbedrijf € 17,50. 2.2 Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.2.1 tot het verstrekken van: 2.2.1.1 een afschrift van het verslag van een raadsvergadering, per vergadering € 2,95; 2.2.1.2 een afschrift van de stukken behorende bij een raadsvergadering, per vergadering € 5,45; 2.2.2 tot het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar: 2.2.2.1 op de verslagen van de raadsvergaderingen € 27,30; 2.2.2.2 op de stukken behorende bij de raadsvergaderingen € 53,30. 2.3 Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.3.1 tot het verstrekken van een afschrift van de stukken behorende bij een vergadering van een raadscommissie, per vergadering € 3,85; 2.3.2 tot het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar op de stukken behorende bij de vergaderingen van een raadscommissie € 36,95. 2.4 Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: 2.4.1 een exemplaar van de Bouwverordening € 53,05; 2.4.2 een exemplaar van de toelichting op de Bouwverordening € 53,05; 2.4.3 een exemplaar van de Welstandsnota, integraal in zwart-wit uitvoering € 55,40; 2.4.4 een exemplaar van de Welstandsnota, integraal gekleurd € 254,95; 2.4.5 een exemplaar van de Brandbeveiligingsverordening € 30,65; 2.4.6 een exemplaar van de Algemene Plaatselijke Verordening € 60,10; 2.4.7 een exemplaar van een bestemmingsplan, bestaande uit toelichting, voorschriften en ongekleurde plankaart € 71,00. Hoofdstuk 3 Burgerlijke stand Tarief 3.1 Het tarief bedraagt terzake van de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap of omzetting van een registratie/huwelijk op: 3.1.1 maandag en donderdag van 9.00 tot 10.30 uur in spreekkamer gemeentehuis kosteloos; 3.1.2 maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag, met uitzondering van hetgeen onder 3.1.1 genoemd € 415,70; 3.1.3 zaterdag, zondag of gelijkgestelde dagen, doch alleen tussen 10.00 en 15.00 uur € 559,85. 3.2 Het tarief bedraagt terzake van de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in de spreekkamer van het gemeentehuis, met uitzondering van hetgeen onder 3.1.1 genoemd € 155,15. 3.3 Het tarief bedraagt terzake van de omzetting van een registratie/huwelijk in de spreekkamer van het gemeentehuis, met uitzondering van hetgeen onder 3.1.1 genoemd € 58,15. 3.4 Het tarief bedraagt terzake van de voltrekking van een huwelijk in een bijzonder huis ingevolge artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek € 415,70. 3.5 Indien de voltrekking van een huwelijk, registratie van een partnerschap of omzetting plaatsvindt in de Doopsgezinde Kerk te Giethoorn, wordt het in 3.1.2 genoemde tarief verhoogd met € 125,00. 3.5.1 Indien de voltrekking van een huwelijk, registratie van een partnerschap of omzetting plaatsvindt op een vrije locatie, wordt het in 3.1.2 en 3.1.3 genoemde tarief verhoogd met € 218,40. 3.6 Het tarief bedraagt terzake van het verstrekken van: 3.6.1 een trouwboekje of partnerschapsboekje in een normale uitvoering € 13,65; 3.6.2 een trouwboekje of partnerschapsboekje in een luxe uitvoering € 19,20; 3.6.3 een duplicaat trouwboekje of partnerschapsboekje € 39,80. 3.7 Het tarief bedraagt terzake van het doen van nasporingen in de registers van de Burgerlijke stand, voor ieder daaraan besteed kwartier € 10,65. 3.8 Terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand. Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens Tarief 4.1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van de onderdelen 4.3 en 4.4, wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens moet worden geraadpleegd. 4.2 Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag: 4.2.1 tot het verstrekken van een uittreksel € 5,45; 4.2.2 tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking € 6,50; 4.2.3 tot het verstrekken van gegevens betreffende de protocollering, per verstrekking € 19,45; 4.2.4 tot het verstrekken van gegevens, per persoonslijst € 12,95; 4.2.5 tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van inlichtingen gedurende de periode van één jaar: 4.2.5.1 voor 100 verstrekkingen € 205,10; 4.2.5.2 voor 500 verstrekkingen € 683,45; 4.2.5.3 voor 1.000 verstrekkingen € 1.066,55. 4.3 Voor de toepassing van onderdeel 4.4 wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon die niet zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. 4.4 Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag: 4.4.1 tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking € 6,50; 4.4.2 tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van gegevens gedurende de periode van één jaar: 4.4.2.1 voor 100 verstrekkingen € 205,10; 4.4.2.2 voor 500 verstrekkingen € 683,45; 4.4.2.3 voor 1.000 verstrekkingen € 1.066,55. 4.5 In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens € 2,27. 4.6 Het tarief bedraagt terzake van het op verzoek doornemen van de gemeentelijke basisadministratie, voor ieder daaraan besteed kwartier € 10,65. Hoofdstuk 5 Bouwgerelateerde leges Bouwvergunningen 5.1 Onder bouwkosten wordt in dit hoofdstuk verstaan: de aanneemsom exclusief omzetbelasting als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor uitvoering van werken 1989 (UAV 1989), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in dit hoofdstuk onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. 5.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: 5.2.1 een verzoek tot beoordeling van een schetsplan met betrekking tot de vraag of voor een, op basis van genoemd schetsplan, uitgewerkt bouwplan een vergunning zou kunnen worden verleend € 200,00; 5.2.1.1 indien een aanvraag tot het verkrijgen van een bouwvergunning voor een op basis van het schetsplan uitgewerkt bouwplan binnen 6 maanden na beoordeling van het schetsplan wordt ingediend, wordt 50% van de voor het schetsplan geheven leges verrekend met de leges die verschuldigd zijn voor het in behandeling nemen van deze aanvraag tot het verkrijgen van een bouwvergunning; 5.2.2 een aanvraag tot het verkrijgen van een lichte bouwvergunning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel q, van de Woningwet, indien de bouwkosten: * minder bedragen dan € 12.500,00: 2,30% van die bouwkosten, met een minimumtarief van € 118,65; * € 12.500,00 bedragen of meer, doch minder dan € 25.000,00: € 287,50 , vermeerderd met 2,15% van het bedrag waarmee die bouwkosten € 12.500,00 te boven gaan; * € 25.000,00 bedragen of meer: € 562,50 , vermeerderd met 1,75% van het bedrag waarmee die bouwkosten € 25.000,00 te boven gaan; 5.2.2.1 het van toepassing zijnde tarief op grond van onderdeel 5.2.2 wordt verlaagd met 50% indien de vergunning door de frontoffice verleend kan worden (balievergunning); 5.2.3 een aanvraag tot het verkrijgen van een reguliere bouwvergunning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel p, van de Woningwet, indien de bouwkosten: * minder bedragen dan € 12.500,00: 3,45% van die bouwkosten, met een minimumtarief van € 118,65; * € 12.500,00 bedragen of meer, doch minder dan € 25.000,00: € 431,25 , vermeerderd met 2,90% van het bedrag waarmee die bouwkosten € 12.500,00 te boven gaan; * € 25.000,00 bedragen of meer, doch minder dan € 50.000,00: € 793,25 , vermeerderd met 2,30% van het bedrag waarmee die bouwkosten € 25.000,00 te boven gaan; * € 50.000,00 bedragen of meer, doch minder dan € 250.000,00: € 1.368,25 , vermeerderd met 2,05% van het bedrag waarmee die bouwkosten € 50.000,00 te boven gaan; * € 250.000,00 bedragen of meer: € 5.468,25, vermeerderd met 1,75% van het bedrag waarmee die bouwkosten € 250.000,00 te boven gaan; 5.2.4 een aanvraag tot het verkrijgen van een reguliere bouwvergunning eerste fase, als bedoeld in artikel 56a, tweede lid, van de Woningwet, indien de bouwkosten: * minder bedragen dan € 12.500,00: 1,75% van die bouwkosten, met een minimumtarief van € 59,35; * € 12.500,00 bedragen of meer, doch minder dan € 25.000,00: € 218,75 , vermeerderd met 1,45% van het bedrag waarmee die bouwkosten € 12.500,00 te boven gaan; * € 25.000,00 bedragen of meer, doch minder dan € 50.000,00: € 400,00 , vermeerderd met 1,15% van het bedrag waarmee die bouwkosten € 25.000,00 te boven gaan; * € 50.000,00 bedragen of meer, doch minder dan € 250.000,00: € 687,50 , vermeerderd met 1,05% van het bedrag waarmee die bouwkosten € 50.000,00 te boven gaan; * € 250.000,00 bedragen of meer: € 2.787,50, vermeerderd met 0,90% van het bedrag waarmee die bouwkosten € 250.000,00 te boven gaan; 5.2.5 een aanvraag tot het verkrijgen van een reguliere bouwvergunning tweede fase, als bedoeld in artikel 56a, derde lid, van de Woningwet, indien de bouwkosten: * minder bedragen dan € 12.500,00: 2,10% van die bouwkosten, met een minimumtarief van € 71,20; * € 12.500,00 bedragen of meer, doch minder dan € 25.000,00: € 262,50, vermeerderd met 1,75% van het bedrag waarmee die bouwkosten € 12.500,00 te boven gaan; * € 25.000,00 bedragen of meer, doch minder dan € 50.000,00: € 481,25, vermeerderd met 1,40% van het bedrag waarmee die bouwkosten € 25.000,00 te boven gaan; * € 50.000,00 bedragen of meer, doch minder dan € 250.000,00: € 831,25, vermeerderd met 1,25% van het bedrag waarmee die bouwkosten € 50.000,00 te boven gaan; * € 250.000,00 bedragen of meer: € 3.331,25 , vermeerderd met 1,05% van het bedrag waarmee die bouwkosten € 250.000,00 te boven gaan; 5.2.6 een aanvraag tot het verkrijgen van een gewijzigde reguliere bouwvergunning, als bedoeld in artikel 56a, achtste lid, van de Woningwet: een bedrag naar het tarief en berekend op de wijze als in onderdeel 5.2.3 bepaald en verminderd met de voor de primaire reguliere bouwvergunning berekende leges, met dien verstande dat in elk geval € 118,65 is verschuldigd en dat geen restitutie van de voor de primaire reguliere bouwvergunning betaalde leges plaatsvindt; 5.2.6.1 een aanvraag tot het verkrijgen van een gewijzigde bouwvergunning eerste fase, als bedoeld in artikel 56a, achtste lid, van de Woningwet: een bedrag naar het tarief en berekend op de wijze als in onderdeel 5.2.4 bepaald en verminderd met de voor de primaire bouwvergunning eerste fase berekende leges, met dien verstande dat in elk geval € 59,35 is verschuldigd en dat geen restitutie van de voor de primaire bouwvergunning eerste fase betaalde leges plaatsvindt. Verhogingen/aanvullende leges 5.3 Het van toepassing zijnde tarief op grond van onderdeel 5.2 wordt verhoogd in verband met een extra toetsing aan welstandscriteria indien: 5.3.1 bij de aanvraag van een lichte bouwvergunning het bouwplan niet voldoet aan de gestelde sneltoetscriteria in de welstandsnota, met € 68,50; 5.3.1.1 zich tijdens de beoordeling van de aanvraag wijzigingen voordoen in het bouwplan en daarvoor een nieuwe welstandstoets noodzakelijk is, met € 68,50. 5.3.2 Het van toepassing zijnde tarief op grond van onderdeel 5.2 wordt verhoogd indien de aanvraag van een bouwvergunning krachtens wettelijk voorschrift slechts kan worden afgehandeld wanneer: 5.3.2.1 een milieukundig bodemrapport wordt beoordeeld, met € 68,50; 5.3.2.2 een archeologisch bodemrapport wordt beoordeeld, met € 68,50; 5.3.2.3 een akoestisch rapport wordt beoordeeld, met € 68,50. 5.3.3 Het van toepassing zijnde tarief op grond van onderdeel 5.2 wordt verhoogd indien de aanvraag van een bouwvergunning krachtens wettelijk voorschrift slechts kan worden afgehandeld wanneer een advies van de agrarische commissie wordt beoordeeld, met € 68,50. 5.3.4 Het van toepassing zijnde tarief op grond van de onderdelen 5.2.2 tot en met 5.2.6.1 wordt, indien de aanvraag van een bouwvergunning wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouw, verhoogd met 50,00%, met een minimum van € 290,00. 5.3.5 Indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwplan ten aanzien waarvan artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening op aanvraag voor dat specifieke bouwplan wordt toegepast, wordt het van toepassing zijnde tarief op grond van onderdeel 5.2 verhoogd met 0,8% van de bouwkosten, met een minimumtarief van € 1.600,00 en een maximumtarief van € 4.800,00. 5.3.6 Het van toepassing zijnde tarief op grond van onderdeel 5.2 wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwplan waarvoor een vergunning moet worden verleend met toepassing van: 5.3.6.1 artikel 3.10 of 3.40 van de Wet ruimtelijke ordening, verhoogd met 1% van de bouwkosten, met een minimumtarief van € 2.000,00 en een maximumtarief van € 6.000,00; 5.3.6.2 artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, of artikel 11 van de Wet ruimtelijke ordening, verhoogd met € 1.200,00; 5.3.6.3 artikel 3.6, eerste lid, onder c, van de Wet ruimtelijke ordening, verhoogd met 0,8% van de bouwkosten, met een minimumtarief van € 117,80 en een maximumtarief van € 800,00; 5.3.6.4 artikel 3.38, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening, verhoogd met € 117,80; 5.3.6.5 artikel 3.22 of 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening, verhoogd met 2% van de bouwkosten, met een minimumtarief van € 200,00 en een maximumtarief van € 800,00; 5.3.6.6 artikel 50, derde lid, onder a, of artikel 50a, derde lid, van de Woningwet, verhoogd met € 117,80. 5.3.7 In deze tarieventabel zijn geen tarieven voor externe advieskosten opgenomen. Wanneer een extern advies noodzakelijk is voor het toepassen van een procedure, zullen de kosten van dit advies aanvullend aan de in de tarieventabel vastgestelde leges in rekening worden gebracht bij de aanvrager. Het gaat hierbij onder meer om externe stedenbouwkundige, landschappelijke, ecologische, milieutechnische, archeologische en waterhuishoudkundige adviezen. Aanlegvergunningen 5.4 Onder aanlegkosten wordt in dit hoofdstuk verstaan: de aanneemsom exclusief omzetbelasting als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor uitvoering van werken 1989 (UAV 1989), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden, wordt in dit hoofdstuk onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft. 5.4.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 3.3, aanhef en onder a, of artikel 3.38, derde lid, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening, 1,70% van de aanlegkosten, met een minimumtarief van € 200,00. 5.4.2 Het van toepassing zijnde tarief op grond van onderdeel 5.4.1 wordt, indien de aanvraag van een aanlegvergunning: 5.4.2.1 krachtens wettelijk voorschrift slechts kan worden afgehandeld wanneer een archeologisch bodemrapport wordt beoordeeld, verhoogd met € 68,50; 5.4.2.2 Betrekking heeft op een werk of werkzaamheid ten aanzien waarvan artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening wordt toegepast, verhoogd met € 1.600,00; 5.4.2.3 Betrekking heeft op een werk of werkzaamheid ten aanzien waarvan artikel 3.10 of 3.40 van de Wet ruimtelijke ordening wordt toegepast, verhoogd met € 2.000,00; 5.4.2.4 Betrekking heeft op een werk of werkzaamheid ten aanzien waarvan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, of artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening wordt toegepast, verhoogd met € 1.600,00; 5.4.2.5 Betrekking heeft op een werk of werkzaamheid ten aanzien waarvan artikel 3.6, eerste lid, onder c, of artikel 3.38, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening wordt toegepast, verhoogd met € 117,80; 5.4.2.6 Betrekking heeft op een werk of werkzaamheid ten aanzien waarvan artikel 3.22 of 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening wordt toegepast, verhoogd met € 200,00; 5.4.2.7 Betrekking heeft op een werk of werkzaamheid ten aanzien waarvan artikel 6.12, zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening wordt toegepast, verhoogd met € 117,80. 5.4.3 Het van toepassing zijnde tarief op grond van onderdeel 5.4.1 wordt, indien de aanvraag van een aanlegvergunning wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de werkzaamheden, verhoogd met 50,00%, met een minimum van € 290,00. Slopen 5.5 Onder sloopkosten wordt in dit hoofdstuk verstaan: de aanneemsom exclusief omzetbelasting als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor uitvoering van werken 1989 (UAV 1989), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de sloopkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden, wordt in dit hoofdstuk onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. 5.5.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een sloopvergunning als bedoeld in de Bouwverordening of artikel 3.3, aanhef en onder b, of artikel 3.38, derde lid, aanhef en onder b, van de Wet ruimtelijke ordening, 2,50% van de sloopkosten, met een minimumtarief van € 178,00. 5.5.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een sloopmelding als bedoeld in de Bouwverordening € 118,65. 5.5.3 Het tarief van onderdeel 5.5.1 wordt, indien de aanvraag van een sloopvergunning wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de sloop, verhoogd met 50,00%, met een minimum van € 290,00. Bestemmingsplannen/projectbesluiten/ontheffingen 5.6.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, waarbij geen sprake is van een bouwplan waarvoor een bouwvergunning is vereist en geen sprake is van werken of werkzaamheden waarvoor een aanlegvergunning is vereist € 1.600,00. 5.6.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing van het geldende bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.10 of 3.40 van de Wet ruimtelijke ordening, waarbij geen sprake is van een bouwplan waarvoor een bouwvergunning is vereist en geen sprake is van werken of werkzaamheden waarvoor een aanlegvergunning is vereist € 2.000,00. 5.6.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een wijziging of uitwerking van het geldende bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, of artikel 11 van de Wet ruimtelijke ordening, waarbij geen sprake is van een bouwplan waarvoor een bouwvergunning is vereist en geen sprake is van werken of werkzaamheden waarvoor een aanlegvergunning is vereist € 1.600,00. 5.6.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing van het geldende bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c, of artikel 3.38, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening, waarbij geen sprake is van een bouwplan waarvoor een bouwvergunning is vereist en geen sprake is van werken of werkzaamheden waarvoor een aanlegvergunning is vereist € 117,80. 5.6.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een ontheffing van het verbod tot wijziging van het gebruik van gronden of bouwwerken als bedoeld in artikel 3.7, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening € 117,80. 5.6.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing van het geldende bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.22 of 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening, waarbij geen sprake is van een bouwplan waarvoor een bouwvergunning is vereist en geen sprake is van werken of werkzaamheden waarvoor een aanlegvergunning is vereist € 200,00. 5.6.7 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing van het geldende bestemmingsplan als bedoeld in artikel 6.12, zesde lid van de Wet ruimtelijke ordening € 117,80. Overig/administratief 5.7.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot een besluit om in een bepaald geval, conform de vastgestelde gedoogstrategie, af te zien van de uitoefening van een handhavingbevoegdheid (gedoogbeschikking) € 500,00. 5.7.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van de tenaamstelling van een verleende bouw-, sloop- of aanlegvergunning € 68,50. 5.7.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een vergunning tot het wijzigen van een rijksmonument als bedoeld in de Monumentenwet € 221,75. 5.7.3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een vergunning tot het wijzigen van een gemeentelijk beschermd monument als bedoeld in de Monumentenverordening € 110,90. 5.7.4 Indien na het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, doch voor het verlenen van de vergunning, deze aanvraag schriftelijk wordt ingetrokken, wordt op aanvraag teruggaaf verleend van 70% van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag verschuldigde leges. 5.7.5 Wanneer de gemeente een verleende bouwvergunning intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, wordt teruggaaf verleend van 50% van de verschuldigde leges als bedoeld in de onderdelen 5.2.2 tot en met 5.2.5, mits de aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. 5.7.6 Wanneer de gemeente een bouwvergunning weigert, wordt teruggaaf verleend van 50% van de verschuldigde leges als bedoeld in de onderdelen 5.2.2 tot en met 5.2.5. 5.7.7 Wanneer in verband met het overschrijden van een voor een bouwaanvraag wettelijk gestelde termijn een bouwaanvraag wegens onvolledigheid niet in behandeling wordt genomen, wordt teruggaaf verleend van 75,00% van de verschuldigde leges, met dien verstande dat in elk geval € 68,50 is verschuldigd. 5.7.8 Wanneer een aanvraag tot het verkrijgen van een bouwvergunning op schriftelijk verzoek van de gemeente (college van burgemeester en wethouders/budgethouder) door de aanvrager wordt ingetrokken, worden de leges als bedoeld in de onderdelen 5.2.2 tot en met 5.2.5 niet in rekening gebracht. Gebruiksvergunning in verband met brandveiligheid 5.8.1 De leges bedragen voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van vergunning voor het in gebruik hebben of houden van een tijdelijke inrichting, als bedoeld in de Brandbeveiligingsverordening, voor een evenement waarbij gelijktijdig aanwezig kunnen zijn: · maximaal 500 personen € 69,45; · meer dan 500 en maximaal 2.000 personen € 138,90; · meer dan 2.000 personen € 277,85; · voor specifieke bij name genoemde grote evenementen € 1.121,85. 5.8.2 De leges bedragen voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van vergunning, niet zijnde een vergunning als bedoeld onder 5.8.1, voor het in gebruik hebben of houden van een bouwwerk of een inrichting bedoeld in de Bouwverordening en de Brandbeveiligingsverordening: 5.8.2.1 gebouwen met een woonfunctie: 1. tehuizen € 1.324,85; 2. kloosters/abdijen € 1.324,85; 3. woongebouwen met inpandige gangen € 1.324,85; 4. gevangenissen € 2.083,50; 5. woningen niet-zelfstandige en/of zelfredzame bewoners € 1.324,85; 6. bejaardenoorden € 2.083,50; 5.8.2.2 gebouwen of inrichtingen met een logiesfunctie: 1. hotel: 1.1 met een oppervlakte van maximaal 500 m2 € 1.047,10; 1.2 met een oppervlakte van meer dan 500 m2 € 2.083,50; 2. pension/nachtverblijf: 2.1 met een oppervlakte van maximaal 500 m2 € 683,80; 2.2 met een oppervlakte van meer dan 500 m2 € 2.083,50; 3. dagverblijf: 3.1 met een oppervlakte van maximaal 500 m2 € 694,45; 3.2 met een oppervlakte van meer dan 500 m2 € 1.389,00; 4. kampeerterrein/ jachthaven: 4.1 met een oppervlakte van maximaal 1.000 m2 € 683,80; 4.2 met een oppervlakte van meer dan 1.000 m2 en maximaal 3.000 m2 € 833,40; 4.3 met een oppervlakte van meer dan 3.000 m2 € 1.111,15; 5.8.2.3 gebouwen of inrichtingen met een onderwijsfunctie: 1. onderwijsinstellingen (leerlingen jonger dan 12 jaar) € 833,40; 2. onderwijsinstellingen (leerlingen ouder dan 12 jaar): 2.1 met een oppervlakte van maximaal 1.000 m2 € 833,40; 2.2 met een oppervlakte van meer dan 1.000 m2 en maximaal 2.000 m2 € 1.218,00; 2.3 met een oppervlakte van meer dan 2.000 m2 € 1.666,85; 3. kinderdagverblijf € 694,45; 4. peuterspeelzaal € 694,45; 5.8.2.4 gezondheidszorggebouwen: 1. gezondheidsdiensten € 1.047,10; 2. klinieken (poli-, psychiatrische) € 2.083,50; 3. ziekenhuizen € 6.945,05; 4. verpleegtehuizen € 7.212,15; 5.8.2.5 bedrijfsgebouwen: 1. kantoren en/of fabrieken: 1.1 met een oppervlakte van maximaal 2.000 m2 € 1.047,10; 1.2 met een oppervlakte van meer dan 2.000 m2 en maximaal 5.000 m2 € 2.083,50; 1.3 met een oppervlakte van meer dan 5.000 m2 € 3.472,50; 2. loods, veem, opslagplaats: 2.1 met een oppervlakte van maximaal 1.000 m2 € 555,60; 2.2 met een oppervlakte van meer dan 1.000 m2 € 1.047,10; 3. studio’s (opname, bijvoorbeeld
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.