Verordening op de heffing en inning van marktgeld 2002 De raad van de gemeente Tubbergen, gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 november 2001, nr. 6669; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de: Verordening op de heffing en inning van marktgeld 2002 (Verordening marktgeld 2002). Artikel1Belastbaar feit Onder de naam "marktgeld" wordt een recht geheven voor het innemen van een standplaats op de voor markt aangewezen plaats, gedurende de voor markt aangewezen tijd. Artikel2Maatstaf van heffing; belastingtijdvak 1.Het marktgeld wordt per marktdag geheven. 2.Het marktgeld wordt op aanvraag van de belanghebbende geheven over belastingtijdvakken welke samenvallen met kalenderkwartalen. 3.Een in het tweede lid bedoelde aanvraag moet tenminste twee weken voor de aanvang van het belastingtijdvak worden ingediend bij de heffingsambtenaar. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtig is degene die een standplaats inneemt, dan wel op wiens verzoek het marktgeld wordt geheven over belastingtijdvakken, als bedoeld in artikel 2, tweede lid. Artikel4Belastinggrondslag Het marktgeld wordt geheven naar de frontbreedte van de standplaats in volle strekkende meters. Artikel5Tarief Het marktgeld bedraagt voor een standplaats: per volle m' met een minimum van a. voor een marktdag: EUR 1,35 EUR 5,40 b.. voor een belastingtijdvak als bedoeld in artikel 2, tweede lid: EUR 8,10 EUR 32,40 Artikel6Wijze van heffing 1.Het in artikel 5, onder a, bedoelde marktgeld wordt geheven bij wege van een schriftelijke kennisgeving waaronder mede begrepen een nota of andere schriftuur. 2.Het in artikel 5, onder b, bedoelde marktgeld wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel7Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld: als bedoeld in artikel 5, onder a, worden voldaan op het moment van uitreiking van de kennisgeving. als bedoeld in artikel 5, onder b, worden voldaan binnen 30 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel8Ontheffing 1.Met betrekking tot het in artikel 5, onder b, genoemde marktgeld heeft de belastingplichtige, die gedurende een aaneengesloten periode, omvattende meer dan vijf marktdagen, door overmacht geen gebruik van zijn standplaats heeft kunnen maken, recht op ontheffing. 2.Het bedrag van de ontheffing wordt naar boven afgerond op gehele euro's. Artikel9Kwijtschelding Bij de invordering van marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van het marktgeld. Artikel11Inwerkingtreding en citeertitel 1.De "Verordening marktgeld 1999" van 9 november 1998, nummer 11/6137b wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2002. 4.Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening marktgeld 2002". Aldus vastgesteld in de openbare vergaderingvan 3 december 2001.De secretaris, De voorzittermr. T.P. van Deutekom, mr. M.K.M. Stegers
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.