← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2009 (Tubbergen)

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2009De raad van de gemeente Tubbergen, gelet op het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 november 2008, nr. I08.8606; gelet op het advies van de commissie Bestuur en Middelen van 13 november 2008; gelet op het bepaalde in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer; besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2009 (Verordening afvalstoffenheffing 2009). Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: "GFT-afval": groente, fruit- en tuinafval; "restafval": huishoudelijke afvalstoffen niet zijnde GFT-afval; "container": de vanwege de gemeente uitgezette ophaalbak; "verzamelcontainer": de vanwege de gemeente geplaatste verzamelcontainer, die kan worden ontsloten door middel van een chipkaart; "grove huishoudelijke afvalstoffen": huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in een huishouden vrijkomen, doch die te groot en/of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst te kunnen worden aangeboden. Artikel2Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel3Belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van een perceel; ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel5Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Wijze van heffing 1.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van gedagtekende kennisgeving waarop de verschuldigde belasting is vermeld. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. 5.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 6.Voor belastingbedragen bedoeld in hoofdstuk 1.1 van minder dan € 9,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel8Termijnen van betaling 1.De aanslagen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, die worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij betrekking hebben, moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt: in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag van de aanslag daarvan meer is dan € 100,-doch minder is dan € 2.500,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen, telkens een maand later; in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag van de aanslag daarvan minder is dan € 100,-of meer is dan € 2.500,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen, telkens een maand later. 3.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten andere aanslagen dan die genoemd in het eerste lid, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 4.De aanslagen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, moet worden betaald uiterlijk één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 5.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel9Kwijtschelding van belasting Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt alleen voor de in onderdeel 1.1.1 van de tarieventabel genoemde heffing kwijtschelding verleend. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing. Artikel11Inwerkingtreding en citeertitel 1.De "Verordening afvalstoffenheffing 2008" van 3 december 2007, nummer 07.10133, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2009. 4.Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing 2009". Aldus besloten in de openbarevergadering van 1 december 2008.de griffier, de voorzitter,F.G.S. Droste mr. M.K.M. StegersTARIEVENTABEL behorende bij de "Verordening afvalstoffenheffing 2009". Hoofdstuk 1.1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing 1.1.1. De belasting bedraagt per belastingjaar € 120,00 1.1.2. De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.1 wordt voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een extra container (boven hetgeen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt) vermeerderd met: € 60,00 Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 1.2. Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting: 1.2.1. voor het op aanvraag omwisselen van een container, per keer € 19,00 Onder "omwisselen van een container" wordt mede verstaan: het ter beschikking stellen of het innemen van een extra container: Behoort bij raadsbesluit van 1 december 2008, nr. I08.8606. De griffier van Tubbergen, F.G.S. Droste.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.