Welstandsnota "Welstand Blaricum" De raad der gemeente Blaricum, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 juli 2012, gelet op artikel 12a eerste lid van de Woningwet, besluit: een welstandsnota vast te stellen, inhoudende de volgende beleidsregels die burgemeester en wethouders toepassen: Deel1Inleiding 1.1 Aanleiding, doel en opbouw van de welstandsnota Nadat enkele jaren is gewerkt met de in 2004 vastgestelde basisnota 'Welstand Blaricum', heeft in 2008 een evaluatie plaatsgehad. In dat verband is met di-verse ‘gebruikers’ van de nota gesproken: met betrokken ambtenaren en de verantwoordelijke wethouder, de Welstandscommissie, de Monumentencommissie, de architecten die werkzaam zijn in de gemeente Blaricum en met inwoners die een bouwplantraject hebben doorlopen. De bevindingen zijn bijeengebracht in de nota ‘Evaluatie welstandsbeleid gemeente Blaricum’ d.d. 13 november
(2008), niet toegelaten zijn in het beschermd dorpsgezicht. Welstandsniveau Voor het beschermd dorpsgezicht is het welstandsbeleid gericht op het be-schermen van de cultuurhistorisch waardevolle dorpse bebouwing en boerde-rijen in de bijzondere historische structuur. Algemeen De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ie-der te realiseren bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering, de kleur en het materiaalgebruik ervan, als uit-gangspunt dient te nemen. Ligging • het dorpse karakter van het gebied, met de Gooise boerderijaanleg, wordt behouden; • de gebouwen volgen in ligging de hoofdstructuur. Massa • gebouwen zijn individueel en afwisselend; • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm bestaande uit een onder-bouw van één en een enkele keer twee lagen met een hellende kap; • op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toege-voegd element of opgenomen in de hoofdmassa; • bij aanpassingen aan gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar blijven. Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en gevarieerd; • fijne detaillering wordt benadrukt in kleine elementen als gootklossen, lijsten, speklagen en sluitstenen; • traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen vormen het uitgangspunt; • wijzigingen en toevoegingen zijn in maat schaal en stijl zorgvuldig afge-stemd op het hoofdvolume. Materiaal- en kleurgebruik • het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel; • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen eventueel gecombineerd met natuursteen, pleisterwerk of houten delen; • daken zijn afgedekt met gegolfde, gebakken pannen of met natuurriet; • kozijnen, deuren en dergelijke zijn van hout; • het houtwerk is geschilderd in de voor het dorp traditionele kleuren: heldergroene luiken, licht okerkleurige kozijnen en wit en groen raam-hout. Kleine plannen In dit deelgebied zijn geen UMTS-masten toegelaten. 4.2 Gebied 2: Villagebied Beschrijving In dit gebied liggen verspreid langs wegen en paden landelijke villa's, landhui-zen en ruime middenstandswoningen. De woningen zijn veelal centraal op de kavel gesitueerd. De ligging van de gebouwen is terughoudend. Ze staan op wisselende afstand van de wegen en paden en hebben vaak een ruime onder-linge afstand op grote groene kavels die worden afgewisseld met bospercelen, open akkertjes en weilandjes. Samen met de bescheiden en tegelijkertijd zorgvuldige architectuur zorgt dit voor een landelijk en dorps karakter. De villagebieden van Blaricum lopen naadloos in de villagebieden van Laren en Huizen. De aanwezige bebouwing is individueel en afwisselend, in samenhang met de afmetingen van de kavel. Daarbij is sprake van een afwisseling in architectuur-stijlen. Elke tijdsperiode heeft sporen achtergelaten', waarmee sprake is van een enorme rijkdom aan bouwstijlen, die bovendien nog steeds verder wordt aangevuld. Relatief weinig woningen zijn per twee gekoppeld, drie of meer geschakelde woningen zijn zeldzaam in dit gebied. Vrijwel alle woningen hebben een een-voudige opbouw bestaande uit één tot twee bouwlagen en zijn vaak voorzien van een kap. Rieten kappen met een golvende noklijn en dakvoet komen daar-bij regelmatig voor. Platte daken daarentegen komen ook voor in het gebied. De architectonische uitwerking is zorgvuldig en bescheiden met ontwerpaan-dacht voor alle details. Het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel en afgestemd op het karakter van het gebied. Binnen het villagebied zijn diverse panden met een hoge cul-tuurhistorische waarde aanwezig. Het gebied kent ook enige nieuwbouw. De nieuwe bebouwing benut veelal de mogelijkheden die het bestemmingsplan ter plaatse biedt en dat leidt tot een zekere schaalvergroting van de bebouwing en minder terughoudend van uit-straling. Binnen de villagebieden van Blaricum kunnen verschillende deelgebieden on-derscheiden worden. De deelgebieden vertonen in ruimtelijke opzet sterke overeenkomsten. Naast deze overeenkomsten, hebben de deelgebieden echter ook eigen onderscheidende kenmerken ten aanzien van de situering, onder-grond en opbouw.
- Noordwestelijk deelgebied De woningen binnen het gebied vormen uitlopers van de lintbebouwing van verschillende ontsluitingsroutes, zoals de Naarderweg. De gebouwen staan op wisselende afstand van de wegen en paden en hebben vaak een ruime onder-linge afstand. De woningen hebben veelal een eenvoudige opbouw, bestaande uit één tot twee bouwlagen met een kap. Rieten kappen met een golvende noklijn en dakvoet komen daarbij regelmatig voor. In dit deelgebied komen ook enkele panden met een plat dak voor, waaronder Huis Hildebrand van Rietveld. Het gebied heeft een zeer groen en bosrijk karakter door de groene kavels en bermen, de erfafscheidingen van hagen, struiken en bomen en door het aanwezige hoogteverschil.
- Middengebied inclusief bebouwing rondom Huizerweg De oorspronkelijke uitvalswegen met lintbebouwing liggen vrijwel parallel aan de in het landschap aanwezige hoogtelijnen. Tussen de wegen met de aanwe-zige lintbebouwing is in de loop der tijd het gebied ingevuld met villa-achtige bebouwing. In vergelijking met het noordwestelijk gelegen deelgebied, heeft dit deelge-bied kleinere kavels en een hogere bebouwingsdichtheid. Aan de Huizerweg zijn naast vrijstaande woningen ook twee-onder-een-kapwoningen en enkele geschakelde woningen gesitueerd. De sfeer en opzet van de Huizerweg met kruisende wegen is vergelijkbaar met het gebied tussen de Torenlaan en de Naarderweg. De kavels in dit deel zijn echter iets minder ruim. Dit is echter inherent aan de woningtypes op deze kavels en situering als lint-bebouwing. Centraal staat het behoud van de verscheidenheid in woningtypen (vrijstaand, geschakeld, twee-aaneen) en het behoud van doorzichten of groe-ne tussenruimten tussen de bebouwing. Bijzonder in dit gebied zijn enkele woningen aan of nabij de Huizerweg, die tot stand zijn gekomen volgens een samenhangend plan uit de jaren twintig, van architect Harry Elte. Kenmerkend zijn de lage bakstenen gevels, de steile rie-ten kappen, (met gebogen kapschilden) en de roedenraampjes. Rond 1990 zijn in het gebied nabij de Torenlaan-Noolseweg-Zwaluwenweg diverse koloniehuizen gerealiseerd voor het Internationale Broederschap, een Christen-anarchistische beweging opgericht door professor Van Rees en domi-nee Kylstra. Het gaat daarbij om cottage-achtige huisjes/hutten met een hout-constructie, veelal met hout bekleed en met rieten zadeldaken. Maar er zijn ook koloniehuizen met baksteen en pannendaken. Diverse koloniehuizen zijn ontworpen door de architect Theo Rueter, zoals ‘De Weitekorrel’(Torenlaan 19) en ‘Drukkerij Vrede’ (Torenlaan 29-31).
- Deelgebied rondom Mauvezand De kavels in het deelgebied variëren in grootte en in situering en zijn niet allemaal gesitueerd aan wegen. Enkele percelen bevinden zich achter de ka-vels aan de wegen, waardoor een vrij ongestructureerd kavelpatroon is ont-staan. De variatie in wegen, verkaveling, functies, (agrarisch en recreatief) en de situering van het natuurreservaat Mauvezand, zorgen voor een afwisselend beeld in het deelgebied. Centraal staat het behoud van zowel het groene, dichtbeboste karakter van de openbare ruimte als van de particuliere kavels en het behoud van doorzichten of groene tussenruimten tussen de bebouwing.
- Zuidelijk deelgebied Dit deelgebied maakte in het verleden deel uit van het landelijk gebied en is in de loop der tijd verkaveld naar een woongebied. Het is een halfopen gebied, waardoor het deelgebied het karakter heeft van een dorpsrand. Het deelgebied vormt de overgang naar de open en vlakke polders van de Eemvallei. In het deelgebied is wonen de voornaamste functie. Centraal staat het behoud van de aanwezige doorzichten en groene tussen-ruimten tussen de woningen.
- Crailo Afzonderlijk van de rest van het gebied ligt het deelgebied Crailo. Dit deelge-bied is in het meest westelijke gedeelte van de gemeente gesitueerd, enigszins los van andere bebouwing in Blaricum. De Prins Hendriklaan is één van de toe-gangswegen van Blaricum en dit is ook te zien in het profiel van de weg: de weg heeft het uiterlijk van een groene laan. Er zijn vrijwel uitsluitend vrijstaande woningen gesitueerd op ruime kavels met een groot oppervlak. Garages zijn veelal aanwezig op de kavels. Het gehele woongebied heeft een groen karakter door een combinatie van openbaar groen en het groen op de woonkavels. Hierdoor is een groot deel van de woningen verscholen achter het "groen" en ligt uit het zicht vanaf de openbare weg. Hierbij is van belang dat de karakteristiek van het plangebied mede is ontstaan door de verschillen in bouwstijlen. In het bestemmingsplan wordt beschreven aan welke voorwaarden hekken en poorten (aan de voorzijde) moeten voldoen in het Villagebied. Daarbij kunnen hekwerken als erfafscheidingen aan de voorzijde tot 2 m hoog worden ge-bouwd, middels omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan, onder voorwaarden ten aanzien van de plaatsing en uitvoering. Een voorbeeld van deze voorwaarden is dat het hek op 1,5 m van de erfgrens wordt geplaatst. Hekken van 1 m langs de erfgrens zijn omgevingsvergunningsvrij en deze wor-den dan ook niet getoetst aan de welstandsnota (met uitzondering van de ex-cessenregeling). Verder worden ook poorten hoger dan 1 m worden getoetst, met dien verstan-de dat poorten tot 1 m omgevingsvergunningsvrij zijn en niet aan welstandscri-teria worden getoetst. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid Kwaliteit staat voorop in het villagebied, dat vanwege de architectonische waarde van veel panden uit de beginjaren van de twintigste eeuw van grote cultuurhistorische waarde is. Er is sprake van een gebouwde omgeving waarvan de architectonische waarde ver boven het gemiddelde van een Nederlands dorp uitsteekt. Deze ligt mede in het groene karakter van het gebied, maar ook in de verscheidenheid in bouwstijlen. Bij aanbouwen en wijzigingen dient de stijl en de schaal van oude panden te worden gerespecteerd, waarbij men niet verplicht is deze na te bootsen. Bij nieuwbouw dient de toon die is gezet met de kwaliteit van deze gebouwen als uitgangspunt, waarbij ook met eigentijdse middelen een kwalitatieve bijdrage aan de ruimtelijke karakteristiek kan worden geleverd. Welstandsniveau In het villagebied in Blaricum is het welstandsbeleid gericht op het verbeteren en in standhouden van de landschappelijk ingepaste bebouwing met een zorg-vuldige en bescheiden architectonische uitwerking en verschillen in toegepaste bouwstijlen. Algemeen De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ie-der te realiseren bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering, de kleur en het materiaalgebruik ervan, als uit-gangspunt dient te nemen. Ligging • het landelijke en groene karakter van het gebied behouden; • gebouwen staan vrij op de kavel en hebben een grote onderlinge af-stand. Massa • gebouwen zijn individueel en afwisselend; • gebouwen hebben een opbouw die bestaande uit een onderbouw van één tot twee lagen met een hellende kap als duidelijke beëindiging, dan wel plat afgedekt; • op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toege-voegd element of opgenomen in de hoofdmassa; • bij aanpassingen aan gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar blijven; • in het Middengebied inclusief bebouwing rondom Huizerweg is behoud van de verscheidenheid in woningtypen (vrijstaand, geschakeld, twee-aaneen) van belang. Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking is zorgvuldig, bescheiden en gevarieerd; • ontwerpaandacht voor alle details; • wijzigingen en toevoegingen zijn in maat, schaal en stijl zorgvuldig afgestemd op het hoofdvolume; • in het deelgebied Crailo wordt eenvormigheid voorkomen en worden verschillende bouwstijlen toegepast. Materiaal- en kleurgebruik • het materiaal- en kleurgebruik is ingetogen; • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen eventueel gecombineerd met natuursteen, pleisterwerk of houten delen; • daken zijn gedekt met gebakken pannen, leien, natuurriet of zink; • het houtwerk is geschilderd in gedekte kleuren, met respect voor de cultuurhistorische waarden. Kleine plannen In afwijking van de criteria voor Erf- of perceelafscheidingen, voldoen in dit deelgebied de erf- of perceelafscheidingen aan onderstaande criteria. Hekken hoger dan 1 m, met een maximum van 2 m: • Het hekwerk wordt 1,5 m terug geplaatst ten opzichte van de erfgrens. • Deze ruimte tot de erfgrens in te planten met een haag. • Geen gemetselde muren of penanten toepassen. • Een minimale transparantie van 80% toepassen. • In een gedekte, donkere kleur (zwart of donkergroen). Poorten hoger dan 1 m: • De poort wordt minimaal 1,5 m teruggeplaatst ten opzichte van de erf-grens. • De poort heeft verwantschap met de architectuur van het gebouw. • Gemetselde penanten in lijn met hekwerk (=1,5 m teruggeplaatst) mo-gen tot maximaal 2 m hoogte. • De poort minimaal 50% transparant maken. 4.3 Gebied 3: Dorp Beschrijving Aan de noordoostkant van de kern van Blaricum ligt deze kleinschalige en zorg-vuldig ontworpen uitbreiding met korte rijtjes woningen uit de jaren '20 tot '
- De seriematig gebouwde woningen in korte rijtjes hebben dezelfde zorg-vuldige architectonische uitwerking als in de rest van de kern. Samen met de ruime tuinen, heggen en grasbermen met bomen maakt dat het gebied goed aansluit bij het dorpsachtige karakter van het beschermde dorpsgezicht. De woningen hebben een eenvoudige opbouw die bestaat uit een onderbouw van één of twee lagen met een zadeldak waarbij de nokrichting overwegend evenwijdig aan de straat loopt. De Kerklaan vormt hierop een uitzondering. Herhaling en vaak ook spiegeling van de individuele woning is bij de rijen het uitgangspunt. De architectonische uitwerking is zorgvuldig en fijn. Dit wordt benadrukt in de profileringen van de kozijnen, gootklossen en windveren, de roedeverdeling in de ramen en de gemetselde lateien. Het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel. Gevels zijn van baksteen. De daken zijn gedekt met rode of donkergrijze ge-bakken pannen. Kozijnen zijn in een lichte tint geschilderd. In dit deelgebied is ook het Sportterrein Oostermeent aanwezig. Hier is sprake van de realisering van een rijhal voor de Stad en Lande Ruiters. In het bestemmingsplan wordt beschreven aan welke voorwaarden hekken en poorten (aan de voorzijde) moeten voldoen in dit deelgebied ‘Dorp’. Daarbij kunnen hekwerken als erfafscheidingen aan de voorzijde tot 2 m hoog worden gebouwd, middels omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmings-plan, onder voorwaarden ten aanzien van de plaatsing en uitvoering. Een voor-beeld van deze voorwaarden is dat het hek op 1,5 m van de erfgrens wordt geplaatst. Hekken van 1 m langs de erfgrens zijn omgevingsvergunningsvrij en deze worden dan ook niet getoetst aan de welstandsnota (met uitzondering van de excessenregeling). Verder worden ook poorten hoger dan 1 m worden getoetst, met dien verstan-de dat poorten tot 1 m omgevingsvergunningsvrij zijn en niet aan welstandscri-teria worden getoetst. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De kwaliteit van dit kleinschalige gebied zit in de zorgvuldige en fijne archi-tectuur van de seriematige woningen. Op-, aan- en uitbouwen dienen zorgvul-dig ingepast te worden in de op herhaling gebaseerde architectuur. De stijl van de panden dient daarbij te worden gerespecteerd. Welstandsniveau In de kleinschalige seriematige uitbreidingen van het dorp in Blaricum met zijn zorgvuldige en fijne architectonische uitwerking is het welstandsbeleid gericht op het verbeteren en in stand houden van deze karakteristieken. Algemeen De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ie-der te realiseren bouwwerk. Dat wil zeggen, dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering, de kleur en het materiaalgebruik ervan, als uit-gangspunt dient te nemen. Ligging • het dorpse karakter van het gebied behouden; • de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel; • woningen zijn georiënteerd op de weg. Massa • rijwoningen hebben een sterke onderlinge samenhang; • gebouwen hebben een opbouw die bestaande uit een onderbouw van één tot twee lagen met een zadeldak; • op-, aan- en uitbouwen zijn bij voorkeur per woningtype van hetzelfde model; • bijgebouwen zijn ondergeschikt. Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en fijn; • de fijne detaillering wordt benadrukt in kleine elementen als gootklos-sen, gemetselde lateien en roedeverdelingen; • wijzigingen en toevoegingen zijn in stijl en afwerking afgestemd op het hoofdvolume. Materiaal- en kleurgebruik • het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel en per rij in samenhang; • gevels zijn van baksteen; • hellende daken zijn voorzien van rode of donkergrijze gebakken pan-nen; • kozijnen zijn bij voorkeur van hout en geschilderd in een lichte tint; Kleine plannen In afwijking van de criteria voor Erf- of perceelafscheidingen, voldoen in dit deelgebied de erf- of perceelafscheidingen aan onderstaande criteria. Hekken hoger dan 1 m, met een maximum van 2 m: • Het hekwerk wordt 1,5 m terug geplaatst ten opzichte van de erfgrens. • Deze ruimte tot de erfgrens in te planten met een haag. • Geen gemetselde muren of penanten toepassen. • Een minimale transparantie van 80% toepassen. • In een gedekte, donkere kleur (zwart of donkergroen). Poorten hoger dan 1 m • De poort wordt minimaal 1,5 m teruggeplaatst ten opzichte van de erf-grens. • De poort heeft verwantschap met de architectuur van het gebouw. • Gemetselde penanten in lijn met hekwerk (=1,5 m teruggeplaatst) mo-gen tot maximaal 2 m hoogte. • De poort minimaal 50% transparant maken. 4.4 Gebied 4: Bijvanck en de Bouwvenen Beschrijving Bijvanck is een grote uitbreidingswijk uit de jaren '70 waarvan een deel in de gemeente Huizen ligt. Beide delen sluiten naadloos op elkaar aan. De ruimtelijke opbouw is typerend voor die tijd, een groene wijk met een bijna hiërarchieloos stratenpatroon. De wijk bestaat uit woonbuurten die ge-groepeerd rondom het centrumgebied zijn gelegen. Het centrumgebied vormt zowel ruimtelijk als functioneel het hart van de wijk. Om het centrumgebied Bijvanck dienst te laten doen als wijkcentrum voor een groter gebied, is her-structurering van het gebied gewenst. De woonbuurten worden onderling door de groenstructuur van elkaar geschei-den. De verschillende clusters binnen de woonbuurten bestaan steeds uit één woningtype van eenzelfde architectuur. Elk cluster vormt als het ware een compositie, terwijl verschillende clusters samen ook weer zorgvuldig in elkaar grijpen tot een woonbuurt. De meeste woningen bestaan uit twee bouwlagen met kap. De woningen hebben niet altijd een duidelijke voor- of achterzijde. Dit is mede het gevolg van diepe voortuinen die vaak afgeschermd zijn door hoge hagen. Veel achtertuinen van de woningen grenzen aan de openbare weg of openbare ruimte. De woningen staan veelal in een gestaffelde of rechte rooilijn die de contouren van de wegen volgt. Dit is een typische karakteristiek van deze wijk. Bij de grondgebonden woningen is sprake van afwisselende kapvormen en dak-vlakken. Regelmatig zijn voorts uitbouwen, bergingen en carports onder een doorlopende kap opgenomen aan de voorzijde van de woningen. Op een aantal plaatsen verspringen de rooilijnen (zoals aan de Stobbe) waardoor aan de voorzijde van de woning, in plaats van aan de achterzijde, de grootste buiten-ruimte aanwezig is (diepe voortuinen). Niet alleen bij deze verspringingen, maar ook in enkele clusters komen deze grote diepe voortuinen voor (zoals aan de Koggewagen of Veurhuis). De woningen die rond de Stern, Karekiet en de Maten zijn gelegen, zijn zoge-naamde kwadrantwoningen. Dit woningtype bestaat uit een kubusvormige basis met daarin vier woningen. De (zij)tuinen van de woningen zijn rondom de wo-ning gelegen en worden door groenstroken gescheiden van de weg. De tuinen zijn niet zo diep (gemiddeld 3 m-6 m), waardoor er weinig ruimte is voor uit-breiding van de woning of voor bijgebouwen. Omdat er weinig ruimte is en die ruimte bovendien overal grenst aan openbaar gebied, zijn er beperkte moge-lijkheden voor erfbebouwing. Uitzondering op de grondgebonden woningen zijn de flatgebouwen langs de ontsluitingsroute Viersloot, 't Uilebord en de Noord, (nabij het winkelcentrum). De flatgebouwen hebben vier bouwlagen en zijn opgetopt. Kapvormen De diversiteit aan kapvormen in de Bijvanck bestaat uit zadeldaken, afgeknot-te zadeldaken, dwarskappen en lessenaarsdaken. Platte daken komen uitslui-tend bij de flatgebouwen aan de Uilebord en de Noord voor en bij de woningen aan de Wetering. De dakvlakken lopen vaak door over de aanbou-wen/bergingen aan zowel de voor- als de achterzijde of over carports en gara-ges. Ook is er regelmatig sprake van asymmetrische dakvlakken. De diversiteit in kapvormen en de manier waarop deze doorlopen zijn gerelateerd aan de clustering van de woningen. De diversiteit is karakteristiek voor de Bijvanck en hangt sterk samen met tijdsgeest waarin de wijk is gebouwd. Het is een kwali-teit van de wijk die behouden moet blijven. Erfbebouwing De grote diversiteit aan woningtypen en hoe deze op het perceel geplaatst zijn, zorgt ervoor dat er ook een grote diversiteit aan erfbebouwing (aan- en uitbouwen, bijgebouwen) is en kan ontstaan. In het bestemmingsplan is veelal aan één zijde van de woning, doorgaans de gevel waar de entree is, de moge-lijkheid voor het oprichten van erfbebouwing opgenomen. Het gaat dan met name om uitbreidingen van de woningen in de vorm van aan- en uitbouwen (één bouwlaag, met eventueel een kap) en bijgebouwen (bijvoorbeeld een schuurtje). De Bouwvenen De Bouwvenen is een op zichzelf staand en deels autovrij buurtje met een groen binnengebied aan de zuidoostkant van de kern van Blaricum. De ontslui-ting en het parkeergelegenheid ligt aan de buitenrand van de buurt. De woningen in deze uitbreidingswijken zijn gegroepeerd in buurtjes en heb-ben niet altijd een duidelijk onderscheid tussen achter- en voorzijde. Veel achtertuinen grenzen aan de openbare weg of openbare ruimte. De woningen staan in een rechte of gestaffelde rooilijn. De overheersende opbouw is twee lagen met kap. De woningen zijn eenvoudig tot gedifferenti-eerd van opzet waarbij afwisselende dakvlakken en vooruitbouwen, bergingen en carports onder een doorlopende kap voorkomen. De detaillering is zorgvul-dig en in het algemeen eenvoudig. Gevels zijn van baksteen veelal in combinatie met plaatmateriaal of houten delen. Daken zijn gedekt met gebakken pannen. Het kleurgebruik is terughou-dend. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid Behouden van herhaling van dezelfde woning per erf is het uitgangspunt. De afwisselende openbare ruimte die tevens een functie heeft als verblijfsruimte is het meest van belang voor deze wijken. De afwisselende plaatsing en veelal gedifferentieerde opbouw van de woningen versterken dit beeld. Met name bij de woningen die gedifferentieerd van opbouw zijn hebben kleine wijzigingen en toevoegingen een beperkte invloed op het beeld. Met name aan de zijde die in het zicht ligt dienen op-, aan- en uitbouwen goed ingepast worden in stijl van de panden en de op herhaling gebaseerde architectuur. Welstandsniveau Het welstandsbeleid voor deze uitbreidingswijk is gericht op het handhaven van de afwisseling van buurten, herhaling van woningen en zorgvuldige archi-tectonische uitwerking. Algemeen De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ie-der te realiseren bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering, de kleur en het materiaalgebruik ervan, als uit-gangspunt dient te nemen. Ligging • woningen maken deel uit van een ontworpen stedenbouwkundig pa-troon; • de individuele woning binnen een cluster of blok is deel van het geheel en voegt zich hier naar; • rooilijnen zijn per cluster in samenhang. Massa • woningen hebben in principe per cluster dezelfde opbouw; • de opbouw van de woningen bestaat uit een onderbouw van één tot twee lagen met een (asymmetrisch) zadeldak, maar ook plat afgedekt komt voor; • bijgebouwen en op-, aan- en uitbouwen zijn bij voorkeur per cluster van hetzelfde model. Architectonische uitwerking • ontwerpaandacht voor alle details; • herhaling in het cluster is leidraad voor het woningontwerp; • wijzigingen en toevoegingen zijn in stijl en afwerking afgestemd op de architectuur van het hoofdvolume. Materiaal- en kleurgebruik • materiaal- en kleurgebruik is per cluster in samenhang; • het kleurgebruik is terughoudend. Kleine plannen In afwijking van de criteria voor Aan- of uitbouwen, voldoen in dit deelgebied de aan- of uitbouwen aan de achtergevel en de niet openbaar gelegen zijgevel aan onderstaande criteria. - aan- of uitbouwen aan de achterzijde mogen in de perceelsgrens worden gebouwd. In afwijking van de criteria voor Bijgebouwen of overkappingen, voldoen in dit deelgebied de bijgebouwen of overkappingen in het achtererfgebied aan on-derstaande criteria. - bijgebouwen of overkappingen aan de achterzijde mogen in de per-ceelsgrens worden gebouwd. In afwijking van de criteria voor Dakkapellen, voldoen in dit deelgebied de dakkapellen in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied ge-keerd zijdakvlak aan onderstaande criteria. - hoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, min-der dan 1,5 m. In afwijking van de criteria Erf- of perceelsafscheidingen, voldoet in het (deel)gebied Bijvanck de erf- of perceelsafscheidingen aan de onderstaande criteria: - erf- of perceelsafscheidingen aan de achterzijde mogen in de perceels-grens worden gebouwd. 4.5 Gebied 5: Ter Gooiziekenhuis locatie Blaricum Beschrijving Aan de zuidzijde van de Prins Hendriklaan, in het meest westelijke puntje van de gemeente, is het Ter Gooiziekenhuis locatie Blaricum gesitueerd. Behalve een ziekenhuis, bevindt zich hier ook een huisartsenpost en een apotheek. Dit complex is gelegen nabij de A1 en bestaat uit samengestelde blokvormige volumes met een sterke horizontale geleding. De verschillende volumes waar het gebouw uit bestaat zijn afwisselend van hoogte variërend. De entree en trappenhuizen zijn verbijzonderd en vormgegeven als aparte volumes of voor-zien van een nadrukkelijke luifel. De architectonische uitwerking is sober. Het complex heeft een doorlopende gevelritmiek met een sterke horizontale gele-ding. De zandkleurige bakstenen gevels worden in hoogte afgewisseld door doorlopende horizontale raambanden. De daken zijn plat. Het omliggende terrein is groen en glooiend en heeft zorgvuldig ingepaste parkeerplaatsen. De groene rand rondom het complex en de situering van de entree zorgt ervoor dat het ziekenhuis vanaf de Prins Hendriklaan vrijwel niet waarneembaar is. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De waarde van de gebouwen op dit terrein is vooral gelegen in het functionele aspect. Gezien de groene rand rondom zal de inzet voor het welstandsbeleid zijn gericht op de hoofdverschijningsvorm, een terughoudende vormgeving en kleurstelling en een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Het Ter Gooizie-kenhuis locatie Blaricum heeft het voornemen uit te breiden en de parkeer-voorzieningen te reorganiseren, waarbij tevens een natuurbrug wordt gerealiseerd . Welstandsniveau Handhaven van de karakteristieken van de complexmatige bebouwing van het Ter Gooiziekenhuis locatie Blaricum is uitgangspunt van het welstandsbeleid. Algemeen De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ie-der te realiseren bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering, de kleur en het materiaalgebruik ervan als uit-gangspunt dient te nemen. Ligging • het groene karakter van het gebied behouden; • gebouwdelen vormen een samenhangende compositie; • bebouwing staat vrij op het terrein; • bij wijzigingen en toevoegingen aansluiten op oriëntatie en ontsluiting. Massa • bouwmassa's zijn gevarieerd en eenvoudig van opbouw; • bouwmassa's hebben een sterke onderlinge samenhang; • entreepartijen en trappenhuizen zijn vormgegeven als accenten. Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking is sober; • gevels hebben een sterke horizontale geleding; • de hoofdmassa heeft een doorlopende gevelritmiek; • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume. Materiaal- en kleurgebruik • het materiaal- en kleurgebruik is terughoudend. 4.6 Gebied 6: Blaricummermeent Ontwikkeling en beleid In 2004 heeft de gemeenteraad het Integraal Programma van Eisen voor de Blaricummermeent (inclusief een aantal amendementen) vastgesteld. Vervol-gens is begin 2005 de Ontwikkelingsvisie De Blaricummermeent opgesteld. Eén van de producten uit het in 2005 vastgestelde Masterplan De Blaricummer-meent is het 'Kwaliteitsinstrumentarium', waarin de kwaliteitsbeschrijving van het plan (productkwaliteit) en de kwaliteitsbewaking van het planproces (pro-ceskwaliteit) zijn vastgelegd. Het Kwaliteitsinstrumentarium is per deelplan verder uitgewerkt in zogenaamde Kwaliteitshandboeken, waarbij het in het geval van het Businesspark om een Beeldkwaliteitsplan gaat. Verder is de hoofdstructuur ook in het bestemmingsplan Blaricummermeent Werkdorp vast-gelegd. Beschrijving woon(woonwerk)gebied Binnen de Blaricummermeent is een zo groot mogelijke diversiteit in eenheid nagestreefd. De eenheid is gezocht in het materiaalgebruik, de diversiteit in onder andere kapvormen en verspringende rooilijnen. In het noordelijke deel van het gebied (deelgebied Delta) is eigentijds gebouwd, het merendeel van de woningen (circa 75%) heeft platte daken. In het zuidelijke deel (deelgebied Stroom) is klassieker gebouwd, daar heeft het merendeel van de woningen (circa 75%) kappen. De richting van de verkaveling volgt de oude verkavelings-structuur. De rijtjeshuizen en twee-onder-éénkapwoningen lopen mee in de lijn van de verkaveling. De vrijstaande typen zijn zo veel mogelijk op de zon georiën-teerd. Om te voorkomen dat er lange monotone rijen van dezelfde woningen ontstaan, is gevarieerd in de dakhoogte en in kappen. Kleine variaties in de-taillering bij twee-onder-één-kap-woningen en vrijstaande woningen geven identiteit aan de woning. Appartementengebouwen zijn geïnspireerd op de villa. Villa's vormen een con-sistent bouwvolume, zo mogelijk samengesteld uit verschillende deelvolumen. Deelvolumen en kappen vormen een eenheid. Repetitie van gevelopeningen (loggia's et cetera) in de gevel is tot een minimum beperkt. Villa's hebben maximaal één centrale entree. De architectuur van de apparte-menten moet passen bij het dorpse karakter. Alle woningen, met uitzondering van de appartementen, zijn ontsloten aan de woonstraten. Het is van belang dat woningen die grenzen aan structuurdra-gers, zoals de rivier en de lanen (Stroomzijde, Deltazijde en Floris V Dreef) een representatieve zijde hebben aan de kant van het structuurdragende ele-ment. Materiaal en kleur woon(woonwerk)gebied De collectieve beeldkenmerken voor de bebouwing in de Blaricummermeent worden gevormd door materiaal-/kleurkeuzes en -uitsluitingen. Deze kenmer-ken gelden voor 90% van de woon(woonwerk)bebouwing. Van de bebouwing kan 10% zich aan deze beeldkwaliteitskenmerken onttrekken. Dit zijn de disso-nanten, bedoeld om een spanning in het bebouwingsbeeld te bereiken. De materialen die gebruikt worden hebben een natuurlijke uitstraling en kleur. Te denken valt aan baksteen, hout, zink, natuursteen et cetera. Voor 90% van de bebouwing is baksteen het basismateriaal voor de gevel. De kleur kan geko-zen worden uit een kleurschema, waarbij witte en gele bakstenen zijn uitge-sloten. Van de bebouwing bestaat 10% niet uit baksteen, maar een afwijkend materiaal dat wel voldoet aan de duurzaamheidseisen. Daken: In deelgebied Stroom is circa 75% van de woon(woonwerk)bebouwing uitgerust met een kapconstructie die donker is van kleur, bijvoorbeeld met zwarte of antracietkleurige pannen of met een leien, zinken of rieten dakbe-dekking. Circa 25% heeft platte daken. In deelgebied Delta is het percentage omgekeerd: circa 75% van de bebouwing heeft daar platte daken en circa 25% heeft kappen. Gevels: Aandachtspunt zijn de openingen in de gevel: deze dienen niet te klein te zijn. Gevel- en gevel/dakopeningen komen beter tot hun recht als kozijnen een terughoudende kleur hebben. Kozijnen zijn daarom bij voorkeur donker van kleur. De kozijnen worden bij voorkeur gemaakt van hout of aluminium, niet van kunststof. De Blaricummermeent streeft een origineel kwaliteitsdoel na. In het plange-bied is daarom geen ruimte voor 'boerderettes' en retro (het nabouwen van oudere bouwstijlen). Wel kunnen bestaande bouwstijlen worden gebruikt als inspiratie voor hedendaagse en originele architectuur. Beschrijving Businesspark Het businesspark is een groen bedrijvenpark in een campusachtige setting. Het businesspark biedt ruimte voor kantoorvilla’s, bedrijfsverzamelgebouwen en bedrijfsgebouwen met een hal. Langs de A27 bevinden zich vooral grote be-drijfspanden met hal en de grote kantoorvilla’s. Deze zijn deels geïntegreerd in een geluidswand. Grenzend aan het woongebied en de rivier bevinden zich hoofdzakelijk kleinschalige kantoorvilla’s. De bouwvolumes zijn maximaal vier lagen hoog. Materiaal en kleur Businesspark Het kwaliteitsniveau is hoog en sluit daarmee aan bij de woongebieden in de Blaricummermeent. Het in juli 2011 door B&W vastgestelde beeldkwaliteits-plan BusinessPark27 beschrijft op welke manier dit kwaliteitsniveau kan wor-den behaald. Het beeldkwaliteitsplan geldt als uitgangspunt. Er is ruimte voor dialoog met het Supervisieteam De Blaricummermeent en de welstandscom-missie over de wijze waarop het kwaliteitsniveau kan worden behaald. Het businesspark dient in totaal een kwaliteit uit te stralen door terughouden-de, sprekende gebouwen, niet door gebouwen die individueel roepen om aan-dacht. Er worden overwegend natuurlijke materialen gebruikt, die mooi verouderen, zoals natuursteen, hout, glas, begroeide gevels et cetera en met natuurlijke kleuren. Reclame-uitingen vormen een integraal onderdeel van de architectuur. Waardebepaling Kwaliteit is gecreëerd door diversiteit in architectuur en woningtypologie en eenheid in materiaalgebruik. Het Supervisieteam De Blaricummermeent beoor-deelt plannen en concepten samen met de procesmanager (c.q. projectlei-ding), en adviseert de procesmanager wanneer deze aan de welstandscommissie kunnen worden voorgelegd. Het Supervisieteam bereidt discussies voor en bewaakt het niveau daarvan. Welstandsniveau In De Blaricummermeent is het welstandsbeleid gericht op het creëren van diversiteit in architectuur en eenheid in materiaalgebruik: ‘eenheid in ver-scheidenheid’. Algemeen De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ie-der te realiseren bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering, de kleur en het materiaalgebruik ervan, als uit-gangspunt dient te nemen. Ligging • woningen en appartementen maken deel uit van een ontworpen steden-bouwkundig patroon; • gebouwen zijn in het algemeen georiënteerd op de weg; • rooilijnen zijn per cluster in samenhang. Massa • woningen en appartementen hebben in principe per cluster dezelfde opbouw; • gebouwen hebben een opbouw die bestaande uit een onderbouw van één tot twee lagen met een hellende kap als duidelijke beëindiging, dan wel zijn plat afgedekt; • op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toege-voegd element of opgenomen in de hoofdmassa; • de openingen in de gevel dienen niet te klein te zijn. Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en gevarieerd; • ontwerpaandacht voor alle details; • wijzigingen en toevoegingen zijn in maat, schaal en stijl zorgvuldig afgestemd op het hoofdvolume; • voor wat betreft de bedrijven, vormen reclame-uitingen een integraal onderdeel van de architectuur. Dat geldt zowel aan de binnenzijde van het businesspark, als aan de zijde van de A
- Materiaal- en kleurgebruik • materiaal- en kleurgebruik is per cluster in samenhang; • het materiaal- en kleurgebruik heeft een natuurlijke uitstraling, zoals baksteen, hout, zink en natuursteen; • gevels van woningen en appartementen zijn in hoofdzaak van baksteen: witte en gele baksteen zijn uitgesloten; • gevels van bedrijven zijn in hoofdzaak van baksteen, hout en glas met natuurlijke kleuren; • van de woonbebouwing bestaat 10% niet uit baksteen, maar uit een afwijkend materiaal; • daken, voor zover niet plat, zijn gedekt met gebakken pannen die don-ker zijn van kleur, bijvoorbeeld met zwarte of antracietkleurige pannen of met een leien, zinken of rieten dakbedekking; • het houtwerk is geschilderd in donkere kleuren. De kozijnen worden niet van kunststof gemaakt. 4.7 Gebied 7: Buitengebied Beschrijving Het buitengebied van de gemeente bestaat uit meerdere delen, waar weinig bebouwing staat. Deels betreft het agrarische gronden, zoals polder De Kam-pen, ten oosten van de A
- Dit is een grootschalig weidegebied waarbij be-halve de boerderij de Meenthorst verspreid enkele schuurtjes en stallen staan, waarvan de kwaliteit vanuit welstand gezien vraagtekens oproept. Direct ten westen van de Goyergracht Noord, tegen de gemeentegrens is even-eens sprake van agrarische gronden, waarbij aan de kant van de Eemnesserweg verspreide bebouwing aanwezig is. De Blaricummer Eng is van oudsher in gebruik als akkerbouwgrond. Nu wordt er boekweit, rogge en maïs geteeld en is het gebied gemengd met bos. Aan de randen staat enige bebouwing. Zo bevinden zich een camping, een onlangs uitgebreide begraafplaats en een woonwagenlocatie in het gebied. Daarnaast gaat het in de gemeente Blaricum om bos- en natuurgebieden, zoals de Groeve Oostermeent en de Blaricummerheide. Tevens is aan de noordkant het Strand Voorland Stichtsebrug aanwezig, met een recreatieve betekenis voor de watersport. De nu aanwezige bebouwing is bescheiden van schaal, eenvoudig van opzet en architectonische uitwerking. Het terughoudend materiaal- en kleurgebruik maakt dat het past in de landelijke omgeving Waardebepaling, ontwikkeling en beleid Het buitengebied heeft een waardevol landschappelijk karakter en kent niet of nauwelijks bebouwing. Eemmeer is een stiltegebied en is deels niet toeganke-lijk. Het gebied heeft belangrijke natuurwaarde. Bouwen is nauwelijks toege-staan. Aanvullend beleid In delen van het buitengebied zijn, conform de Beleidsnota Antenne-installaties, Blaricum
(2008), geen UMTS-masten toegelaten. Welstandsniveau Handhaven van de karakteristieken van de bebouwing met zijn eenvoudige opzet en terughoudend materiaal- en kleurgebruik is de inzet voor het wel-standsbeleid. Algemeen De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ie-der te realiseren bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering, de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering, de kleur en het materiaalgebruik ervan, als uit-gangspunt dient te nemen. Ligging • het groene en landschappelijke karakter van het gebied behouden; • gebouwen liggen vrij op het kavel. Massa • gebouwen zijn individueel; • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm. Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en terughoudend; • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstem-men op het hoofdvolume. Materiaal- en kleurgebruik • het materiaal- en kleurgebruik is terughoudend. Kleine plannen In de landschappelijk waardevolle gebieden, open gebieden en beeldbepalende gebieden (De Kampen, Warandapark, Gooisch Natuurreservaat), de bescherm-de natuurgebieden (Blaricummerheide, ’t Harde, Warandapark) en de natuur-beschermingsgebieden binnen dit deelgebied zijn geen UMTS-masten toegelaten. Deel5Objectgerichte welstandscriteria In deze paragraaf worden de objectgerichte welstandscriteria genoemd voor bouwwerken die zo specifiek zijn dat ze, ongeacht het gebied waarin ze worden geplaatst, een eigen serie welstandscriteria vergen. De opzet van deze objectgerichte beoordelingskaders is vergelijkbaar met de gebiedsgerichte beoordelingskaders. Ook hierbij gaat het steeds om 'relatieve' welstandscriteria. De bouwplannen worden via de rayonarchitect zonodig aan de welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling de criteria interpreteert in het licht van het concrete bouwplan (dit in tegenstelling tot de criteria voor de kleine plannen in het volgende hoofdstuk, die vrijwel 'absoluut' zijn). Ook voor de specifieke bouwwerken is het vaststellen van het welstandsniveau van belang. Het moet aansluiten bij het gehanteerde ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen. In theorie zijn voor de specifieke bouw-werken vier welstandsniveaus mogelijk: 'beschermen' bij de beschermde objecten, dat wil zeggen de door het Rijk, de provincie of de gemeente aan-gewezen monumenten, 'verbeteren' bij de welstandsobjecten waarbij extra inspanning ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit gewenst is, 'handhaven' de welstandsobjecten waarbij de basiskwaliteit moet worden gehandhaafd en 'vrij' bij de welstandsvrije objecten. Hoe hoger het welstandsniveau hoe hoger de gewenste kwaliteit. 5.1 Langhuisboerderijen Beschrijving De langhuisboerderijen in Blaricum staan voornamelijk in de kern van het dorp en de gebieden met verspreide bebouwing eromheen. De boerderijen zijn af-wisselend en georiënteerd op de weg, hoewel de voorgevel niet altijd evenwij-dig aan de weg staat. Ze hebben een traditionele en eenvoudige opbouw van één laag met kap. De architectonische uitwerking is doelmatig, zeer zorgvuldig en gevarieerd. Het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel. Vrijwel alle boerderijen in Blaricum zijn van het type langhuisboerderij en, waarbij er deuren in de zijgevels zijn gelegen. De onderste daklijn is meestal ter plaatse van deze deuren (zijbaander) verhoogd. In vele gevallen is de noklijn van de stallen lager dan de van het woongedeelte. Het woongedeelte heeft ook een rijkere architectonische uitwerking. De daken zijn gedekt met gebakken pannen of natuurriet. De vensters zijn klein en onderverdeeld met roeden. Op de erven komen bijgebouwen als schu-ren en hooibergen voor. Hulst- en meidoornhagen dienen ook nu nog veelal als erfafscheiding. De grote en nieuwere langhuisboerderijen uit de late 19e en begin 20e eeuw zijn strakker vormgegeven dan de oudere boerderijen: rechthoekige langhuisboerderijen met doorgaande zadeldaken, gedekt met pannen. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid Behoud van de uiterlijke vorm is het kernwoord voor het welstandsbeleid voor de langhuisboerderijen van Blaricum. Daarnaast is de maat, schaal en vorm van de gevelinvullingen van belang. De terughoudende maar tegelijkertijd zorgvuldige architectuur van deze historische bebouwing is een belangrijke kwaliteit in het dorpsbeeld. Aanpassingen en nieuwbouw dienen op een vergelijkbaar niveau te worden uitgevoerd. Welstandsniveau Voor de cultuurhistorisch waardevolle langhuisboerderijen in Blaricum is het welstandsbeleid gericht op het verbeteren en in stand houden van de karakteristieken van deze objecten. Ligging • het dorpse karakter van het gebied behouden, daarbij is een heldere ordening van verschillende gebouwen en traditionele erfbeplanting op het erf belangrijk; • per kavel is er één hoofdmassa; • de gebouwen volgen in ligging grofweg de hoofdstructuur. Massa • panden zijn individueel en afwisselend; • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm waarbij het woongedeelte veelal hoger is dan het achterhuis (stalgedeelte); • gebouwen hebben een opbouw bestaande uit een onderbouw van één en laag met een zadeldak; • zijgevels hebben kleine vensters en eventueel staldeuren; • op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toege-voegd element of opgenomen in de hoofdmassa; • bij aanpassingen aan gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar blijven. Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en gevarieerd; • het verschil tussen voorhuis en achterhuis (stalgedeelte) van het hoofd-gebouw in architectonische uitwerking benadrukken; • fijne detaillering wordt benadrukt in kleine elementen als kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren, raamhout en roedeverdeling; • traditioneel Hollandse houten kozijnen en raamhout en profileringen vormen het uitgangspunt; • bijgebouwen als schuren zijn eenvoudiger maar net zo zorgvuldig gede-tailleerd als de hoofdmassa; • wijzigingen en toevoegingen zijn in maat schaal en stijl zorgvuldig afge-stemd op het hoofdvolume. Materiaal- en kleurgebruik • het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel; • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen eventueel gecombineerd met pleisterwerk of houten delen; • daken zijn afgedekt met gebakken pannen of met natuurriet; • het houtwerk is geschilderd in traditionele kleuren als bijvoorbeeld groen voor deuren en luiken, licht oker voor kozijnen en wit en groen voor de ramen. 5.2 Hooibergen Beschrijving De hooiberg is vanouds een agrarisch bedrijfsgebouw voor de opslag van hooi en granen. Maar ook een wijkplaats voor dieren. In Blaricum komen enkele hooibergen voor en dat zijn vooral hooibergen met vier roeden (staanders) gebouwd, al komen ook andere vormen voor. Oorspronkelijk waren de roeden vierkant en van eikenhout. Later werden de roeden ook van beton of ijzer gemaakt en werden ook ronde roeden toegepast. Er is bij een hooiberg sprake van een verstelbaar dak, met een hijsmechanisme. Van oudsher betreft het vooral hooibergen met een rieten kap. Bij latere aanpassingen en nieuwe hooibergen zijn veelvuldig zinken golfplaten toegepast. De hooiberg mag zijwanden hebben tot een hoogte van maximaal 3 m. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid Behoud van de uiterlijke vorm is het kernwoord voor het welstandsbeleid voor de hooibergen van Blaricum. Aanpassingen en nieuwbouw dienen op een vergelijkbaar niveau te worden uitgevoerd. Welstandsniveau Voor de cultuurhistorisch waardevolle hooibergen in Blaricum is het welstandsbeleid gericht op het verbeteren en in stand houden van de karakteristieken van deze objecten. Ligging • de hooibergen liggen op het (voormalige) erf, achter de brandmuur van de boerderij. Massa • de hoofdvorm is vierkant, rechthoekig of een andere veelhoek. Architectonische uitwerking • de roeden vormen een herkenbaar onderdeel van het bouwwerk; • zijwanden hebben een maximale hoogte van 3 m. Materiaal- en kleurgebruik • de roeden worden in hout, ijzer of beton uitgevoerd; • de zijwanden worden in hout en met een donkere kleurstelling uitge-voerd; • het dakvlak wordt in riet of een ander materiaal in grijze of donkere tint uitgevoerd. 5.3 Beeldbepalende panden Beschrijving Blaricum kent een rijksbeschermd dorpsgezicht en een groot aantal rijks- en gemeentelijke monumenten. Via de Monumentenwet 1988 en de gemeentelijke monumentenverordening is verbouwing en sloop van deze panden gereguleerd en worden de belangen vanuit het oogpunt van cultuurhistorie en monumentenzorg meegewogen. Het doel van deze bescherming is de instandhouding van monumentale en cultuurhistorische waarden. Naast de rijks- en gemeentelijke monumenten zijn in Blaricum veel beeldbepalende panden die niet in aanmerking komen om te worden aangewezen als monument, maar wel bijdragen aan de specifieke beeldkwaliteit van het dorp-se karakter van Blaricum. Deze beeldbepalende panden zijn panden die door een combinatie van architectonische kwaliteit en hun plaats in de stedenbouwkundige structuur, een belangrijke bijdrage leveren aan het dorpsbeeld. In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van de betreffende beeldbepalende panden (situatie april 2012). Van al die panden zijn redengevende beschrijvin-gen beschikbaar. Die beschrijvingen zijn opgenomen in een separate bijlage (‘Beeldbepalende bouwwerken en beeldondersteunende zaken’). De raad heeft aangegeven dat een betere bescherming van de beeldbepalende panden gewenst is. In dit kader is in 2012 de Beleidsnota Beeldbepalende panden Blaricum 2012 door de raad vastgesteld. De bescherming voor de beeldbepalende panden wordt geregeld via de opname van deze panden in de bestemmingsplannen en de welstandsnota. In onderhavige welstandsnota zijn voor de individuele beeldbepalende panden objectgerichte criteria opgenomen. Deze zijn door middel van redengevende beschrijvingen van de beeldbepalende panden opgenomen in de separate bijlage ‘Beeldbepalende bouwwerken en beeldondersteunende zaken’. De objectgerichte criteria dienen als toetsingskader bij omgevingsvergunningsverlening. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid Behoud van de uiterlijke vorm is het kernwoord voor het welstandsbeleid voor de beeldbepalende panden van Blaricum. Daarnaast zijn de maat, schaal en vorm van de gevelinvullingen van belang. De terughoudende maar tegelijkertijd zorgvuldige architectuur van deze cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is een belangrijke kwaliteit in het dorpsbeeld. Aanpassingen en nieuwbouw dienen op een vergelijkbaar niveau te worden uitgevoerd. Welstandsniveau Voor de cultuurhistorisch waardevolle beeldbepalende panden in Blaricum is het welstandsbeleid gericht op het verbeteren en in stand houden van de karakteristieken van deze objecten. Ligging, massa, architectonische uitwerking en materiaal- en kleurgebruik Voor wat betreft ligging, massa, architectonische uitwerking en het materiaal- en kleurgebruik van beeldbepalende panden, dient uitgegaan te worden van de bestaande situatie en de beschrijvingen van de panden op individueel niveau, zoals opgenomen in de separate bijlage ‘Beeldbepalende bouwwerken en beeldondersteunende zaken’. Deel6Criteria voor kleine plannen In dit hoofdstuk worden de criteria gegeven voor de welstandstoets van enkele veel voorkomende kleine plannen. In tegenstelling tot alle eerder beschreven relatieve welstandscriteria gaat het in dit hoofdstuk om vrijwel absolute, objectieve criteria die de planindiener vooraf maximale duidelijkheid geven. De criteria voor kleine plannen kunnen gezien worden als een verzameling stan-daard oplossingen die in elk geval geen bezwaren zullen oproepen. In het beschermde dorpsgezicht en bij de door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen beschermde monumenten, zijn de elders vergunningsvrije bouwwerken, in sommige gevallen vergunningplichtig. Dat betekent dat voor die gevallen een omgevingsvergunning voor bouwen moet worden aangevraagd. Criteria voor kleine plannen zijn gegeven voor: • aan- of uitbouwen; • bijgebouwen of overkappingen; • dakkapellen; • kozijn- of gevelwijzigingen; • erf- of perceelafscheidingen; • reclame-uitingen; • UMTS-masten. Indien een bouwwerk dat valt onder de bovengenoemde categorieën niet omgevingsvergunningsvrij is moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. In dat geval treedt het bestemmingsplan in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Als het bouwplan past binnen het bestemmingsplan wordt het bouwplan door de rayonarchitect/de welstandscommissie of door een daartoe bevoegd persoon getoetst. Voldoet het plan aan de criteria dan wordt een positief welstandsoordeel gegeven. Voldoet het bouwplan niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt het bouwplan uitgebreid getoetst door de welstandscommissie, gebruik makend van de gebiedsgerichte, de objectgerichte of de algemene welstandscriteria. Op deze manier kunnen omgevingsvergunningsplichtige bouwwerken bezien worden in relatie tot de context van het gebied waar het wordt geplaatst. Voorerfgebieds- en achtererfgebieds benadering Er wordt onderscheid gemaakt tussen het voorerf- en achtererfgebied. Het achtererfgebied is het erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw. Het voorerfgebied is dat deel van het erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied. Standaardplan Een aanvraag voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als deze identiek is aan een in hetzelfde bouwblok gerealiseerd bouwwerk, dat minder dan vijf jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund. Het bouwwerk voldoet ook aan redelijke eisen van welstand als het bouwwerk overeenkomstig het ontwerp van de architect is, die het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven. Informatie over de standaardplannen is verkrijgbaar bij de gemeente. Omgevingsvergunning en welstandstoetsing De toepassing van welstandstoetsing is gekoppeld aan de omgevingsvergunningsplicht voor bouwen. Onder bepaalde voorwaarden mag zonder omgevingsvergunning worden gebouwd. Deze wordt dan ook niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. In uitzonderingsgevallen, wanneer een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand kan de gemeente achteraf met behulp van de Excessenregeling ingrijpen. De eigenaar wordt dan verzocht het uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het omgevingsvergunningsvrij is. 6.1 Aan- en uitbouwen Criteria voor een aan- of uitbouw in het achtererfgebied Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij omgevingsvergunning daarvan af te wijken. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande aan- of uitbouw in hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund, of B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Maat en plaats • gebouwd aan:
- a)de oorspronkelijke achtergevel op meer dan 1 m van de weg of het openbaar groen, of
- b)een niet naar de weg of het openbaar groen gekeerde oorspron-kelijke zijgevel op meer dan 1 m van het voorerfgebied en meer dan 1 m van het naburige erf • niet hoger dan:
- a)4 m, gemeten vanaf het aansluitend terrein
- b)0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van die woning of dat woongebouw, en
- c)de woning of het woongebouw • breedte:
- a)aan tussenwoning aan de achtergevel niet breder dan de oorspronkelijke gevel
- b)aan hoekwoning aan de achtergevel niet breder dan de oorspronkelijke gevel plus maximaal 3,25 m mits meer dan 1 m van het naburige erf
- c)aan de zijgevel mag niet meer dan 2,25 m uitsteken • minder dan 3,25 m diep. Architectonische uitwerking • rechthoekig • gevelgeleding en dakvorm afgestemd op het hoofdgebouw • geen doorgetrokken dakvlakken vanaf de kap van het hoofdgebouw • materiaal- en kleurgebruik van de zichtbare delen overeenkomstig het hoofdgebouw. Aanvullende criteria • de aan- of uitbouw voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het gebiedsgerichte beoordelingskader • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Criteria voor een aan- of uitbouw in het voorerfgebied Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij omgevingsvergunning daarvan af te wijken. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande aan- of uitbouw in hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund, of B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Maat en plaats • gebouwd aan:
- a)de oorspronkelijke voorgevel op meer dan 1 m van de weg of het openbaar groen, of
- b)een naar de weg of het openbaar groen gekeerde oorspronkelijke zijgevel op meer dan 1 m van het voorerfgebied en meer dan 1 m van het naburige erf, • niet hoger dan:
- a)4 m, gemeten vanaf het aansluitend terrein
- b)0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van die woning of dat woongebouw, en
- c)de woning of het woongebouw • breedte:
- a)aan de zijgevel mag niet meer dan 2,25 m uitsteken
- b)aan de voorgevel: 40% van de gevel • diepte:
- a)aan de zijgevel minder dan 3,25 m diep
- b)aan de voorgevel minder dan 1 m diep. Architectonische uitwerking • rechthoekig; • plat afgedekt; • aan de voorgevel vormgegeven als een erker met een gemetselde borstwering; • gevelgeleding afgestemd op de gevelgeleding van het hoofdgebouw; • materiaal- en kleurgebruik van de zichtbare delen overeenkomstig het hoofdgebouw. Aanvullende criteria • de aan- of uitbouw voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het gebiedsgerichte beoordelingskader; • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de welstandscommissie. 6.2 Bijgebouwen of overkappingen Criteria voor een bijgebouw of overkapping in het achtererfgebied Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij omgevingsvergunning daarvan af te wijken. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaand bijgebouw of overkapping in hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund, of B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Maat en plaats • gebouwd op:
- a)het achtererfgebied op meer dan 1 m van de weg of het openbaar groen, tenzij geïntegreerd in de erfafscheiding, of
- b)een niet naar de weg of het openbaar groen gekeerd zijerf op meer dan 1 m van het voorerfgebied; • goot of boeibord niet hoger dan 3 m, gemeten vanaf het aansluitend terrein. Architectonische uitwerking • rechthoekig; • dakhelling overeenkomstig de dakhelling van het hoofdgebouw; • materiaal overeenkomstig het hoofdgebouw of uitgevoerd in metselwerk of hout; • kleur overeenkomstig het hoofdgebouw of uitgevoerd in donkere kleurtinten. Aanvullende criteria • deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het gebiedsgerichte beoordelingskader; • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Criteria voor een bijgebouw of overkapping in het voorerfgebied Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij omgevingsvergunning daarvan af te wijken. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaand bijgebouw of overkapping in hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund, of B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Maat en plaats • gebouwd op:
- a)het voorerfgebied op meer dan 1 m van de weg of het openbaar groen, of
- b)een naar de weg of het openbaar groen gekeerd zijerf op meer dan 1 m van het voorerfgebied en op meer dan 1 m van de weg of openbaar groen; • goot of boeibord niet hoger dan 3 m, gemeten vanaf het aansluitend terrein. Architectonische uitwerking • rechthoekig en geen opvallende details; • dakhelling overeenkomstig de dakhelling van het hoofdgebouw; • materiaal overeenkomstig het hoofdgebouw of uitgevoerd in metselwerk of hout; • kleur overeenkomstig het hoofdgebouw of uitgevoerd in donkere kleurtinten; • geen opvallend kleurgebruik; • detaillering overeenkomstig het hoofdgebouw. Aanvullende criteria • deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het gebiedsgerichte beoordelingskader; • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de welstandscommissie. 6.3 Dakkapellen Criteria voor een dakkapel in het achterdakvlak Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij omgevingsvergunning daarvan af te wijken. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande dakkapel in hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund, of B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Maat en plaats • de onderzijde meer dan 0,5 m en niet meer dan 1 m boven de dakvoet, verticaal gemeten; • hoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, minder dan 1,60 m; • bovenzijde meer dan 0,8 m onder de daknok, verticaal gemeten; • zijkanten meer dan 0,75 m van de zijkanten van het dakvlak; • de breedte is niet meer dan 70% van de breedte van het dakvlak; • de dakkapel bevindt zich niet onder of boven een andere dakkapel; • de dakkapel strekt zich maximaal uit over één verdieping; • bij meerdere dakkapellen op hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op een horizontale lijn, dus niet boven elkaar gerangschikt. Architectonische uitwerking • voorzien van een plat dak of voorzien van een aangekapte natuurrieten dak bij plaatsing op een rieten kap; • zijwanden ondoorzichtig; • materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen van de dakkapel zijn gelijk aan de gevels, kozijnen en profielen van het hoofdgebouw. Aanvullende criteria • deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria voor dakkapellen in het gebiedsgerichte beoordelingskader; • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Criteria voor een dakkapel in het voordakvlak en zijdakvlak Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij omgevingsvergunning daarvan af te wijken. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande dakkapel in hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund, of B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Maat en plaats • de onderzijde meer dan 0,5 m en niet meer dan 1 m boven de dakvoet, verticaal gemeten; • hoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, minder dan 1,3 m; • bovenzijde meer dan 1 m onder de daknok, verticaal gemeten; • zijkanten meer dan 1 m van de zijkanten van het dakvlak; • de breedte is niet meer dan 50% van de breedte van het dakvlak; • de dakkapel bevindt zich niet onder of boven een andere dakkapel; • de dakkapel strekt zich maximaal uit over één verdieping; • bij meerdere dakkapellen op hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Architectonische uitwerking • voorzien van een plat dak of voorzien van een aangekapte natuurrieten dak bij plaatsing op een rieten kap; • zijwanden ondoorzichtig; • materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen van de dakkapel zijn gelijk aan de gevels, kozijnen en profielen van het hoofdgebouw. Aanvullende criteria • deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria voor dakkapellen in het gebiedsgerichte beoordelingskader; • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de welstandscommissie. 6.4 Kozijn- of gevelwijzigingen Criteria voor een kozijn- of gevelwijziging aan de achtergevel of een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij omgevingsvergunning daarvan af te wijken. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande kozijn of gevel in het-zelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief wel-standsadvies is vergund, of B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Maat en plaats • maatvoering afgestemd op hoofdgebouw. Architectonische uitwerking • kleur- en materiaalgebruik afgestemd op de gevel. Aanvullende criteria • deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het gebiedsgerichte beoordelingskader; • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Criteria voor een kozijn- of gevelwijziging aan de voorgevel of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij omgevingsver-gunning daarvan af te wijken. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande kozijn of gevel in hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund, of B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Maat en plaats • maatvoering afgestemd op hoofdgebouw. Architectonische uitwerking • kleur- en materiaalgebruik en afgestemd op de gevel; • terughoudend met het gebruik van kunststof, alleen toepasbaar indien dimensioneringen en aansluitingen zijn afgestemd op de gevel; • detaillering afgestemd op de gevel en de kozijnen; • indien er (nog) samenhang en ritmiek aanwezig is in het straatbeeld mag dit door een incidentele gevelwijziging niet worden verstoord. Aanvullende criteria • deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het gebiedsgerichte beoordelingskader; • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de welstandscommissie. 6.5 Erf- of perceelafscheidingen Criteria voor een erf- of perceelafscheidingen Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij omgevingsver-gunning daarvan af te wijken. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande erf- of perceelafscheiding in hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief welstandsadvies is vergund, of B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: Maat en plaats • niet hoger dan 1 m, of • niet hoger dan 2 m en gebouwd:
- a)meer dan 1 m achter de voorgevelrooilijn, en
- b)meer dan 1 m van de weg of openbaar groen; • inrijhekken, toegangspoorten en looppoorten niet hoger dan 2 m. Architectonische uitwerking • de erfafscheiding, inrijhekken, toegangspoorten en looppoorten is ondergeschikt en afgestemd in vormgeving aan het hoofdgebouw of aan het doel (dragen van beplanting); • erfafscheiding hoger dan 1 m, inrijhekken, toegangspoorten en looppoorten zijn voor ten minste 50% transparant; • erfafscheiding bestaande uit dichte constructies is bij voorkeur slechts drager van (camouflerende) beplanting; • materiaal erfafscheiding overeenkomstig een eventuele aangrenzende erfafscheiding, of overeenkomstig het hoofdgebouw, of het aangrenzende hoofdgebouw of uitgevoerd in metselwerk of hout of ander natuurlijk en niet snel verwerend materiaal; • kleur van erfafscheiding, inrijhekken, toegangspoorten en looppoorten afgestemd op het hoofdgebouw, het aangrenzende hoofdgebouw of uitgevoerd in donkere kleurtinten; • geen opvallend kleurgebruik. Aanvullende criteria • deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het gebiedsgerichte beoordelingskader; • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de welstandscommissie. 6.6 Reclame-uitingen Reclame is een publieke aanprijzing van een bedrijf, een product of een dienst. Reclames op borden, lichtreclames en spandoeken of vlaggen vormen een belangrijk en beeldbepalend element van de openbare ruimte. In gebieden met commerciële functies zijn reclames op zijn plaats en verhogen ze de visuele aantrekkingskracht van de omgeving, hoewel daar een kritische grens aan verbonden is. In andere gebieden zijn (bepaalde) reclame-uitingen ongewenst. Voor de toepassing van de richtlijnen maakt het verschil in welk gebied de reclame wordt aangebracht. Er is onderscheid gemaakt tussen beschermd dorpsgezicht, winkelgebieden, woongebieden en parken / sportterreinen en landelijk gebied. Voor het plaatsen van een op de grond staande reclamezuil hoger dan 1 m en een oppervlakte van meer dan 2 m² is een omgevingsvergunning vereist. Voor de overige reclame-uitingen binnen de bebouwde kom moet een vergunning worden aangevraagd in het kader van de gemeentelijke APV. Een welstandsbe-oordeling maakt deel uit van deze vergunningenprocedure. Criteria voor reclame-uitingen aan de gevel in het beschermde dorpsgezicht Een reclame-uiting aan de voorgevel, de zijgevel of de achtergevel is ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: • reclame-uitingen zijn uitgevoerd in traditionele vormen, materialen en kleuren, zoals bijvoorbeeld uithangborden, belettering van kroonlijsten of luifels boven entree of etalagepartijen; • reclame-uitingen zijn bescheiden van maat en schaal; • reclame is op een harmonieuze manier opgenomen in de architectuur van het pand. Criteria voor reclame-uitingen aan de gevel in winkelgebieden Een reclame-uiting aan de voorgevel, de zijgevel of de achtergevel is ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: Maat en plaats • geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand plaatsvinden respectievelijk worden verkocht; • maximaal één reclame-uiting tegen de gevel en één reclame-uiting loodrecht op de gevel; • plaatsing loodrecht op, of evenwijdig en vlak aan, de gevel; • geen reclame aangebracht op bouwlagen met een woonbestemming of bouwlagen met een bedrijfsbestemming zonder publieksfunctie; • geen reclame-uitingen die het uitzicht op de openbare ruimte of het open landschap ernstig belemmeren; • indien er een afbakening is tussen de onderbouw en het bovenste ge-deelte van de gevel, bijvoorbeeld door een luifel, dan vormt deze afbakening de uiterste plaats van de reclame; • reclame op luifels mag niet hoger zijn dan de halve borstweringshoogte boven de luifel, met een maximum totale hoogte van 0,30 m; • reclame moet qua afmeting passen binnen de contouren van het gebouw; • reclame op daken en dergelijke is niet mogelijk; • horizontale reclames hebben maximaal een lengte van éénderde van de gevelbreedte; • loodrecht op de gevel staande reclames moeten afgestemd zijn op de schaal van de gevel en gezien worden in het verlengde van het vroegere uithangbord; • loodrecht op de gevel staande reclames mogen het zicht op andere panden, gezien in de langsrichting van de weg, niet belemmeren; • loodrecht op de gevel staande reclame is niet hoger dan 0,50 m en steekt niet meer dan 0,80 m uit de gevel. Architectonische uitwerking • aan de voorgevel: reclame-uiting als zelfstandig element vormgeven, waarbij de vorm, maatvoering, detailleringen en kleur zijn afgestemd op en harmoniëren met de oorspronkelijke gevel; • aan de voorgevel: de aanwezige samenhangende ritmiek mag niet worden verstoord; • reclame-uitingen waar mogelijk integreren in de architectuur en beperken tot het hoogst noodzakelijke; • grote reclame-uitingen dienen een architectonisch onderdeel te vormen van de totale compositie van de gevel; • geen mechanisch bewegende delen; • geen lichtcouranten, lichtobjecten of lichtreclame; • geen daglichtreflecterende reclame; • geen aangelichte reclame. Aanvullende criteria • deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het gebiedsgerichte beoordelingskader. Criteria voor reclame-uitingen aan de gevel in woongebieden Een reclame-uiting aan de voorgev