De raad van de gemeente Ridderkerkgelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 augustus 2008, nummer 185; gelet op artikel 6.7 van de Wet op de ruimtelijke ordening en artikel 6.1.3.3 van het Besluit op de ruimtelijke ordening; b e s l u i t : vast te stellen PROCEDUREVERORDENING VOOR ADVISERING TEGEMOETKOMING IN PLANSCHADE GEMEENTE RIDDERKERK Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade als bedoeld in artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening indient; adviseur: de door het college van Burgemeester en wethouders van gemeente Ridderkerk aan te wijzen persoon als bedoeld in artikel 6.1.1.1 onder c, Besluit ruimtelijke ordening adviescommissie: schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 3 lid 5 van deze verordening; besluit: Besluit ruimtelijke ordening. college: het college van burgemeester en wethouders; gemeente: Gemeente Ridderkerk planologische maatregel: oorzaak als bedoeld in artikel 6.1 lid 2 Wet ruimtelijke ordening planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1 lid 2 Wet ruimtelijke ordening wet: Wet ruimtelijke ordening. Artikel2.Opdrachtverstrekking Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in artikel 6.1.3.1 van het besluit verstrekt het college aan één of meerdere adviseurs gezamenlijk, opdracht om ter zake van een aanvraag advies uit te brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 van het besluit of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel3.Adviseur of adviescommissie 1.Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt door het college een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende deskundigheid inzake advisering op het gebied van planschade. 2.Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege inkomensderving en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is op het gebied van accountancy of van financieel economische bedrijfsvoering. 3.Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege waardevermindering van een onroerende zaak en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is ter zake van de waardering van onroerende zaken en van waardevermindering daarvan als gevolg van een planologische verslechtering. 4.Indien naar het oordeel van het college het tweede en het derde lid van toepassing zijn, worden zowel de in het tweede als het derde lid bedoelde adviseurs aangewezen. 5.Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze een adviescommissie, waarvan de in het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is. 6.De adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan. Artikel4.Deskundigheid en onafhankelijkheid 1.Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college verlangen dat deze aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig te zijn met betrekking tot de in artikel 3 lid 1, lid 2 of lid 3, bedoelde aspecten waarop deze persoon de aanvraag moet beoordelen. 2.Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de raad. Eveneens mag een adviseur niet betrokken zijn bij de planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft. Artikel5.Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing adviseur of adviescommissie 1.Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in artikel 2 verstrekt, stelt het college de aanvrager, eventueel andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, lid 2 en lid 3, van de wet schriftelijk op de hoogte van de aanwijzing van: een adviseur als bedoeld in artikel 3 lid 1 of meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 3, lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.