Verordening Re-integratieverordening 2009 De raad van de gemeente Veenendaal; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 maart 2009, nummer 2009.149203; overwegende dat Re-integratie van diverse doelgroepen een verantwoordelijkheid is van de gemeente en dat de wijze waarop de gemeente deze taak uitvoert moet worden vastgelegd in een verordening; gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet, de artikelen 7 en 8 en 10, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers; de EG-Verordening nr. 800/200 (groepsvrijstelling) (was tot 29 augustus 2008 onder Nr. 2204/2002 opgenomen in de Verordening Werkgelegenheidssteun en de Verordening (EG) Nr. 1998/2006 (de-minimissteun ) (was EG-Verordening Nr. 69/2001), alsmede de Beleidsaanbeveling van belang voor het opstellen van de gemeentelijke re-integratieverordeningen in het kader van de Wet werk en bijstand (Verzamelcirculaire SZW, april 2004); BESLUIT: vast te stellen de Verordening Re-integratieverordening 2009 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening en bijbehorende toelichting wordt verstaan onder: a.Belanghebbende: persoon behorende tot de doelgroep; b.Doelgroep: ·uitkeringsgerechtigden van de gemeente Veenendaal, ·niet-uitkeringsgerechtigden ·personen met een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw’ers), ·geïndiceerden voor de sociale werkvoorziening, ·inburgeringsplichtigen op grond van de Wet Inburgering, ·personen als bedoeld in artikel 10 tweede lid van de wet, in de leeftijd van 18-65 jaar en die ingeschreven staan in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Veenendaal; Uitzonderingen op de verplichte inschrijving in de Veenendaalse gemeentelijke basisadministratie: ·gedetineerden die naar verwachting binnen 6 maanden opnieuw zullen inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie ·personen die verhuizen naar een andere gemeente, maar waarbij de nieuwe woongemeente eventuele verplichtingen zoals loonkostensubsidies niet wil of kan overnemen of waarbij belanghebbende niet tot de doelgroep van de betreffende gemeente behoort. ·In het geval van een samenwerking met andere gemeenten. Uitzondering op de gestelde leeftijdscategorie van 18-65 jaar vormen jongeren van zestien en zeventien jaar. Het gaat daarbij enkel en specifiek om: ·jongeren die door de leerplichtambtenaar zijn ontheven van de kwalificatieplicht omdat zij om lichamelijke of psychische redenen geen startkwalificatie zouden kunnen behalen; ·jongeren die reeds aan de kwalificatieplicht hebben voldaan. c.wet: Wet werk en bijstand; d.WI: Wet Inburgering; e.WEB: Wet Educatie en Beroepsonderwijs; f.IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; g.IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; h.de raad: de raad van de gemeente Veenendaal; i.het college: het college van burgemeester en wethouders; j.Uitkeringsgerechtigde: personen met een uitkering ingevolge de wet, de IOAW of de IOAZ; k.Anw-er: persoon met een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet; l.Nugger: persoon als bedoeld in de wet, artikel 6 onder a; m.Sw-geïndiceerde: persoon die nog niet de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en die door lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen uitsluitend onder aangepaste omstandigheden tot regelmatige arbeid in staat is; n.Voorziening; een voorziening bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a van de wet, artikel 34 lid 1 onder a IOAW, artikel 34 lid 1 onder a IOAZ, deze verordening en het beleidsplan als bedoeld in artikel 3 eerste lid; o.Werknemers in gesubsidieerde arbeid: personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet; p.WERKbedrijf: Vanaf 1 januari 2009 is het Centrum voor Werk en Inkomen onderdeel van het Uitvoeringsinstituut Werknemersvoorzieningen onder de naam UWV WERKbedrijf; q.Loonkostensubsidie: financiële tegemoetkoming aan een werkgever met als doel werkgevers te stimuleren arbeidsplaatsen beschikbaar te stellen voor bepaalde categorieën werkloos werkzoekenden; r.Premie: financiële tegemoetkoming die als doel heeft de belanghebbende te stimuleren betaald werk te aanvaarden dan wel te participeren in de maatschappij, dit te behouden en zo mogelijk uit te breiden; s.Algemeen geaccepteerde arbeid: iedere vorm van reguliere en gesubsidieerde arbeid op basis van een arbeidsovereenkomst of als zelfstandige in beroep of bedrijf, die algemeen maatschappelijk aanvaard is; t.Gesubsidieerde arbeid: arbeid, waarbij de werknemer over het algemeen wel in staat is om productieve arbeid te verrichten, maar waarbij een verschil bestaat tussen de loonkosten van de werkgever en de mate waarin een gemiddelde werknemer deze productieve arbeid verricht en waarvoor aan de werkgever een loonkostensubsidie wordt verstrekt; u.Regulier werk: algemeen geaccepteerde arbeid; v.Participatie: het al dan niet op vrijwillige basis verrichten van maatschappelijke activiteiten; w.Participatiebudget: budget dat vanuit diverse ministeries beschikbaar wordt gesteld voor re-integratie, inburgering en volwasseneneducatie; x.Sociale activering: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie; y.Duurzame uitstroom: arbeidsinschakeling op basis van een arbeidsovereenkomst of als zelfstandige in beroep of bedrijf van minimaal zes maanden, doch bij voorkeur voor een langere periode, voor het aantal uren dat een belanghebbende een arbeidsinschakelingsplicht heeft, dan wel voor een zodanig aantal uren dat de belanghebbende geen beroep (meer) hoeft te doen op grond van de wet, IOAW, IOAZ of enig andere sociale zekerheidswet; z.Nazorg: het volgen, begeleiden en adviseren van een belanghebbende en werkgever, alsmede evalueren van en, waar nodig, interveniëren op diens situatie gedurende een nader vastgestelde periode na uitstroom. aa.arbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel een aanstelling als ambtenaar als bedoeld in artikel 1, lid 1, van de Ambtenarenwet; Hoofdstuk2Beleid en financiën Artikel2Opdracht college 1.Het college biedt aan belanghebbenden ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling. 2.Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van een belanghebbende, het meest doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid. 3.Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan ondersteuning en voorzieningen. 4.Het college kan, in overeenstemming met het WERKbedrijf, voorzieningen als bedoeld in deze verordening aanbieden aan personen aan wie het Uitvoeringsinstituut Werknemersvoorzieningen een uitkering verstrekt. Artikel3Beleidsplan 1.Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening jaarlijks een beleidsplan vast en brengt dit ter kennis van de raad. 2.Dit plan omvat in elk geval: een omschrijving van het beleid ten aanzien van de verschillende groepen binnen de doelgroep en de prioritering binnen en tussen die groepen, waarbij een evenwichtige aanpak als uitgangspunt wordt genomen; een omschrijving van de verschillende voorzieningen; de wijze waarop invulling wordt gegeven aan arbeids- en sollicitatieverplichtingen; de criteria voor het ontheffingenbeleid ten aanzien van de arbeidsverplichting, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de combinatie van arbeid en zorg; 3.Het college zendt eenmaal per jaar aan de raad een verslag over de uitvoering van het beleid. 4.Het college kan op grond van financiële mogelijkheden en maatschappelijke, economische en conjuncturele ontwikkelingen prioriteiten stellen bij het bepalen van het aanbod aan re-integratie-instrumenten. 5.Bij de opstelling van het beleidsplan als bedoeld in het eerste lid alsmede bij het verslag als bedoeld in het derde lid wordt het advies van de Cliëntenraad ‘Werk en Inkomen’ betrokken. Artikel4Aanspraak op ondersteuning 1.Belanghebbenden hebben aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling. 2.Geen aanspraak op ondersteuning of een voorziening bestaat indien sprake is van een voorliggende voorziening die, naar het oordeel van het college, passend en toereikend is voor de arbeidsinschakeling. 3.Het college doet een aanbod dat past binnen de wet, IOAW, IOAZ en gerelateerde regelgeving, alsmede binnen de criteria die gesteld zijn in deze verordening en het in artikel 3 genoemde beleidsplan. Artikel5Verplichtingen van de belanghebbende 1.Een persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de IOAW, de IOAZ of de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, de verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. 2.Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het eerste lid, kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de Verordening Maatregelen 2004 dan wel het Maatregelenbesluit Abw, IOAW of IOAZ. 3.Indien een persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het eerste lid, kan het college de kosten van de voorziening geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Artikel6Budget- en subsidieplafonds 1.Het college kan een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. 2.Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. Hoofdstuk3Voorzieningen Artikel7Algemene bepalingen over voorzieningen 1.In het beleidsplan als bedoeld in artikel 3 wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden. 2.Het college kan meerdere voorzieningen opeenvolgend dan wel gelijktijdig inzetten, waarbij de voorzieningen op elkaar worden afgestemd. 3.Een belanghebbende die een voorziening heeft als bedoeld in dit hoofdstuk, en als gevolg daarvan niet langer tot de doelgroep behoort, behoudt aanspraak op ondersteuning of overige voorzieningen, gedurende de duur van die voorziening. 4.Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en de verordening, aan een voorziening verplichtingen verbinden. 5.Het college kan een voorziening in ieder geval beëindigen: indien de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in artikel 5 lid 1 van de verordening niet nakomt; indien de belanghebbende die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet of niet langer belanghebbende is in de zin van artikel 1 onder g van de verordening; indien de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid in loondienst aanvaardt of als zelfstandige gaat werken, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling, of; 6.Het college kan ten aanzien van de voorzieningen, met inachtneming van hetgeen daarover in het beleidsplan is bepaald, nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op: de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden; de weigeringgronden bij het aanvragen van voorzieningen; de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten; het vragen van een eigen bijdrage; overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies. Artikel8Loonkostensubsidies 1.Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een belanghebbende een arbeidsovereenkomst sluiten. Het gaat hier om een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel een aanstelling als ambtenaar als bedoeld in artikel 1, lid 1, van de Ambtenarenwet. 2.Het college stelt nadere regels ten aanzien van de duur van de subsidie, de hoogte, en de verplichtingen die aan de subsidie worden verbonden. 3.Op de subsidies bedoeld in dit artikel is de Algemene Subsidieverordening gemeente Veenendaal
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.