Regeling vergoeding reiskosten woon- werkverkeerBurgemeester en wethouders van Almere, gelet op ons besluit d.d. 30 januari 2001 om in het kader van vervoermanagement voor het gemeentepersoneel een reiskostenregeling woon- werkverkeer in te voeren en gelet op artikel 18:1:6 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst gemeente Almere; gelet op het advies van de Ondernemingsraad; BESLUITEN: vast te stellen de navolgende Regeling vergoeding reiskosten woon- werkverkeer; in te trekken de Regeling vergoeding woon-werkverkeer, vastgesteld op 17 september 1996 en in werking getreden op 1 november
- ArtikelI Begripsomschrijvingen Ambtenaar: De ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst gemeente Almere. de werknemer met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, als bedoeld in artikel 2:5 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst gemeente Almere is aangegaan. ArtikelII De ambtenaar woonachtig binnen Almere 1.De ambtenaar die in Almere woont en die geen gebruik maakt van de fietsregeling of niet in aanmerking komt voor een parkeerabonnement en voor het reguliere reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling gebruik maakt van het openbaar vervoer (bus of trein), heeft aanspraak op een vergoeding van de kosten. 2.De in lid 1 bedoelde vergoeding is gelijk aan de kosten openbaar vervoer naar de laagste klasse en het goedkoopste tarief. 3.Van de in lid 1 bedoelde kosten dient een ambtenaar telkens originele vervoerbewijzen over te leggen, zodra deze niet meer geldig zijn. ArtikelIII De ambenaar woonachting buiten Almere die gebruik maakt van het openbaar vervoer 1.De ambtenaar die buiten Almere woont en voor het reguliere reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling gebruik maakt van het openbaar vervoer, heeft aanspraak op een vergoeding van die kosten (bus en/of trein, fietsenstalling) naar de laagste klasse en het goedkoopste tarief. 2.De in lid 1 bedoelde reiskosten worden vergoed tot een reisafstand heen en weer van maximaal 120 kilometer met het openbaar vervoer. 3.Van de in lid 1 bedoelde kosten dient een ambtenaar telkens originele vervoerbewijzen over te leggen, zodra deze niet meer geldig zijn. 4.Zonodig is bij arbeidsongeschiktheid artikl IV, lid 5 van overeenkomstige toepassing. ArtikelIV De ambtenaar woonachtig buiten Almere die gebruik maakt van eigen vervoer 1.De ambtenaar die buiten Almere woont en voor het reguliere reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling gebruik maakt van eigen vervoer, heeft aanspraak op een vergoeding voor het gebruik van dat eigen vervoer van 19 cent per afgelegde kilometer. 2.Bij de vaststelling van de in lid 1 bedoelde vergoeding komt een reisafstand heen en weer van maximaal 80 kilometer in aanmerking, 3.De in lid 1 bedoelde vergoeding wordt als volgt berekend. Voor de ambtenaar die 5 dagen per week werkt wordt uitgegaan van 200 werkdagen op jaarbasis. De ambtenaar die op 4, 3, 2 dagen of 1 dag per week werkt, heeft recht op een vergoeding uitgaande van respectievelijk 160, 120, 80 of 40 werkdagen per jaar. 4.De in lid 3 berekende vergoeding op jaarbasis wordt gedeeld door twaalf; de uitkomst wordt vervolgens maandelijks bij het salaris uitgekeerd. 5.Wanneer de ambtenaar langer dan een maand volledig arbeidsongeschikt is, heeft de ambtenaar aanspraak op de in lid 1 bedoelde vergoeding naar evenredigheid van het aantal dagen per week waarop de ambtenaar werkt. ArtikelV De ambtenaar die binnen twee jaren na indiensttreding verhuist naar Almere Wanneer een ambtenaar, die een functie vervult van ten minste 16 uren per week, bij zijn/haar indiensttreding schriftelijk heeft verklaard binnen een termijn van ten hoogste twee jaren na indiensttreding vrijwillig naar Almere te zullen verhuizen, dan zijn de artikelen van onderdeel "Tegemoetkoming verhuiskosten" van hoofdstuk 18 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst gemeente Almere van overeenkomstige toepassing. ArtikelVI Deze regeling treedt in werking op 1 april
- Almere, 5 juli 2001 Burgemeester en wethouders van Almere, de secretaris, de burgemeester