Inlaatbeleid zomerpolders tijdens hoge rivierafvoeren Samenvatting Binnen het beheersgebied van het waterschap zijn een groot aantal gereglementeerde zomerpolders gelegen, die door zomerkaden periodiek en tot een tevoren aangegeven rivierwaterstand tegen overstromingen worden beschermd. Het waterschap dient in een beleidsnotitie aan te geven in welke periode en tot welke waterstanden die bescherming kan worden geboden. Binnen de voormalige polderdistricten was er geen sprake van een geheel eenduidig beleid en ook blijkt bij nader onderzoek, dat de feitelijke situatie in enkele gevallen afwijkt van eerder gehanteerde gegevens. Derhalve zijn de destijds gehanteerde uitgangspunten en gegevens op een rij gezet en wordt voorgesteld om het inlaatbeleid voor de gereglementeerde zomerpolders voor het gehele beheersgebied van het waterschap Rivierenland vast te stellen. Uitgangspunt bij de gereglementeerde zomerpolders is dat het rivierwater vanaf 1 april tot 1 december maximaal gekeerd wordt. Zodra bekend is dat bij Lobith een waterstand met wasverwachting zal optreden waarbij de desbetreffende zomerkade op haar laagste punt zal overstromen, dan wordt om schade aan de zomerkaden en kunstwerken te voorkomen vooraf de betrokkenen geïnformeerd en rivierwater ingelaten. Een zomerkade beschermen gebeurt door voldoende water in het omsloten gebied (= zomerpolder) te hebben, zodat bij overstroming van de kade geen uitspoeling plaats vindt. Het water binnen de zomerkades even snel of sneller laten stijgen dan het rivierwater kan niet, vandaar dat al vooraf water ingelaten moet worden. In de bijgevoegde tabellen staat per gereglementeerde zomerpolder de corresponderende waterstand bij Lobith vermeld waarbij water in de gereglementeerde zomerpolder wordt ingelaten. In de winterperiode worden vanaf 1 december tot 1 april de kunstwerken in de zomerkade open gezet, zodat het waterpeil in de gereglementeerde zomerpolder direct wordt beïnvloed door de waterstanden op de rivier. In bijgevoegde tabel 3 wordt aangegeven welke gereglementeerde zomerpolders gedurende de winterperiode open worden gezet. In een aantal gevallen zijn de belangen in de gereglementeerde zomerpolder van dien aard, dat ook gedurende de winter rivierwater gekeerd wordt. Daartoe zijn de belangen en kwaliteit van de zomerkaden geïnventariseerd. Afhankelijk van de belangen in de gereglementeerde zomerpolder, de kwaliteit van de zomerkade en de hoogte van de inlaat- en uitlaatpunten en de aan te houden waakhoogtes zijn de corresponderende waterstanden bij Lobith bepaald en in de bijgevoegde tabel 3 vermeld. Zodra bekend is dat bij Lobith deze waterstand met wasverwachting zal optreden, worden de betrokkenen geïnformeerd en de inlaatkunstwerken open gezet. Inleiding Zoals de naam ook aangeeft dienen de zomerkaden om de in de zomerpolders gelegen gronden met name in de zomerperiode zoveel mogelijk tegen overstromen door rivierwater te beschermen. Daarnaast wordt ook het waterbeheer in deze zomerpolders in meer of mindere mate geregeld door middel van inlaat- en/of uitwateringskunstwerken. Een enkele zomerpolder is voorzien van een gemaaltje. De bediening van de kunstwerken en/of de gemalen hangt af van de aard en het gebruik van de zomerpolders. Bij hogere rivierwaterstanden zullen de zomerpolders inunderen. Om schade aan de zomerkaden en de kunstwerken door overstroming zoveel mogelijk te voorkomen zullen met name de inlaatkunstwerken tijdig geopend moeten worden, zodat het waterpeil in de zomerpolder als het kan gelijke tred houdt met het rivierpeil. Bij de voormalige polderdistricten werd wat verschillend omgegaan met de gereglementeerde zomerpolders en het te hanteren inlaatbeleid. Om uniformiteit en eenduidigheid te verkrijgen binnen het waterschap, en daarmee ook in de richting van de ingelanden met belangen gelegen in de gereglementeerde zomerpolders is het inlaatbeleid opnieuw opgesteld. Dit vernieuwd inlaatbeleid zomerpolders geeft enerzijds duidelijkheid aan de ingelanden over het risico dat schuilt in het gebruik van de zomerpolder en anderzijds is het een handleiding voor het waterschap in de te ondernemen acties inzake het beheer van de zomerpolders. De huidige praktijk is dat de risico’s van een kadebreuk of de schade aan een zomerkade doordat het rivierwater vaak te lang gekeerd wordt en uiteindelijk toch de zomerpolder in stroomt, worden onderschat. Dit kan leiden tot forse schades en herstelkosten aan de zomerkaden en de daarin gelegen kunstwerken, hetgeen uiteraard zo goed mogelijk voorkomen moet worden. Van de relevante zomerpolder zijn de belangen geïnventariseerd en is de hoogte en locatie van het laagste punt van de zomerkade bepaald. Middels de betrekkingslijnen van Rijkswaterstaat is vervolgens de hoogte van het laagste punt in de zomerkade (in winterperiode nog minus de vereiste waakhoogte) teruggerekend naar een waterstand bij Lobith. Het resultaat hiervan is getoetst aan de praktijkervaringen binnen het Waterschap Rivierenland. Inhoud Bij het opstellen van het voorstel voor een aangepaste inlaatbeleid zijn een aantal uitgangspunten gehanteerd, waarop in dit hoofdstuk kort zal worden ingegaan. Periode van maximaal keren: zomerperiode van 1 april tot 1 december In de maanden december tot en met maart treden er regelmatig hoogwaters op, vandaar dat deze maanden in ieder geval tot de winterperiode worden gerekend. De kans op hoogwater in de maanden oktober, november en april is ook wel aanwezig, maar omdat er dan nog vee of oogst op het land kan staan en er daarmee grote belangen voor de gebruikers aanwezig zijn, worden die maanden tot de zomerperiode gerekend. Maatgevende kadehoogtes en de inlaatkunstwerken van de zomerpolders : Een aantal zomerpolders heeft een (natuurlijke) overlaat als inlaatpunt en een uitstroompunt waardoor geen water kan worden ingelaten (bijvoorbeeld een duiker met terugslagklep of wachtdeur). Het waterschap kan middels haar inlaatbeleid geen invloed op deze zomerpolders uitoefenen, omdat het instromen en leeglopen van de zomerpolder alleen door de waterstanden op de rivier bepaald wordt. Dit geldt voor de zomerpolders, zoals deze in de bijlage tabel 1 "zomerpolders met (natuurlijke) overlaat en alleen uitwateringskunstwerken" staan vermeld. Daarnaast zijn er een aantal zomerpolders, waarbij rivierwater voortijdig alleen door een coupure en/of een inlaatkunstwerk ingelaten kan worden. Door het uitstroomwerk kan niet altijd rivierwater worden ingelaten. De hoogte van de schotbalken in de coupure en de diepteligging van het inlaatkunstwerk bepalen de inlaatmogelijkheden. Een coupure kan gezien worden als een regelbare overlaat. Dit geldt voor de zomerpolders zoals in de bijlage tabel 2 "zomerpolders met een coupure of ander inlaatkunstwerk" staan vermeld. Belangen gelegen in de zomerpolder: In het beheersgebied van Waterschap Rivierenland liggen 35 gereglementeerde zomerpolders met een totale oppervlakte van circa 5.830 hectare. De meest voorkomende belangen welke in de zomerpolders voorkomen zij als volgt:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.