← Nederland

Reglement van orde voor de vergaderingen van het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap Van Schieland en De Krimpenerwaard (Hoogheemraadschap van

Dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard; gelet op artikel 16 van het Reglement van bestuur voor het hoogheemraadschap voor Schieland en de Krimpenerwaard; b e s l u i t : I. vast te stellen het volgende reglement van orde voor de vergaderingen van dijkgraaf en hoogheem­raden van Schieland en de Krimpenerwaard. Reglement van Orde voor de vergaderingen van dijkgraaf en hoogheemraden 2005 Artikel 1 Voor de toepassing van het bij dit reglement bepaalde wordt verstaan onder: - het college: dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard - de voorzitter: de dijkgraaf van Schieland en de Krimpenerwaard - de secretaris: de secretaris van Schieland en de Krimpenerwaard. Artikel 2

  1. Dijkgraaf en hoogheemraden vergaderen eenmaal in de 14 dagen, als regel op dinsdag en in het kantoor van het hoogheemraadschap aan de Maasboulevard 123 te Rotterdam.
  2. De voorzitter belegt, als hij dit nodig oordeelt, in overleg met de andere leden van het college tussentijdse vergaderingen.
  3. De vergaderingen van het college worden met gesloten deuren gehouden. Artikel 3
  4. De dijkgraaf is voorzitter van de vergaderingen.
  5. Bij afwezigheid van de voorzitter wordt deze vervangen door de waarnemend dijkgraaf, of bij ook diens afwezigheid, door de aanwezige hoogheemraad die het oudste in dienstja­ren is.
  6. De secretaris is bij elke vergadering van het college aanwezig.
  7. De directeur van het hoogheemraadschap is in de vergaderingen aanwezig, tenzij het college van oordeel is dat gezien de aard van het onderwerp zijn aanwezigheid niet wordt verlangd.
  8. De voorzitter kan de vergadering schorsen teneinde gelegenheid te geven tot nader onderling beraad.
  9. De voorzitter kan ambtenaren van het hoogheemraadschap dan wel externe deskundigen uitnodi­gen toelich­ting te geven op onderwerpen die op de agenda staan. Artikel 4
  10. De secretaris draagt zorg voor tijdige oproeping voor de vergadering.
  11. De agenda vermeldt de dag, het uur waarop en de plaats waar de vergadering zal worden gehou­den.
  12. De agenda en bijbehorende stukken worden, spoedeisende zaken uitgezonderd, tenminste vier dagen vóór de vergadering verzonden. Artikel 5
  13. Wanneer een lid van het college verhinderd is de vergadering bij te wonen, geeft hij hiervan kennis aan de voorzitter of aan de secretaris.
  14. Wanneer de secretaris of de directeur verhinderd is de vergadering bij te wonen geeft hij hiervan kennis aan de voorzitter. Artikel 6
  15. De voorzitter opent de vergadering als op het tijdstip waarop zij is geconvoceerd tenminste drie andere leden aanwezig zijn.
  16. Wanneer een half uur na het voor de opening bepaalde tijdstip het in het eerste lid genoemde aantal leden niet aanwezig is, wordt zo spoedig mogelijk een nieuwe vergade­ring belegd. De reden van deze vergadering wordt in de oproepingsbrief vermeld.
  17. In deze nieuwe vergadering wordt door de alsdan aanwezige leden beslist over de onderwer­pen, vermeld op de orspronkelijke agenda. Artikel 7
  18. De voorzitter brengt de op de agenda vermelde onderwerpen in de daarop aangegeven volgorde in behandeling, tenzij de vergadering besluit van die volgorde af te wijken.
  19. Ieder lid van het college kan staande de vergadering voorstellen om onderwerpen die niet op de agenda zijn vermeld, in behandeling te nemen. De vergadering beslist of deze onderwer­pen direct worden behandeld, dan wel of de behandeling daarvan tot een volgende vergadering wordt uitge­steld.
  20. Het in het tweede lid vermelde geldt ook voor de secretaris en de directeur, zij het dat deze hun voorstellen slechts na van de voorzitter verkregen toestemming kunnen inbrengen. Artikel 8
  21. De secretaris draagt zorg dat van het verhandelde in de vergaderingen notulen worden gehouden.
  22. De notulen vermelden de namen van de leden en andere personen die aanwezig waren, alsmede de namen van de afwezige leden onder aantekening of zij met dan wel zonder kennisge­ving afwe­zig waren. Zij bevatten voorts een korte omschrijving van de ingekomen stukken en de mededelin­gen, voorstellen en nota's die zijn behandeld, alsmede de genomen besluiten.
  23. In de notulen aangebrachte wijzigingen worden in de notulen van de eerstvolgende vergadering opgenomen.
  24. De notulen worden in de eerstvolgende vergadering vastgesteld en worden na de vaststel­ling door de voorzitter en de secretaris ondertekend.
  25. Van het verhandelde in vergaderingen of gedeelten daarvan kunnen afzonderlijk notulen worden gehouden waarvan de verspreiding in beginsel beperkt blijft tot de leden van het college en de bij de behandeling van het betreffende onderwerp wanwezige personen. Artikel 9
  26. Over elke zaak in beraadslaging wordt aan de leden gelegenheid gegeven het woord te voeren.
  27. Na het sluiten van de beraadslaging brengt de voorzitter het voorstel in stemming. Artikel 10
  28. Indien geen stemming wordt verlangd, wordt het voorstel geacht met algemene stemmen te zijn aangenomen.
  29. Ter vergadering aanwezige leden kunnen aantekening vragen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd, in welk geval in afwijking van het bepaalde in het eerste lid het besluit geacht wordt met meerderheid van stemmen te zijn aangenomen.
  30. Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming is een meerderheid van het aantal geldig uitgebrachte stemmen vereist.
  31. Ieder lid is verplicht zijn stem voor of tegen uit te brengen, behoudens het bepaalde in artikel
  32. Bij staking van stemmen wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld, tenzij het college beslist dat de zaak spoedeisend is. Staken de stemmen wederom, dan beslist de stem van de voorzitter.
  33. Het college kan slechts beslissen indien vier leden ter vergadering aanwezig zijn. Artikel 11
  34. De stemming over personen geschiedt bij gesloten en niet ondertekende stembriefjes.
  35. Wanneer bij de eerste stemming niemand een meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen heeft verkre­gen, wordt een tweede vrije stemming gehouden.
  36. Wordt ook bij deze tweede stemming geen meerderheid verkregen dan wordt de volgende herstemming beperkt tot de twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben verkregen. Komen voor deze herstemming meer dan twee personen in aanmer­king, dan wordt bij tussenstemming beslist wie van degenen, die een gelijk aantal stemmen hebben verkregen, tot het tweetal gaat of gaan behoren.
  37. Indien bij de tussenstemming of herstemming de stemmen staken beslist het lot. Artikel 12 Een ieder onthoudt zich van medestemmen over zaken die hem, zijn partner of zijn bloed- of aanverwanten, die tot de tweede graad ingesloten, persoonlijk aangaan of waarin hij zelf op de een of andere wijze belanghebbende is. Artikel 13 Het college kan bepalen dat bepaalde onderwerpen aan één of meer leden ter behandeling worden opgedragen. Artikel 14 De regeling van de door dijkgraaf en hoogheemraden in te stellen commissies, geschiedt bij afzonderlijke door dijkgraaf en hoogheemraden vast te stellen regeling waarin in ieder geval regels worden gesteld omtrent de benoeming, zittingsduur, de adviestaken, de bevoegd­heden, de samenstelling en de werkwijze van de commissie. Artikel 15 Aan het einde van de vergadering wordt een rondvraag gehou­den. Nadat alle onderwerpen zijn behandeld, sluit de voorzitter de vergadering. II. te bepalen dat dit reglement direct in werking treedt. Aldus vastgesteld in de vergadering van dijkgraaf en hoogheemraden van 8 februari 2005.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.