Regeling tot het delegeren van bevoegdheden aan het Dagelijks BestuurDELEGATIEREGELING WATERSCHAP AA EN MAAS Het Algemeen Bestuur van het waterschap Aa en Maas; gelezen het voorstel van de Voorbereidingscommissie van 17 december 2003; gelet op de Waterschapswet, de Waterstaatswet 1900 en de Algemene wet bestuursrecht; B E S L U I T : vast te stellen de volgende regeling tot het delegeren van bevoegdheden aan het Dagelijks Bestuur. Aanhef Delegatieregeling Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. delegatie: het overdragen door een bestuursorgaan van zijn bevoegdheid tot het nemen van besluiten aan een ander, die deze onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent; b. delegaatgever: het bestuursorgaan dat de betreffende bevoegdheid heeft overgedragen; c. gedelegeerde: degene aan wie de bevoegdheid is overgedragen. Artikel 2 Het Algemeen Bestuur delegeert de volgende bevoegdheden aan het Dagelijks Bestuur: het vaststellen van de leggers; het nemen van besluiten op grond van artikel 9, 12 en 12a van de Waterstaatswet 1900; het aangaan van rekening-courant overeenkomsten; het herbeleggen van tijdelijk beschikbaar kasgeld; het vaststellen van het Beheersbegroting; het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen waaronder het aan-, verkopen en ruilen van onroerende zaken en het vestigen van beperkte rechten ten gunste en laste van waterschapseigendommen. het voeren van verweer in alle gevallen waarin administratief beroep, beroep of hoger beroep is ingesteld tegen besluiten van het Algemeen Bestuur; het wijzigen van een besluit tot aanleg en/of verbetering van een waterstaatswerk in niet betekenende mate dat wil zeggen in die gevallen waarin geen sprake is van wezenlijk waterhuishoudkundige gevolgen dan wel wezenlijke nadelige financiële gevolgen, onder gehoudenheid van toezending van het besluit aan de delegaatgever ter informatie. de uitvoering en handhaving van wetten en verordeningen; de dagelijkse zorg voor alle werken of andere zaken die bij het waterschap in eigendom, beheer of onderhoud zijn; de verzekering van het waterschap tegen wettelijke aansprakelijkheid en tegen schaden en verliezen; het verhuren, verpachten of op andere wijze in gebruik geven van werken of andere zaken, bedoeld onder j; het voeren van rechtsgedingen, het maken van bezwaar, het instellen van beroep, het vragen van voorlopige voorzieningen en het aanspannen van een kort geding, alsmede het aangaan van dadingen, het opdragen van geschillen aan scheidslieden en het berusten in rechtsvorderingen, een en ander onder de verplichting deze handelingen te melden aan het algemeen bestuur; de vaststelling van de bestekken en van de voorwaarden van aanbesteding van het voor het waterschap uit te voeren werken en te verrichten leveringen en de voorwaarden van verkopingen, voor zover het algemeen bestuur zich die vaststelling niet heeft voorbehouden; het houden van alle aanbestedingen van werken, diensten en leveringen en verkopingen, tenzij het algemeen bestuur anders heeft beslist; het doen van bekendmakingen als bedoeld in artikel 73 van de Waterschapswet; het benoemen, schorsen of ontslaan van het personeel van het waterschap, voor zover die bevoegdheid niet aan het algemeen bestuur is opgedragen in hoofdstuk VIII van de Waterschapswet 1[Toelichting: Artikel 2 De in dit artikel genoemde bevoegdheden mogen worden gedelegeerd. Via het afleggen van verantwoording wordt het AB in staat gesteld inzicht te verkrijgen in het gebruik van deze bevoegdheid. Genoemde artikelen van de Waterstaatswet 1900 geven het waterschap een aantal voorzieningen ten behoeve van aanleg, onderhoud en verbetering van waterstaatswerken. In deze bepalingen worden vooral geregeld de verplichtingen van eigenaren van gronden langs watergangen tot het gedogen van bepaalde werkzaamheden aan deze watergangen. ] Artikel 3
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.