Beleidsregels voor toepassing van het forfait voor kleine bedrijfsruimten bij IBA-systemenAanhef Beleidsregels fiscale zaken nr. 10: Beleidsregels inzake toepassing van het forfait voor kleine bedrijfsruimten bij IBA-systemen Onderwerp Berekening van de vervuilingswaarde van vanuit IBA–systemen geloosd afvalwater van huishoudelijke aard Belasting: Verontreinigingsheffing . Doel: Bevorderen rechtszekerheid belastingplichtigen Wettelijke grondslag: Artikel 21 WVO en artikelen 15 en 20 van de Verordening op de verontreinigingsheffing Vastgesteld door: De ambtenaar belast met de heffing Inwerkingtreding: 01-01-2007 De ambtenaar belast met de heffing van het waterschap Aa en Maas; gelet op artikel 21, derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) en de artikelen 15 en 20 van de verordening op de verontreinigingsheffing; B E S L U I T : vast te stellen de volgende beleidsregels voor toepassing van het forfait voor kleine bedrijfsruimten bij IBA–systemen. Beleidsregels Artikel 1 Definities In dit besluit wordt verstaan onder: a Wvo: Wet verontreiniging oppervlaktewateren; b zuiveringtechnisch werk: zuiveringtechnisch werk als bedoeld in artikel 17, onderdeel f, Wvo; c IBA–systeem: een systeem voor de individuele behandeling van afvalwater met certificering klasse II of III; d certificering: attestering als bedoeld in de beoordelingsrichtlijn K10002 van het Kiwa; e woonruimte: woonruimte als bedoeld in artikel 17, onderdeel c, van de Wvo; f bedrijfsruimte: bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 17, onderdeel d, van de Wvo; g afvalwater van huishoudelijke aard: afvalwater afkomstig van huishoudens of hiermee vergelijkbaar afvalwater. h ingenomen water: ingenomen water als bedoeld in artikel 17, onderdeel j, van de Wvo. i ambtenaar belast met de heffing: ambtenaar als bedoeld in artikel 123, derde lid, onderdeel b, van de Waterschapswet; j beheerder: beheerder als bedoeld in artikel 18, derde lid, sub b, Wvo; k zuiveringsrendement: het percentage zuurstofbindende stoffen in afvalwater van huishoudelijke aard dat door middel van een IBA–systeem wordt verwijderd. 1[Toelichting: Artikel 1 Definities Algemeen In de beleidsregels wordt zoveel mogelijk verwezen naar de wettekst waarin het forfait voor kleine bedrijfsruimten bij IBA–systemen is geregeld. Hiermee wordt voorkomen dat als gevolg van een tussentijds wetswijziging de definities in de beleidsregels af gaan wijken van de wettekst. Bij de uitleg van deze definities zijn de wetsgeschiedenis en jurisprudentie van belang. Onderdeel c In de beoordelingsrichtlijn K10002 is aangegeven dat IBA–systemen in drie hoofdgroepen ingedeeld kunnen worden: klasse I (waaronder de zogenaamde septic tanks van verschillende omvang), klasse II en klasse III (onderverdeeld in IIIa en IIIb). In beginsel komen alleen gecertificeerde systemen in de klassen II en III in aanmerking voor toepassing van de hier opgestelde beleidsregels, omdat ze een zuiveringsrendement van 75% of meer realiseren. Deze hoge zuiveringsrendementen kunnen in de berekening van het aantal vervuilingseenheden leiden tot een uitkomst die binnen het bereik van het kleine bedrijvenforfait bij IBA–systemen valt. De belastingplichtige kan gevraagd worden om aan te tonen dat de IBA volgens de voorschriften van de fabrikant geplaatst is en dat de IBA jaarlijks onderhouden wordt. Onderhoud kan bijvoorbeeld worden aangetoond door het overleggen van een onderhoudscontract. Uiteraard kunnen ook niet in Nederland gefabriceerde systemen op basis van de eerder genoemde beoordelingsrichtlijn worden gecertificeerd en ingedeeld in de klassen I, II of III. Onderdeel j In de praktijk is de beheerder degene die het zuiveringstechnische proces voert en daarvoor verantwoordelijk is. In de praktijk is dit vaak degene die verantwoordelijk is voor het onderhoud van het IBA–systeem. ] Artikel 2 Forfaitaire regeling voor IBA–systemen 1 De beheerder van een IBA–systeem is heffingplichtig voor de verontreinigingsheffing voor het direct afvoeren van afvalstoffen op oppervlaktewater in beheer bij het waterschap. 2 De vervuilingswaarde van de afvalstoffen die vanuit een IBA–systeem worden afgevoerd, wordt gesteld op: drie vervuilingseenheden indien door de heffingplichtige aannemelijk is gemaakt dat de vervuilingswaarde minder dan vijf vervuilingseenheden bedraagt; één vervuilingseenheid indien door de heffingplichtige aannemelijk is gemaakt dat de vervuilingswaarde één vervuilingseenheid of minder bedraagt. 2[Toelichting: Artikel 2 Forfaitaire regeling voor IBA–systemen Artikel 2 betreft de forfaitaire regeling van lozingen vanuit een IBA–systeem, als bedoeld in artikel 21, derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. De beheerder van het IBA–systeem is heffingplichtig voor de verontreinigingsheffing voor het direct afvoeren van afvalstoffen op oppervlaktewater in beheer bij het waterschap. Daarbij is de ‘beheerder van het IBA–systeem’ een beheerder als bedoeld in artikel 1, onderdeel j. De passage ‘in beheer bij het waterschap’ wil zeggen dat het IBA–systeem binnen het in de statuten van het waterschap vastgelegde taakgebied ligt. Het tweede lid van dit artikel bevat twee forfaits: een forfait van drie vervuilingseenheden en een forfait van één vervuilingseenheid. Indien de beheerder van het IBA–systeem aannemelijk maakt dat de vervuilingswaarde van het effluent minder dan vijf vervuilingseenheden bedraagt, wordt de vervuilingswaarde op drie vervuilingseenheden gesteld (forfait van drie vervuilingseenheden). Indien de beheerder van het IBA–systeem aannemelijk maakt dat de vervuilingswaarde van het effluent minder dan één vervuilingseenheid bedraagt, wordt de vervuilingswaarde op één vervuilingseenheid gesteld (forfait van één vervuilingseenheid).] Artikel 3 Bepaling vervuilingswaarde 1 De bepaling van de vervuilingswaarde van een lozing vanuit een IBA–systeem als bedoeld in artikel 2, vindt plaats aan de hand van het totale waterverbruik van de aangesloten woon– en bedrijfsruimten en van het zuiveringsrendement van het betreffende IBA–systeem. 2 Indien op een IBA–systeem uitsluitend woonruimten zijn aangesloten, wordt de vervuilingswaarde voor de toepassing van de forfaitaire regeling van artikel 2, tweede lid, bepaald volgens de formule: A x 0,023 x (100 - B) / 100 = aantal vervuilingseenheden (ve), waarbij: A = het totale aantal m³ water dat in het kalenderjaar ten behoeve van de op de IBA aangesloten woonruimten is ingenomen; B = het zuiveringsrendement van het betreffende IBA–systeem. 3 Voor de toepassing van het tweede lid wordt het zuiveringsrendement van de IBA–systemen van de te onderscheiden klassen gesteld op een factor: klasse II: 75 klasse III: 90 4 De berekeningsmethode als vermeld in het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing, indien op een IBA–systeem één bedrijfsruimte is aangesloten van waaruit uitsluitend huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd. Ditzelfde geldt voor een IBA–systeem, waarop naast een bedrijfsruimte, ook één of meer woonruimten zijn aangesloten. 5 In afwijking van het eerste lid wordt de vervuilingswaarde van een lozing vanuit een IBA–systeem op één vervuilingseenheid gesteld, indien: niet meer dan één woonruimte op het betreffende IBA–systeem is aangesloten; uitsluitend afvalwater van huishoudelijke aard wordt afgevoerd. 3[Toelichting: Artikel 3 Bepaling van de vervuilingswaarde Eerste lid In dit artikellid is het algemene uitgangspunt voor het bepalen van de vervuilingswaarde van de lozing vanuit een IBA–systeem opgenomen: het totale waterverbruik van de op het IBA–systeem aangesloten woon– en bedrijfsruimten en het zuiveringsrendement van het betreffende IBA–systeem. De vervuilingswaarde wordt uitgedrukt in vervuilingseenheden. Tweede en vierde lid Ten aanzien van huishoudelijk afvalwater dat wordt afgevoerd vanuit meer dan één woonruimte (tweede lid), danwel huishoudelijk afvalwater dat wordt afgevoerd vanuit een bedrijfsruimte, al dan niet in combinatie met één of meer woonruimten (vierde lid) geldt dat de vervuilingswaarde door middel van een formule kan worden berekend. Vervolgens kan de vervuilingswaarde worden vastgesteld op de wijze die in artikel 2 is omschreven. Indien de berekeningen tot een hogere uitkomst leiden dan vijf vervuilingseenheden is het forfait voor kleine bedrijfsruimten niet (meer) van toepassing. Zie in dit verband ook het algemene deel van de toelichting over de grenzen aan de beleidsregels. In geval meerdere percelen op een IBA–systeem zijn aangesloten wordt uitgegaan van het totale waterverbruik van de aangesloten woon– en of bedrijfsruimten. Op grond van beleidsregels ten aanzien van de aanwijzing van de belastingplichtige en naar analogie van artikel 142 van de Waterschapswet kan één van de gebruikers van de woonruimten die op het IBA–systeem zijn aangesloten worden aangeslagen voor het geheel. Het verdient aanbeveling om reeds voorafgaand aan de plaatsing van een IBA–systeem afspraken te maken en vast te leggen wie als beheerder in de zin van de Wvo wordt beschouwd (bijvoorbeeld bij de aanvraag van de vergunning). Derde lid De zuiveringsrendementen in dit artikellid zijn berekend aan de hand van de attestering op basis van de Kiwa beoordelingsrichtlijn K
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.