Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2017No.: 46-II Onderwerp: Verordening begrafenisrechten 2017 ------------------------------------------------- De raad der gemeente Hattem; gelezen het voorstel van het college d.d. 15 november 2016, no 201609540; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN LIJKBEZORGINGSRECHTEN 2017 Artikel1Omschrijving Deze verordening verstaat onder: begraafplaats: de begraafplaats gelegen aan de Kerkhofdijk. particulier graf: een graf, grafkelder, urnentuin of urnenelement, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen. algemeen graf: een graf niet zijnde een particulier graf. asbus: een bus ter berging van as van een overledene. urn: een voorwerp ter berging van een asbus. urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen. urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen. graftuin; sierbeplanting welke door de rechthebbende en/of de gemeente op een graf wordt aangebracht in plaats van een gedenksteen. grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet, met dien verstande dat de constructie onderdeel kan zijn van een bovengrondse muur of wand. verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid. gedenkteken: al hetgeen op een graf is geplaatst. beheersverordening: De Beheersverordening Gemeentelijke Begraafplaats. Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats, voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag, dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor: het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag. het begraven van doodgeboren kinderen of van zuigelingen, die met de overleden moeder in één kist worden begraven. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De rechten, genoemd in hoofdstuk 5 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag en kunnen met andere belastingsoorten op één aanslagbiljet worden verenigd. De overige rechten worden geheven bij wege van aanslag dan wel een gedagtekende kennisgeving waarop de verschuldigde belasting is vermeld. Artikel8Ontstaan van de belastingplicht en bepalingen omtrent aanvang en einde van de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak, waarover rechten worden geheven, eindigt, wordt voor de rechten onder hoofdstuk 5.1 van de tarieventabel ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van het beëindigen van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. De belastingplicht ter zake van de rechten genoemd onder 5.1 van de tarieventabel eindigt aan het begin van het belastingjaar waarin de belastingplichtige het recht, genoemd onder 5.2 of 5.3 (afkoop) heeft voldaan. Andere rechten dan die genoemd in hoofdstuk 5 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel9Termijnen van betaling De rechten als genoemd in onderdeel 5.1 van de tarieventabel moeten worden voldaan in maximaal twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval de verschuldigde bedragen van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid. De overige in de tarieventabel opgenomen rechten dienen te worden voldaan binnen een maand na dagtekening van de aanslag dan wel schriftelijke kennisgeving. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van de begrafenisrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Nadere regels door het college Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten. Artikel12Overgangsrecht De Verordening Begrafenisrechten 2016, van 14 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2017, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel13Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.