Peilbesluit HonswijkHet algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden; op het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden van 2 september 2002 met nr. WBO/02.094; gelet op artikel 23 van de Verordening waterhuishouding provincie Utrecht, juncto artikel 16 van de Wet op de Waterhuishouding;gezien het advies van de commissie Waterbeheer; BESLUIT: vast te stellen het navolgende peilbesluit Honswijk. Inhoud Artikel 1 Gebied Het gebied Honswijk ligt in de provincie Utrecht, binnen het grondgebied van de gemeenten Houten, Nieuwegein en Wijk bij Duurstede. Het gebied waar dit peilbesluit betrekking op heeft wordt aan de zuidzijde begrensd door de primaire waterkering langs de Lek, aan de noordoostzijde door het Amsterdam-Rijnkanaal en aan de westzijde door het Lekkanaal. Artikel 2 Peilen De in het gebied of in de afzonderlijke gebiedsdelen na te streven waterstanden zijn: na te streven waterstandenPeilen volgens peilbesluit (m t.o.v. N.A.P.) Peilvak Zomerpeil Winterpeil Peilvak Zomerpeil Winterpeil 1 -0.30 -0.30 32 0.50 0.20 2 -0.80 -0.80 33 0.30 0.00 2a 0.45 0.45 34 0.50 0.20 3 -0.50 -0.70 35 0.55 0.40 4 0.20 -0.10 36N 0.30 0.15 5 -0.30 -0.60 36Z 0.15 0.00 6 0.60 0.50 37 0.80 0.60 7 0.75 0.60 38 1.40 1.10 8 0.30 0.00 40 1.90 1.50 9 -0.50 -0.80 41 0.75 0.55 10 -0.30 -0.60 42 0.60 0.30 11 -0.20 43 0.50 0.20 12 0.05 44 0.55 13 0.60 0.50 45 0.80 14 -0.10 -0.40 46 1.50 droog 15 0.55 0.25 47 1.70 droog 16 0.15 -0.15 48 2.00 17 0.15 -0.05 49 2.70 2.75 18 0.30 0.00 50 1.00 0.80 19 0.30 0.00 51 1.10 0.80 21 0.90 0.80 52 1.30 1.00 22 1.30 1.20 53 1.10 0.80 23 1.70 54 2.20 2.00 24 -0.10 -0.40 56 2.75 2.45 25 1.10 0.80 57 2.40 2.15 26 1.20 0.90 58 2.10 1.80 27 0.30 0.00 59 1.45 1.25 28 0.20 60 1.70 1.50 29 0.30 0.20 61 2.00 1.80 30 0.10 -0.20 62 2.40 2.15 31 0.30 0.00 Genoemde gebieden en de peilschalen waarop de peilen in die gebieden zijn af te lezen zijn aangegeven op de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart. De overgang van zomer- naar winterpeil zal, al naar gelang de weersomstandigheden, in het algemeen en naar het oordeel van het waterschap, plaatsvinden in de loop van de maanden september- oktober. De overgang van winter- naar zomerpeil zal, al naar gelang de weersomstandigheden, in het algemeen en naar het oordeel van het waterschap, plaatsvinden in de loop van de maanden april-mei. In de periode maart-april-mei kan het waterschap periodiek het waterpeil op een hoger niveau handhaven ten behoeve van de nachtvorstschadebestrijding van fruitteeltpercelen. Het betreft een verhoging van 20 à 30 cm voor de peilgebieden 18, 35, 36, 40, 50, 52 60, 61 en 62 en een verhoging van 10 cm voor het peilgebied 6, ten opzichte van het zomerpeil.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.