Beleidsregels voor de berekening van de vervuilingswaarde van vanuit IBA–systemen geloosd afvalwater van huishoudelijke aardDE AMBTENAAR BELAST MET DE HEFFING VAN HET HOOGHEEMRAADSCHAP AMSTEL, GOOI EN VECHT (AH 09/05) Beleidsregels voor de berekening van de vervuilingswaarde van vanuit IBA–systemen geloosd afvalwater van huishoudelijke aard. gelet op artikel 7.5 lid 5, van de Waterwet en de artikelen 18, 19 en 24 van de Verordening verontreinigingsheffing Amstel, Gooi en Vecht 2010 B E S L U I T : vast te stellen de volgende beleidsregels voor toepassing van het forfait voor kleine bedrijfsruimten bij IBA–systemen. Artikel 1 Definities In dit besluit wordt verstaan onder: zuiveringtechnisch werk: zuiveringtechnisch werk als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet; IBA–systeem: een systeem voor de individuele behandeling van afvalwater met certificering klasse II of III; certificering: attestering als bedoeld in de beoordelingsrichtlijn K10002 van het Kiwa; woonruimte: woonruimte als bedoeld in artikel 7.1 lid 1 van de Waterwet; bedrijfsruimte: bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 7.1 lid 1 van de Waterwet; afvalwater van huishoudelijke aard: afvalwater afkomstig van huishoudens of hiermee vergelijkbaar afvalwater. ingenomen water: ingenomen water als bedoeld in artikel 122c onderdeel j van de Waterschapswet. ambtenaar belast met de heffing: ambtenaar als bedoeld in artikel 123, lid 3, onderdeel b, van de Waterschapswet; beheerder: beheerder als bedoeld in artikel 1.1 lid 1 van de Waterwet; zuiveringsrendement: het percentage zuurstofbindende stoffen in afvalwater van huishoudelijke aard dat door middel van een IBA–systeem wordt verwijderd. Artikel 2 Forfaitaire regeling voor IBA–systemen 1 De beheerder van een IBA–systeem is heffingplichtig voor de verontreinigingsheffing voor het direct lozen van afvalstoffen op oppervlaktewater in beheer bij het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht. 2 De vervuilingswaarde van de afvalstoffen die vanuit een IBA–systeem worden geloosd, wordt gesteld op: drie vervuilingseenheden indien door de heffingplichtige aannemelijk is gemaakt dat de vervuilingswaarde minder dan vijf vervuilingseenheden bedraagt; één vervuilingseenheid indien door de heffingplichtige aannemelijk is gemaakt dat de vervuilingswaarde één vervuilingseenheid of minder bedraagt. Artikel 3 Bepaling vervuilingswaarde 1 De bepaling van de vervuilingswaarde van een lozing vanuit een IBA–systeem als bedoeld in artikel 2, vindt plaats aan de hand van het totale waterverbruik van de aangesloten woon– en bedrijfsruimten en van het zuiveringsrendement van het betreffende IBA–systeem. 2 Indien op een IBA–systeem uitsluitend woonruimten zijn aangesloten, wordt de vervuilingswaarde voor de toepassing van de forfaitaire regeling van artikel 2, tweede lid, bepaald volgens de formule: A x 0,023 x (100-B) / 100 = aantal vervuilingseenheden (ve), waarbij: A = het totale aantal m³ water dat in het kalenderjaar ten behoeve van de op de IBA aangesloten woonruimten is ingenomen; B = het zuiveringsrendement van het betreffende IBA–systeem. 3 Voor de toepassing van het tweede lid wordt het zuiveringsrendement van de IBA–systemen van de te onderscheiden klassen gesteld op een factor: klasse II: 75 klasse III: 90 4 De berekeningsmethode als vermeld in lid 2 en 3 is van overeenkomstige toepassing, indien op een IBA–systeem één bedrijfsruimte is aangesloten van waaruit uitsluitend huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd. Ditzelfde geldt voor een IBA–systeem, waarop naast een bedrijfsruimte, ook één of meer woonruimten zijn aangesloten. 5 In afwijking van lid 1 wordt de vervuilingswaarde van een lozing vanuit een IBA–systeem op één vervuilingseenheid gesteld, indien: niet meer dan één woonruimte op het betreffende IBA–systeem is aangesloten; uitsluitend afvalwater van huishoudelijke aard wordt afgevoerd. Artikel 4 Inwerkingtreding en citeertitel 1 Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking en hebben betrekking op belastbare feiten die zich vanaf 1 januari 2010 voordoen of hebben voorgedaan. 2 Met betrekking tot de belastbare feiten die zich voor 1 januari 2010 hebben voorgedaan hanteert het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht het voor inwerkingtreding van deze regeling gehanteerde beleid 3 Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels voor de berekening van de vervuilingswaarde van vanuit IBA–systemen geloosd afvalwater van huishoudelijke aard’. Toelichting Algemeen Bij dit besluit zijn fiscale beleidsregels vastgesteld voor toepassing van het zogenaamde bedrijfsruimteforfait bij het afvoeren van stoffen vanuit een IBA–systeem (zuiveringtechnisch werk). Om onder de werkingssfeer van deze beleidsregels te vallen, dient aan enkele voorwaarden te zijn voldaan: het betreffende IBA–systeem is gecertificeerd en ingedeeld in de klassen II of III van de beoordelingsrichtlijn K10002 van het Kiwa; het betreffende IBA–systeem wordt uitsluitend gebruikt voor de zuivering van afvalwater van huishoudelijke aard; het IBA–systeem wordt niet beheerd door het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) en ook niet gezamenlijk door AGV en een gemeente. Certificering Deze beleidsregels gaan uit van de certificering en klassenindeling op grond van de beoordelingsrichtlijn K10002 van het Kiwa. Dit biedt, tezamen met de vereisten die aan het onderhoud van IBA–systemen kunnen worden gesteld, een zekere garantie voor het te behalen zuiveringsrendement. Uitsluitend IBA–systemen die zijn ingedeeld in de klassen II en III komen in aanmerking voor de toepassing van het bedrijfsruimteforfait. Systemen van klasse I kennen hiervoor immers een te laag zuiveringsrendement. Indien de heffingplichtige van mening is dat niettemin een aanslag van één vervuilingseenheid zou moeten worden opgelegd, dient hij dit aannemelijk te maken door middel van meting, bemonstering en analyse. Ditzelfde geldt voor systemen die niet grond van de genoemde beoordelingsrichtlijn zijn gecertificeerd. Afvalwater van huishoudelijke aard IBA–systemen zijn in beginsel ontworpen voor de behandeling van water van huishoudelijke aard. Dat wil zeggen afvalwater afkomstig van woonruimten en afvalwater van bedrijfsruimten met een vergelijkbare samenstelling. De certificering en klassenindeling van de IBA–systemen door het Kiwa zijn gebaseerd op dit afvalwater. Over het zuiveringsrendement van IBA–systemen bij zuivering van afvalwater van andere dan huishoudelijke aard is nog weinig bekend. In dergelijke gevallen zal de belastingplichtige door middel van meting, bemonstering en analyse de toepasbaarheid van het forfait aannemelijk moeten maken. Beheer In de gevallen waarin AGV of AGV samen met een gemeente beheerder is van het IBA–systeem, wordt de achterliggende vervuiler in de zuiveringsheffing betrokken, dat wil zeggen de aangesloten woon– of bedrijfsruimte. Deze beleidsregels zijn in dat geval niet van toepassing. De achterliggende vervuiler wordt door het waterschap belast op grond van artikel 122g van de Waterschapswet (meting, bemonstering en analyse) of ontvangt een aanslag van drie vervuilingseenheden of één vervuilingseenheid op grond van het woonruimteforfait van artikel 122h, lid 1 van de Waterschapswet. In alle andere gevallen zijn deze beleidsregels wel van toepassing. Het betreft hier gevallen waarin ofwel de gemeente ofwel de achterliggende vervuiler(s) het IBA– systeem beheer (beheren). Het beheer van een IBA–systeem kan samenvallen met degene die het IBA–systeem gefinancierd heeft, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Zie hierna ook de toelichting op artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.