Verordening bezwarenregeling personele aangelegenheden Hoofdstuk I Begripsbepalingen Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder: commissie: de bezwarencommissie "personele aangelegenheden" die is belast met de advisering over de op het bezwaarschrift te nemen beslissing; wet: Algemene wet bestuursrecht; verwerend orgaan: het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen en dient te besluiten op het bezwaarschrift; personele aangelegenheden: alle, op het materieel recht gebaseerde, arbeidsvoorwaardelijke/rechtspositionele aangelegenheden, zoals die voor het waterschap formeel (in de Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel (SAW) en/of eigen regelingen) zijn vastgelegd (artikel 125 Ambtenarenwet), met uitzondering van bezwaarschriften gericht tegen functiebeschrijving en/of -waardering volgens de procedure FUWA. Hoofdstuk II Behandeling van de bezwaarschriften Paragraaf 1 Commissie Artikel 2 Inleidende bepaling 1. Er is een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de wet ter voorbereiding van de beslissing op gemaakte bezwaren als bedoeld in artikel 1:5, eerste lid, van de wet. 2. De commissie is slechts bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten betrekking hebbend op personele aangelegenheden. 3. De leden van de commissie ontvangen een vergoeding gekoppeld aan de vergoedingenlijst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken voor (o.a.) leden van gemeentelijke commissies. De reiskosten wordt vergoed overeenkomstig de regeling "Vergoeding reis- en verblijfkosten dienstreizen" in de SAW. Artikel 3 Samenstelling van de commissie 1. De commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur van het waterschap. 2. De commissie wordt als volgt samengesteld: een lid, aan te wijzen door het dagelijks bestuur van het waterschap, niet zijnde een bestuurder van het waterschap; een lid, aan te wijzen door de werknemersdelegatie in de commissie voor Georganiseerd Overleg; een lid, tevens voorzitter, aan te wijzen in overleg tussen de leden genoemd onder a. en b. 3. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van het waterschap. 4. Voor elk lid van de commissie wordt een plaatsvervangend lid aangewezen, die overeenkomstig het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel wordt benoemd. De commissie regelt de vervanging van de voorzitter. Artikel 4 Secretaris 1. De secretaris-algemeen directeur wijst een ambtenaar aan als ambtelijk secretaris van de commissie. 2. De secretaris-algemeen directeur wijst tevens één of meer plaatsvervangers van de secretaris aan. 3. De secretaris dient de commissie desgevraagd van advies, maar heeft geen stemrecht in de commissie. 4. De secretaris is belast met het opstellen van stukken die van de commissie uitgaan, het opmaken van het verslag bedoeld in artikel 14 en alle voorkomende werkzaamheden die de voorzitter van de commissie nodig acht. 5. De commissie kan zich voor de administratieve ondersteuning doen bijstaan door een of meerdere ambtenaren, daartoe door of namens de secretaris algemeen-directeur aangewezen. Artikel 5 Zittingsduur 1. De voorzitter en de leden van de commissie treden af op de dag van het aftreden van de algemene vergadering. 2. De (plaatsvervangend) voorzitter en de (plaatsvervangend) leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen. 3. De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Paragraaf 2 Procedure Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift 1. Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2. In de ontvangstbevestiging, als bedoeld in artikel 6:14 van de wet, wordt vermeld dat het horen geschiedt door de commissie en dat de commissie het verwerende orgaan zal adviseren over het bezwaar. In de ontvangstbevestiging wordt tevens meegedeeld dat de belanghebbende zich kan laten bijstaan of door een gemachtigde laten vertegenwoordigen. 3. Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. Artikel 7 Overdracht bevoegdheden De bevoegdheden ingevolge artikel 2:1, tweede lid, artikel 6:6, voor zover het betreft het verlenen van de gelegenheid tot het herstellen van verzuim, artikel 6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie, artikel 7:4 (ter inzage legging), en artikel 7:6, vierde lid (verstrekken van afschriften), van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie. Artikel 8 Vooronderzoek 1. De voorzitter van de commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen. 2. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en dezen zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het dagelijks bestuur vereist. Artikel 9 Hoorzitting 1. De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting, waarin de belanghebbende(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.