Beleidsregel waterbodemsInhoud Samenvatting Bij baggerwerkzaamheden of ontgravingen mogen lozingen (in de vorm van opwervelingen van slib) plaatsvinden, als de regels van de Waterwet en het Besluit lozen buiten inrichtingen worden gevolgd. Dit betekent dat voldaan moet worden aan de zorgplicht en dat bij overschrijding van de interventiewaarde een werkplan wordt opgesteld. Deze beleidsregel beschrijft de eisen die HHSK stelt aan de zorgplicht en het werkplan bij baggerwerkzaamheden en ontgravingen. Kader - Waterwet en Besluit lozen buiten inrichtingen Waterwet Met het inwerkingtreden van de Waterwet (hierna: Wtw) op 22 december 2009 is het waterbodembeheer uit de Wet bodembescherming (Wbb) in de Wtw gekomen. De gedachte hierachter is dat het beheer van de waterbodem onlosmakelijk onderdeel is van het integraal waterbeheer (uitgangspunt Wtw). Dit heeft vooral consequenties voor waterbodemsaneringen. Een integrale benadering betekent dat handelingen in de waterbodem niet meer, zoals eerder gebeurde, op zichzelf worden beschouwd. In plaats daarvan worden deze handelingen gekoppeld aan de te behartigen of nog te behalen kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen in het betreffende gebied. Hierbij kan worden gedacht aan het voorkomen van overstromingen of het beperken van wateroverlast en waterschaarste, maar ook aan natuurontwikkeling of recreatiedoelen. De Wbb blijft overigens wel van toepassing op gevallen van verontreiniging, die voor de inwerkingtreding van de Waterwet zijn aangemerkt als ernstig en spoedeisend. 1[Toelichting: De Wet bodembescherming kende tot 2006 beschikkingen op urgentie in plaats van op spoedeisendheid. Via het overgangsrecht zijn beschikkingen op urgentie gelijkgeschakeld met beschikkingen op spoedeisendheid. Het overgangsrecht is van toepassing op beschikkingen die nog onder de oude systematiek zijn genomen] Voorheen (vóór de Wtw) was de provincie bevoegd gezag voor de sanering van regionale waterbodems. Nu is dat het waterschap. De Provincie blijft voor de (op ernst en spoed) beschikte Wbb gevallen bevoegd gezag (tot en met de beschikking op het evaluatieverslag). Voor al dan niet afgeronde saneringen die beschikt zijn op ernst maar niet op spoed is de eventueel afgegeven saneringsbeschikking met inwerkingtreding van de Wtw komen te vervallen. Het beheer (en dus ook het stellen van regels ten aanzien) van waterbodems (de bodem en de oevers van oppervlaktewaterlichamen) valt onder het regime van de Wtw. Het beheer van landbodems blijft onder het regime van de Wbb vallen. Omdat het belangrijk is dat een verontreinigde waterbodem geen probleem vormt voor het oppervlaktewaterlichaam, is het nodig regels te stellen aan het uitvoeren van werken in de waterbodem. Besluit lozen buiten inrichtingen Op grond van de Waterwet was oorspronkelijk een watervergunning vereist voor alle lozingen als gevolg van het baggeren en ontgraven van de waterbodem, zoals ook eerder onder het regime van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. Deze vergunningplicht is vervallen met de inwerkingtreding op 1 juli 2011 van het Besluit lozen buiten inrichtingen (hierna: Blbi). Zorgplicht De zorgplicht (artikel 6.8 van de Waterwet en artikel 2.1 van het Blbi) houdt in dat iedereen ervoor moet zorgen dat de milieubelasting zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het bevoegd gezag heeft de taak aan te geven wat wel of niet acceptabel is. Met deze beleidsregel geeft HHSK aan welke maatregelen moeten worden genomen en op welke wijze men het bevoegd gezag bij de lozing in een oppervlaktewaterlichaam moet betrekken. Begripsbepaling Lozingen tijdens baggerwerkzaamheden en ontgravingen in watergangen en andere oppervlaktewaterlichamen bestaan vooral uit vertroebeling (losgemaakt sediment dat in suspensie wordt gebracht tijdens de werkzaamheden). Ook vloeit daarbij oppervlaktewater terug van de machines en de bij de werkzaamheden gebruikte materialen. Deze lozingen hebben meestal geen langdurige negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit. Toepassingsgebied Deze beleidsregel is van toepassing op alle oppervlaktewaterlichamen waar ontgravingen of baggerwerkzaamheden plaatsvinden. De beleidsregel geldt voor iedereen die deze werkzaamheden uitvoert, dus niet alleen voor burgers en bedrijven, maar ook voor het waterschap zelf. Raakvlakken met ander beleid De beleidsregel heeft raakvlakken met andere wet- en regelgeving ter bescherming van de waterkwaliteit, zoals de Flora- en faunawet en de gedragscode voor de waterschappen. Als ingrepen in de waterbodem de waterbodem minder geschikt maken voor waterplanten en macrofauna moet dat specifiek beoordeeld worden met relevante maatlatten en milieukwaliteitseisen. Dit kan het geval zijn bij het openleggen van oudere bodemlagen, waardoor de gehaltes van bepaalde stoffen in het oppervlaktewater veranderen. De Rijksoverheid heeft hiervoor de Handreiking Beoordelen Waterbodems (zie http://www.helpdeskwater.nl/) opgesteld. Deze handreiking is een technisch hulpmiddel. Doel van het Beleid De doelen van het beleid in deze beleidsregel zijn bescherming van de waterkwaliteit en goed waterbodembeheer. Het beleid is van toepassing op alle baggerwerkzaamheden of ontgravingen in oppervlaktewaterlichamen. Met deze beleidsregel wordt aangegeven hoe bij de werkzaamheden aan de zorgplichtbepaling van de Waterwet kan worden voldaan (artikel 6.8 en artikel 2.1 van het Blbi). Ook bevat deze beleidsregel de eisen voor het werkplan. Een werkplan is nodig, als de kwaliteit van de te baggeren of te ontgraven waterbodem zo slecht is, dat de interventiewaarde uit de Regeling lozen buiten inrichtingen wordt overschreden. Motivering van het beleid Kwaliteit van de waterbodem De waterbodem (zowel de aanwezige sliblaag als de ondergrond) is van invloed op de waterkwaliteit en de ecologie van het watersysteem. Een ingreep in de waterbodem mag er niet toe leiden dat de toestand van het oppervlaktewaterlichaam achteruit gaat. Algemeen uitgangspunt is dat waterbodems met een relatief goede kwaliteit (dus onder de interventiewaarde) de toestand van het waterlichaam niet negatief zullen beïnvloeden. De onderhoudsbaggerwerkzaamheden verstoren slechts tijdelijk de waterkwaliteit. Voor deze werkzaamheden geldt wel de in de Waterwet genoemde zorgplicht. Als echter de waterkwaliteit de interventiewaarde overschrijdt is niet alleen de zorgplicht van toepassing, maar moet ook een werkplan worden opgesteld. De interventiewaarde is genoemd in artikel 2.26 van de Regeling lozen buiten inrichtingen. Deze beleidsregel bevat tevens de eisen die HHSK stelt aan het werkplan. Het werkplan is verplicht volgens artikel 3.17, lid 2 van het Besluit lozen buiten inrichtingen. In het werkplan zijn de maatregelen beschreven die de lozingen beperken. Ook bevat het werkplan beschrijvingen van de baggertechniek en de werkwijze. In deze beleidsregel waterbodems zijn de eisen waaraan een dergelijk werkplan moet voldoen nader uitgewerkt. Meldingsplicht met verwijzing naar Besluit lozen buiten inrichtingen Voor baggeren of ontgravingen geldt een beperkte meldingsplicht. In de artikelen 1.10, 1.15 en 1.19 van het Blbi is deze meldingplicht uitgewerkt. Lozingen (in de vorm van het opwervelen van slib) als gevolg van het baggeren of ontgraven zijn niet vergunningplichtig. De vrijstelling van de vergunningplicht voor het lozen in een oppervlaktewaterlichaam ten gevolge van ontgravingen of baggerwerkzaamheden in datzelfde oppervlaktewaterlichaam is geregeld in de artikelen 1.3, lid b en 3.17 van het Blbi. Toetsingscriteria en voorschriften Maatregelen bij (onderhouds)baggerwerkzaamheden en ontgravingen: De zorgplicht is voor iedereen die baggerwerkzaamheden of ontgravingen in de waterbodem uitvoert, van toepassing. Voor iedereen, dus zowel voor derden als voor HHSK, gelden de volgende doelstellingen (algemene toetsingscriteria) en voorschriften: Algemene toetsingscriteria om te voldoen aan de zorgplicht: Het zoveel mogelijk tegengaan van de verspreiding van (verontreinigende) stoffen in het oppervlaktewater. Vermindering van de waterkwaliteit wordt daarbij voorkomen. Het zoveel mogelijk voorkomen van verstoring van flora en fauna in en om de watergang. Het voorkomen van verspreiding van (verontreinigende) stoffen naar de landbodem. Een belangrijke bijdrage hieraan levert het werken conform alle geldende wet- en regelgeving (o.a. Besluit bodemkwaliteit, Flora- en faunawet inclusief de Gedragscode Flora- en Faunawet, Waterwet en de wet- en regelgeving op het gebied van arbeidshygiëne en veiligheid). Voorschriften A. De op basis van de zorgplicht vereiste maatregelen voor het uitvoeren van onderhoudsbaggerwerkzaamheden (ongeacht de mate van verontreiniging) zijn:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.