← Nederland

Bouwverordening gemeente Ommen 2013 (Ommen)

Bouwverordening gemeente Ommen 2013De raad van de gemeente Ommen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 april 2013, kenmerk 513993; b e s l u i t : vast te stellen de bouwverordening gemeente Ommen

  1. Hoofdstuk1 Artikel1.1Begripsomschrijvingen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: Bevoegd gezag: bestuursorgaan, als bedoeld in de Woningwet, artikel 1, eerste lid, onderdeel e, dan wel, bij het ontbreken van een bestuursorgaan als bedoeld in dit artikellid, burgemeester en wethouders; Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm; Omgevingsvergunning voor het bouwen: vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2.In deze verordening wordt mede verstaan onder: bouwwerk: een gedeelte van een bouwwerk; gebouw: een gedeelte van een gebouw. Artikel1.2Termijnen Vervallen. Artikel1.3Indeling van het gebied van de gemeente 1.Voor de toepassing van deze verordening geldt als indeling van de gemeente: het gebied binnen de bebouwde kom; het gebied buiten de bebouwde kom. 2.Als gebied binnen de bebouwde kom geldt het gebied, dat op de bij deze verordening behorende kaart als zodanig is aangegeven. Hoofdstuk2Omgevingsvergunning voor het bouwen Paragraaf1Gegevens en bescheiden Artikel2.1.1Aanvraag bouwvergunning Vervallen. Artikel2.1.2In de aanvraag op te nemen gegevens Vervallen. Artikel2.1.3Bij de aanvraag in te dienen bescheiden Vervallen. Artikel2.1.4Gegevens met betrekking tot het coördineren van vergunningaanvragen Vervallen. Artikel2.1.5Bodemonderzoek 1.Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat in ieder geval uit de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740:2009+A1:2016 nl, in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur
  2. Als op basis van het onderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707:2015 nl. 2.De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht geldt niet als het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in de artikelen 2 en 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in de artikelen 2 en 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. 3.Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, toe als voor toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. 4.Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn als bedoeld in artikel 2.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht als uit het in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is of dat de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740:2009+A1:2016 nl niet rechtvaardigen. 5.Als het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen. Artikel2.1.6Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag om bouwvergunning Vervallen. Artikel2.1.7Bouwregistratie Vervallen. Artikel2.1.8Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om bouwvergunning woonwagens en standplaatsen Vervallen. Paragraaf2Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning Artikel2.2.1Ontvangst van de aanvraag Vervallen. Artikel2.2.2Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening Vervallen. Artikel2.2.3Bekendmaking van termijnen Vervallen. Artikel2.2.4In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening Vervallen. Artikel2.2.5In behandeling nemen en bodemonderzoek Vervallen. Artikel2.2.6Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning Vervallen. Paragraaf3Welstandstoetsing Artikel2.3.1Welstandscriteria Vervallen. Paragraaf4Het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond Artikel2.4.1Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voorzover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; en dat de grond raakt, of waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd. Artikel2.4.2Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van het in de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt. Paragraaf5Voorschriften van stedenbouwkundige aard en bereikbaarheidseisen Artikel2.5.1Richtlijnen voor de verlening van ontheffing van de stedebouwkundige bepalingen Vervallen. Artikel2.5.2Anti-cumulatiebepaling Vervallen. Artikel2.5.3Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen Vervallen. Artikel2.5.3ABrandweeringang Vervallen. Artikel2.5.4Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten Vervallen. Artikel2.5.5Ligging van de voorgevelrooilijn Vervallen. Artikel2.5.6Verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn Vervallen. Artikel2.5.7Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn Vervallen. Artikel 2.5.8 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de voorgevelrooilijn Vervallen. Artikel2.5.9Bouwen op de weg Vervallen. Artikel 2.5.10 Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken Vervallen. Artikel 2.5.11 Ligging van de achtergevelrooilijn Vervallen. Artikel2.5.12Verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn Vervallen. Artikel2.5.13Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn Vervallen. Artikel2.5.14Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de achtergevelrooilijn Vervallen. Artikel 2.5.15 Erf bij woningen en woongebouwen Vervallen. Artikel 2.5.16 Erf bij overige gebouwen Vervallen. Artikel 2.5.17 Ruimte tussen bouwwerken Vervallen. Artikel 2.5.18 Erf- en terreinafscheidingen Vervallen. Artikel 2.5.19 Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoofdtransportleidingen Vervallen. Artikel 2.5.20 Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn Vervallen. Artikel 2.5.21 Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn Vervallen. Artikel 2.5.22 Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een achtergevelrooilijn Vervallen. Artikel 2.5.23 Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen Vervallen. Artikel 2.5.24 Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken Vervallen. Artikel 2.5.25 Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende terreinen Vervallen. Artikel 2.5.26 Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken Vervallen. Artikel2.5.27Toegelaten afwijkingen van de toegelaten bouwhoogte Vervallen. Artikel2.5.28Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de toegelaten bouwhoogte Vervallen. Artikel2.5.29Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid Vervallen. Artikel 2.5.30 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen Vervallen. Paragraaf6Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties Artikel2.6.1Beginsel inzake brandmeldinstallaties Vervallen. Artikel2.6.2Aanwezigheid van brandmeldinstallaties Vervallen. Artikel2.6.3Omvang van de bewaking door brandmeldinstallaties Vervallen. Artikel2.6.4Kwaliteit van brandmeldinstallaties Vervallen. Artikel2.6.5Beginsel inzake ontruimingsalarminstallaties Vervallen. Artikel2.6.6Aanwezigheid van ontruimingsalarminstallaties Vervallen. Artikel2.6.7Kwaliteit van ontruimingsinstallaties Vervallen. Artikel2.6.8Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen Vervallen. Artikel2.6.9Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen Vervallen. Artikel2.6.10Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen Vervallen. Artikel2.6.11Gelijkwaardigheid Vervallen. Artikel2.6.12Communicatiesysteem voor publieke hulpverleningsdiensten Vervallen. Paragraaf7Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen Artikel2.7.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding Vervallen. Artikel2.7.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet Vervallen. Artikel2.7.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet Vervallen. Artikel2.7.3AEis tot aansluiting aan de publieke voorziening voor verwarming Vervallen. Artikel2.7.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering Vervallen. Artikel2.7.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering Vervallen. Artikel2.7.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen Vervallen. Artikel2.7.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen Vervallen. Hoofdstuk3De melding Artikel3.1De wijze van melden Vervallen. Artikel3.2Welstandscriteria Vervallen. Hoofdstuk4Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming van een bouwwerk Artikel4.1Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse staking van bouwwerkzaamheden Vervallen. Artikel4.2Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden Vervallen. Artikel4.3Wijzigingen in gegevens bouwregistratie Vervallen. Artikel4.4Het uitzetten van de bouw Vervallen. Artikel4.5Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden Vervallen. Artikel4.6Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen Vervallen. Artikel4.7Bemalen van bouwputten Vervallen. Artikel4.8Veiligheid op het bouwterrein Vervallen. Artikel4.9Afscheiding van het bouwterrein Vervallen. Artikel4.10Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder Vervallen. Artikel4.11Bouwafval Vervallen. Artikel4.12Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden Vervallen. Artikel4.13Melden van werken bij lage temperaturen Vervallen. Artikel4.14Verbod tot ingebruikneming Vervallen. Hoofdstuk5Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen en het weren van schadelijk en hinderlijk gedierte Paragraaf1Staat van open erven en terreinen Artikel5.1.1Staat van onderhoud van open erven en terreinen Vervallen. Artikel5.1.2Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen Vervallen. Artikel5.1.3Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten Vervallen. Paragraaf2Staat van brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel5.2.1Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Vervallen. Artikel5.2.2Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in gebouwen, niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven, logiesgebouwen of kantoorgebouwen Vervallen. Artikel5.2.3Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in woongebouwen van bijzondere aard Vervallen. Artikel5.2.4Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in logiesverblijven en logiesgebouwen Vervallen. Artikel5.2.5Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in kantoorgebouwen Vervallen. Paragraaf3Eis tot aansluiting aan de waterleiding Artikel5.3.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding Vervallen. Artikel5.3.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet Vervallen. Artikel5.3.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet Vervallen. Artikel5.3.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering Vervallen. Artikel5.3.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering Vervallen. Artikel5.3.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen Vervallen. Artikel5.3.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen Vervallen. Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. reinheid Artikel5.4.1Preventie Vervallen. Hoofdstuk6Brandveilig gebruik Vervallen. Hoofdstuk7Overige gebruiksbepalingen Paragraaf1overbevolking Artikel7.1.1Overbevolking van woningen Vervallen. Artikel7.1.2Overbevolking van woonwagens Vervallen. Paragraaf2staken van het gebruik Artikel7.2.1Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid Vervallen. Artikel7.2.2Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne Vervallen. Artikel7.2.3Staken van het gebruik van een woonwagen Vervallen. Paragraaf3gebruik van bouwwerken open erven en terreinen Artikel7.3.1 Vervallen. Artikel7.3.2Hinder Vervallen. Paragraaf4het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel7.4.1Preventie Vervallen. Paragraaf5watergebruik Artikel7.5.1Verboden gebruik van water Vervallen. Paragraaf6installaties Artikel7.6.1Gebruiksgereed houden van installaties Vervallen. Hoofdstuk8Slopen Paragraaf1Omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.1.1Omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen. Artikel8.1.2Aanvraag sloopvergunning Vervallen. Artikel8.1.3In behandeling nemen Vervallen. Artikel8.1.4Termijn van beslissing Vervallen. Artikel8.1.5Samenloop van slopen en bouwen Vervallen. Artikel8.1.6Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen. Artikel8.1.7Intrekken omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen. Paragraaf2Sloopmelding Artikel8.2.1Sloopmelding Vervallen. Artikel8.2.2Overige uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen. Paragraaf3verplichting tijdens het slopen Artikel8.3.1Veiligheid op sloopterrein Vervallen. Artikel8.3.2Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden Vervallen. Artikel8.3.3Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen. Artikel8.3.4Plichten van degene die sloopt Vervallen. Artikel8.3.5Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest Vervallen. Artikel8.3.6Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen Vervallen Paragraaf4vrij slopen Artikel8.4.1Sloopafval algemeen Vervallen. Hoofdstuk9Het Welstandstoezicht Artikel9.1De advisering door de stadsbouwmeester 1.De stadsbouwmeester adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning. 2.De stadsbouwmeester baseert zijn/haar advies op de in de Welstandsnota genoemde welstandscriteria. Artikel9.2Stadsbouwmeester 1.De stadsbouwmeester dient deskundig te zijn op het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie. 2.Voor de stadsbouwmeester wordt een plaatsvervanger aangewezen die hem/haar bij afwezigheid vervangt. 3.De stadsbouwmeester adviseert onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur. Artikel9.3Benoeming en zittingsduur (vervallen) Artikel9.4Profielschets stadsbouwmeester A.Deskundigheid De stadsbouwmeester en zijn/haar plaatsvervanger worden gerekruteerd uit de vakgebieden architectuur, stedenbouw (ruimtelijke kwaliteit) of cultuurhistorie. B.Nadere eisen: Bij de selectie van de stadsbouwmeester wordt gelet op de aanwezigheid van voldoende praktijkkennis en ervaring. Van de stadsbouwmeester wordt verwacht dat deze belangstelling heeft voor het adviesgebied en de gemeente kent of wil leren kennen. Daarboven is een communicatieve instelling en het vermogen een welstandsbeoordeling begrijpelijk te verwoorden een vereiste. De stadsbouwmeester kan worden aangesproken op de vakinhoudelijke kwaliteit en consistentie van de welstandsadviezen. C.Bijzondere voorwaarden: De stadsbouwmeester behandelt geen (bouw)plannen, welke door hem zelf vervaardigd zijn. De stadsbouwmeester onthoudt zich ervan om als praktiserend architect of ontwerper opdrachten te aanvaarden of medewerking, hulp of iets dergelijks te verlenen aan een bouwplan, waarover hij zelf een advies moet uitbrengen of heeft uitgebracht. Artikel9.5Jaarlijkse verantwoording De stadsbouwmeester stelt jaarlijks een verslag op van zijn/haar werkzaamheden voor het college van burgemeester en wethouders, waarin ten minste aan de orde komt: op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de Welstandsnota; de werkwijze van de stadsbouwmeester; de aard van de beoordeelde plannen; de bijzondere projecten. De stadsbouwmeester kan in zijn/haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke Welstandsnota in het bijzonder. Artikel9.6Termijn van advisering 1.De stadsbouwmeester brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen twee weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. 2.De stadsbouwmeester brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, indien deze vergunning betrekking heeft op een deel van een project of een gefaseerde aanvraag betreft, uit binnen drie weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. 3.Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de stadsbouwmeester een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel9.7Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting 1.De behandeling van de aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen door de stadsbouwmeester is openbaar. De datum, tijd en plaats van de reguliere zitting van de stadsbouwmeester wordt tijdig bekend gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2.Voorts kan de behandeling van een bouwplan, voorafgaand aan een aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen, geschieden op basis van een zogenoemd schetsontwerp. Dergelijke behandelingen zijn op verzoek van de aanvrager niet-openbaar en kunnen ook op ad hoc basis plaatsvinden; voorwaarde hierbij is dat de definitieve beoordeling in een openbare behandeling plaatsvindt. 3.Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag heeft verzocht, wordt deze door of namens de stadbouwmeester in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. 4.In het geval dat het bouwplan in de zitting van de stadsbouwmeester wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de stadsbouwmeester, waarin de aanvraag wordt behandeld. 5.Belanghebbenden hebben bij een openbare zitting in toelichtende zin spreekrecht. Artikel9.8Vorm waarin het advies wordt uitgebracht 1.De stadsbouwmeester adviseert en motiveert zijn/haar advies schriftelijk of door middel van een zogenaamd stempeladvies. 2.Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen. Hoofdstuk10Overige administratieve bepalingen Artikel10.1De aanvraag om woonvergunning Vervallen. Artikel10.2De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen Vervallen. Artikel10.3Overdragen vergunningen Vervallen. Artikel10.4Overdragen mededeling Vervallen. Artikel10.5Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen Vervallen. Artikel10.6Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening - of in de bij deze verordening behorende bijlagen - wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. Hoofdstuk11Handhaving Artikel11.1Stilleggen van de bouw Vervallen. Artikel11.2Overtreding van het verbod tot ingebruikneming Vervallen. Artikel11.3Stilleggen van het slopen Vervallen. Artikel11.4onderzoek naar een gebrek Vervallen. Hoofdstuk12Straf- overgangs- en slotbepalingen Artikel12.1Strafbare feiten Vervallen. Artikel12.2Overgangsbepaling bodemonderzoek Vervallen. Artikel12.3Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen Vervallen. Artikel12.4(Overgangsbepaling (aanvragen om) gebruiksvergunning Vervallen. Artikel12.5Overgangsbepaling sloopmelding Vervallen. Artikel12.6Overgangsbepaling bouwvergunning of omgevingsvergunning Op een aanvraag om bouwvergunning, omgevingsvergunning, ontheffing of toestemming anderszins, die is ingediend vóór het tijdstip waarop deze verordening van kracht wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing, zoals die luidden vóór de onderhavige wijziging tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast. Artikel12.7Slotbepaling 1.Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op die van bekendmaking. 2.Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de bouwverordening, vastgesteld bij raadsbesluit van de gemeente Ommen d.d. 29 november 2007 en alle daarin aangebrachte wijzigingen; 3.Deze verordening kan worden aangehaald als “Bouwverordening gemeente Ommen”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 mei 2013.De raad voornoemd,griffier, J.A.R. Tenkink voorzitter, M.J. Ahne Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.