Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente MoerdijkHet college van burgemeester en wethouders, in zijn vergadering van 26 maart 2013, gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht en gelet op de bepalingen in de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Moerdijk BESLUIT vast te stellen de volgende beleidsregel: Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning GEMEENTE MOERDIJK Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen 1.Alle begrippen die in dit Besluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning en aanverwante regelingen en de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Moerdijk. 2.In dit besluit wordt verstaan onder: Verordening: de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Moerdijk. Persoonsgebonden budget (PGB): een geldbedrag als genoemd in artikel 1 onder w, van de Verordening. Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 1 onder x, van de Verordening. Besluit maatschappelijke ondersteuning: de landelijke Algemene Maatregel van Bestuur zoals bedoeld in artikel 15, lid 3, Wmo, waarin regels worden gesteld met betrekking tot de eigen bijdrage. Bijdrageplichtig inkomen: het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in artikel 4.1 eerste lid Besluit maatschappelijke ondersteuning, bedraagt het inkomen over het peiljaar, vermeerderd met 8% van de grondslag sparen en beleggen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde dan wel 8% van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2 , tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, over het peiljaar van de gehuwde verzekerden. Peiljaar: het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin aan belanghebbende maatschappelijke ondersteuning is verleend. Erkende zorginstelling: Een instelling die is toegelaten tot de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). Dit betekent dat er afspraken zijn gemaakt met de zorgkantoren en dat de thuiszorginstelling geregistreerd is als instelling in het kader van de AWBZ en/of de Zvw (Zorgverzekeringswet). Deze erkenning staat op de sites van de betreffende zorginstelling, of Een instelling met een HKZ-keurmerk (stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector) of een daarmee vergelijkbaar keurmerk. Hoofdstuk2Eigen bijdragen Artikel2De omvang van de eigen bijdrage en het eigen aandeel Voor de berekening van de door de belanghebbende per periode van vier weken verschuldigde maximale eigen bijdrage/ eigen aandeel wordt aangesloten bij artikel 4.1 Besluit maatschappelijke ondersteuning: voor de ongehuwde persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt € 18,60 per vier weken, met dien verstande dat indien zijn bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 23.208,-- het bedrag van € 18,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat inkomen en € 23.208,--; voor de ongehuwde die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt € 18,60 per vier weken, met dien verstande dat indien zijn bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 16.257,-- het bedrag van € 18,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat inkomen en € 16.257,--; voor de gehuwde personen indien een van beide de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt of beiden die leeftijd nog niet hebben bereikt € 26,60 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 28.733,-- het bedrag van € 26,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 28.733,--; voor de gehuwde personen die beiden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, hebben bereikt € 26,60 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 22.676,-- het bedrag van € 26,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 22.676,--. Het bovenstaande is voor individuele Wmo-voorzieningen vertaald naar de onderstaande tabel Groepen Maximale eigen bijdrage per 4 weken voor personen beneden de inkomensgrens Inkomensgrens waarboven 1/13 van 15% van het meerinkomen bovenop de eigen bijdrage van kolom 2 wordt geheven Groep A ongehuwd en de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikt € 18,60 € 23.208,-- Groep B ongehuwd en de pensioengerechtigde leeftijd bereikt € 18,60 € 16.257,-- Groep C Gehuwd en de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikt € 26,60 € 28.733,-- Groep D Gehuwd en de pensioengerechtigde leeftijd bereikt € 26,60 € 22.676,-- De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks gewijzigd conform artikel 4.5 Besluit maatschappelijke ondersteuning. De hoogte en de duur van de maximale eigen bijdrage/ het eigen aandeel is bij: Hulp bij het huishouden: de werkelijke kostprijs per uur in natura dan wel het uitgekeerde PGB, voor de gehele duur van de verstrekking. Voor voorzieningen verstrekt in de vorm van een PGB niet zijnde hulp bij het huishouden het bedrag van het verstrekte PGB gedurende maximaal 65 perioden van 4 weken Bij een in eigendom verstrekte roerende zaak dan wel een bouwkundige of woontechnische aanpassing van een woning die in eigendom is van de belanghebbende: het bedrag van de verstrekking dan wel aanpassing, gedurende maximaal 39 perioden van 4 weken. Bij voorzieningen voor het wonen in een geschikt huis die in bruikleen zijn verstrekt: het bedrag van de verstrekking gedurende maximaal 65 perioden van 4 weken. Bij vervoersmiddelen die niet in eigendom zijn verstrekt en voorzieningen voor het wonen in een geschikt huis die in huur zijn verstrekt: de (huur) kosten van de voorziening voor de totale duur dat de belanghebbende over de voorziening beschikt. Een aanpassing van een in eigendom zijnde auto: het bedrag van de aanpassing, gedurende maximaal 39 perioden van 4 weken. Voor gemaximeerde en forfaitaire financiële tegemoetkomingen is geen eigen bijdrage verschuldigd. Bij een PGB wordt de eigen bijdrage niet ingehouden op het uit te keren PGB-bedrag. Dit betekent dat belanghebbende, evenals bij voorzieningen in natura, uit eigen middelen geld moet reserveren om de eigen bijdrage te betalen. Het PGB is niet bedoeld om de eigen bijdrage te betalen. Hoofdstuk3Persoonsgebonden budget Artikel3Verstrekking van een PGB 1.Een PGB wordt alleen verstrekt voor individuele Wmo-voorzieningen. 2.Het PGB kan alleen worden besteed aan het bereiken van het resultaat zoals dat door het College bij beschikking is aangegeven aan de belanghebbende. 3.Na verzending van de beschikking en na het overleggen van de ondertekende zorgovereenkomst of de originele factuur wordt het PGB, eventueel in delen, ter beschikking gesteld door storting op de rekening van de belanghebbende. 4.Het PGB voor hulp bij het huishouden wordt per vier weken uitbetaald. 5.Het PGB voor de aanschaf van hulpmiddelen wordt geacht toereikend te zijn voor een periode van minimaal vijf jaar en maximaal de technische levensduur van de voorziening. Artikel4Uitzonderingen verstrekking PGB In navolging van artikel 14, lid 1, van de Verordening verstrekt het College geen persoonsgebonden budget (PGB) als er sprake is van de volgende overwegende bezwaren: Als er op grond van aanwijzingen die tijdens het gesprek en (eventueel) onderzoek aan het licht zijn gekomen, de overtuiging bestaat dat belanghebbende problemen zal hebben bij het omgaan met het persoonsgebonden budget tenzij belanghebbende beschikt over een toegewezen bewindvoerder, een toegewezen mentor of aangewezen mantelzorger die zorg kan dragen voor het financiële beheer. Als belanghebbende deelneemt aan een schuldsaneringstraject. Als belanghebbende zodanige schulden heeft dat de overtuiging bestaat dat het PGB niet besteed wordt aan het doel waarvoor het is verstrekt. Als aan belanghebbende eerder een PGB is verleend op grond van de Verordening en belanghebbende zich niet gehouden heeft aan de bij de verlening van dat eerdere PGB opgelegde verplichting(en). Als aannemelijk is dat als gevolg van een progressief ziektebeeld van belanghebbende een voorziening in natura doeltreffender is en de beperkingen beter kan compenseren bij veranderende omstandigheden. Artikel5Verplichtingen PGB 1.Het College kan de belanghebbende verzoeken bewijsstukken te overleggen inzake de besteding van zijn of haar persoonsgebonden budget. 2.Belanghebbende bewaart de rekening(en) dan wel het betalingsbewijs (betalingsbewijzen) en indien van toepassing het onderhoudscontract van de met het PGB gerealiseerde voorziening tot één jaar na de aanschaf van de voorziening. 3.Bij een PGB voor hulp bij het huishouden bewaart de belanghebbende de urenoverzichten en de overzichten van de salarisbetalingen aan te tonen middels bank-giro overzichten, gedurende 5 jaar. 4.De voorziening die belanghebbende met het PGB inkoopt om het door het College in de beschikking aangegeven resultaat te bereiken dient compenserend, veilig, op belanghebbende gericht en kwalitatief verantwoord te zijn. 5.Belanghebbende dient een particuliere aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten voor schade die door het gebruik van de voorziening aan derden kan ontstaan. Artikel6Hoogte PGB voor hulp bij het huishouden 1.Belanghebbende kan kiezen voor de inzet van een particuliere hulp bij het huishouden of hulp bij het huishouden via een erkende zorginstelling (HbH regulier). 2.De hoogte van een persoongebonden budget voor hulp bij het huishouden is gebaseerd op het gemiddelde van de natura-tarieven voor gecontracteerde zorgaanbieders. Indien met het PGB een particuliere hulp wordt ingezet bedraagt het PGB uurtarief 75% van het gemiddelde van de natura-tarieven van de gecontracteerde zorgaanbieders. Indien met het PGB een erkende zorginstelling wordt ingezet bedraagt het PGB uurtarief 100% van het gemiddelde van de natura-tarieven van de gecontracteerde zorgaanbieders. 3.Voor de inzet van een particuliere hulp als bedoeld in het eerste lid wordt voor hulp bij het huishouden 1 een bedrag van € 16,80 per uur en voor hulp bij het huishouden 2 een bedrag van € 20,00 per uur beschikbaar gesteld om hulp bij het huishouden in te kopen. 4.Voor de inzet van een erkende thuiszorginstelling als bedoeld in het eerste lid wordt voor hulp bij het huishouden 1 een bedrag van € 22,37 per uur en voor hulp bij het huishouden 2 een bedrag van € 26,70 per uur beschikbaar gesteld om hulp bij het huishouden in te kopen. 5.In geval nieuwe overeenkomsten voor hulp bij het huishouden in natura worden gesloten wordt vanaf de ingangsdatum van deze overeenkomsten het natura-tarief van deze overeenkomsten voor nieuwe PGB- toekenningen voor hulp bij het huishouden als uitgangspunt gebruikt voor het vaststellen van de hoogte van het PGB conform het bepaalde in het tweede lid. Artikel7Ondersteuning PGB houder hulp bij het huishouden Het College biedt belanghebbende die gebruik maakt van een PGB voor hulp bij het huishouden kosteloos ondersteuning door de Sociale Verzekeringsbank aan bij de verplichtingen die het PGB voor hulp bij het huishouden met zich meebrengt. Artikel8Hoogte PGB voor hulpmiddelen 1.Het PGB voor rolstoelvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen wordt bepaald op basis van het bedrag voor de goedkoopst compenserende voorziening in natura. Dit betreft de aanschafprijs en kosten voor onderhoud-en reparatie en indien van toepassing verzekeringskosten gedurende de minimale toekenningsduur van het PGB zoals bepaald in artikel 3 lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.