Handhavingsverordening Uitkeringen 2013 BA-RidderkerkDe raad van de gemeente Ridderkerk; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 februari2013, nummer244; gelet op artikel8a van de Wwb, artikel 35 IOAW, artikel 35 1e lid onder c, IOAZ 1e lid onder c. en op artikel 149 van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de verordening Handhavingsverordening Uitkeringen 2013 BA-Ridderkerk Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepaling Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: de raad : de gemeenteraad van de gemeente Ridderkerk; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk; wetten; Wwb, IOAW, IOAZ, Bbz2004; uitkering; Wwb, IOAW, IOAZ, Bbz
- Hoofdstuk2.Opdracht aan het college Artikel2.Opdracht aan het college Het college zorgt voor de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wetten waaronder de bestrijding van fraude en ook misbruik en oneigenlijk gebruik van de wetten. Hoofdstuk3.Hoogwaardig handhaven Artikel3.Preventie 1.Om misbruik en oneigenlijk gebruik van bijstand te voorkomen en tegen te gaan verstrekt het college vroegtijdig informatie over de aan het recht op uitkering verbonden rechten en plichten evenals over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik van de uitkering. 2.Het college draagt zorg voor een optimale dienstverlening met het doel de nalevingbereidheid van regels onder uitkeringsgerechtigden te vergroten. Artikel4.Repressie 1.Het college zet in op vroegtijdige detectie en afhandeling van misbruik en oneigenlijk gebruik van de uitkering. 2.Het recht op de uitkering en de rechtmatigheid van de verstrekte uitkering wordt gecontroleerd door middel van signaalcontroles, heronderzoeken en themacontroles. 3.Het College draagt zorg voor het op efficiënte wijze verkrijgen en onderzoeken van relevante informatie van de belanghebbende en derden met betrekking tot de uitkeringsaanvraag of voortzetting van de uitkering. 4.Alle informatie over vermoedelijk misbruik of oneigenlijk gebruik, waaronder begrepen informatie van medewerkers en tips, wordt centraal binnen de BAR gemeenten geregistreerd en onderhouden met inachtneming van de Wet bescherming persoonsgegevens. 5.Indien de belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen inlichtingen verstrekt die van belang zijn of kunnen zijn voor de hoogte, de duur of de voortzetting van de uitkering, legt het College een boete op zoals is voorgeschreven in de wetten. 6.De ten onrechte verstrekte uitkering wordt teruggevorderd zoals is voorgeschreven in de wetten en het gemeentelijk beleid. Hoofdstuk4.Verantwoording Artikel5.Verantwoording Het college informeert de gemeenteraad jaarlijks over de uitvoering en de resultaten op het gebied van handhaving. Hoofdstuk5.Slotbepalingen Artikel6.Hardheidsclausule In bijzondere gevallen, wanneer onverkorte toepassing van deze verordening zou leiden tot een klaarblijkelijke hardheid op grond van specifieke individuele situaties, kan het college gemotiveerd beslissen om af te wijken van een of meer bepalingen van deze verordening. Artikel7.Onvoorziene omstandigheden In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel8.Inwerkingtreding De verordening treedt in werking op de datum van publicatie na vaststelling. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Handhavingsverordening Wet werk en bijstand (Wwb) en de wet Investeren in Jongeren (WIJ) Gemeente Ridderkerk 2009 ingetrokken. Artikel9.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Handhavingsverordening Uitkeringen 2013 BA-Ridderkerk. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Ridderkerk, gehouden op 21 maart 2013.De raad voornoemd,de griffier, de voorzitter,J.G. van Straalen mw. A. AttemaAP/569ToelichtingAlgemeenArtikel 8a Wwb schrijft voor dat de gemeenteraad regels dient te stellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand, alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. In de IOAW en IOAZ is dit niet voorgeschreven. Maar de handhaving wordt ook voor deze uitkeringen ingezet. De Bbz2004 kent ook geen eigen bepalingen op het gebied van handhaving, de uitvoering van de Bbz2004 is gekoppeld aan de Wwb. Een goed handhavingsbeleid is belangrijk omdat dit voorkomt dat onterecht gemeenschapsgeld wordt uitgegeven. Als misbruik en oneigenlijk gebruik goed bestreden wordt, vergroot dit het draagvlak van de bijstandsverstrekking onder burgers. Een goed handhavingsbeleid beperkt de uitgaven op het Inkomensdeel. In het kader van effectieve fraudebestrijding is terugvordering van ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende bijstand belangrijk en verplicht vanaf 1 januari
- Hoofdstuk 1 Algemene bepalingenBetreft algemene begripsbepalingen, geen toelichting nodig. Hoofdstuk 2 opdracht aan het collegeDe verantwoordelijkheid voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wwb, IOAW, IOAZ en Bbz2004, wordt neergelegd bij het college. Hoofdstuk 3 Hoogwaardig handhavenOm misbruik en oneigenlijk gebruik van een uitkering te voorkomen en te bestrijden heeft de gemeente ingezet op het instrument hoogwaardig handhaven. Dit instrument bestaat uit: a. vroegtijdig informeren b. optimale dienstverlening c. vroegtijdige detectie en afhandeling van fraude d. consequente sanctionering Maandelijks worden de signalen van het Inlichtingenbureau gecontroleerd. Dit zijn signalen van inkomsten, vermogen, bankrekeningen, studie, detentie, etc. Daarnaast zijn er re-integratieonderzoeken, mutaties en andere onderzoeken als daar aanleiding voor is. Via de themacontroles wordt er gericht op een bepaald onderwerp gecontroleerd. Het uitgangspunt is dat iedere klant minstens 1 keer per jaar persoonlijk contact heeft met een klantmanager. Regionaal wordt er aangesloten bij het Regionaal Coördinatiepunt Fraudebestrijding (RCF). Via het RCF worden er controles verricht die de uitkeringen overstijgen. Ook wordt er ondersteuning geboden bij nieuwe wetgeving en bij het kiezen van instrumenten ter ondersteuning van de fraudebestrijding. Hoofdstuk 4 VerantwoordingIn dit hoofdstuk wordt invulling gegeven aan de aflegging van verantwoordelijkheid over het gehanteerde beleid op het gebied van handhaving van het college aan de gemeenteraad. De gemeenteraad wordt in het kader van de controlerende functie door de kennisneming van het gevoerde beleid in staat gesteld voorstellen te doen tot verbetering of bijsturing van de kaders waarbinnen oneigenlijk gebruik en misbruik van uitkeringen worden bestreden. Hoofdstuk 5 SlotbepalingenIn dit hoofdstuk is de mogelijkheid om in bijzondere gevallen af te wijken van (delen van) de verordening opgenomen (doorgaans zal in die situaties alleen worden afgeweken in het voordeel van de belanghebbende). De gemeenteraad geeft de vrijheid aan burgemeester en wethouders om te beslissen in gevallen waarin de verordening niet voorziet.