Verordening langdurigheidstoeslag Wet Werk en Bijstand gemeente Tubbergen 2009De raad van de gemeente Tubbergen, gelet op het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 oktober 2009, nr. I09.7580; gelet op het advies van de commissie Samenleving van 14 oktober 2009; gelet op het bepaalde in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d en artikel 36 van de Wet Werk en Bijstand; besluit: vast te stellen de Verordening langdurigheidstoeslag Wet Werk en Bijstand gemeente Tubbergen 2009 HoofdstukI.Algemene bepalingen Artikel1Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en bijstand referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum; peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op langdurigheidstoeslag ontstaat; inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, daaronder mede verstaan een uitkering krachtens de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Artikel2Uitvoering De uitvoering van deze verordening berust bij het college van burgemeester en wethouders. HoofdstukII.Recht op langdurigheidstoeslag Artikel3Langdurig een laag inkomen Aan de in artikel 36, eerste lid van de wet gestelde voorwaarde van het langdurig hebben van een laag inkomen is voldaan als gedurende de referteperiode het gemiddelde inkomen niet uitkomt boven 101 procent van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm. Artikel4Hoogte van de langdurigheidstoeslag 1.De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar: voor een echtpaar € 500,00; voor een alleenstaande ouder € 450,00; voor een alleenstaande € 350,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.