Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente DiemenDe raad van de gemeente Diemen; Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 januari 2013, met overneming van de daarin vermelde motieven; gelet op de artikelen 7 en 8 en 10 lid 2 Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35 en 36 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en de artikelen 34, 35 en 36 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers, B E S L U I T : Vast te stellen: de volgende Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Diemen Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.Begrippen 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. 2.In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de WWB. het college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Diemen de raad: de gemeenteraad van gemeente Diemen Hoofdstuk2Beleid en financiën Artikel2.Beleidsregels 1.Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening beleidsregels vast, waarin beleidsprioriteiten worden aangegeven, alsmede de hoogte en wijze van financiering. 2.De beleidsregels omvatten in elk geval: een omschrijving van het beleid ten aanzien van de verschillende doelgroepen en de prioritering binnen die groepen. een verdeling van de beschikbare middelen over de verschillende re-integratievoorzieningen; het flankerend beleid ten aanzien van zorg en hulpverlening. De voorwaarden waaronder een re-integratievoorziening wordt aangeboden; De weigeringsgronden bij het aanbieden van re-integratievoorzieningen; overige criteria voor het aanbieden van re-integratievoorzieningen en het verstrekken van loonkostensubsidies. 3.Het college informeert de gemeenteraad in ieder geval jaarlijks via de Planning en Controlcyclus over de resultaten van het beleid. 4.Het college kan een budgetplafond instellen voor o.a. de hoogte van de re-integratievoorziening en het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke re-integratievoorziening. Hoofdstuk3Re-integratievoorzieningen Artikel3.Algemene bepalingen over re-integratievoorzieningen 1.In de beleidsregels zoals bedoeld in artikel 2 wordt vastgelegd welke re-integratievoorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden. 2.de re-integratievoorzieningen die worden ingezet, moeten noodzakelijk zijn voor de reïntegratie van belanghebbende naar deelname aan het maatschappelijke verkeer en/of betaalde arbeid; 3.In ieder geval voor de volgende re-integratievoorzieningen worden door het college beleidsregels opgesteld: Stages Proefplaatsing Participatieplaatsen Bij- en omscholing Sociale activering Loonkostensubidies premies No-risk polis 4.De beleidsregels voor re-integratievoorzieningen, zowel voor werknemers als werkgevers, worden zoveel mogelijk geharmoniseerd in samenwerking met de aan het Werkgeversservicepunt groot Amsterdam deelnemende gemeenten, WSW bedrijven en het UWV. 5.De noodzakelijkheid van een re-integratievoorziening wordt door het college bepaald. 6.Het college kan een re-integratievoorziening beëindigen: indien de persoon die aan de re-integratievoorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 WWB, 13 en 37 IOAW, 13 en 37 IOAZ niet nakomt; indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de Wet Participatiebudget; indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze re-integratievoorziening; indien naar het oordeel van het college de re-integratievoorziening onvoldoende bijdraagt aan arbeidsinschakeling. Artikel4.Verplichtingen en trajectplan 1.Belanghebbende is verplicht om een door het college aangeboden reïntegratietraject, ongeacht of het initiatief van belanghebbende is uitgegaan, te volgen en wel op zodanige wijze dat uitstroom naar regulier betaalde arbeid kan plaatsvinden; 2.Indien het reïntegratietraject vroegtijdig wordt beëindigd danwel indien de uitstroom naar betaalde arbeid wordt belemmerd en zulks te wijten is aan handelen of het nalaten ervan door belanghebbende, dan kan dit leiden tot afstemming van het recht op uitkering. Het gestelde in de Afstemmingsverordening van de gemeente Diemen is in deze situatie van toepassing. 3.De afspraken en verplichtingen worden vastgelegd in een trajectplan dat door het college, belanghebbende en eventueel een reïntegratiebedrijf wordt ondertekend. 4.Naar oordeel van het college worden de afspraken gemaakt in het trajectplan na het afsluiten van elke fase tussentijds geëvalueerd. 5.Indien noodzakelijk kan na evaluatie het trajectplan worden bijgesteld of stopgezet. Artikel5.Premies 1.Het college kan aan personen een activeringspremie toekennen. Deze premie kan worden verstrekt in de volgende gevallen: Het aanvaarden van algemeen geaccepteerde en duurzame arbeid; Het aanvaarden van gesubsidieerde arbeid; Het deelnemen aan sociale activering; Het met goed gevolg afronden van scholing. Hoofdstuk4.Sociale activering en uitsluitend recht. Artikel6.Sociale activering 1.Het college kan aan personen met een WWB-, IOAW-, IOAZ- of Anw- uitkering, niet-uitkeringsgerechtigden dan wel personen zoals bedoeld in artikel 10 lid 2 WWB activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering. 2.Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten of vrijwilligerswerk ter voorbereiding op een traject gericht op arbeidsinschakeling of gericht op het voorkomen van sociaal isolement. 3.Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van belanghebbende. Artikel7- Verlening uitsluitend recht tot uitvoering van voorzieningen. Het College is bevoegd een uitsluitend recht als bedoeld in artikel 17 van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten te verlenen met betrekking tot het uitvoeren van één of meer voorzieningen door een aanbestedende dienst. Hoofdstuk5- Overige bepalingen Artikel8- Bevoegdheid Het college is belast met de uitvoering van deze verordening. Artikel9.Inwerkingtreding Deze verordening treedt een dag na publicatie in werking en werkt terug tot 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.