← Nederland

Handhavingverordening WWB, Bbz, IOAW en IOAZ (Zuidhorn)

Handhavingverordening WWB, Bbz, IOAW en IOAZDe raad van de gemeente Zuidhorn; Overwegende dat de Handhavingverordening WWB en WIJ aanpassing behoeft; Gezien het advies Burgemeester en Wethouders van 5 maart 2013; Gelet op artikel 212 van de Gemeentewet, artikel 8a van de Wet werk en bijstand, artikel 35 lid 1 sub c IOAW en artikel 35 lid 1 sub c IOAZ; BESLUIT: Vast te stellen de Handhavingverordening WWB, Bbz, IOAW en IOAZ Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht, Wet werken bijstand, Bbz 2004, IOAW en IOAZ. 2.In deze verordening wordt verstaan onder: Belanghebbende: persoon die een uitkering heeft aangevraagd, ontvangt of heeft ontvangen. Indien dit een gezinslid betreft wordt onder belanghebbende elk van de gezinsleden verstaan. Indien dit een gehuwde betreft, wordt onder belanghebbende elk van de echtgenoten; Bbz 2004: Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004; College: het college van de gemeente Zuidhorn; Fraude: het verwijtbaar informatie achterhouden of verwijtbaar onjuiste informatie verstrekken met het doel een (hogere) uitkering te ontvangen anders dan waarop men op grond van juiste en/of volledige informatie recht zou hebben; Handhaving: een stelsel van preventieve en repressieve maatregelen gericht op het voorkomen, ontmoedigen, en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de uitkering; IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Misbruik: het verwijtbaar ontvangen van een uitkering in strijd met de wettelijke voorschriften; Oneigenlijk gebruik: het ontvangen van een uitkering volgens de regels van de wet maar in strijd met of buiten de bedoeling van de wet zoals die bij de totstandkoming van de wet heeft bestaan; Uitkering: bijstand op grond van de WWB of Bbz 2004 en de uitkeringen op grond van de IOAW of IOAZ; Wet: WWB, Bbz 2004, IOAW en IOAZ. Hoofdstuk2Opdracht en verantwoording Artikel2.1Opdracht college 1.Het college stelt beleid vast waarin staat beschreven hoe zorg wordt gedragen voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van de fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2.Het college beschrijft in een handhavings- en controleplan ten minste: De wijze waarop het college belanghebbenden en inwoners informeert over de rechten en plichten die zijn verbonden aan het ontvangen van een uitkering en over de consequenties van fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik; De maatregelen gericht op fraudepreventie; De wijze van controle bij de aanvraag, de voortzetting en bij beëindiging van de uitkering; De handelwijze bij inconsistenties alsmede het gebruik van signaal- en risicosturing bij de beoordeling van het recht op uitkering; De uitvoering van onderzoeken en bestandsvergelijkingen waarbij actuele gegevens worden gecontroleerd en vergeleken. Hoofdstuk3Gevolgen bij fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik Artikel3.1Opleggen van een bestuurlijke boete Indien belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen inlichtingen verstrekt die van belang zijn of redelijkerwijs kunnen zijn voor de hoogte, de duur of de voortzetting van de uitkering, dient het college de uitkering, weigeren of conform hetgeen hierover in de wet is bepaald een bestuurlijke boete opleggen, onverminderd de mogelijkheid tot terugvordering van de eventueel ten onrechte ontvangen uitkering, waaronder begrepen ook de kosten gemaakt voor re-integratie. Artikel3.2Aangifte bij het Openbaar Ministerie Indien een gedraging van belanghebbende als bedoeld in artikel 3:1 leidt tot benadeling van de gemeente, doet het college, onverminderd de mogelijkheid de uitkering op grond van artikel 3:1 te verlagen en de ten onrechte ontvangen uitkering terug te vorderen, aangifte bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met de door het Openbaar Ministerie op dit punt ten tijde van de aangifte geldende uitgangspunten. Hoofdstuk4Slotbepalingen Artikel4.1Nadere regels Het college is bevoegd om nadere regels te stellen met betrekking tot de uitvoering van deze verordening. Artikel4.2Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel4.3Vervallen De “Handhavingverordening WWB en WIJ “ ingaande 1 juli 2010 wordt hierbij ingetrokken en komt te vervallen. Artikel4.4Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Handhavingverordening WWB”. Artikel4.5Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2013. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 april 2013 De voorzitter, De griffier,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.